Een bijzondere botsing

Het is tegen half negen als de telefoon gaat.

“Met vriendin C.” “Hé C.!” “Hé! Moet je nóu eens raden!” “Wat?” “Ik heb een aanrijding gehad.” “O, balen! Veel schade?” “Ja. Auto moest worden weggesleept. Maar weet je wat het bijzondere is?” “Nou?” “Ik heb F. aangereden!” “F.? Zoals in vriendín F.?” “Ja, die! Ik had het eerst niet door, ze stoof zomaar de weg op. Ze was een proefrit aan het maken en probeerde de rem uit. Nou, die deed het wel. Ze stond meteen stil. En ik knalde er bovenop!” “Nee!” “Ja! Mijn hele voorkant zat in elkaar. Ik snap nu waar het woord ‘kreukelzone‘ vandaan komt!” “En toen?” “Toen stapten we beiden boos uit. En op dat moment zagen we het!” “’Hé F!’ riep ik. En zij riep: ‘Hé C.!” “Dat is bizar!” “Ja, maar ook wel grappig. Toen hebben we samen het schadeformulier ingevuld.” “Gezellig.” “Dat nou ook weer niet, we hadden natuurlijk flinke schade. Maar F. zei wel dat jij hier vast en zeker wel een stukkie over zou schrijven.” “Zo, zei F. dat?” “Ja. En ik dacht het ook, ’t is een mooi verhaal toch?” “Tsssk. C. toch! Jullie knallen op elkaar en dan zou ík er meteen een stukje over schrijven?” “Ja!” “Welnee!” “Welja!” “Nou ja, misschien.” “Zie je wel!” “Ik zei ‘misschien’.” “‘Misschien’ betekent bij jou altijd ‘ja’.” “Hm. Jullie kennen me te goed.”

Alternatieve sportles

Stond ik daar gisteravond.

Met mijn zwemtasje bij de kassa. “Mevrouw, we draaien zomerrooster, uw les is een uur geleden al begonnen.” O ja.

Afijn, naar huis gaan, daar had ik geen zin in. Ik besloot op goed geluk bij vriendin C. langs te gaan. We moesten nodig bijkletsen en daar had ik nou nét zin in. Ik stapte weer in de auto en reed naar haar huis. Vriend R. deed open. C. was er nog niet.

Terwijl vriend R. thee zette, bekeek ik hun nieuwste aanwinst. Het leek een soort toetsenbord maar dan zonder toetsen. “Wat is dat?” vroeg ik. “Het Balance Board van de Wii fit.” “Het wát?” “Een Balance Board. Daarmee kan je interactief sporten. Hier, ga er maar eens op staan.” R. zette de televisie aan.

Er verscheen een poppetje in beeld. “Dan ben jij,” zei R. “Je moet hoelahoepen.” Ik bewoog mijn heupen. Het meisje in het scherm begon te heupwiegen. Kleurige hoepels draaiden om haar heupen. “Poe,” zuchtte ik. “Dat is nog flink vermoeiend.”

Na het hoelahoepen ging ik skiën. Dat viel nog niet mee, ik sleepte over alle vlaggen en raakte voortdurend uit de route. Na een paar keer oefenen ging het beter. Maar écht goed, nee. Yoga ging me beter af. Op één been stond ik op het Balance Board. Ik hoorde R. gniffelen toen ik uiteindelijk omviel.

Toen vriendin C. eindelijk thuiskwam stond ik weer te hoelahoepen. “Zeg,” riep ze. “Wat is hier aan de hand? Wat sta jij hier midden in de kamer te heupwiegen? Voor de neus van mijn man?” “Zwemmen ging niet door,” grinnikte ik.

“En nu krijg ik van R. Wii Balance Board-les.”


Add. Op de Wii ben ik een stuk slanker!

Vakantie

De officiële eerste vakantiedag.

’t Weekend had ik al een paar keer het ‘V’-woord* gehoord. De grabbelton was leuk op zaterdag maar op zondag was hij leeg en een tweede was natuurlijk niet meer interessant. “Wanneer komt vriendin L. terug,” vroeg Lizzy. Het kind was die ochtend vertrokken.

Vannacht droomde ik dat ik het vliegtuig moest halen. Ik had opeens op mijn ticket gezien dat ik over een uur op Schiphol moest zijn. Ik had nog géén lijstjes gemaakt en moest alles nog inpakken. Ik kon nergens iets vinden en Paul was niet thuis. Ik probeerde te bellen maar mijn telefoon had geen bereik. Op de achtergrond hoorde ik huilende kinderen.

Nukkig en moe stond ik op. In de badkamer probeerde Lizzy steeds op mijn billen te slaan. “Hou daar eens mee op,” zei ik geïrriteerd. “Maar jij hebt van die leuke dikke zwabberbillen,” riep Lizzy. En bedankt. Nu voel ik me een stuk beter. En met die leuke dikke zwabberbillen moest ik vanochtend nog naar het zwembad ook. Geweldig.

Ik wierp een blik uit het raam. Regen. Regen. En nog meer Regen. “Volgens de krant wordt het vandaag zestien graden,” zei Lizzy verontwaardigd. “Dat is ook niet warm!” “Nee,” zuchtte ik. “Dat is niet warm.” Ik liep naar de keuken om koffie te zetten.

“Lekker, vakantie?” vroeg de hulp toen ze om negen uur binnenkwam. “Nou,” zei ik. “Volgens mij moet ik nog éven in de stemming komen.”

* Verveel

Hoe overleef ik I

De zóveelste regenachtige vakantiedag.

Maak een grabbelton. Laat de kinderen – op hun éigen kamer – zoeken naar kleine rommeltjes. Geef ze een tas om te vullen en vergeet niet de spulletjes te checken alvorens je ze laat inpakken. (Op deze manier redde ik een Dior lippenstift en mijn autosleutels.)

Fabriceer een grabbelton (wasmiddeldoos doet het altijd goed, anders gewoon emmer) en geef de kinderen een krant (stukjes scheuren), cadeaupapier en een rol plakband. Mogen ze zelf de prullaria zelf inpakken. Met een beetje geluk zijn ze daar een flinke tijd zoet mee.

Stuur ze vervolgens met de grabbelton de buurt in. Vinden ze prachtig. (En jij raakt mooi van flink wat zooi af!) Je kunt er eventueel achteraan lopen met een blik van: “Ach, die kinderen hè?” Om ze vervolgens achter te laten bij een vriendje of vriendinnetje.

Kan jíj lekker thuis even lekker met een boek op de bank.

Diepgevroren geluk

Wel eens bloemen gegeten?

Ik wel. Gisteravond in De Saffraan, een restaurantboot in het centrum van mijn woonplaats.

Na de komkommeramuse (met eetbare bloemen) werden we verrast door een (ik ben even oneerbiedig, ik ben tenslotte geen culinair recensent) erwtensoepje uit een reageerbuisje (lekker, maar onhandig), een uitgeholde radijs met hangop en een hapje van opgerold eetpapier gevuld met een toef gepureerde paprika dat nog het meest weg had van een kabouterijsje. En toen moest het ‘normale’ diner nog beginnen.

We genoten van schelvis (in het Engels ‘haddock’ waarna we tot de ontdekking kwamen dat kapitein Haddock van Kuifjes dus eigenlijk kapitein Schelvis heet), rogvleugel (met vleesjus, een interessante combinatie) en tartaar van ‘lamb rack’ (waarbij Paul ‘lamb neck’ verstond en dacht dat hij lammetjesnek at) en tenslotte werden we ‘geprikkeld’ door kabeljauw met brandnetelsaus.

Het toetje (we dachten dat we volzaten maar dat bleek niet zo te zijn) was superbe! Zoet, chocoladerig en gekristalliseerde karamel. Het bolletje ijs dat op een ‘voetje’ van witte chocoladegelei stond, was wat mij betreft de absolute winnaar. Diepgevroren geluk, anders kan ik het niet omschrijven.

Kortom, een zalige avond in een verrukkelijk omgeving. Ik kan er weer even tegen.


De eetbare komkommerbloem

Een bijzonder bericht

Het liep tegen acht uur.

De telefoon van mijn werk stond doorgeschakeld naar mijn mobiel. Twee keer was ik op tijd, de derde keer miste ik de oproep. Ik hoorde het piepje van de voicemail.

Eerst kon ik er geen wijs uit worden. Wat een vreemd bericht. Gerommel. Een kindje. Tv op de achtergrond. Al snel kwam ik tot de conclusie dat iemand geen bericht had willen inspreken, maar vergeten was zijn telefoon uit te zetten.

Ik luisterde nog een keer. “Jézus!” hoorde ik iemand roepen. “Ophouden!” en iets met nasi. Een man en een vrouw. Tussendoor werd er gegrinnikt. Ik kreeg een vermoeden en luisterde de voicemail voor de derde keer af.

– Gerommel -. “Pfffrt” – gelach – “Jézus!” – gelach – “Pppfffffffftt” – gelach- “Ach, hou daar nou ásjeblíeft mee op zeg!” – gelach – “Dat komt door die nasi van jou, van gisteren!”

En toen wist ik het zeker. Iemand had gewoon mijn voicemail volgescheten!

Even doorvragen

Ik breng Lizzy naar bed.

“Wat heb je daar nou staan?” Ik wijs op een glazen potje met water dat op haar bureautje staat. “Kon je geen beker vinden?” Lizzy schudt haar hoofd. “Dat is een zwembad.”

Een zwembad. “En waarom staat dat daar?” Lizzy zucht. “Dat is het zwembad van mijn nieuw vrienden.” Ik knik begrijpend. Nieuwe vrienden. Check. Toch even doorvragen. “En wie zijn dat dan, die nieuwe vrienden?”

Lizzy plukt aan haar kussen. Dit is duidelijk informatie die ze liever niet deelt. “Ze heten Rups & Rups.” Ik werp haar een strenge blik toe. “En waar zijn Rups & Rups nu?” Zuchtend grabbelt Lizzy tussen de chorus knuffels in haar bed.

“Hier.” In haar hand houdt ze een half geopend blikje. Twee regenwormen gluren nieuwsgierig over het randje. “Dit zijn Rups & Rups.” Ik bijt mijn tong af om niet heel hard ‘gétver!’ te schreeuwen.

“Ze zijn heel lief hoor, mamma,” zegt Lizzy verontschuldigend.