Ik lurk!

Ik heb het helemaal ontdekt.

De vriendin van mijn ex staat op hyves. Met foto’s van haar kinderen. (Zichtbaar voor iedereen, zo zie ik het graag.) En ze heeft een blog. Geweldig om alle ins en outs van mijn ex’ privé te lezen.

En via via kwam ik op de hyvespagina van B., mijn hartsvriendin van vroeger. Tien jaar geleden kregen we ruzie. We zworen elkaar tot in de lengte van dagen te zullen negeren. Dat doen we nog steeds, maar ondertussen lees ik wel lekker al haar krabbels.

En onlangs kwam ik erachter dat een jeugdvriendje, een ex-huisgenoot (die ik altijd vreselijk vond), mijn gynaecoloog en één van mijn collega’s óók op hyves staan. Ik zou het niet in mijn hoofd halen ze een berichtje te sturen want dan verraad ik mezelf.

Ik vind het juist zo leuk dat ze niet weten dat ik stiekem meelees.

Mooi man, lurken.

Rammelende huwelijksklokken

Ik ben niet getrouwd en dat bevalt me doorgaans prima.

Ik vind bruiloften drakerig, trouwkleding bespottelijk en vrijgezellenfeestjes een beproeving. Hele goede redenen om het stadhuis te mijden, het gipskruid gewoon in een vaas te zetten en de rijst te koken in plaats van strooien.

Tegen de kinderen zeg ik altijd dat je op verschillende manieren kan trouwen. En dat pappa en mamma met hun hart getrouwd zijn. Dat ze zonder woorden, onder de sterren, elkaar een heleboel dingen hebben beloofd. De kinderen vinden dat een mooi verhaal. Ikzelf ook.

Nou wil het geval dat er al jaren een bruidwinkel bij mij om de hoek zit. Normaal loop ik daar met opgeheven hoofd langs. Trouwen is voor bruidjes, maagdelijk in het wit. Ik zou binnen de korte keren een vlek hebben. Of over mijn sleep struikelen. Een snelle blik werp ik naar binnen, meer niet.

Tot een paar weken geleden. Want toen zag ik opeens een Héle Coole Bruidsjurk. Een korte (net boven de knie) met een soort klokvormige minirok. Op het bijbehorende hoedje (precies mijn smaak, dat hoedje) zat een voile. En het allermooiste, bij de jurk stonden trouwlaarzen. Kniehoog, roomwit en helemaal versierd met lovertjes.

Afijn, je begrijpt het al. De bruidsklokken kondigden alarmfase één aan. En sindsdien luiden ze in mijn hoofd. Tatátata Tatátata. Elke keer als ik langs de bruidswinkel loop zie ik mezelf op het altaar staan. In de Hele Coole Bruidsjurk. Geen rammelende eierstokken maar rammelende bruidsklokken.

Paul vond het niks. “Je trouwt toch niet omdat je plots een leuke jurk ziet hangen?” Zei hij. Zijn mening bleef ongewijzigd, trouwen was niets voor hem. De spelbreker. En hij had de Hele Coole Jurk nog niet ééns gezien. Hij wíl gewoon niet trouwen.

Wat denken jullie, zal ik dan de laarzen maar nemen? Ik wed dat díe wel met me willen trouwen!

Ze keken me zó uitdagend aan in de etalage!

Platvoetjetaart

Annabel wilde een Platvoetjetaart

Zaterdag haalden we hem op. Lizzy en ik. Hij was prachtig, met een grote foto van Platvoet in het midden. “Annabel drie jaar!” stond erop, in rode letters. Want rood is Annabel haar lievelingskleur. Thuis zette ik een minisaurus op de taart en borg hem veilig op.

Zondagochtend haalde ik hem uit de koelkast. “Ik kijk nog even!” riep Liz en ze tilde de taart van de kast. “Doe je wel voorz…” Verder kwam ik niet. De doos schoot aan de onderkant open en platvoetje viel met zijn kop op de grond. Flats. Plat.Voetje.

Liz en Bel begonnen tegelijk te huilen. Liz van schrik en Bel omdat haar Platvoetjetaart op de grond lag. “O nee,” was alles wat ik kon zeggen. Gelukkig hield Paul het hoofd koel. “Niets aan de hand,” riep hij en hij raapte de taart op.

Sip keken de kletsen naar de taart. Platvoetje was niet heel erg herkenbaar meer. Lizzy knielde bij de plek waar de taart was gevallen. “Er zit allemaal slagroom op de grond,” constateerde ze. “En cake.” Annabel knielde ook. “Mogen we het opeten?”

Nog vóór ik toestemming gaf verdwenen de eerste happen in hun gulzige mondjes. Giechelend aten ze de gesneuvelde vlokken en stukjes cake. “Leuk hè?” zei Annabel glunderend. Lizzy knikte met volle mond. “Grondtaart!”

En zo kwam het allemaal weer goed. Over de gehavende Platvoet heb ik ze niet meer gehoord. Alleen dat ze nog een stukje ‘grondtaart’ wilden.



Bij de Albert Heyn

Om half vijf liepen we richting Albert Heyn.

De buurman stapte net de deur uit. Hij zwaaide. “Zo,” zei hij. “Nog even gauw een boodschapje?” Ik knikte. “Snel een pizzaatje halen.” Lizzy en Annabel renden al vooruit.

Ergens temidden van supermarktdrukte liep ik vriendin M. tegen het lijf. “Pizza?” riep ze. “Waarom komen jullie niet gezellig bij ons pasta eten?” Lizzy en Annabel sprongen een gat in de lucht.

En dus liep ik met M. mee naar huis. Ze maakte een grote pan pasta terwijl de kinderen (vijf in totaal) in de tuin speelden. Ik roerde in de rode saus en M. schonk me een glas roze champagne in. “Op Annabel,” proostten we.

Om negen uur ’s avonds wandelde ik naar huis. Met twee uitgeputte meiden. Halverwege de straat stuitte ik wederom op de buurman. Ik stak mijn hand op om hem te groeten. Het Albert Heyntasje bungelde aan mijn arm. De buurman keek verbaasd op zijn horloge.

“Zo,” zei hij. “’t Was zeker druk bij de Albert Heyn?”


Eensgezinde meiden in Monkey Town op 20 juni 2008