Gesnik, gesnuit, gesnotter

Er is één ding erger dan een ziek kind.

En dat zijn twéé zieke kinderen. Hartstikke zielig natuurlijk, twee van die grienende gloeilampen, maar ook bijzonder onhandig. Wil de één op mijn borst hangen, wil de ander net een glaasje water. Heeft de ander water, moet de één weer spugen.

Kortom, ik heb gemigreerd tussen de bank, de keuken en de wc. Ik heb boekjes gelezen tot ik scheel zag en voor de rest heb ik vertrouwd op de helende werking van de teletubby’s. Het enige geluk dat mij vandaag ten deel viel was het feit dat beide dames flink geslapen hebben.

Ik hoop op een goed weekend. Een baby voor mijn broer en twee fitte kinderen voor mij. Kindervirussen kunnen snel verdwijnen, is mijn ervaring, maar je kunt er ook flink lang mee dooremmeren. En daar heb ik mooi geen zin in.

Want hoe sneu het ook is voor die kleine kletsen, als er weer iemand roept: “Zielig hè,” dan denk ík er toch altijd stiekem achteraan:

“Ja. Voor mij.”

Ps, ik weet niet of het een symptoom is van een bepaalde ziekte, maar Annabel heeft me vannacht dusdanig hard gebeten dat ik een heuse blauwe plek op mijn kin heb!

Advertisements

Nee he?

Balen,

Doet de site het weer, heb ik geen tijd om een stukje te schrijven. Zit ik opeens op de bank met twee zieke kindertjes. Beiden ruim negenendertig graden koorts.

Is er een dokter in de zaal?

PS, vanochtend heb ik mijn eerste stukje op Hyves gezet. Je hoeft niet al teveel van Hyves te snappen om de blog aldaar te kunnen lezen; ga naar http://www.hyves.nl vul in het blokje ‘search’ mijn naam en klik op de ‘ok’ button. je komt direct bij mij uit.

Hyves

On air again.

En om maar meteen met de deur in huis te vallen; nee. Er is nog géén baby. Ik ben nog géén tante. Mijn nichtje heeft geen haast, doet het rustig aan. Typisch een kind van mijn broer.

Mijn eigen kinderen zijn ondertussen ook druk met de op handen zijnde bevalling. “Is ons nichtje er al?” vraagt Lizzy een paar keer per dag. En Annabel vroeg vanmorgen of ze “even in mijn buik mocht”. Toen ik lachend vroeg hoe ze dat wilde gaan doen nam ze een aanloop en sprong bovenop me. Oempf.

Vanavond ga ik lekker uiteten. Even wat anders dan bij de telefoon zitten en afwachten. Als ik vanavond nog tijd heb, en anders morgen, zal ik mijn pagina op Hyves weer eens opzoeken.

Van nu af aan blogt Esther Vuijsters (let op de puntjes) via http://www.hyves.nl als Vrouwonline het laat afweten.

Laterrrr.

Luchtig

Ik hou het vandaag even luchtig.

Ik krijg namelijk de zenuwen van de site. (De redactie ook hoor, die zijn er druk mee bezig.) Ik hoop dat jullie inmiddels nog niet zijn afgehaakt. Het is vast een tijdelijk technisch probleem.

Vrouwonline heeft gewoon een herfstdip.

25 september 2007. 19.45 uur. Foto vanuit mijn achtertuin.

Maankind

Nog geen babynieuws.

Mijn broer heeft te kennen gegeven dat hij ‘de tekenen’ verkeerd geïnterpreteerd heeft. Hij had moeten weten dat het geen equinoxbaby zou worden, maar een maankind. (Dit omdat het kraambureau iets met Luna-nogwat heet.) De bevalling staat vooralsnog gepland voor morgenavond; dan is het volle maan. Afijn, we wachten weer af.

Over tot de orde van de dag. Of van de nacht eigenlijk, ik had weer eens een bizarre droom. Ik deed mee aan een boxwedstrijd. Het zag er heel echt uit, zo’n ring met touwen en publiek eromheen. (Leek overigens verdacht veel op het strijdtoneel uit de ‘Adrian’-scene zoals bekend van Rocky II.)

Ik kon mijn tegenstander niet goed zien. Wel merkte ik dat ik steeds in mijn gezicht werd geslagen. Keer op keer kreeg ik een dreun. Ik mepte maar wat in het wilde weg, maar zelf raakte ik niets over niemand. Het leek wel of ik tegenover een onzichtbare vijand stond.

Ik schrok wakker van de wekker. Annabel lag naast me in bed. Verkeerd om, met haar voeten op mijn kussen. En terwijl ik probeerde wakker te worden was daar mijn ‘onzichtbare’ tegenstander weer.

Annabel lag, al snurkend, in mijn gezicht te trappen.

Vuur

Vuur is mooi.

En daarom stoken we op mooie herfstavonden graag de vuurhaard. Starend in de vlammen komen er diepe gesprekken. Of er komt niets. De kleuren, geel, oranje, soms een beetje blauw, stralen rust uit. En het ruikt lekker (als Paul tenminste niet weer een of ander afgebladderd kastje als brandhout gebruikt). Het ruikt naar oogst, naar vreugde. Naar warmte.

Lizzy mag langer opblijven. De vlammen weerspiegelen in haar glimmende ogen. Haar gezicht, haar blonde krullen, alles krijgt een gouden randje. Ze zegt weinig, ze kijkt. Haar blik volgt een vlam. Ze vraagt hoe het komt dat vuur zoveel kleuren heeft. Ze vraagt haar vader om nog eens in de as te porren. “Dan vliegen er allemaal sterren door de lucht,” zegt ze.

Lizzy weet dat vuur héét is. En dat ze er nooit mee mag spelen. Dat vlammen alleen leuk zijn als je ze onder controle hebt. Dat wat mooi is, ook bedrieglijk gevaarlijk kan zijn. Ze is wel eens geschrokken toen ze te dichtbij kwam.

Vuur is mooi. En wie verstandig is, maakt zijn kinderen er vertrouwd mee.