De uitslag

Het leven gaat verder.

En daarom doen we vandaag weer gewoon waar we goed in zijn; we pakken de draad op en gaan aan de slag. “Je gunt de lezers best een hoop ‘inkijk’ in je leven – je blog is haast een soort reality-soap,” schrijft Muts. En dat klopt, dat realiseer ik me. Maar als ik dan de reacties op het overlijden van mijn oma weer lees, dan weet ik ook weer waaróm ik dat doe.

Want het blijft natuurlijk raar. “Het voelt als vriendschap,” schrijft SBB. “Het is net of ik je heel lang en goed ken,” zegt Carton86. Heel grappig vind ik dat. Want ik ken jullie natuurlijk een stuk minder goed. Maar toch voelt prettig. Te weten dat zoveel mensen met me begaan zijn. Dat het een heleboel mensen uitmaakt wat ik doe. En waar ik mee worstel. Voor mij geeft mijn blog mijn leven extra betekenis.

MarionH. schrijft dat ze soms jaloers is op mij als ‘leuke moeder’. Daar schrok ik eigenlijk wel een beetje van. Daarom heb ik hierop meteen gereageerd. Want ik laat natuurlijk niet alles zien. Sommige verhalen geven daardoor een vertekend beeld. Jullie zien mij hoe ik mij wil laten zien. Ik plaats alleen de foto’s waar ik goed opsta, zullen we maar zeggen. (Desalniettemin ben ik blij te lezen dat ik volgens Suzib ‘niet zo eng perfect maar gewoon eerlijk en oprecht’ overkom natuurlijk!)

Er werd van alles gepost. Ontroerende dingen (“Ik lees je blog omdat ik van je hou,” aldus mijn vriendin Kikker), grappige dingen (dat de vriend van Hawahaai inmiddels ook ‘meeleest’ en dat Paul een ‘fan’ heeft in de vorm van de man van Miss. E.) en heel literaire dingen. Supergaaf vond uitspatting van Margje en natuurlijk het gedicht van Goose.

En sommige lezers gaan echt ver terug! Ik blijkt nog opvallend veel lezers uit de Viva (column)tijd te hebben (Jobje herinnert zich zelfs nog waar een van de columns over ging!), er zijn vriendenclubjes ontstaan uit mijn begintijd op het vivaforum en een van mijn lezers heeft zelfs, naar aanleiding van mijn blog, de stap genomen om professioneel te gaan schrijven. Super!

Veel genoemd werd ook ‘herkenbaar’ en ‘raakvlakken’. Met Brie voorop (ik denk dat zij de raakvlakkenwedstrijd wint, al is het alleen maar ze ook zo’n blauwogig serafijntje heeft) blijken mijn lezers en ik veel gemeen te hebben. Of juist niet. “Bij een normaal gezin verloopt ook niet alles volgens de regels,” schrijft Bessie waarbij ze haar eigen opvanggezin relativeert. En Teddie schrijft dat ze, ondanks weinig overeenkomsten en het feit dat zij geen kinderen heeft, toch mijn verhalen over de kletsen graag leest. Leuk!

Kortom, er zijn zoveel redenen gegeven dat kiezen er moeilijk was. “Ik lees je blog omdat jij ‘m schrijft,” postte Susan. “Een dag niet gelezen is een dag niet geleefd,” aldus Kimvaningen. Ik heb gelezen, herlezen, geschift en gewogen en uiteindelijk is mijn keus gevallen op een heel simpele maar super positieve en veelzeggende quote. Die van Pantervrouw.

“Mijn dag is net een beetje leuker met jouw blog.”

Pantervrouw en Bila, mailen jullie je adres door? O ja, de prijs. Ik zou hem verklappen. Jullie krijgen exemplaar van “Ik ben stukjes tekst”, gesigneerd en wel. (Gewoon door mijzelf geprint en gebonden want het is nog niet opgetuurd naar een uitgever.)

Ut nekje

De barbecue smeulde, ik roosterde een paar garnalen.

Een van Pauls collega’s maakte een (nogal) flauwe (vrouwonvriendelijke) grap, waarop ik hem zonder nadenken van repliek diende. “Zòzò,” zei de collega met een zwaar accent. “Ik heur ut al, jie ben thuus ut nekje.” Niet te verstaan, die gasten.

“Wat zei je?” vroeg ik beleefd. “Wát ben ik?” “Ut nekje,” herhaalde de man, terwijl hij een van boven tot onder getatoeëerde arm richting de barbecue bewoog. “Hè is misschien wel ‘t hòòf thuis (hoofdbeweging richting Paul), moar jie ben ut nekje.” Had ik het toch goed verstaan. Het nekje. Vragend keken Paul en ik elkaar aan.

“Joa,” grinnikte een andere collega. “Zò heet dat. Hè is ut hòòf, maar ut nekje beslist woarhèèn ut goat. Als ’t nekje droait, mot ut hòòf mèè.” Aha, op zo’n manier. Terwijl ik de garnalen van mijn spiesje afpeuterde dacht ik er over na. Paul het hoofd en ik het nekje. Zat wel wat in eigenlijk.

Even later wilde het nekje naar thuis. Het hoofd volgde braaf.

Bijna 1 miljoen

Het wordt spannend!

Op het moment dit ik dit stukje schrijf, zitten we nog achtenvijftig bezoekers van het miljoen af.

Wanneer of wanneer zal (hij of) zij zich melden?

Gelukkig heb ik een atoomklok.

Op 26 juni 2009 om exact 9.47 uur mocht Esthers Blog de miljoenste bezoeker verwelkomen.

Binnenkort de uitslag van de wedstrijd.

Mamma, mijn poep beweegt!

Zwakke maag? Lees dan niet verder.

Ik heb gistermiddag ontdekt dat de kletsen wormen hebben (“Mamma, mijn poep beweegt”). Een vrij veel voorkomende (en onschuldige) (kinder)kwaal. Desalniettemin was Paul, my lovely anti-held, natuurlijk weer helemaal overstuur.

Paul is echt allergisch voor alles wat ‘vies’ is. Toen ik ooit een aambei had, wilde hij bijna niet naast me lopen. En ik mocht het woord niet noemen. Ik heb nog ergens een filmpje dat hij kokhalzend een luier staat te verschonen.

Nu heb ik hem verteld hoe wormen (of aarsmaden, zoals ze eigenlijk heten) in zijn werk gaan. Dat ze ‘s nachts je anus uitkruipen om eitjes te leggen (ja, moet hij maar niet zo kinderachtig zijn) en dat je daaraan merkt ‘dat je ze hebt’. Want jeuk.

Na dat gesprek zat hij een tijdje stilletjes op de bank. Hij gaf aan TV te kijken, maar ik zag hem steeds bleker worden. En toen zei hij opeens verongelijkt: “Ik moet er al de hele avond aan denken, ik heb nu steeds jeuk aan mijn reet.”

O sorry hoor schat, maar af en toe ben je echt zó’n lekker ding.


Wanneer komt de miljoenste bezoeker?
Lees & reageer (bij) het stukje van 24 juni.

Inzenden kan tot vannacht/morgenochtend 26 juni 00.00 uur

Een miljoen!

Het komt eraan!

Het magische getal. Het aantal bezoekers met zes nullen! De mijlpaal in mijn persoonlijke bloggershistory. “Als je voor elke hit een euro had gekregen, dan was je nu rijk geweest,” zei Paul gisteravond. Maar zonder die euro’s ben ik natuurlijk óók al rijk! Wan zeg nou zelf, één miljoen bezoekers, dat is toch geweldig?!

En die één miljoen, die wil ik vieren. Met een wedstrijdje natuurlijk. Nou ja, wedstrijdje, zeg maar gerust een wédstrijd deze keer. Een heel bijzondere, met niet één maar twéé onderdelen.

1) Voorspel het moment (datum en tijd) waarop de miljoenste bezoeker ‘langskomt’ en/of:
2) Verzin een originele reden waarom je (na al die tijd/ nog steeds) mijn weblog (elke dag?) leest/ voorleest/doorstuurt.

Voor de meest accurate voorspelling én voor de leukste omschrijving heb ik dit keer, in beide categorien, een heel bijzondere ‘prijs’ die ik uiteraard nog niet verklap. (Je kunt dus ook alleen met 1) óf 2) meedoen.)

Ik zou zeggen, grijp je rekenmachine, neem een kop koffie (of een borrel) en ga aan de slag. Ik moet nog even kijken wanneer de ‘sluitingsdatum’ is, maar voorlopig hebben jullie alle tijd om te posten en om elkaars bijdragen te lezen.

Doe mij een lol en doe even mee!

Inzenden kan tot vrijdagochtend 26 juni 00.00 uur.

Operatie Kampuitbraak

“Nou,” zei mijn moeder vanochtend.

“Ik ben toch zó benieuwd hoe Lizzy geslapen heeft vannacht”. Ik schonk een kopje koffie voor haar in. “Dat kan ik je wel vertellen hoor,” zei ik droog. “Ze heeft uitstekend geslapen. Naast mij in bed.” Mijn moeder dacht dat ik een grapje maakte. Niets was minder waar.

Gisteravond om kwart voor elf belde de juf. Mijn stoere meid, die vorige week nog zonder één kik te geven bij de tandarts een afgebroken tand had laten wegsnijden, had last gekregen van ernstige heimween. “Ik moest steeds aan jullie denken,” zei ze, toen ze om half twaalf vannacht in ons grote bed lag. “En toen werd ik zó verdrietig.”

Verder was ze eigenlijk heel enthousiast. Ze had een geweldige dag gehad en heerlijk gespeeld. De huifkar was leuk, de spelletjes spannend en alle vriendinnetjes waren lief voor elkaar. Op het moment van de heimween na, was het gewoon een heerlijk kamp. Na een (kort) nachtje slapen bracht Paul haar vanochtend in alle vroegte weer terug naar de grote kampeerboerderij.

“Ze kon zo mee naar de ontbijtzaal,” aldus Paul. “Jij was zeker vroeg op,” had een vriendinnetje gezegd. “Ik zag je helemaal niet in de slaapzaal”. Om half negen vanochtend klom Annabel haar hoogslaper uit. Ze had oma gehoord in de gang. “Die Liz,” zei mijn moeder. “Wat een malle meid.” “Lizzy is er niet,” zei Annabel slaperig. “Lizzy is op kamp hoor!”

Afijn, tot zover Operatie Kampuitbraak .

Spannend

Lizzy gaat vandaag op kleuterkamp.

Vrijdag zei ze: “Ik heb drie dagen feest, eerst Annabel haar verjaardag, dan vaderdag en maandag ga ik op kamp.” Maar vlak daarna begon ze te vertellen dat ze het uitje toch ‘eng’ vond. Ze was bang dat ze haar spullen zou kwijtraken. Of de juf.

De bagage is reeds (met een busje) onderweg. Om half tien leveren we de klets af op het station alwaar ze met de trein vertrekt. Bij aankomst staat een huifkar klaar. Na een middag spelen en één nachtje slapen keren ze weer huiswaarts. Morgen halen we haar weer op.

Zelf vond ik het in het begin geen big deal. Het kleuterkamp is altijd een groot succes. Maar nadat ik gisteravond toch een traantje bij mijn dochter zag, (“ik moet steeds aan morgen denken”) moest ik zelf ook wel even slikken. Prompt droomde ík vannacht dat we te laat waren op het station en de trein misten.

Het is maar één nachtje, ik weet het. Maar het voelt nu even alsof ze op wereldreis gaat.

Ach ja, zo kan het ook!

“Goh,” zei Paul. “Wat een boel vaderdagcadeautjes!”

Hij wierp een vragende blik in mijn richting. Ik haalde mijn schouders op. Ik wist van geknutselde fotolijstjes, gedichtjes en een zelfgemaakte zonneklep, maar de pakjes die nu ten tonele verschenen kwamen ook mij niet bekend voor.

“Maak maar open, pappa,” spoorde Annabel aan. “Ja, doe maar,” viel haar zus haar bij. Paul opende het eerste cadeautje; een (ietwat beduimeld) exemplaar van In de ban van de Ring. “Tjee,” zei Paul. “Wat fijn, een boek!” Annabel schoof haar pakje naar hem toe. Shopaholic.

“Leuk hoor,” grinnikte Paul. “Kan ik weer even vooruit. Shopaholic heb ik altijd al willen lezen. En waar hebben jullie die boeken vandaan, meiden?” Lizzy keek met een schuin oog naar mij. Annabel zei zonder gêne: “Uit mamma’s boekenkast.”