Foute plant?!

Dat ik het dus heel leuk vond hè?

Ik bedoel, die plant was in de aanbieding en ik vond hem wel geinig. Mooi roomwit, lekker in de bloem, leuk ding. (Inderdaad, het gaat hier over de plant waarvoor ik laatst op zoek was naar de roze bloempot.)

Dus ik hem gekocht. 1,99 was hij maar. Beetje water gegeven, in mijn mooie roze bloempot en voila op de kast. Stond hartstikke leuk zo op mijn roze dienblad tussen de Blond spulletjes en de foto van Annabel. Al dagen leuk uitzicht op.

Komt gisteren vriendin F. uit A. langs voor een gezellig samenzijn, krijgt ze mijn nieuwe groene aanwinst in het oog, zegt ze zomaar ineens: “Es, een Begonia! Dat kan echt niet hoor!” Dus ik nog: “Hoezo niet?” F: “Dat is een ouwe tantes plant!”

Nou ja zeg!

De minder leuke kant van de zon

We hebben haren gekregen om onszelf onder andere te beschermen tegen de zon. Je ziet het ook bij kalende mannen dat de hoofdhuid het eerste verbrand en niet zo’n beetje ook!

Zelfs als ik nu mensen in de kappersstoel krijg, dan zie ik dat soms door het haar heen de hoofdhuid is verkleurd.

Haren moeten het uv stralen tegenhouden, dat doen ze ook, maar ze lijden er zelf ook onder. De meeste vinden het erg leuk dat na de zomer het haar is opgelicht, maar wat zegt dat eigenlijk…?

De uv stralen zijn net zo schadelijk voor het haar als voor de huid! Alleen kan je van de zonnestalen op je huid flink last krijgen of ziek worden. Het haar daarin tegen voel je niets van, maar na een lange zomer is het haar futloos, droog en de kleur loopt snel terug.

Wil je dit alles nu liever niet, schakel dan vanaf nu over op een nieuwe shampoo en stylingslijn. Laat de producten die je had staan voor in september en koop een nieuwe serie met uv-filter.

Je begint met het wassen en conditioneren van je haar met deze speciale zonnelijn, zodat je zeker weet dat alle chloor en zout resten uit je haar verdwijnen na een dagje strand of zwembad.
Daarna gebruik je je schuim, gel of wax zoals je gewend bent, maar dan ook van een speciale zonnelijn. Hierin zit een uv filter (tegenwoordig waterproof te verkrijgen) en je weet zeker dat je je haar maximaal beschermd tegen de heerlijke maar oh zo verraderlijke zon!

Prettige vakantie


Marielle Bastiaansen

De taalcreativiteit van Annabel

Ik heb een ‘herinneringsplekje’ gemaakt.

Wat bloemen, een schilderij dat altijd bij oma en opa thuis hing en een paar kaarten. “Het altaartje,” noem ik het. Annabel vindt het prachtig. Alleen dat moeilijke woord, dat kan ze maar níet onthouden. “Ik ga even bij omi’s tartaartje kijken,” hoor ik haar zeggen.

Het gaat goed met Annabel, ze wordt steeds wijzer. Praten deed ze al uitstekend maar tegenwoordig begint ze ook te ‘spelen’ met taal. En dat levert de nodige hilariteit op. “We krijgen nieuwe rozijnen,” vertelde ze de buurvrouw. (Dat moesten natuurlijk kozijnen zijn.)

En voor moeilijk dingen heb je moeilijke woorden. Zo vond de kleine klets spelen met de strijkkralen maar een ‘prutzelwerkje’ en trok ze een streep over mijn rug, van mijn nek tot mijn billen, met de vraag of ik wel wist dat dat ‘ruggendraad’ heette.

Ook uitdrukken gebruikt ze met verve. “Lizzy, pas op,” riep ze onlangs. “Je struikelt je nek erover!” En toen ze even later buiten speelde: “Wat is het warm, mijn bloed heeft het zó heet!” Zuchtend vervolgd door: “Was het maar winter, dan is alles vervroren.”

Maar de allerleukste vind ik nog wel de taalsnack die ze me een tijdje geleden ‘schonk’. Ze speelde op haar kamer en toen ik plotseling binnenkwam riep ze verongelijkt:

“Mamma! Ik schrik me een haartje!”

Vakantiegevoel

De kinderen hebben vakantie en ik vind het zalig!

Om te beginnen sta ik heerlijk relaxed op. In mijn eigen tempo. Rustig douchen, tutten en ontbijten. De kletsen slapen of dreutelen om me heen. Eindelijk even geen onopgemaakte Ma Multitask maar gewoon mijn ontspannen zelf.

Vervolgens in alle rust naar mijn werk. Geen kip op de weg dus lekker doorrijden. Geen gestress bij het stoplicht, geen ergernis over verdwaalde automobilisten en vooral géén last van fietsende scholieren. (En geloof mij, dat laatste maakt héél veel verschil bij mij in de buurt!)

En dan, na een dagje werken, de avond. Geen gemopper over vroeg naar bed gaan. Het is vakantie dus we blijven later op. Nog even schommelen, een ijsje, kopje koffie bij de buren en tenslotte uitgebreid in bad (want vieze voeten!). Lizzy is acuut een stuk beter gaan slapen.

En als de kinderen onder zeil zijn drink ik met Paul een wijntje. In de tuin of lekker op de bank. Ik kijk televisie (House), lees een boek (Joe Speedboot) of zit achter mijn laptop. De tuindeuren zijn open en ik hoor zomergeluiden vanuit andere tuinen. Vakantieachtig, dat is hoe ik me voel.

En dan moet onze échte vakantie nog beginnen!

Kakje

Ik heb een nieuwe plant gekocht.

Op zoek naar mijn roze bloempot struin ik door de kamer. Waar is dat ding toch? Heb ik hem misschien buiten gezet? Mopperend gooi ik de tuindeuren open. “Wat zoek je,” roept Lizzy vanachter een berg barbies.

“Ik ben mijn roze bloempot kwijt,” zeg ik. “Je weet wel, dezelfde als waar de palm in staat, maar dan kleiner.” Lizzy weet direct welke bloempot ik bedoel. Sterker nog, ze weet waar de bloempot ís. “Ik haal hem wel even.”

Even later sta ik met de bloempot in mijn handen. Van het roze is nog maar weinig te zien. De pot is gevuld met vieze drek. Zand en modder van het smerigste soort. “Hoe komt die pot zo vies,” mopper ik. Lizzy haalt haar schouders op.

“We hebben er kakje mee gespeeld.”

Het nachtleven

Vriendin F. zit gebogen over de wijnkaart.

“Es,” zegt ze. “We nemen de viogner.” Ik kijk op van de menukaart. “O ja?” antwoord ik. “We moeten wel,” zegt F. “De viogner is ‘ingetogen, sensueel en licht voluptueus’.” “Goede keus,” knik ik. “Een wijn die op ons lijkt.”

We hebben de hele dag gewinkeld. De wijn is meer dan welkom. En hij slaat behoorlijk in. Echt ingetogen gedragen we ons niet. En licht voluptueus zijn we natuurlijk al. Na een glaasje of wat schommelen we naar huis. Heel sensueel.

Hoewel we op tijd naar bed gaan lig ik nog lang wakker. Ik ben het slapen in een vreemd bed duidelijk ontwend. Vreemde geluiden, ander licht en ander donker. Ik slaap onrustig en word wakker met twee ontstoken ogen, een verdraaide nek en hoofdpijn.

Moe, verfrommeld en met opgezette ogen stap ik die ochtend bij Paul in de auto. “Wat zie jij er uit!” roept hij verschrikt. “Wat hebben jullie uitgespookt?” “Ach ja, het Amsterdamse ‘nachtleven’ he,” grinnikt F. “Daar kan Es niet zo goed tegen.”

Al draagt een aap een …

Op het perron is het druk.

Mensen stromen. Ik drijf mee. Tweede klasse, tweede klasse. Het enkeltje in mijn zak voelt bijzonder veilig. Eerste klas naar Amsterdam. Die ene keer dat ik mezelf per trein verplaats, doe ik dat in stijl.

Eenmaal in de trein geraak ik in een soort draaikolk. Mensen whirlen. “Die kant is vol,” roept iemand. “Die kant ook.” Ik sla af naar de eersteklascoupé. “Sorry,” roep ik in het wilde weg. Ook op de trapjes zitten mensen.

Ik ga zitten en haal het boek “Bestseller” van Paul Sebes tevoorschijn (ja, ook ik geloof in wonderen!). Ik heb echter nog geen halve zin gelezen als de deur naar de eersteklascoupé weer opengaat. “Zie je wel,” zegt de zojuist binnengekomen man tegen zijn vrouw. “Zij is hier óók gewoon gaan zitten.”

Tot in Amsterdam bid ik vol overgave om een conducteur. Hij komt niet.