Spokenlogica

Halloween!

Tijd om weer eens een verhaaltje te vertellen in de kleuterklas van Lizzy. Over spoken natuurlijk. En over een eng kasteel. Over vleermuizen, spinnen en spannende kelders. Het is tenslotte Halloween vandaag; we ‘verjagen’ de Keltische geesten met enge maskers, kostuums en spannende verhalen.

Dat van die Keltische geesten heb ik de kleuters maar niet verteld. Daar leken ze me nog wat te jong voor. Wel vertelde ik, terwijl ik de twee uitgeholde pompoenen van lichtjes voorzag, dat Halloween vooral draait om verzónnen verhaaltjes. En dat alles met Halloween vooral nép is. Ik presenteerde het als het Grootste Geheim Van Halloween. Het. Is. Niet. Echt.

Aldus vertelde ik. Over de spookjes die – in mijn verhaal – in het oude kasteel wonen. Die spookjes, kleine deugnietjes met dikke witte spokenbillen, zijn dit keer zélf bang. Ze zijn geschrokken van een gebonk dat uit de kelder komt. Gelukkig blijken de kleuters niet bang en helpen zij de spoken naar de kelder. Het geluid, het harde gebonk, blijkt uiteindelijk veroorzaakt te worden door de tánte van de spookjes. Ze is jarig en wil iedereen uitnodigen voor een groot Halloweenfeest. Spannend maar eind goed, al goed.

Het vertellen was weer heerlijk. De kleuters zaten op het puntje van hun stoel. Dat ze mijn uitleg ‘het is allemaal nep’ goed hadden begrepen, maar desondanks toch behoorlijk door het verhaal gegrepen waren, bleek wel uit de reacties die ik achteraf kreeg. “Die spookjes hoefden helemaal niet bang te zijn voor dat geluid uit die kist, dat was toch maar een verhaaltje.” Vertrouwende één van de helden me toe. Waarop een ander zei: “Maar ja, dat wisten die spookjes niet hè? Dat het nep was!”

Geweldig toch, die kinderlogica!

Advertisements

Vorst: de winter komt!

Wel:

– Warme chocomelk
– Erwtensoep
– Boerenkool
– Schaatsen
– Sleetje rijden/ sneeuw
– Open haard
– Ijsbloemen op de ramen
– Winterzon
– Warme kinderlijfjes
– Sloffen
– Sint / Kerst

Niet:

– Bevroren autoramen
– Statisch haar
– Ijzelregen
– Gladheid
– Files
– Koude voeten
– Schrale lippen
– Afwezigheid zomerfruit
– Bevroren vingers

Open voor aanvulling

Bizarre schoonheidsbehandelingen

Om onszelf mooi te maken gebruiken we:

Poep van nachtegalen in dagcrème.
Sperma van stieren voor diverse haarbehandelingen.
Slijm van slakken en slangen voor een gave huid.
Uitwerpselen van vleermuizen in make-up removers.
Slangengif als anti-aging.
Halfvergane algen als lichaamspakking.
Parels opgelost in azijn als schoonheidselixer.

Oooooo.

Dan was dat lavendel*-kotsbad** van mij gisteravond (* uit flesje ** van ziek Belletje) eigenlijk zo gek nog niet.

Daar zat werkelijk van álles in dat goed is voor de huid.

Op het postkantoor

Ik steek de sleutel in het slot van de postbus.

“Hé Esther!” Ik draai me om zodat ik kan zien wie mij om acht uur ’s ochtends zo enthousiast begroet. Het is A. Een oude bekende die vroeger bij mij in de straat woonde. Zijn vrouw (en kinderen) ken ik van het zwembad.

“Hé A,” groet ik terug. “Dat is lang geleden.” A. bevestigt dat het lang geleden is. Ik werp een blik op de twee kinderen die vrolijk om hem heen dartelen. “Goh,” zeg ik. “Wat zijn je kinderen gegroeid.” A. knikt. Zijn kinderen zijn gegroeid, ja.

Terwijl ik de post verzamel, vraag ik A. hoe het met hem is. “Heel goed,” zegt A. Hij steekt met een trots gebaar zijn handen naar voren. De vingers gespreid. “Kijk.” Ik kijk naar zijn handen. Ik zie niets bijzonders. “Geen ring meer!” zegt A. enthousiast. “Ik ben gescheiden!”

Even weet ik niet wat ik moet zeggen. “O. Eh. Fijn voor je.” mompel ik. “Met mij gaat het ook goed.” En dan maak ik dat ik wegkom. Rare A. Over een scheiding ga je toch niet zo enthousiast doen?

Of ligt dat dan aan mij?

Over de kletsende kletsen

Annabel praat – voor een driejarige – heel goed.

Ze draait haar hand niet om voor moeilijke zinnen en laat zich niet van de wijs brengen door lange woorden. “We hebben Tuffy’s posters met mayonaises aan de bomen gehangen,” vertelt ze de buurvrouw. “Even op mijn bodyloge kijken hoe laat het is.” “Bij de apotheek haal je pillecijnen. O nee. Dat heet ‘melicijnen’.” En mijn persoonlijke favoriet (tijdens het piraatje spelen): “Aan de kant! Aan de kant! Het karton gaat schieten!”

En waar Annabel soms nog moeite heeft de juiste woorden te vinden, is Liz inmiddels zó ‘ontwikkeld’ dat ze alles begint af te korten. “Anna, ik ga nog even naar de wee en daarna aan taaf want we gaan zo eet.” Steevast gevolgd door: “Mag ik dan nog even naar buit?” Nog géén zes jaar en nu al een geheel eigen (turbo)taal. Dat wordt nog wat.

Afijn, ik blijf het een genot vinden. Het is heerlijk om te merken hoe de kletsen creatief kunnen zijn met woorden en zinnen. Hoe ze op dingen komen die ons volwassenen steevast een lach ontlokken en/of aan het denken zetten. Neem nou Bel met haar vraag van een tijdje geleden: “Hoe komen die liedjes in Tuffy zijn buik?” En Liz: “Mamma, ‘lui’ zijn dat altijd mensen die moe zijn?”

Het állermooiste vind ik op dit moment dat Lizzy de ‘uitdrukking’ heeft ontdekt. Waar Annabel nog vaak denkt dat ze alles letterlijk moet nemen (ik tegen Paul na een drukke dag: “Bel is helemaal kapot!” Bel (verontwaardigd): “Niet. Ik ben gewoon heel!”) is Lizzy aan het experimenten gelagen. Dat levert taalpareltjes op als: “Waar is pappa ‘m heengesmeerd?” en “Annabel, kleine dringeland!”

Ik vind het elke dag weer leuk om de kletsen nieuwe dingen te leren. En soms leer ik ook weer van hen. Zoals die keer dat ik de telefoon neerlegde en zei: “Ik zie je, hói!” Annabel vroeg me waarom ik ‘hoi’ zei en ik legde uit dat ik ging ‘ophangen’. Waarop Annabel zei: “Dan moet je geen ‘hoi’ zeggen, maar ‘doei’”.

Toegeven, ze hééft een punt! Dus daarom, speciaal voor mijn eigen kleine wijsneus, sluit ik vandaag op de enige juiste manier af. Ik ben weg. Ik ben naar het zwembad. Tot later.

Doei.

Uitslapen

Tegen elven werd ik wakker.

“Oeps,” dacht ik. “Dat is wel heel asociaal!” Snel sprong ik uit bed en nam een douche. Het rook naar koffie beneden. Een goede reden om aan de dag te beginnen. “Goedemorgen,” zei ik toen ik in de gang de kletsen tegenkwam. “Luie mamma is er weer!” En toen zag ik het. De klokken. Paul had ze allemaal al een uur terug gezet. Het pas tien uur.

Viel het opeens toch nog wel mee met dat uitslapen.

Enge buren

“Een goede buur is niet eng, maar enge buren zijn wél goed!”

Tja. Wat doe je als je een theatervoorstelling tegenkomt die zó wordt aangekondigd. Dan koop je kaartjes. Voor jou en…? Inderdaad. De buurvrouw. En zo kwam het dat ik gister met buurvrouw S. op de voorste rij in het theater zat.

Aangezien we geen idee hadden wat voor soort voorstelling we nou eigenlijk bezochten (de titel: “Potje poekelen” hielp ons ook niet echt verder), waren we aangenaam verrast dat de show een waar (muzikaal) spektakel bleek te zijn. Ik bedoel, je moet er maar op komen om Boney M’s “Ma Baker” zó te brengen dat het nummer opeens over Osama Bin Laden gaat. En dat Nirvana’s “Smells like teenspirit” gecombineerd kan worden met de kabouterdans vond ik ook heel bijzonder. Kortom, S. en en ik hebben ons heerlijk ‘laten entertainen’ en we hebben ons erg, érg goed vermaakt.

Voor wie een indruk wil krijgen van Enge Buren, hier krijg je een ‘voorproefje’. S. en ik maken inmiddels op geheel natuurlijke wijze reclame voor de poekelende heren.

En voor onze buurt natuurlijk.