Snelle Jelle

Advertisements

Fitweek

Gisterochtend stond ik om half negen al te line-dancen.

Gelukkig was mijn reuma-aanval inmiddels op zijn retour waardoor ik zonder problemen de ietwat infantiele pasjes van de cowboy en cowgirl (in vol ornaat) op het podium kon volgen. Ach, je moet het een keer gedaan hebben. Line-dancen. Dus waarom niet om half negen ’s ochtends.

Vandaag is de laatste dag van de ‘fitweek’ op Lizzy’s school. Op het programma staat een workshop stoeien. En een springkussen. De hele week zijn de kinderen gezond bezig gehouden. In hun limegroene shirts (Lizzy: ‘Waarom zijn ze niet roze?’) deden ze spelletjes, ontbeten op school en volgden dansworkshops. De ‘fitweek’, een leuk initiatief.

En als klap op de fitte vuurpijl mag Lizzy vanmiddag afzwemmen voor haar B-diploma. Met haar A-diploma van vier weken geleden nog na- druppelend in de hand, ‘gaat’ Snelle Jelle vandaag voor alweer voor de volgende. ‘Het gat’ blijft nog even spannend (nog steeds haar zwakke punt), maar de zwemjuf heeft er alle vertrouwen in.

Kortom, een spannend einde van de fitweek, waarna we straks met de hele familie hopelijk al line-dancend langs het zwembad staan.

Duimen jullie mee?

Observaties

Heb je het gemerkt?

Er waait een andere wind. Er is verandering op komst. Ik wist het al toen ik vanochtend opstond. De kinderen waren ongewoon druk, mijn hoofd voelde alsof het vol zat met watten. En dan de vogels. De vogels waren stil. Ze zongen niet.

Eenmaal buiten voelde ik direct de onrust. Er was minder geluid dan normaal. Misschien werd het gedempt door de wolken. Gelige wolken, alsof de lucht was bedekt met een laagje zwavel. Wanneer zou het onweer komen?

De wind zwol aan. En ging vervolgens weer liggen. Alsof hij geen richting kon kiezen. Aanvallen of terugtrekken, wat zou het worden. De keitjes van de straat klonken hol onder mijn hakken. Mijn horloge liep trager dan normaal. Of was ik het zelf?

Eenmaal op kantoor pakte ik een kop koffie. Ik was alleen en stond voor het raam. Ik keek naar de boomtoppen. Dan weer zwiepend, dan weer roerloos. De gelige wolken waren compacter nu. Ik nam een slok koffie en keek.

Ik wachtte.

Kutdag

Reumatechnisch was het echt een kutdag.

Hoewel ik juist dacht dat de aanval op z’n retour was, zwollen in de loop van de dag mijn polsen weer op. Mijn enkel ging meedoen en later ook mijn knie. Zodat ik uiteindelijk precies niets meer kon.

En dat was niet handig. Want juist gisteren had ik het druk. Zwemmen met Annabel, Liz naar sportdag, boodschappen doen. Uiteraard viel Annabel halverwege de dag in de auto in slaap, waardoor ik op het sportveld een uur met een slapend kind rondliep. Een flinke aanslag op mijn lijf.

’s Avonds zat ik er flink doorheen. Maar omdat ik het vertikte om mijn aandoening te laten zegevieren ging ik toch naar het zwembad. Dan maar niet met de armoefeningen meedoen. Die pasjes onderwater moesten wel lukken. Beetje smokkelen en ik redde het wel. Ik moest er gewoon even uit.

Maar toen een van de meisjes vroeg ‘wat er was’ barstte ik spontaan in tranen uit. Potverdorie, dat was nou weer net niet de bedoeling. Snikkend vertelde ik van de pijn en de diagnose. En van de angst die ik voelde dat het zou verergeren. Dat ik vanaf nu steeds vaker als een bejaarde mijn bed zou uitkomen.

Het luchtte op. Die tranen in het zwembad. “Jij doet ook altijd zo vrolijk op die stomme weblog van je,” zei zwemvriendin S. vermanend. “Ik had helemaal niet door dat je er zo doorheen zat.” Ik legde uit dat het vooral het moment was. Dat ik het gewoon nu even zat was.

“Ik kan volgende week beter bij het zwembad hiernaast zijn,” zei ik. “Daar geven ze Meer Bewegen Voor Ouderen.” Zwemvriendin S. keek me een beetje boos aan. “Daar ga je weer,” zei ze. En ze had natuurlijk gelijk.

Humor zit in me. Maar tranen moeten er ook uit.

Typically Dutch

“This is typically Dutch,”

Paul hield een schaal omhoog met daarop onze lunch. “We call it ‘knakworst’” We probeerden het woord te vertalen. Knakworst. We slaagden er niet in. We kregen er alleen de slappe lach van.

Ik moet zeggen dat ik zo mijn twijfels had toen Paul vertelde dat de Roemenen al om tien uur ’s morgens kwamen (‘wat moet ik nou om tien uur ’s ochtends met twee Roemenen?’) maar het viel niets tegen. Ze gingen mee boodschappen doen, speelden met de kinderen en ’s middags zaten we heerlijk ergens op een terras.

Aan het einde van de middag kwamen de Portugezen. Paul stak de barbecue aan en ik dekte de tuintafel. Het Roemeense meisje speelde met Lizzy en Annabel. Harmonie alom. Totdat iemand een fles jonge jenever omgooide. “What the f*** is that?” vroeg een van de Portugezen toen hij de penetrante alcohollucht rook. “Jenever,” zei Paul. “Bought it for you. Typically Dutch.”

De Roemenen knikten begrijpend. “Is it as good as the ‘knakworst’?.”