Verlichting

Onze straat vordert langzaam.

Per saldo wonen we nog steeds aan ‘t strand. Maar er zit schot in. De stoep is bijna af, er is gedrild en hier en daar staat al een lantaarnpaal. Waarvan één pal voor ons huis.

Nu is het zo dat wij vrij ‘open’ wonen. Groot raam, weinig smuk en lage beplanting. Daarbij komt dat onze woonkamer boven straatniveau ligt, dus wanneer de avond valt is het al snel ‘uitverkoop’ bij ons.

“Dat ding moet weg,” was het eerste dat Paul zei. Ik maakte nog wat grapjes over het feit dat hij zich niet bedreigd moest voelen door zo’n ‘lullig paaltje’ maar ik was het natuurlijk met hem eens. Zodra de avondverlichting hier werd ingeschakeld, zou ons huis veranderen in een aquarium. En ik ben natuurlijk wel een viswijf, maar dat hoeft niet iedereen te weten.

We besloten actie te ondernemen. Met een handvol goede argumenten zouden we naar de keet van de opzichter gaan. We zouden hem met zijn eigen paal om zijn oren slaan. Ons niet laten vermurwen. De paal weg, of hij weg. Bij wijze van spreke dan.

Maar het bleek niet nodig. Vanochtend, ik deed een poging mijn fiets – met Annabel erop – over een stenen richel heen te tillen, boden twee mannen aan me te helpen. Iets in me zei dat een van hen de baas was. Ik sprak hem aan en hij bevestigde mijn vermoeden. “Nu ik u toch spreek,” zei ik en ik legde hem het lantaarnpaaldilemma voor.

Binnen vijf minuten was het geregeld. Hij zou direct iemand sturen om de paal te verplaatsen. Ik was helemaal verbaasd. Direct belde ik Paul. “De paal gaat weg,” juichde ik. “ Ik heb ze kunnen overtuigen.” Ik wilde hem net gaan vertellen welke goede argumenten ik had gebruikt, welke technische details, toen hij het zei.

“Goed man! Zie je wel, een beetje vrouwelijke charme werkt altijd.”

Ramptoeristen

Ik zette de kop koffie naast de computer.

Ondertussen schoof ik Lizzy’s gitaar opzij. En dat was niet slim. Doordat de klankkast een beetje draaide, maaide de hals mijn koffie om. Plets, de hele ochtendkrant in sepia.

“Kú-O nee!” riep ik uit. “Wat is K-o-nee?” vroeg Annabel. Als kleine ramptoeristjes kwamen de kinderen aangesneld. Belegden meteen een persconferentie. “Waarom doe je dat?” “Is dat koffie?” “Ben je nu boos op jezelf?”

Ik zuchtte even diep. Bah. Ik had net zo’n zin in die koffie. En in de krant. In plaats daarvan moest ik nu poetsen. Ik beantwoordde geen van de vragen en liep verdrietig naar de keuken. Om een dweil te halen.
Jut en Jul dribbelden achter me aan. Uit het keukenkastje pakten ze beiden een vaatdoekje. “Wij helpen je wel hoor,” zei Lizzy. “Wij maken het schoon,” zei Annabel. “Dan kan jij nieuwe koffie pakken.”

En toen was ik niet meer verdrietig.

Van weersomstuit

Gisterochtend, zeven uur.

Het viel me direct op dat het kouder was. Geen korte rokjes meer. Ik hulde me in een witte linnen broek met daarop een zwart T-shirt.

Al toen ik Lizzy naar school bracht merkte ik dat het T-shirt niet voldeed. Te fris. Thuis verwisselde ik hem snel voor een exemplaar met lange mouwen.

Later kreeg ik het weer koud. Die witte broek was veel te ’s zomers. Ik trok hem uit en koos een legerkleurige cargobroek. Die hield me tenminste warm.

’s Middags zat ik weer te rillen. Ik verruilde mijn pumps voor sportschoenen. Met sokken. De dag eindigde op de bank. Met warme thee, sokken, sloffen en een vest.

“Dat doe ik vandaag anders,” dacht ik vanochtend.

Ik trok direct mijn skipak aan.

Prinsesje Annabel

Het is Annie M.G. Schmidt-week. (Klik hier)

En speciaal voor de Annie M.G. Schmidt-week heeft Querido een nieuw boekje uitgegeven. Het boekje van Prinsesje Annabel. Prinsesje Annabel ziet er op het eerste gezicht schattig uit met haar blonde vlechtjes en diamanten kroontje, maar als ze gaat schreeuwen…

De illustraties voor dit nieuwe boek zijn gemaakt drievoudig Gouden Penseel-winnaar Annemarie van Haeringen. Prachtige tekeningen. Maar. Ze hádden natuurlijk ook gewoon bij míj thuis foto’s kunnen komen nemen.

Klik hier voor de tekst van het sprookje over Prinses Annabel.

Es gaat commercieel

Ik ben de beroerdste niet.

Zo testte ik – speciaal voor mijn lezers – online al eens een wimperpermanent, probeerde ik diverse maskara’s, showde kleding & schoenen en verfde mijn haar roze. Dus toen ik een lippenstift van Dior kreeg aanboden om te ‘testen’, vond ik dat best kunnen.

Later bedacht ik me, dat zulks waarschijnlijk helemaal niet door de beugel kon. Dat ik me reclamedingen liet aansmeren – Dior of geen Dior – om er vervolgens in mijn weblog over te schrijven. Toch een soort van omkoperij lijkt me.

Maar goed, er is natuurlijk een verschil tussen op commando juichend een product beschrijven, en er gewoon kritisch naar kijken. Ik bedoel, door de kleine parelmoerdeeltjes (in verschillende kleuren) geeft het stickje een leuke shine (‘extra vibrerende kleuren’ in vaktermen) maar de vijf A-viertjes van het bijgesloten persbericht heb ík niet nodig om mijn mening te vormen.

Ik vond hem er eigenlijk vooral leuk uitzien. Mooi vormgegeven. En hij staat heel chique bij mijn nieuwe teenslippers. Ik voeg hem daarom dan ook graag toe aan de vaste collectie die is gehuisvest in mijn handtas. Nu ik er nog eens over nadenk. Eigenlijk bevalt het concept van dat ‘testen’ me wel.

De komende tijd houd ik me aanbevolen om te testen:

– Restaurants (liefst mét Michelenster)
– Fendi zonnebril
– Een flatscreen.
– Nieuw parket en nieuwe keuken
– BMW 3 Serie Cabrio

Wanneer de nood aan de man is ben ik tevens bereid om in het buitenland te ‘testen’. Zo behoort het testen van een luxueuze villa in Zuid-Spanje of een cruise door het Caribische gebied tot de mogelijkheden.

U kunt mij altijd mailen.

Daar zit een luchtje aan

Minder pellen, meer knoflook.

Kwistig gooide ik de bolletjes – véél handiger dan die losse teentjes – door het groentegerecht. Buurtvrouw C. kwam de keuken binnen. “Zo,” zei ze. “Is er hier een bom ontploft?”

Toen de schaal op de barbecue stond vroeg iemand of Paul en ik by any chance de rest van de week nog vakantie genoten. Of dat we – gezien de lucht die van de groente afwalmde – gewoon een hekel aan onze collega’s hadden.

“Zeg,” zei Paul ineens. “Moeten wij morgenochtend niet naar de tandarts?” Diverse mensen keken geschrokken mijn kant op. “Arme tandarts!” zag je ze denken. Ik snoof de geur van de knoflookbolletjes op. Shit.

Uiteindelijk loste het probleem zichzelf op. De groente werd bovenop de barbecue niet gaar. Toen ik de schaal vervolgens direct op de kooltjes zette – en vergat – brandde alles aan en was het gerecht niet langer eetbaar.

De tandarts had geluk. En ik ook.

Geen gaatjes.

Lekker weertje hoor…

… maar weinig verhullend.

“Waarom heb je zo’n grote blauwe plek op je bovenarm?”
“Mamma is tijdens het winkelen tegen een kledingrek aangelopen.”

“En waarom heb je een pleister op je teen?”
“Mamma heeft een beker op haar voet laten vallen.”

“Je hebt krassen op je knie.”
“Ja. Van de kat van de buren. Die vond het niet leuk dat mamma hem wegjoeg.”

“Waarom heb je allemaal blauwe plekken op je benen?”
“Omdat mamma een beetje onhandig is, schat.”

Als je zon schijnt komt mijn ware aard boven.

Schrijven, trut!

Het mooie weer werkt weblogtechnisch niet mee.

Ik was al gedemotiveerd door mijn haperende computer, een onwillige website en de hieruit voortvloeiende constante stroom aan negatieve gedachten, maar nu het dan ook nog eens tegen de dertig graden loopt, ben ik niet meer naar binnen te branden.

Maar goed. Als weblogger heb je nou eenmaal bepaalde verplichtingen. Dus heb ik mezelf zoeven uit mijn tuinstoel gesleurd en achter de PC gezet. Schrijven, trut. Ja, u leest het goed, als het op mijn lezers aankomt ben ik niet mild voor mezelf.

Wat heb ik in de tussentijd gedaan. In de tuin gezeten. Gespeeld met tuinslang en sproeier (het brengt herinneringen terug, wanneer ik de kinderen door het gras zie huppelen terwijl ze het koude water proberen te ontwijken) en wel honderd keer gekeken of de zelfgeknutselde moederdagcadeautjes nog wel onder de matrassen lagen. (“Kijk, mamma, die mag jij niet zien!”)

Gisteravond heb ik – samen met Paul – gegeten bij engelssprekende (nieuwe) vrienden waarbij ik heb moeten constateren dat mijn Engels toch behoorlijk roestig is geworden. Gelukkig ging het na twee martini’s beter. Maar toch, zoiets zou je beter moeten bijhouden. Zonde.

En vanochtend heb ik heerlijk uitgeslapen. Ik kreeg een geknutselde theepot met een gedichtje, een tekening vol hartjes, een zelfgemaakte broche en daarbij allemaal lekkere spulletjes voor in bad en onder de douche. Beneden stonden er bloemen en glaasjes vers geperste jus, dus de moederdag is helemaal zoals hij hoort.

En nu maken we ons op voor de barbecue. Heerlijk zorgeloos word je van dit weer. Hoe laat is het eigenlijk? Gut, alweer bijna borreltijd.

8)