Dagje Belgie

Dat had ik natuurlijk niet moeten zeggen, dat er niets meer mis kon gaan.

We waren nog niet bij Utrecht of Annabel spuugde de hele auto onder. Dat heeft ze af en toe. Van die acties. Eerst is het even mopperen, dan gooit ze alles eruit en daarna is ze zo goed als nieuw. Praktisch. Maar niet fris.

Zo goed en zo kwaad als het ging ruimde ik de troep op (altijd leuk!). Lizzy was not amused dus bleef ik maar achterin zitten om de gemoederen tot bedaren te brengen. Tegen de tijd dat we bij schoonzus en zwager in Belgie aankwamen had ik een hernia van ingeklemd zitten tussen twee kinderstoeltjes.

Er was niemand thuis. Zat ik daar met een bijna bloot Belletje. (Kleertjes uitgetrokken en haar in mijn vest gewikkeld). Na even wachten en nog een rondje rijden stonden we bijna op het punt om weer naar huis te gaan toen schoonzus en zwager rustig aangewandeld kwamen. Verwarring alom; ‘huh, jullie zouden toch later komen?” Etcetera.

Ik kwam weer helemaal tot rust toen ik een lekkere latte kreeg en even rustig op de bank zat. Het werd een heerlijke, relaxte en supergezellige dag. ’s Avonds wandelden we naar een boshuisje waar we zouden gaan eten. Onderweg begon het weer te sneeuwen. Gelukkig hadden we de slee meegenomen. Man, wat was het mooi, daar in het Belgische!

“Het lijkt wel een sprookje,” zuchtte Lizzy op de terugweg. Annabel zei niets.
Die was op de slee in slaap gevallen.

Advertisements

Auw!

Stel je voor dat je een stropdas draagt. En dat je bij een lift staat. Je wacht.

Net op het moment dat de liftdeuren opengaan, en jij een halve stap naar voren doet, opent er achter je iemand een deur. Door de tochtvlaag waait je stropdas op. Je kijkt om terwijl de stropdas in de lucht zweeft. Tegelijkertijd gaan de liftdeuren alweer dicht en zakt de lift een stukje omlaag. Zonder jou maar met de stopdas.

Je stropdas zit gevangen tussen de liftdeuren en jij wordt ruw naar voren getrokken. Je staat met je lichaam tegen de lift geperst en je linkerwang klapt onhandig tegen het koude staal van de liftdeur. Je handen hangen nutteloos langs je lijf, je zit klem. En goed ook!

Draai de lift in gedachten vervolgens een kwartslag: stel je voor dat de gleuf tussen de deuren, daar waar je stropdas klem zit, niet verticaal maar horizontaal loopt. Een op elkaar geperste streep van links naar rechts. En bedenk tenslotte dat de liftdeuren niet van ijzer zijn, maar van glas.

Voor het laatste onderdeel is het noodzakelijk dat jezelf naakt ziet. Althans je bovenlijf. Stuur je gedachten naar de ingeklemde stropdas en bedenk dat dit geen stropdas is, maar je linkerborst. Denk er onaangenaam gevoel en een ziekenhuisluchtje bij.

Gelukt? Plaatje compleet? Auw? Mooi. Dan weet je nu hoe het is om een mammografie (borstfoto) te laten maken.

De uitslag was gelukkig goed.

PS Voor mannen is het misschien leuk om ‘piemel’ in plaats van ‘linkerborst’ te lezen.

Uit/Van de Oude Doos

Gisteren kreeg ik bezoek van mijn favoriete accountmanager (zo noemt hij zichzelf en ik ontken dat niet, hij zal die titel dus wel verdienen). Mijn favoriete accountmanager kwam, behalve een kop koffie, óók verhaal halen.

Dat zat zo. Van een collega, bij wie hij voor mij iets moest regelen, had hij een ‘bijzonder’ verhaal gehoord. Over mij.

“Volgens mijn collega schreef jij vroeger columns in de Viva.”
Hij keek me aan alsof ik zojuist uit de kast gekomen was. Hij sprak het woord ‘Viva’ een beetje afkeurend uit.

“Dat klopt,” zei ik.
Ietwat geschokt ging mijn favoriete accountmanager verder. “En hij zei ook dat je eens een column had geschreven over orale bevrediging.” Daarop schoot ik in de lach. Orale bevrediging. Nogal een onderwerp om met een accountmanager te bespreken! (Ook al is het dan je favoriete.)

“Je collega heeft wel een goed geheugen,” merkte ik op. “Hij heeft het over een column van acht jaar geleden.” Ik vond het jammer dat ik niet bij dat gesprek tussen mijn favoriete accountmanager en zijn collega was geweest en deed er nog schepje bovenop door te zeggen dat ik ‘wel ergere’ dingen had geschreven.

En zo zie je maar weer. Wie schrijft die blijft.
Publiceer je in je jonge jaren eens een column over pijpen, word je er acht jaar later door je accountmanager op aangesproken. Zit je over orale bevrediging te praten in plaats van ziekteverzuimverzekeringen

Heel verrassend.

Mis- en weerstanden

Enige dagen geleden kreeg ik een bus Enkhuizer Jodekoeken in mijn schoot geworpen. Van Lotus Bakeries in Enkhuizen. (Dat Enkhuizer Jodekoeken uit Enhuizen kwamen leek me nogal logisch, maar dat terzijde.)

Niet alleen bleken de Nieuw! Choco! Jodekoeken erg lekker, er bleek zich ín de verpakking ook nog eens een waanzinnige tip te verschuilen!

“Ideaal als bewaarbus voor het hele gezin,” stond er aan de binnenkant van het etiket. De bus leek míj wat klein om het hele gezin in te bewaren maar dat was natuurlijk ook niet wat de fabrikant van de Enkhuizer Jodekoeken voor ogen had.

Er werden ‘enkele voorbeelden’ gegeven. De bewaarbus kon worden gebruikt om rijst, naaibenodigdheden en knikkers in op te slaan. Kijk, daar kan de huisvrouw iets mee. Koffiebonen konden er ook in. Nog zo’n goed idee!

Afijn, ik kon niet wachten om de bewaarbus in gebruik te nemen. Fluks at ik alle jodenkoeken op terwijl ik de plaatjes op de achterzijde van het etiket bestudeerde. Wat zou ik in mijn nieuwe aanwinst gaan bewaren?

Ik hoefde er niet lang over na te denken. Het middelste plaatje sprak me direct aan!. Weerstanden! Echt, eindelijk was ik van die slingerende dingen af. Man, wat werd ik dáár gek van. Het hele huis lag er vol mee. Weerstand hier, weerstand daar, de hele dag door. En eindelijk had ik er een plek voor. Vanaf nu gaat alle weerstand die ik hier in huis ondervind in mijn nieuwe bewaarbus. Zal ik dáár even mooi vanaf zijn?!

Ik ben Lotus Bakeries uit Enkhuizen eeuwig dankbaar.

Absolute stilte!

Het was er warm en broeierig.

Het vuur, of wat daar voor door moest gaan, maakte een zacht tikkend geluid. Twee grote kristallen gloeiden roze op. Vaag rook ik de geur van rozen.

“Absolute stilte!” Met een streng uitroepteken.
Blijkbaar, dacht ik, bestond er ook zoiets als relatieve stilte. Hoe dan ook, de snurkende man op het bankje verderop had er geen boodschap aan. Absoluut of relatief. “Gggg, nggg,” raspte hij.

Ik ontdekte al snel dat de absolute stilte geen positief effect op mijn ontspannings-gen had. Mijn oren begonnen te suizen en ik hoorde mijn eigen hart kloppen. Vooral dat laatste maakte me nerveus. Hoe hard mag een hart kloppen tijdens de absolute stilte? Van die gedachte, en het feit dat het tachtig graden was, kreeg ik het bloedheet.

Het zweet liep in straaltjes naar beneden. Als ik mijn tenen bewoog wiebelden mijn blote borsten mee. De man naast me wist niet of hij op zijn linker of rechterbil moest zitten, het bankje blééf maar kraken. Een klein geluid dat door de absolute stilte flink werd uitvergroot en pijn aan mijn oren.

Misschien moet hij wel een wind laten, dacht ik. Die wiebelende billenman. Dat kan toch? We laten wel twintig winden per dag en het is heel ongezond om ze binnen te houden. Hoe zou het zijn, dacht ik, als iemand nou eens heel hard tijdens deze absolute stilte een wind zou laten? Dat soort gedachtes had ik. Je moet toch wát doen als je niet mag praten.

Kortom, ik was blij toen de zandloper aangaf dat de tijd erop zat. Opgelucht liep ik naar buiten en trok mijn badjas aan. Je zou zeggen dat ik, met twee kleine kinderen, kon genieten van stilte. En normaal kán ik dat ook. Maar niet van absolute stilte blijkbaar. Dat weet ik nu.

Doe mij maar een relatieve.