Het idee I

Paul zat erbij alsof hij nooit anders gedaan had.

Eén voor één opende hij de flesjes. Fluffypink, orange en glitterpurple. “Mag ik op elke vinger een andere kleur?” vroeg Lizzy. Paul knikte. Hij lachte zelfs. Hij vond het helemaal niet erg om de nagels van zijn dochter te lakken. Naar het scheen.

Aan de andere kant van de tafel keek omi glimlachend toe. Haar handen lagen op tafel, de vingers netjes gespreid zodat ik ze goed kon lakken. Zij had ‘orange’ gekozen. Dat kleurde zo mooi bij haar ketting. “Wat kan hij dat goed,” zei ze tegen mij, terwijl ze naar Paul knikte. “Wat kan jij dat goed,” zei ze tegen Paul. “En je bent nog wel een man.”

Een zuster liep voorbij. Ze keek vertederd naar het laktafereeltje. “Mooi hoor,” zei ze, tegen niemand in het bijzonder. Ze bracht koffie met extra koekjes. Ze glimlachte naar Lizzy en vervolgens naar Paul. “Ik moet opeens aan die reclame van McDonald’s denken,” zei ze.

Achteraf moet dát het moment zijn geweest waarop hij het idee kreeg.

Hij zou …

Advertisements

Een heel verhaal op de maandagochtend

Er moet me iets van het hart.

Het lijkt wel of het tegenwoordig uit den boze is om ergens van te genieten. “Gezellig een wijntje drinken,” mag niet meer. (Want hoezo zou iets alleen maar gezellig zijn als er alcohol mee gemoeid is.) En eten associëren met plezier is al helemaal not done. Het is óók leuk zónder al die stille verleiders..

Gister was er weer zo’n discussie gaande op TV. “We brengen ons genietgedrag onbewust over op de kinderen,” aldus de plaatselijke tante Sjaan. “En daar gaat het mis met hen. Het is niet goed dat een kind uitkijkt naar het snoepje dat het na school krijgt. Of het koekje bij de koffie.”

Zo. En waaróm mag een kind niet uitkijken naar een snoepje na school? Of naar het koekje bij de koffie? Dat kind heeft verdorie de hele dag hartstikke hard gewerkt. Het heeft om tien uur een liga gegeten, tussen de middag een boterham EN VERDER NIETS! Natuurlijk mag dat kind een snoepje na school. En ja, daar mag het óók nog naar uitkijken.

“Ja Es,” hoor ik jullie nu roepen, “maar er zijn niet voor niets zoveel kinderen te dik. En je hebt er geen idee van want sommige ouders in de lunchtrommeltjes stoppen. Hele bakken snoep worden er meegegeven. En dan die traktáties met verjaardagen. Hele snoepwinkels worden leeg gekocht. Nogmaals, je hebt géén idee.”

Maar dat idee heb ik wél! En dat is nou precies het probleem. Juist omdát er zoveel te dikke kinderen zijn en omdát er zoveel onverantwoordelijke ouders rondlopen, mag er nu helemaal níets meer! Moeten er opeens allemaal heilige huisjes neergehaald en is elke vorm van zoetigheid verdacht.

Er is niets mis met een kind dat een liga eet om tien uur. Maar de school vraagt een boterham. ‘Nee,’ denk ik dan, ‘een bóterham eet mijn kind bij het ontbijt. En bij de lunch. Om tien uur eten we gewoon een liga. We wilden toch zo nodig ‘de drie maaltijden’ in ere herstellen? Moet je vooral zó beginnen.

Ik word er zo moe van. Dat opgefokte Calvinisme. Zeg wat je bedoelt. Ouders die hun kind een bak snoep meegeven voor tussen de middag, die zijn niet goed bezig. Als kinderen te dik zijn, is dat (medische problemen daargelaten) de schuld van de ouders. Hou eens op met je kind de hele dag vol te stoppen en ga eens wat minder naar de snackbar. Zeg dát dan.

Maar ga niet zitten emmeren over iets lekkers na schooltijd. Of over een snoepje als er getrakteerd wordt. Laat staan een liga om tien uur. Genieten moet mogen. Dat geldt voor volwassen en vooral voor kinderen. En ja, dat kan zonder voedsel. Maar dat kan ook héél goed mét voedsel.

En dat is helemaal niet erg.

Ik hou vol!

Vriendin F. is verhuisd. (Wat zijn mijn vriendinnen ineens verhuislustig!)

Ze is inmiddels ‘aardig’ uit de troep, dus tijd voor een bezoekje. “Zal ik de vetmolen vast aangooien?” grapte ze toen ik belde. O ja. Bij F. gaan we altijd ‘patatten’. Lekker voor Paul, lekker voor de kinderen. Maar niet verstandig voor mij. Ben net zo goed bezig. Sapdrinkenderwijs.

Dus stond ik gisteravond, tussen al het frituurgeweld, mijn eigen prutje te bereiden. Een soort rijstmaaltijd moest het worden. “Maar dat zijn heel veel koolhydraten,” zei een aangeschoven huisvriend bezorgd. ‘Nee hè,’ dacht ik meteen, ‘een Atkinsextremist!’ En inderdaad, van alle kanten kreeg ik het te horen; vet was goed, koolhydraten slecht.

Ik ben niet in discussie gegaan. Koolhydraten of niet, mijn prut was een stuk gezonder dan die vette hap. Natuurlijk, er valt wat te zeggen voor élk dieet. Low fat, low carb of low-wat-dan-ook. Je moet het alleen niet overdrijven. En wat je voorál niet moet doen, is allerhande diëten op eigen initiatief gaan combineren. Dan eindig je al snel als een jojoënde Bridget Jones met een te hoog cholesterol. En daar voel ik weinig voor.

Dus at ik mijn prut. En zij hun friet. Ik had het wel even moeilijk hoor, het rook zó lekker! En wat zagen die kaassoufflés er zalig uit! Maar ik hield vol. En ik voelde me in ieder geval niet volgevreten na afloop.

En dat voelde echt erg prettig.

Tutti Frutti

Nieuwe Frutti! Verse Frutti!

Met excuses als ik er een paar ben vergeten!

“Hij is langdurig op tilt geschoten.”

“Dat heeft hij hoog in het vaandel hangen.”

“Het staat op mijn netvlies gegrift.”

“Waardoor ze hem feitelijk zand in de wonden strooide.”

“De schade is onaanzienlijk.”

“We leven in een vrij land van meningsuiting.”

“Zogende vrouwen die borstvoeding geven”

“Knoop het even in je hoofd!”

“Hij zit in hetzelfde pakket als ik.”

“Het is helemaal buiten proportie getrokken.”

“Het duurde even voor hij er zijn ei kon vinden.”

Stay alert! Keep watching!