Hieperdepiep…


Trackback

Advertisements

Vakantieverslag IV – slot –

Einde tweede week.

Het was een heerlijke vakantie. Echt zalig! Ons hutje was klein, maar voldeed (wie had er bedacht dat er wél een slacentrifuge maar geen kaasschaaf of blikopener moest zijn?!). De camping was aangenaam (fantastisch al die pijnbomen), de zon scheen en de oceaan verzorgde elke dag de achtergrondmuziek.

Elke dag was een verrassing. We gingen paardrijden met de kletsen (“Wat vonden jullie het leukst?” “Dat dat peerd van jou niet doorliep, mamma, en dat jij hem niet op zijn kont durfde te slaan!”) We keken ‘midden in de nacht’ op het strand naar een vuurwerkshow (Lizzy: “Ik ben vét niet-moe!) en we bezochten een goochelshow waarbij de goochelaar (Annabel: “De Vogelaar”) niet op kwam dagen. “Dat is een knappe goochelaar,” merkte Lizzy bijdehand op. “De verdwijnt al vóór hij begonnen is!”

Kortom, het was relaxed. Ik las slechts één boek uit, in die twee weken. Voor het overige was ik te druk met ontspannen. Terrasje, zwemmen, loopje naar de winkel, je zou er nog moe van worden. Gelukkig dat ze bij het zwembad Thai massages gaven, kon ik tenminste weer even bijkomen.

Ook Paul wist zich deze vakantie overigens weer goed te vermaken. Schelpen bleken er weinig te vinden, dennenappels des te meer. Samen met de kinderen ging hij op strooptocht. Vuilniszakken vol moesten er mee naar huis. “Wat moet dáár nou weer mee?” zuchtte ik toen ik de appelberg aanschouwde. Het antwoord had ik kunnen raden. “Mee naar huis nemen voor in de vuurhaard! Fikt als de neten!”

En alsof dat nog niet genoeg was stonden er óók nog eens zes flipperkasten in de ontspanningsruimte. “Ik voel me hier helemaal thuis,” zuchtte mijn man méér dan eens terwijl hij tevreden zijn glas hief naar onze Franse overburen. “Aardige lui trouwens!” Ik grinnikte om zijn ontspannen houding. “Ik dacht dat we de Fransen de oorlog verklaard hadden?” Paul knikte. “Tja, het blijft een beetje een moeilijk volk. Maar vooruit, tijdens de vakantie zal ik er verder niet moeilijk over doen.”

Einde. Voor meer foto’s klik hier:

http://www.slide.com/r/ANja42prtT_lxwQZHEOywj3wP3JynzmR?previous_view=mscd_embedded_url&view=original

“Mamma op het strand” Foto gemaakt door Lizzy.

Vakantieverslag III

Einde eerste week.

De dagen die volgden waren mooi. En in de zon is álles leuk. De kinderen speelden in en om het huisje en keken naar het brutale eekhoorntje dat elke dag kwam bedelen. “Híj vindt het eten hier wél lekker!” zei Annabel op een ochtend. “Tuurlijk,” snufte Lizzy wijs. “Het is een Fránse eekhoorn, joh!”

We gingen ‘bodysurfen’ in de oceaan. Althans Paul. Ik bleef veilig op het strand. “Moet op de kinderen letten,” mompelde ik doezelig. De golven waren ontzagwekkend, maar wanneer het halftij was kon je er prima zwemmen. Paul bouwde met Annabel een groot zandfort en Lizzy vertroetelde een aangespoeld zeepaardje.

Het was leuk om naar de Franse reddingsbrigade te kijken. Keer op keer moesten ze uitrukken om een bodysurfende bierbuik uit de golven te redden. (“Heb je weer zo’n gevierde veertiger die zonodig de pik uit moet hangen,” zei Paul dan.) Zelf deed ik nog een poging – als was ik Pam A. zelf – in hun kielzog naar de naar de branding te zwemmen, maar dat leek natuurlijk nergens op. Pam heeft tenslotte véél langer haar dan ik. En een rood badpak.

Maar hoe leuk het strand ook was, de kletsen vonden het zwembad leuker. (Annabel, onze viespeuk, die zichzelf keer op keer omtoverde tot sorbet wanneer ze zoiets simpels als een ijslolly at, zei: “Op het strand krijg ik vieze hánden!”) Bij het zwembad sloten de kinderen vriendschap met een paar Engelse meisjes, wat de leuke combinaties Lizzy & Lois en Anna & Annabel opleverde. Annabel kwam met haar Dora-engels trouwens goed weg; ze beantwoordde alles met “yes” of “lets go!”. Evengoed zwommen ze, vooral Lizzy, het liefst, met pappa. Snorkels op, duikbrillen mee en flipperen maar. Het oefenen thuis in de badkuip had haar duidelijk goed gedaan.

Ze gedroegen zich trouwens voorbeeldig, de kinderen. Toen Paul Annabel een keer corrigeerde omdat ze hem aansprak met ‘oké maatje,” veranderde ze de zin prompt in: “Oké Koninklijke Hoofdheid!” Kijk, dat vond het hoofd van het gezin oké natuurlijk.

Morgen het slot.


Onze favoriet: “De witte billen-foto”.

Vakantieverslag II

Twee dagen later, 10.00 uur ‘s morgens

Niet dat het nou elke dag mooi weer was. Nee, die nacht kwam het noodweer. Onze eerste ochtend was nat en grijs. De kinderen wilden perse naar het zwembad dus gingen we gezamenlijk à la piscine. Onder een lekkend afdakje keek ik toe hoe Paul het koude water in dook. Ik rilde in mijn linnen broek. Hoe troosteloos kon het zijn?

Die avond besloten we dat we een hekel hadden aan Fransen. De minidisco draaide alleen Franse liedjes en overal om ons heen zaten Fransen. Alle uitleg was, jawel, in het Frans en niemand op de camping sprak een andere taal. Nou is mijn Frans best goed, maar dit ging ook mij te ver. Stelletje xenofobe stokbroodvreters! Ik bedoel, welk volk zet anno 2008, zes jaar na de invoering van euro, nog steeds alle prijzen in de locale ex-valuta overal bij?! “Waarom mogen wij geen lelijke woorden gebruiken,” vroeg Lizzy op een ochtend. “Terwijl jullie kutfransen zeggen.” Oeps.

Evengoed smaakte de Franse wijn prima. Zo ben ik dan ook wel weer. En de kaasjes, de oesters en de pains au chocolat. Minder gecharmeerd van het locale voedsel waren de kletsen. De limonade smaakte vreemd, de melk was niet goed om over het avondeten nog maar te zwijgen. Slechts de spaghetti (van Bertolli!) kon hun goedkeuring wegdragen. “Voor Frans eten is dit best oké,” aldus Lizzy.

Gelukkig had ons huisje een overdekt terras dus ook met slecht weer was het prima toeven. Op een avond keken Paul en ik, beiden gehuld in een deken, vanonder ons afdakje naar het noodweer. Boven de oceaan spleten gevorkte bliksemflitsen de donkere hemel in twee. De storm rukte aan de pijnbomen. We dronken wijn en speelden backgammon. “Spannend hè?” zei ik, terwijl ik mijn man diep in zijn ogen keek. “Wat?” vroeg hij droog, “dit potje?”

Afijn, het was knus en gezellig. En bovendien, er was beter weer voorspeld!

Vakantieverslag I

04.30 uur ‘s nachts

De vakantie begon waar die van vorig jaar eindigde. We reden weg in de stromende regen. “Je moet positief denken,” zei Paul om de zoveel kilometer. Ik hield wijselijk mijn mond. Het laatste nieuws had melding gemaakt van noodweer in Zuid-Frankrijk.

In de middag, nabij Poitiers, wilden we stoppen voor onze overnachting. We draaiden de snelweg af en kwamen direct in een soort hotelwalhalla terecht. En onder het motto ‘geen zon, dan maar luxe’ overnachtten we in een heerlijk viersterrenhotel. Mét zwembad.

Na het vroege opstaan en een middag in het zwembad waren we uitgeput. Een snelle hap, een biertje en net vóór de coma zich aandiende vonden we ons comfortabele bed. Tot twéé uur was het rustig. En toen werd Lizzy wakker. Ziek, zwak en misselijk spuugde ze alle pre vakantiestress eruit. Daarna wilde ze in bad. Ook Annabel werd wakker. Het eerste wat ze zei: “Ik wil naar huis!” Paul en ik konden er de humor wel van inzien. Lizzy knapte op van het bad en nog geen uur later was iedereen weer in diepe rust.

De ochtend bracht een verrassing. Blauwe lucht. Zon. Zingend legden we de laatste kilometers af. We mochten onze caravan nog niet in dus renden we meteen het strand op.

Zon, zee en golven. We waren in Lacanau.

Bijna vertrokken

Gisteravond keek ik op de météo van Aquitaine.

Dat had ik beter niet kunnen doen. Regen. Wolken. Onweer. “Wat doe je toch allemaal?” vroeg Paul toen ik na een half uur nóg zat te googlen. “Ik zoek een site waarop het wél mooi weer is,” antwoordde ik naar waarheid.

Maar die vond ik niet. Dus ging ik maar weer naar de campingsite. Ik bekeek onze cottage, het zwembad en het strand. Alles zag er zonnig en vakantieachtig uit. Ja, dáár wel! “Als het regent is het óók leuk,” zei Paul. “Ja,” zei ik. “Da’s waar.” Maar ik wil gewoon zó graag een zonvakantie!

De spullen zijn ingepakt. Op het laatste moment heb ik een paar extra truien ingepakt. Ik twijfelde even over de regenlaarzen maar besloot ze toch maar thuis te laten. Ik weiger gewoon te geloven dat het zó slecht is dat we met regenlaarzen en poncho’s over de camping moeten baggeren.
Hemdjes heb ik ingepakt. En zonnebrand. Een opblaaskrokodil. Slippers. Bikini’s. Strandlakens. De tas voor onze nachtelijke reis (we vertrekken vannacht om vier uur) staat klaar. Een thermoskan (te vullen met menselijke brandstof; koffie), broodjes en kleine cadeautjes voor de kletsen. We zijn er klaar voor. Een overnachtinghotel zoeken we onderweg.

Afijn, tot zover mijn laatste blogje. Jullie zullen me even moeten missen. En ondanks dat ik júllie óók zal missen, ga ik tijdens mijn vakantie niet bloggen. Ik ga lekker genieten van de omgeving, van de rust en van mijn gezin.

Al dan niet in de regen.