Officiele waarschuwing: Pas op!

Ouders die overwegen met hun kroost naar iep te gaan, let op!

Het bezoeken van deze Nederlandse film is, in tegenstelling tot eerdere berichten, niet geheel ongevaarlijk. U loopt het risico dat uw kinderen, na het zien van iep, besmet raken met het iep-virus.

U herkent het iep-virus bij uw kinderen aan de hand van de volgende ziekteverschijnselen:

– Niet meer praten maar iepen.
– Eten van insecten (spinnen) en wormen
– Vragen om broodjes ‘pindikees’
– (Poging tot) fladderen.

Als u denkt dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen is een waarschuwing op zijn plaats; sinds ik gisteren iep bezocht zit ik thuis met twee iep-miepen die 1) niet normaal meer praten 2) fladderen en 3) ‘dieg’ ipv ‘dag’ zeggen. Ik bedoel maar.

Goed. Tot zover mijn waarschuwing. En gaat u tóch met het spul naar de film, weest u dan voorbereid op dit bijzonder hardnekkige virus en zorg dat u komende tijd ramen en deuren dichthoudt om te voorkomen dat uw gebroed naar het Zuiden zal vliegen.

Was getekend,
Een bezorgde moeder.

Advertisements

Updateweek; mijn gezondheid

Tja, wat zal ik er van zeggen.

Met mijn gezondheid gaat het goed.
Ik ben alleen aan het voorjaar toe. Ik vind mezelf zo bleekjes, ik heb pukkels, ben een paar kilo zwaarder. Maar dat zijn uiterlijke zaken, échte gezondheid zit van binnen.

En van binnen zit het goed. Denk ik.
Je weet het nooit zeker. Hoor je weer zo’n verhaal van een kerngezonde man of vrouw die binnen een paar maanden gewoon wordt opgegeven. Dat kan ons allemaal gebeuren en dat vind ik behoorlijk eng. Dan maak ik me zorgen. Om mezelf maar ook vooral over mensen in mijn omgeving.

Wat de reuma betreft; die houdt zich rustig. Laatst die lamme vlerk, maar daarvoor een jaar geen last. En ik weet nu dat zo’n aanval redelijk snel weer over is. Dat maakt het niet minder pijnlijk maar wel minder bedreigend. Prima mee te leven dus. En laatst zijn er nog foto’s gemaakt, daar heb ik over geblogd, van borsten en longen, die waren allemaal goed. Kortom, niets te klagen.

Dat doe ik natuurlijk wel. Klagen. Iedereen heeft wel wat te klagen, toch? Ik ben harstikke moe, al weken. Zoals ik al zei, ik ben toe aan het voorjaar.

Updateweek; De Tweede Tuffy

Inderdaad, het beestje op het plaatje is onze ‘tweede Tuffy’.

De eerste Tuffy vloog, op een mooie herfstdag, zó achter de kinderen aan naar buiten. Daar wist het beest zich geen raad met alle ruimte en vloog, als een ware Icarus, regelrecht naar de zon. Ik vertel de kinderen vaak dat onze valkparkiet is teruggevlogen naar zijn familie in Australië en dat lijken ze te geloven. Wat zeg ik, ik geloof het zelf.

Een tijdje hadden we geen vogel. Maar we (lees: de kinderen en ik) bleven hem missen. Dat gezellige gefluit, dat gefladder. En dus kwam deze zomer een nieuwe. “Hoe zullen we hem noemen,” vroeg ik de meiden. “Tuffy,” antwoordden ze in koor. Twee dagen keek Tuffy de kat uit de boom. Toen besefte hij dat er geen kat was en liet ons geknuffel zich welgevallen.

Het is een vreemde vogel. Om te beginnen duikt hij overal in. Zo heb ik hem de afgelopen tijd al uit mijn soep, cornflakes, bad en pot verf gevist. Dat laatste was wel grappig want toen heeft hij een week met een oranje kuif rondgevlogen. Tegenwoordig gaat hij zelfs met de meiden mee onder de douche. Dan wikkelt Lizzy hem na afloop in een handdoek en gaat met hem op bed zitten tot hij weer droog is.

Paul heeft wat minder met ons huisdier. Ten eerste kan hij niet zo goed tegen dat gefladder om zijn hoofd en ten tweede gaat Tuffy altijd heel hard fluiten als er net een spannende sportwedstrijd op televisie is (je had hem moeten horen bij Sven Kramer!). “Hou je kop, verenpak!” roept Paul dan. Maar hij houdt wel van hem hoor. Laatst toen hij dacht dat ik niet keek zag ik dat hij hem ook aaide.

Acht ik snap het ook wel. Paul voelt zich natuurlijk een beetje bedreigd. Voorheen was hij immers de enige rare vogel hier.

Updateweek; Kletsende Kletsen

Juni 2004

“Wat schattig,” zei mijn broer. Hij wees naar de verse foto op mijn bureau.

De foto was genomen op het strand. Blauwe zee, okerkleurige kustlijn en, liggend in het zand, de éénjarige Lizzy. Druk bezig met het graven van een diepe kuil.

Omdat het gat al best diep was, lag de kleine meid op haar buik met één arm in het zand. Het bruin van haar mollige lijfje paste op de één of andere manier precies bij de kleur van het zand. Alsof ze een schaduw van zichzelf was, zo lag ze daar. Uitgestrekt in het zand.

“Het is een beetje een klets, zoals ze daar ligt,” zei mijn broer. “Een klets?” Mijn broer knikte. “Een klets, ja. Een klodder donker zand. Een plens van ’t één of ’t ander. Een plets. Kijk dan hoe ze erbij ligt. Alsof ze is uitgestort.” Ik bestudeerde de foto aandachtig. Mijn dochter lag op het strand als een klets, zei mijn broer. En verdomd, hij had gelijk.

Vanaf dat moment werd Lizzy, die vaak bloot rondkroop, “de klets”. En toen Annabel werd geboren kwam er een klets bij. De grote Klets en de kleine Klets. Ik vond het wel leuk. En het hielp me het woord ‘kids’ (wat ik echt vreselijk vind) omzeilen. Bovendien bleken de meiden behoorlijk van de tongriem gesneden wat de bijnaam alleen maar toepasselijker maakte.

En zo kom ik dus aan twee Kletsende Kletsen.
Dankzij mijn broer.
En een foto.

Updateweek; Pauls Paradijs

Een logisch gevolg op het blogje van gisteren.

Een blogje over Paul. Zou mijn man dezer dagen nog steeds bovengronds leven, of is hij inmiddels definitief ondergedoken en wentelt hij zich in zijn eigen zee van marmer? Met andere woorden: hoe is het met De Kelder?

Met de kelder gaat het uitstekend. Met de beheerder ook. Eerst dacht ik dat hij (de beheerder) een soort nucleaire oorlog verwachtte, zoveel sleepte hij naar beneden (voedsel, barkrukken, een keuken) maar inmiddels heeft alles een plek én een functie. En hoewel we allemaal wel eens wat te zoeken hebben down under (ik doe er de was, de kinderen spelen met vergeten speelgoed) is het ondergrondse gebied toch wel echt het domein van Paul. Niet voor niets heb ik een bordje ‘Tarzan inside’ op de deur gehangen.

De kelder heeft een hoog vermaeckgehalte. Momenteel is aanwezig: een flipperkast (en meneer overweegt een tweede), een touchscreen spelletjeszuil (je kent ze wel van de kroeg), een dartboard, schietgerei voor de luchtbuks en een enorme afzuigpijp. Aangezien die laatste is geïnstalleerd zodat Paul en vriend A. illegaal in de kelder kunnen roken en bitterballen frituren (zonder dat ik het ruik) schaar ik ook deze laatste onder vermaeck.

Behalve ontspanning wordt er ook met enige regelmaat in de kelder geklust. Laatst nog, heeft Paul alles witgeschilderd zodat het geheel ‘ruimtelijker’ zo ogen. En om dat ‘ruimtelijke’ extra cachet te geven, bracht hij meteen ook maar alle ‘overbodige’ spullen naar het grofvuil. Ik kon ternauwernood mijn oude schilderijen en een doos babykleertjes redden. En zo komen we dan op het feit dat de kelder tóch een klein probleempje oplevert; Paul heeft de ruimte dusdanig ‘mooi’ gemaakt dat het bijna geen kelder meer is.

En nu mag ik er (bijna) niets meer opslaan van hem.

Updateweek; gezin

Ik heb altijd gedacht dat het makkelijker zou worden. Het ouderschap bedoel ik. Dat als die krijsende baby eenmaal kon vertellen wat ie wilde, ik van alle problemen af zou zijn. Ik had er nooit rekening mee gehouden dat die baby wel eens iets kon gaan zeggen wat ik helemaal niet wilde horen. En dat ‘praten’ en ‘begrijpen’ niet noodzakelijkerwijs samengaan.

‘Nee’ en ‘ik’ vormen de basisbeleving van een dreumes. Dat zegt men. Maar niemand zegt erbij dat die basisbeleving nog jaren aanhoudt. Er komen weliswaar een heleboel woorden bij (niet altijd de woorden die jij gedachten had) maar eigenlijk verandert er weinig. Mijn meiden zijn zeven en ruim vier. Het draait nog steeds om ‘nee’ en ‘ik’. De rest is ruis. Of een wapen om je jou in discussie te gaan.

Vooral Lizzy is momenteel behoorlijk eigenzinnig. Enige tijd geleden schreef ik al dat mevrouw ‘ik haat roze’ had geroepen. Maar daar is het niet bij gebleven. ‘Ik haat roze’ werd gevolgd door ‘ik haat jurken’, ‘ik haat K33’ en momenteel loopt moppersmurf (zo noem ik haar tegenwoordig) in spijkerbroek, zwart T-shirt en op allstars. Alles moet nu stoer en bij voorkeur zwart.

Gelukkig is Annabel nog wat meegaander (lees; trekt zonder protesteren de door mij uitgekozen (roze) kleren aan). Het had er alle schijn van dat juist zij zich nogal jongensachtig zou gaan ontwikkelen maar daar is ze flink van teruggekomen. Barbie rules en roze is troef. Enige grote verschil met haar zus op die leeftijd is dat Annabel uitsluitend met jongens speelt. “Ze zijn allemaal verliefd op me,” zegt ze nuffig.

Elke dag wordt de wereld groter. En dat vind ik super. Alle twee naar school, overal spelen, zwemles en turnles. We praten over ‘het schilletje om de aarde’ en het verschil tussen planeten en sterren. Ik was bang dat de kinderen het overblijven niet leuk zouden vinden maar nee, ze vonden het super. Sterker nog, toen Lizzy afgelopen week ziek was en mijn schoonmoeder ‘extra’ kwam oppassen mopperde Bel: “Maar ik wil wel overblijven hoor!” Ik ben trots en weemoedig tegelijk.

Een paar dagen geleden zag ik mijn nichtje en kleine neefje weer. Vier maanden is het mannetje nou. Superschattig. Ik zat met hem op schoot en brabbelde tegen hem. Hij probeerde mijn haar te pakken en ik gaf hem kleine kusjes in zijn nekje (heb altijd een zwak gehad voor babynekjes, daar waar die kleine haartjes beginnen). Toch wel weer heel leuk, zo’n baby’tje. Maar als ik eerlijk ben, vooral als ze van een ander zijn.

Ik zou nog uren kunnen doorschrijven. Over ons gezin, over de grappige dingen die de kletsen zeggen en over de niet-grappige dingen die ze zeggen. (Annabel: “Ik kan een woord spellen, K-U-T”) Hoewel het dus nog vaak om ‘ik’ en ‘nee’ draait kan ik daar in elk geval met de meiden over práten. En dat vind ik heerlijk. Elke leeftijd heeft zijn charme maar die van je eigen grut is toch het méést charmant.

En om dan nu weer ineens ‘terug in de tijd’ te gaan, nee, daar heb ik geen behoefte aan.

Updateweek; vraag maar raak!

Hebben jullie dat nou ook wel eens, dat je een column leest en je na een tijdje afvraagt; hoe zou het daar toch mee zijn. Hoe is het afgelopen met dat-en-dat. En dat je zo’n vraag dan maar niet uit je hoofd kan zetten.

Zelf heb ik dat regelmatig. Bij andere columnisten en webloggers natuurlijk. Niet bij mezelf. Bij mezelf weet ik meestal redelijk goed hoe het is afgelopen. Maar jullie weten dat natuurlijk niet (altijd).

En daarom is het volgend week, de hele week, updateweek. Alle onderwerpen mogen aangedragen worden en ik zal zoveel mogelijk updates in mijn stukjes verwerken. Dus lees terug of graaf in je geheugen, het hele weekend kan je je ei kwijt.

Het bovenstaande fotootje is alvast de eerste update; hoe is het met de kinderen. Goed. Ze vieren carnaval vandaag.