Gewoon een plaatje

Advertisements

Hachee o nee!

Gisteren had ik een bokkenpruikje op.

Iemand merkte het al subtiel op; ik was duidelijk met het verkeerde been uit gestapt. In alle vroegte uitglijden over een naaktslak. Om vervolgens in een spinnenweb verstrikt te raken (héé een doorzichtige burka); je wordt er niet blij van. Dan is de herfst opeens behoorlijk kut.

Ik heb de hele dag gemopperd. Koffie smaakte niet zus, een telefoniste liep te zeuren zo, het werd maar niet beter. Gelukkig werkte ik met M. Kon ik tenminste mijn ei kwijt. Rond een uur of zes ging ik naar huis. Ik had gierende honger. Eerst even lekker eten en dán op de bank.

Ik rook het al toen ik binnenkwam. Rode kool met hachee. Nee hè? Echt, ik wil niet klagen hoor. Ik vind het super dat mijn moeder oppast en dat ze twee keer per week voor ons kookt. En ik weet dat ik een ontzéttend verwend nest ben, als ik daarover klaag. Maar laten we eerlijk zijn. Er zíjn grenzen.

“Hé gatver mam, hachéé!” riep ik, terwijl de deur achter me dichtviel. Ik haalde mijn neus op. “Ik lúst geen hachee!” Mijn moeder keek me aan met een blik die me onmiddellijk twintig jaar terugworp in de tijd.

“Ach kind,” zei ze. “Je weet niet wat je mist.”

Top Vijf

Herfst ergernissen Top Vijf

1. Slakken (vooral de naakte, die waar je over uitglijdt)
2. Spinnen (en -webben waar je met je bakkes in blijf hangen)
3. Fruitvliegjes (het zijn er echt miljoenen, waar komen ze vandaan?)
4. Hondenkak (onzichtbaar onder de gevallen bladeren)
5. Dauw en regen (natte billen van alles waarop je gaat zitten)

Voordelen van de herfst

Geen.

Hangouderen

“Kijk Es, ik kan het nog!”

F. hangt op haar kop aan het klimrek. Haar benen zijn, in een hoek van negentig graden, om een stang gevouwen. “Je wordt helemaal rood,” waarschuw ik. F. probeert omhoog te komen. Dat lukt niet. Het rood gaat over in paars. “Kan je me even omhoog helpen,” piept ze. Ik duw tegen haar rug en ze laat zich zakken. Lizzy slaat het tafereel vertwijfeld gade.

“De koprol moet nog wel lukken,” besluit ik. Ik druk mezelf omhoog en kukel voorover. “Oempf,” kreun ik, als ik de stang in mijn maag voel. Met een klap komen mijn voeten weer op de grond. Alles kraakt. Ik voel mijn hoofd bonzen. “Niet goed voor de bloeddruk,” constateert F. Naast me ‘doet’ Lizzy een vogelnestje. Met het gemak van een slangenmens legt ze haar lichaam in een lus. Ze buigt haar hakken naar haar hoofd.

“Wel relaxed, zo’n schoolplein,” zegt F. als we later veilig bovenop het klimrek zitten. “Beetje hangen, beetje kletsen. Net als vroeger.” Lizzy en Annabel zoeken kastanjes tussen de gevallen bladeren. Ondanks de zon voelt het nu echt herfstig. F. tuurt in de verte. Bij het hek staan een paar gebromfietste hangjongeren. “Wat zouden die jochies nou van ons denken?” vraagt F. zich hardop af. “Met ons juveniel gedrag.”

“Dat we debiele ouwe wijven zijn,” antwoord ik. Ik laat me van het klimrek glijden. “En dat we nodig aan de sherry moeten.”

Stukje interactie II

Fijn dat er zoveel gereageerd is gisteren!

Ik wist wel dat ik op jullie kon rekenen. En ik twijfel er niet aan dat de redactie van Vrouwonline de verschillende tips and tricks ter harte zal nemen.

Wat betreft het gemiddeld aantal reacties, tja. Misschien moet ik gewoon van het idee af dat de hoeveelheid opmerkingen van lezers de graadmeter is voor de kwaliteit van het geschrevene. Zoals een vriendin gister opmerkte: “Altijd maar weer zeggen dat je leuk schrijft wordt ook saai!” Misschien moet ik jullie gewoon wat meer ‘triggeren‘. Ik mis de leuke discussies die soms op viva.nl ontstonden.

Neemt niet weg dat het gewoon lekker is om ééns in de zoveel tijd je bestaan bevestigd te krijgen. (Beetje Neeltje Maria Min, “Noem mij, bevestig mijn bestaan”) Dat je weer even weet dat mensen er nog plezier in hebben je te volgen. Net zoveel plezier als jíj er nog steeds in hebt om voor ze te schrijven.

En wat betreft de Esthermoeheid (prachtige post van mijn naamgenoot trouwens); gelukkig voert deze niet de boventoon. En inderdaad, er is natuurlijk niet aan te ontkomen dat ik met enige regelmaat in herhaling verval.

Begrijpelijk dus. En daarbij, ik word ook regelmatig héél moe van mezelf!

Stukje interactie

Ik heb het idee dat het aantal lezers iets daalt.

Misschien niet veel, maar toch. De bedoeling is natuurlijk dat het aantal stijgt. Anders doe ik iets niet goed, zou ik zeggen.

Nu pieker ik me suf waaraan dit zou kunnen liggen. Maar misschien moet ik die vraag aan jullie stellen. En dan vooral aan de lezers, die minder vaak een kijkje nemen dan voorheen. (Het liefst zou ik natuurlijk de vraag stellen aan de lezers die niet meer lezen. Maar goed, dat is een beetje lastig.)

Vandaar dus even een meedenkvraag op deze ietwat klamme maandag. Waarom haken mensen af? Lees ik niet meer zo lekker? Ligt het aan de site-opmaak? Controleren werkgevers strenger op internetgebruik, zijn jullie gewoon te druk? Of is er sprake van een soort Estherverzadiging.

Zeggen jullie het maar.

Ouwe lulle!

Af en toe moet je er gewoon eens even helemaal uit.

Dansen en sjansen. Dronken en pronken. Hoeren en sloeren. Afijn, je ken het wel. Gewoon even flink van de ketting. De kroeg in.

Enige probleem in de gemiddelde kroeg is de gemiddelde leeftijd. Die ligt al snel een jaar of vijftien lager dan leuk is. Een drankje, een paar minuten in situ, en je voelt je als een bejaarde op schoolreisje. Een gerimpeld appeltje tussen de abrikoosjes. En dat hoert en sloert níet lekker.

Vriendin C. kwam met een goed alternatief. De Ouwe Lulle Disco. “Een soort schoolfeest maar dan met kraaienpootjes!” omschreef ze. We belden wat vriendinnen, groeven door een paar jaar kleding, en daar gingen we. Geplooirokt en al, op naar het feest.

Het was er snoeiheet. (Door het feest liep ik saunadate mis, achteraf gezien was er weinig verschil. Even los van de kleding dan.) Een foute zanger schreeuwde in een opzichtige microfoon. Madonna, Luv en Melissa Etheridge passeerden de revue. Heerlijk die eighties. “Alles kraakt hier,” zei ik toen ik het gammele toilethok betrad. “Dat krijg je met dertig-plus,” merkte iemand gevat op.

Al snel werd ik geteisterd door een verschroeiende dorst. Relight my fire, Brand new day, Drancing Queen. Ach, iedereen van vóór 1975 zingt ze zó mee. De rosé was niet aan te slepen. Once upon a time, there was a tabbern. Ik danste en danste. Ik danste terug in de tijd.

De muziek denderde nog lang door. Ik kon er zelfs niet van slapen. Onder het dekbed zweette ik de hitte van de disco eruit. De volgende ochtend, ik moest nog werken ook, voel ik me brak, muf en vooral gesloopt. “Alles doet pijn,” mopperde ik vermoeid tegen Paul.

“Het heet niet voor niets Ouwe Lulle Disco,” reageerde hij droog.