Herkenbaar?

Een zaterdag-situatie:

Na dagen knutselen aan een ingenieus (maar in mijn ogen totáál onnodig) afzuigsysteem in de kelder (“kijk eens hoe mooi, die buizen, echt industrieel”) is Paul klaar en helemaal tevreden. “Heel praktisch als we een keer moeten frituren!”

Ik knik instemmend, kijk bewonderend, en zeg dan: “Heel prachtig schat. Heel hándig ook. En wil je dan nu alsjeblieft dan eindelijk de Wc-bril repareren?”

Advertisements

Onverwachts

Gister was Lizzy op schoolreisje.

Daarna bleek dat ze vandaag onverwachts vrij zou zijn. Vervolgens ging er onverwachts visite mee naar huis (wat erg gezellig was) en kreeg ik – ietwat onverwachts – een flinke belastingaanslag.

’s Avonds sliepen de kletsen onverwachts vroeg en stond er – geheel onverwachts – een vriendin voor de deur. Zo werd het een onverwachts gezellige avond en ging ik onverwachts laat naar bed.

Vanochtend mocht Lizzy onverwachts ‘stagelopen’ op de peuterspeelzaal waar ik Annabel naar toe had gebracht en dus had ik een erg relaxte ochtend hetgeen totaal onverwachts was. Erg fijn want nu kon ik alvast beginnen met het voorbereiden van te erwtensoep waar ik onverwachts ineens zin in had.

Nu heb ik – ik heb het geteld – wel tien keer in dit stukje het woord onverwachts gebruikt (inderdaad, dat was de elfde) en dat komt voor jullie natuurlijk totaal onverwachts (dertien). Ik wil maar zeggen dat het leven vol zit met zaken die onverwachts (veertien) op je pad komen.

En dat kan dan onverwachts leuk zijn. En dat was vijftien.

Een leuk gesprek!

Heb ik weer!

Ga ik gistermiddag leuk bij oma op visite, word ik uitgekafferd door een bejaarde! Ik dacht eerst nog dat hij een geintje maakte want hij begon – tijdens het eten – te mompelen dat ‘die meneer’ (mijn broer) zijn mond eens moest houden. We hadden de krasse knar vriendelijk toegeknikt en waren vervolgens doorgegaan met het eten geven van oma. Onderwijl gezellig keuvelend.

Maar de bejaarde bleef er een beetje in hangen. “Je moet niet praten, wees eens stil,” mopperde hij. Hij begon zijn stem te verheffen. “STIL!” “O hemel,” riep ik uit, “hij méént het!”. De mevrouw naast ons legde uit dat het bij meneer thuis vroeger altijd doodstil moest zijn tijdens het eten en dat hij dat nu in het verzorgingshuis ook verwachtte. Arme oude baas, dacht ik. Vriendelijk knikte ik hem nogmaals toe.

Waarop hij zich voorover boog, me aankeek, en siste: “En jij, jíj komt zeker van het woonwagenkamp!”

Dat voorspelt weinig goeds!

2009 is het jaar van de os.

En dat komt mooi uit want ik ben een os. Nou heb ik het normaal niet zo op koosnaampjes maar dít gaat over de Chinese kalender. En die is al héél oud.

Paul is een hond. Dat klinkt niet zo aardig maar dat heb ik natuurlijk ook niet zelf bedacht. Weer de Chinezen. Dus dan is het anders, dan mag ik best zeggen dat mijn man een hond is.

En nou stond er onlangs een heel leuk artikel in De Telegraaf. Over alle dieren van de Chinese kalender en wat het nieuwe jaar hen zou brengen. Hartstikke interessant natuurlijk, zeker als het in De Telegraaf staat.

Met mijn jaar zou het wel goed komen. Althans, op het gebied van mijn idealen. Want, zo voorspelde een heel beroemde Chinese meneer (uit Den Haag), ossen uit 1973 konden, mits ze hard werkten, hun idealen verwezenlijken. Helaas stond mijn liefdesleven er wat minder goed voor. “Stroef,” stond er geloof ik.

Maar dan die hond. Die ging het binnen het bestaande gezin voor de wind! Harmonie, geluk, eensgezindheid, van alles werd er geroepen. De relatie zou floreren. “Een goed jaar om te trouwen,” stond er in het stukje. Welja. Trouwen.

Dus nu ben ik boos. Op die hond. Wat denkt hij wel!? Beetje over trouwen gaan lopen zwetsen als het bij mij allemaal zo stroef verloopt. Met een aanzoek komen als ík net druk bezig ben mijn idealen te verwezenlijken. Nogal egoïstisch, he? Echt weer een man hoor, totáál geen begrip voor de gevoelens van een vrouw.

Nee, ik begrijp dat woord ‘stroef’ in mijn horoscoop prima. Goed dat ik het gelezen heb.

En hier is het laatste woord dan ook nog niet over gesproken!

http://www.astrologie.ws/chinast.htm

Verrassend

Ach, die meisjes.

Ze zijn zo lief, zo zoet. Ze houden van poppen, prinsessen, roze en ruches. Zelfs Annabel is helemaal ‘om’. Later wil ze prinses worden en nu is ze een elfje. Dartel zwiert ze het huis door in de flamencojurk die Lizzy inmiddels te klein is.

Ze tutten met de little pony’s. Kammen hun haren en vlechten lintjes. Ze kijken naar Aardbeimeisje op TV en naar Barbie. Uren kunnen ze elkaar ‘opkuppen’ (make-uppen) en ‘verzorgen’. “Stttt,” sissen ze tegen Paul. “Onze baby’s slapen.”

“Kom, we spelen op zolder,” zegt Lizzy tegen Annabel. Ze verdwijnen naar boven. Ik verwacht dat ze gaan moederen. Of verkleden. Of iets anders meisjesachtigs. Maar gek genoeg hoor ik opeens een heleboel lawaai. Geram, gebonk, geschop. “Ze zullen toch geen ruzie hebben?!” denk ik geschrokken.

Boven tref ik twee drukke dames. Verwarde haarbos, rode konen, trui uit, hemd aan. Bedrijvig lopen de meiden met allerhande rommel te sjouwen. Ze kloppen, timmeren en rammen op alles wat in de weg staat. “Wat zijn jullie in godsnaam aan het doen?!” schreeuw ik over het lawaai heen.

Een beetje verbaasd kijkt Lizzy op. “Gewoon,” zegt ze. “We spelen bouwvakkertje.”

Winterefteling

Oké, ik geef het toe.

Ik had gezworen nooit meer een voet op de gelaafde grond van de Efteling te zetten. (Vorig jaar klein drama met klierige kletsen.) Maar ja, als je dan gratis en voor niets een all inclusive dagtripje krijgt aangeboden (via werk), tja, dan is het wel héél onhollands om ‘nee’ te zeggen.

Het gesprek dat we met de kletsen voerden was vriendelijk doch dringend. (“Als jullie gaan zeiken gaan we naar huis.”) En dat hielp. Als waren ze weggelopen uit een spotje van Center Parcs, zo zoet laveerden de meiden door het park. Niets geen gezeur en gemopper, gewoon lekker en ongeremd enthousiast.

We zagen de rode schoentjes, alle sprookjes, de draak (Annabel was hier niet weg te slaan) en natuurlijk de Indische Lelies. We moesten snel naar ‘het draaiende huis’ (Villa Volta) want dat vonden de meiden zo geweldig. We warmden ons aan de knapperende vuren en blancheerden de kinderen in de draaiende kookpotten.

“Ik wil in dat schip,” zei Lizzy aan het einde van de dag. Paul en ik keken elkaar verschrikt aan. Het schip? Dat nare ding waar je maag van in je keel geraakt? Echt niet. “Daar ben je te klein voor,” probeerden we nog. “Nietes,” zei Lizzy. “Mamma moet bij mij blijven,” riep Annabel. Opgelucht keek naar Paul. Hij zuchtte en slofte vervolgens achter Lizzy aan.

“Viel best mee,” zei hij later. “Ik wil nog een keer!” riep Lizzy enthousiast. “We zijn nog niet in de draaimolen geweest,” probeerde ik. Maar nu had Annabel óók iets gezien; de zweefmolen. Dit keer was ik de pineut. Flink misselijk kwam ik er weer uit. De pannenkoek die ik had gegeten zat opeens flink dwars. “We gaan naar de Pandadroom,” fluisterde in Pauls oor. “Dat is gewoon stilzitten.”

Ach ja, alles voor de kinderen. “Het was een geslaagde dag,” zei ik na afloop in de auto. “Zeker,” knikte Paul. “Maar we gaan pas wéér als ze overal alléén in kunnen!”

Effe klaguh!

Uit de catagorie “Klein leed”.

Ik kan slecht tegen lenzen. Een avondje stappen gaat nét, maar veel verder kom ik niet. En zelfs die paar uurtjes kom ik alleen nog door met oogdruppels en veel knipperen. Niet ideaal maar het is niet anders, er zijn ergere dingen.

Een bril dus. En ik moet zeggen – het duurde even – ik heb het geaccepteerd. Helemáál sinds ik in het bezit ben van meerdere exemplaren – en dus elke dag kan kiezen tussen rood, goud, zilver of roze –, vind ik mezelf wel weer aardig fashionable.

Tot zover geen probleem. Maar nu. Nu heeft het medische snelrecht besloten dat ik het moet stellen met een ontsteking precies op de plek waar mijn oorschelp zich aan mijn hoofd hecht. Dat allerbovenste plekje van je oor, zeg maar. Dat plekje, precies, waar het brillenpootje moet zitten.

En nu kan ik dus geen bril meer dragen want dat doet pijn. Tja en wat is dan het alternatief? Ik kan even niets verzinnen. Eigenlijk loop ik al twee dagen gewoon wazig de wereld in de kijken maar dat is natuurlijk niet echt handig. Van het knijpen met mijn ogen krijg ik hoofdpijn. En rimpels!

Kortom, ik last van een onpraktische kwaal. En neem me dan ook niet kwalijk als ik zeg dat ik het –letterlijk – éven niet meer zie zitten.

Ik kijk het maar even aan.

😉