Het probleem

Wij hebben een probleem.

Het probleem is drie turven hoog en heeft blauwe ogen. En dat probleem slaapt niet. Althans, niet zoals het zou moeten.

Ten eerste wil het probleem niet ínslapen. Het probleem heeft namelijk – als variatie op de eikels in het bad – nu boeven in haar bed. En aangezien ík niet weet hoe serieus ik dat moet nemen, durf ik het probleem niet in haar sop gaat te laten koken.

Maar los van het gaarkoken kunnen we het probleem evengoed niet alleen laten. Want dan gaat ze zó over de flos dat ze gaat overgeven. Tenminste als ze dat al haalt. Meestal is ze voor die tijd wel uit haar bed geklommen. (Of heeft hiertoe een poging gewaagd en is gestrand bovenop de zijkant van haar ledikant, hard op weg om een been te breken.)

Wanneer het probleem eenmaal in slaap is gevallen, slaapt het niet door. Ongeveer om het uur (soms om de twee, een enkele keer om de drie uur) maakt het probleem amok. – Herhaling van de vorige alinea. – Dit betekent een paar keer per nacht verplicht opzitten en wachten tot het probleem weer slaapt.

We hebben een paar nachten geleden het probleem bij ons in bed genomen. Maar toen ging het probleem een middernachtelijk potje voetballen met het dekbed en maakte daarbij een dusdanig lawaai dat het aangrenzende probleem óók wakker werd. Toen hadden we opeens twéé problemen in ons bed.

Kortom, we slapen al weken niet. Of nauwelijks. Te weinig in elk geval. Net genoeg om te blijven lachen. Niet genoeg om de grap te begrijpen.

Ik denk dat ik maar eens een beloning voor de gouden tip ga uitloven.

Advertisements

Update week; de toegift

Over mijn werk.

Ik werk drie dagen. Nee, dat zeg ik natuurlijk verkeerd. Ik werk zéven dagen. Vierentwintig uur per dag. Een heel afwisselende baan; 33,3 % financieel adviseur, 33,3% freelance columniste en 33,3 % moeder. (En die overgebleven 0,1%? Euh, vrije tijd.)

Het is druk, maar ik vind het leuk. Bíjna alles aan mijn drukke baan vind ik leuk. En het allerleukst vind ik het dat ik het kan combineren. Lekker een paar dagen op kantoor, rustig aan mijn eigen bureau, de hectiek van ons gezin en ’s avonds de ontspanning van het schrijven.

Alhoewel, ontspanning? Daar moet ik wel even een kanttekening bij plaatsen. Sinds ik de column in het Assurantie Magazine schrijf, heeft de financiële wereld mij ‘ontdekt’, als ik dat zo mag zeggen. Opeens word ik gevraagd gastcolumns te schrijven, inleidingen voor studieboeken en meer.

Vrijdagochtend ben ik gefotografeerd voor mijn nieuwste aanwinst; een column in Carp Diem. Een glossy, uitgegeven door de makers van Carp (Was best cool, ik werd gefotografeerd in mijn auto en op de plek des onheils, hadden ze een hele stellage gebouwd (werkelijk ufowaardig!) omdat anders het licht niet goed viel. Afijn, de hele buurt liep hier uit!)

Halverwege volgende maand komt de eerste glossy uit. Wie mij zoekt; ik sta bij het katern geld. Of ik daar trots op moet zijn, geen idee. Feit is wél dat ik, hoe slecht mijn eigen aandelen het ook doen, hard op weg ben de Rebecca Bloomswood van Nederland te worden.

En dat vind ik bést leuk.

Update week; Paul

“Zeg, ik heb het verzoek om een update over jou te doen.”
“O.”
“Dus. Hoe gaat het met je?”
“Goed.”

Met Paul gaat het goed. Tenminste, dat zegt hij. Niet dat ik een reden heb om daaraan te twijfelen, maar hij blijft natuurlijk wél een man. En het kan dus best zijn dat het níet goed gaat. Maar dat houden mannen meestal voor zichzelf. Ze zijn een beetje raar hoor, mannen. Die van mij incluis. Maar eigenlijk vind ik hem daarom juist leuk.

Zo gaan mannen vaak anders met hun zorgen om dan vrouwen. Praktischer. Misschien metselt Paul ze wel in de marmeren keldervloer. Is hij daarom steeds zo druk. Of hij speelt ze van tafel tijdens een potje pool. Mannen doen dat. Ze praten niet zoveel over wat ze dwars zit. Ze nemen een biertje. En ze zouden willen dat vrouwen dat ook deden.

Paul is gestopt met hockey. En dat is nogal wat na pakweg dertig jaar. Maar al zijn vrienden waren gestopt en toen was het niet leuk meer. “Mis je ze niet?” “Baal je er niet van?” Hij antwoordt ontkennend, hij gaat gewoon een extra potje poolen. Of hij zegt: “Heb ik meer tijd voor mijn meisjes.” Ja, vleien kunnen ze!

“De vrijwillige brandweer, dat lijkt me wel wat.” Ik kijk op van de computer. Wat zegt hij nou weer? “De brandweer? Hoezo dat?” “Goed toch, beetje mensen helpen.” Jaja, mensen helpen. Gelegitimeerd ramptoeristje spelen zal hij bedoelen. Hij pakt de telefoon om te bellen wanneer de informatieavond is.

Met Paul gaat het goed. Hij heeft alweer een nieuwe hobby.