De laatste dag

Dat is toch zo gek.

Dat ik me de laatste dag van het jaar zo druk maak. Dat ik naar de winkel blíjf vliegen. Hamster alsof ik een oorlog verwacht. Dat ik het gevoel heb vanavond alles ‘perfect’ moet zijn. Alsof die laatste dag bepalend is voor de manier waarop het jaar de geschiedenis in gaat.

Onzin natuurlijk. Het enige wat we echt nodig hebben is champagne en daar ligt de koelkast vol mee. En een oliebol zou wel lekker zijn maar die gaat Paul zo meteen bakken. Tenminste. Als we nog wel vet hebben. Dat zal ik zo even checken. Anders kan ik nog wel even naar de Super.

Waarom word ik toch altijd zo zenuwachtig rond oud & nieuw? Het lijntje tussen 2009 en 2010 is dun, maar ik gedraag me alsof er een enorme scheur zit. Een gapend gat waar ik me goed op moet voorbereiden. Waarom relax ik niet gewoon het jaar uit, net als ieder ander? Ineens wil ik dwangmatig al mijn fotoboeken bekijken, de kinderen knuffelen en de quiche bakken waar ik nog nooit aan ben toegekomen.

Het lijkt wel of ik bang ben dat ik zal falen. Maar wat kan er nou helemaal misgaan? Ik bedoel, dat nieuwe jaar komt er toch wel.’t Is geen examen. Ik loop niet het risico dat straks mijn hele vriendenkring ‘over’ is en ik ben blijven zitten in dit jaar. Toch? Of ben ik stiekem toch bang om ergens in dat gapende gat terecht te komen?

Afijn. Ik zal zo eens mijn recepten voor de hapjes gaan zoeken. En misschien kan Paul even kijken of we genoeg aanstekers in huis hebben voor het vuurwerk. En of de frituurpan het nog doet. Zou iemand het merken als ik vast aan de champagne ga, gewoon om rustig te worden?

Advertisements

O ja, dat kan ook!

Gesprek met broer.

Ik: “Zo, ik héb me toch lekker geslapen!”
Broer: “O ja?”
Ik: “Ja! Nul keer mijn bed uit!”
Broer: (waarderend) “Zo, gaat het zo goed, dan ’s nachts met de meiden?”
Ik: “Nee. Helemaal niet.”
Broer: (verward) “Huh?”
Ik: “Ze zijn uit logeren.”

Een snaak, zo’n pastinaak!

Een tijdje geleden at ik rode kool op maandag.

Daarover kreeg ik tijdens de aquarobicsles enkele opmerkingen. Rode kool op maandag zou ruzie geven. Net als zout. Daar had ik echter die maandag niets van gemerkt. Maar het bleef wel hangen. Ik at nooit meer rode kool op maandag. Wel op dinsdag.

Gisteravond, een gewone maandagavond, aten we pastinaak. Ik had er een soepje van gemaakt. Met gember en sinaasappel. Was er best druk mee geweest. Paul vond het lekker. De kinderen (en ik) niet. Tijdens het diner kregen we ruzie. Paul en ik. Nou ja, ruzie. We hadden woorden. Dat had verder niets met de pastinaak te maken, maar toch. Ik ging nijdig naar het zwembad.

Gelukkig was het over toen ik weer thuiskwam. De warme douche had alles weggespoeld. We waren weer vriendjes en beloofden beterschap. De rest van de soep verdween in de gootsteen. Ik nam mooi geen risico meer met die pastinaak.

Geen aanrader dus, pastinaak op maandag. Ook niet zonder de ruzie trouwens.
Maar dat is weer een ander verhaal.

Kerstverhalen


Zo, daar ben ik weer!

Jullie dachten vást dat ik in de cel zat. Drie dagen niet posten; dat is toch niets voor mij? De waarheid is dat ik de afgelopen dagen zó druk was, met niets doen, dat ik geen tijd had om ook maar een letter te typen! Ik werd gisteren ook pas om half twaalf wakker, tja, dan zijn de dagen gauw om!

Ik hoop dat jullie een fijne Kerst hebben gehad. Hier was het heerlijk! Ik vond het fantastisch toen ik op eerste kerstdag de gordijnen opentrok en overal sneeuw zag! Een echte witte Kerst, wie had dat kunnen denken. Oké, het ging in de loop van de dag dooien (Paul zei, toen we naar de auto ploegden, “Het is meer een bruine Kerst!”). Toch voelde ik me kerstiger dan ooit.

Onder de boom lagen een paar cadeautjes. En dat terwijl ik had gezegd dat er écht niets zou liggen. Echte verraste gezichten, die zijn toch het mooist! Tijdens de brunch maakten we de cadeautjes open. Tuffy kwam helpen en nam ondertussen een duik in het kommetje poedersuiker. Geschrokken fladderde hij weg; een witte wolk achterlatend. “Wat leuk,” zei Lizzy. “Tuffy is verkleed als kerstengel!”

We vierden Kerst met jong en oud. ‘Oud’ in de vorm van Pauls oma (van zesennegentig) die ons wederom verbaasde met haar scherpzinnigheid. (Haar verhalen over hoe Kerst vroeger werd gevierd zijn super!)
De jongste telg was mijn verse neefje Alek. Hij lag vooral lekker te slapen. Annabel versleepte de reiswieg tot hij precies onder de kerstboom stond. “Zo,” zei ze. “Nu hebben we een écht kindje Jezus.” Aleks grote zus Elena probeerde ondertussen alle kerstkransjes uit de boom te gappen. Gelukkig dat haar nichtjes Lizzy en Annabel een oogje in het zeil hielden. (Annabel: “O, wat is Elena toch een dondersteen!”)

“Derde kerstdag”, gisteren dus, gingen we naar de film. (Paul had me niet helemaal goed begrepen en zei: “Ja! Gaan we naar Avatar!” Waarop ik zei dat die vást een beetje te moeilijk was voor Annabel.) Het werd Alvin en de Chipmunks. Twee uur later stuiterden we de bioscoop uit, achter een krijsende Annabel (lopend op handen en voeten) aan. Ze had besloten dat ze vanaf nu een Chipmunk zou zijn.

En nu is het alweer maandag. Nog maar vier dagen tot het nieuwe jaar. “Waarom gaat de tijd eigenlijk sneller als je iets leuks doet?” vroeg Lizzy vanmorgen. Ik moest haar het antwoord schuldig blijven. Waarom gaat de tijd zo snel als je iets leuks doet. Ik weet het niet. Ik weet alleen dat het hele jaar is omgevlogen. Tja, dat zal dan wel betekenen dat ik het hele jaar ‘iets leuks’ gedaan heb.


Ons eigen kindeke Jezus onder de boom.

Slechter-ik

Ai ai ai. Slechter-ik.

Kom net terug van boodschappen doen. Tref aan; pakje grasboter van Campina. Niet afgerekend. Gewoon in mijn handtas terecht gekomen.

Te goeder trouw natuurlijk. Wist ik veel. Ik bedacht op het laatst dat ik pakje grasboter zou kopen. Heb het gewoon in ‘t verkeerde gat gemikt. Ben nu officieel crimineel. O, mijn arme dochters. Wat zal er van ze terecht komen.

Het is nu wachten tot ze me komen halen. Vrees voor loeiende sirenes en handboeien. Vrees voor spektakel. Zal me hevig verzetten maar win natuurlijk nooit van tien agenten! Wordt eenzame kerst voor mij in ongezellige cel. Koud. En op water en brood.

Als ik de komende dagen niet blog, dan weten jullie waarom.

To do en to don’t

Esthers to do’s en to don’ts voor 2010

To do in 2010

1. Thriller afmaken
2. Vijf kilo (of meer) afvallen
3. Lekker sporten
4. Fietsen naar mijn werk
5. Leren koken

To don’t in 2010

1. Sms-en in de auto
2. Smokkelen op de weegschaal
3. Met mijn sokken aan slapen
4. Alleen kerstkaarten sturen aan wie mij stuurt
5. Ruziemaken met Paul per e-mail
6. Langer dan één uur met F. bellen
7. Toetjes van de kletsen opeten
8. Internetten onder werktijd
9. De kinderen gebruiken om mijn zin te krijgen
10. (Heel) kwaad worden op voorwerpen.

Hm. Het lijstje ‘To do’ is veel korter dan ‘To don’t.
Een rustgevende gedachte.
2010 kom maar op!

En jij? Maak jij het jezelf ook makkelijk in 2010?
Of zit je (nu al) onder de plak van je eigen voornemens?

Oeps…

“Nérgens aankomen!”

Annabel haar kleine handje zweeft boven de glazen kerstengeltjes. Als ze mijn dreigende blik ziet, laat ze hem snel weer zakken. Als mamma zó kijkt, is het ernst. Een verkoopster knikt goedkeurend.

We slenteren langs de gekleurde ballen. De kerst schittert ons tegemoet. Tussen de glinsterende versiering hangen takken mistletoe.
Boven ons hoofd fietst een kerstman heen en weer.

“Páts….”
De verkoopster en ik draaien tegelijk ons hoofd om. De kinderen kijken ons verschrikt aan. “Wij deden niets,” zegt Lizzy. “Echt niet.” zegt Annabel. Twee paar lege handjes worden naar ons uitgestoken. “Kijk!” Grote, onschuldige ogen.

“Sorry,” klinkt het iets verderop.
Automatisch kijken de verkoopster en ik over de hoofden van de kinderen heen.
Tussen de pieken en het engelenhaar staat Paul. In zijn hand heeft hij een kapotte kerstbal. “Ik kneep helemaal niet hard,” zegt hij.