De bedrieger bedrogen

Wát zeg je mamma?

Sint al honderden jaren oud? Natuurlijk.

Pieten door de schoorsteen? Waarom niet.

Paard op het dak? Geen probleem.

Overal tegelijk cadeautjes uitdelen? Ja hoor.

’t Héle Sinterklaasfeest wordt voor zoete koek geslikt.

Maar als ík dan een kletspraatje ophang over een kapotte traptrede dan zíjn die kletsen me toch argwanend, niet te geloven. Waar of het kapot is, hoe zoiets kan, of ze niet halverwege de trap kunnen kijken, waarom dat niet mag, wie het heeft gedaan, waardoor het komt en vooral, hoe het komt dat ze niets raars aan de treden zien. Wel een half uur hebben ze me ondervraagd. En nóg geloofden ze er geen bal van.

Ik zweer het je. Die kinderen geloven allang niet meer in Sinterklaas.

Die zitten gewoon óns te neppen.

Zolder opruimen II

Ik ben al weken aan het opruimen.

Alles wat ik uitzoek, wordt herverdeeld. Een grote zak knuffels naar de inzamelingsactie op school. Mooie kinderkleertjes naar de ‘tweedehands’ winkel, wat minder mooie dingetjes naar een opvanghuis. De zooi naar het grofvuil.

De zolder wordt leger en leger. Zelfs achter de schotten is niets meer veilig. Als ik eenmaal begin ben ik net een witte tornado. Maar dan zwart van het stof dit keer. Zwart en zwetend, want er staat een hoop troep. Ik worstel me door mijn jeugd. Door de babyjaren van de kinderen. Door Pauls marinetijd.

En dan komt de dag dat het ‘klaar’ is. Achter het schot is alles geordend, de zolder is leeg. Het kinderspeelgoed kan naar boven. De grote stickers van de prinsessen, Winnie de Pooh en Bob de Bouwer kunnen op de muur. De nieuwe make-uptafel wordt ingepakt. Het Ikea tekenbord ook. Paul verzaagt de boekenkast en ik frobel een leeshoekje. Met zachte kussens. Voor de deur komt een bontgekleurd kralengordijn.

Het wachten is nu op Sinterklaas. Tot die tijd is de zolder verzegeld. Als de kinderen terugkomen van oma zal ik zeggen dat er een traptrede loszit. Op vijf december krijgen ze een brief. Op rijm uiteraard. De traptrede is ‘gemaakt’ door Sint en Piet. Het gedicht loodst ze naar boven, naar de ‘opening van de regenboog’.

Mijn kinderen krijgen een speelzolder cadeau.

En ík kan niet wachten.

Sinterklaasfeest

Er stond een grote vuilniszak bij de ingang.

In die zak moesten de schoenen. Daarna mochten de kinderen pas naar binnen. Annabel keek haar rode laarsjes wat argwanend na. Edoch de schoenen waren snel vergeten want binnen stonden er pepernoten op tafel.

De Pieten deden het leuk. Ze maakten grapjes met elkaar en met de kinderen. De ene Piet had nieuwe schoenen, vertelde hij, de ander niet. Dus zou de ene Piet voor de ander naar de schoenenwinkel gaan.

“Zoek maar uit.” Triomfantelijk kieperde de ene Piet de zak kinderschoenen op het podium leeg. De andere Piet lachte verrukt en zocht tussen het schoeisel naar iets van zijn gading. Op de eerste rij zag ik Annabel onrustig worden.

“Wat gaat ze doen?” fluisterde ik. Mijn schoonmoeder stond op om in te grijpen. Annabel wandelde het podium op. De Pieten keken haar verbaasd aan. “Wel, wel, wat komt dat kleintje doen?” sprak Sinterklaas.
Annabel gaf geen antwoord. Doelbewust liep ze op de stapel schoenen af en viste haar twee rode laarsjes er tussenuit. Ze keek boos naar Sinterklaas. En daarna naar de Pieten. “Míjn laarsse!” zei ze.

En daarna verliet ze het podium weer. Zoals ze was gekomen.

Maar dan met rode laarsjes.

Van het pannetje en de mand

Gister ben ik zwaar door de mand gevallen.

Dat kwam zo. Eenmaal bekomen van mijn toiletactiviteiten pakte ik het leven van alleenstaande moeder weer snel op. En dat ging me goed af. Alleenstaand zijn, bedoel ik.

Mailtjes, telefoontjes en sms-jes stroomden binnen. Of ik wel goed at. En of ik wel op tijd naar bed ging. (“Ja, bedankt. Als jij me niet gebeld had, dan sliep ik al!”) Behalve dat ik de gezelligheid van mijn man miste, draaide alles gewoon door.

“Vanavond niet,” zei ik tegen een bezorgde vriendin die vroeg of ze moest langskomen. Ik zette de televisie aan, op zoek naar (een herhaling van) Crime Scene Investigation. De kinderen sliepen. Er was rust. Ik ben een sterke, onafhankelijk vrouw, schoot het door mijn hoofd.

En toen hoorde ik het; druppels in de keuken. Onder het keukenkastje lag een grote plas. Alle hand- en theedoeken waren doorweekt. Een lekkend zwanenhalsje? Of iets anders? Ik had werkelijk geen idee. En dus deed ik wat vrouwen al eeuwenlang doen. Ik zette een pannetje onder het lek.

En ik wachtte op mijn man.

Is er een dokter in de zaal?

Ik ben nooit ziek.

Behalve natuurlijk als het niet uitkomt. Zoals dit weekend. Paul had zijn hielen nog niet gelicht of ik hing brakend boven de toiletpot. En nee, dat kwam niet omdat ik hem reeds na een half uur miste. Het kwam doordat… Tja. Het kwám gewoon. En het was niet meer te stoppen.

De kinderen had ik uitgelegd dat ik een beetje ziek was, dat ze een beetje rustig met mamma moesten doen. Dat begrepen ze, de lieverds, en ze gingen fijn samen knutselen. Tot zover geen probleem. Tót Lizzy bedacht dat zíj mamma ging ‘beter maken’. Te zwak voor discussie speelde ik het spel maar mee.

Ze kwamen gewapend met een dokterskoffer. En een sjaal om hun buik. (“Kijk ons eens hippe dokters zijn!”) Het onderzoek begon rustig. Er werd temperatuur opgenomen (in mijn neus) er werd wat gepord in mijn ogen en ik kreeg een schaar in mijn mond. (“Even je amandelen knippen.”) En toen begon het.

Terwijl Annabel bovenop me klom (anders kon de dokter er niet bij) ging Lizzy meer spullen halen. “Wat moet je met dat gereedschap?” sputterde ik. “Opereren,” zei Lizzy en ze begon in een borst te zagen. “Je doet me pijn,” piepte ik, terwijl ik ondertussen probeerde te voorkomen dat Annabel mijn teen nog verder omdraaide met een plastic moersleutel. “Niet zo zeuren mamma, even flink zijn.”

“Doe je billen eens uit elkaar,” hoorde ik Annabel roepen. Gelukkig greep Lizzy in. “Ze heeft geen zieke billen,” schoof ze de diagnose van haar zusje van tafel. “Ze heeft de nagelziekte.” “O,” zei Annabel teleurgesteld. “Is dat ernstig,” vroeg ik. Lizzy schudde haar hoofd. “Nee, drie keer in je handen klappen en het is over.”

Als ik me niet zo beroerd had gevoeld, was ik in lachen uitgebarsten.

Sloganspel

Via onderstaande link

Kom je op de site van Elmolief, een bekende naam voor wie de reacties bij mijn verhaaltjes wel eens leest.

Elmolief heeft een sloganspel op haar site staan, echt leuk om ‘mee’ te doen. Grappig ook om te constateren dat sommige slogans zo bekend zijn, terwijl je toch maar niet op het product kan komen. (“Pam, je haar danst!” Euh… ‘t was een shampoo, maar wélke?!)

Voor de saaie zondag dus, zie onder.

http://elmosnetwerk.web-log.nl/elmosnetwerk/2007/11/sloganspel.html