Verschillen M/V

“Hééé,” zegt Lizzy’s vriendje.

Hij plakt zijn neus tegen het zijraam van mijn auto. “In die auto zitten Thomas en Daan!” Ik kijk naar de stroom auto’s naast me.

“O ja?” zeg ik.
“Dat heb je snel gezien! Welke auto?”

Vriendje kijkt langs mij heen richting de linkerbaan. “Daar,” wijst hij. “In die Audi. Vóór die Volvo.” Ik klak met mijn tong. “Zo,” zeg ik. “Meneer heeft er verstand van.”

Het mannetje gnuift. “Mijn vader heeft een Audi. Een a4.”

Lizzy kijkt ook naar buiten. Ze heeft tot nu toe geen woord gezegd. Haar handen liggen rustig in haar schoot. Haar blonde krullen in een warrige staart. “Zeg,” vraagt Vriendje opeens. “Wat voor auto heeft jouw vader eigenlijk?”

Lizzy denkt even na. “Een blauwe,” zegt ze dan.

Advertisements

Klein zigeunermeisje

Lizzy is al de hele week ziek.

Nou ja, technisch gezien is ze vandaag eigenlijk weer beter (geen koorts meer) maar ze is nog thuis. Slap als een vaatdoekje, gammel als een oude fiets.

Het was een beetje zielig. Dinsdag belde juf me op: Lizzy zat in haar eentje buiten op een steen, vriendinnetjes had ze weggestuurd, en toen juf vroeg ‘wat er was’ begon ze meteen te huilen. Hoofdpijn, buikpijn, keelpijn.

Dat beeld van dat kleine zigeunermeisje was meer dan ik kon verdragen. Binnen vijf minuten was ik bij haar (normaal een kwartier fietsen).

Thuis bleek dat ze veertig graden koorts had.

Ze heeft de hele week op de bank gelegen. En ik zat er naast. Of Paul. Of oma. Gisteren knapte ze op en vandaag is ze alweer heel tierig. Evengoed zitten we nog een ochtendje samen op de bank. We lezen Sjakie en de chocoladefabriek en kijken Pippi Langkous.

Even samen ‘uitzieken’.

Kletsen bereiden zich voor op WK op geheel Eigen Wijze

Mijn broer en ik staan in de rij voor de kassa.

“Mag ik jouw Handjes?” vraag ik.
Mijn broer kijkt me niet-begrijpend aan. “Je Handjes,” herhaal ik. “Of ik die mag.” De gelaatsuitdrukking van mijn broer verandert niet. Wel heft hij zijn handen op. Palmen omhoog. “Die?”

Ik zucht.

Handjes zijn een soort voetballertjes met een handje op hun hoofd. Elk land heeft een eigen kleur en de Kletsen sparen ze. Die Handjes. Die krijg je hier bij de boodschappen en je kan er een spel mee spelen.”
“O. Ja hoor. Die mag jij wel. Wij sparen ze niet. Wij sparen Oranje Bungels en Juichbandjes.”

Ik knik.

“Ik heb nog wel een paar Bungels thuis. Die mag jij dan hebben. Ruilen voor Handjes, zeg maar.”

(Ik word eigenlijk een beetje gek van al die WK-gadgets, maar ja. Kinderen hè? De meiden zijn er dol op. Alhoewel ze wel een geheel eigen draai aan het handjesspel geven. (Zie foto.))

“Ik geloof trouwens dat we ook Welpies sparen,” zeg ik tegen mijn broer. “Daar vroeg Lizzy laatst om.” “Ik zal eens opletten,” zegt mijn broer. “Of ik die ergens tegenkom.”

“Weinig kans,” horen we de mevrouw achter ons zeggen. “Welpies horen bij een actie van Albert Heijn.” Ik kijk de mevrouw vragend aan. Ja en? Ik kom heus wel eens bij de Appie hoor.

“Die actie ging over het EK van twee jaar geleden.”

O.



En jullie? Sparen jullie ook iets? Of baal je nu al van alles wat met het WK te maken heeft?

Kiekeboe!

Er was niemand.

Alleen rijen rode postbussen. Mijn voetstappen klonken een beetje hol. Nummer 515 moest ik hebben, ik was er bijna.

Het was nog vroeg.
Ik verlangde naar mijn kantoor en naar koffie. Ik passeerde postbus 443, 435, 436. Nog één rij verder. Ik gaapte. De gaap begon als een klein gaapje (zo’n soort stuiptrekking waarbij je slechts je mond ietwat vertrekt) maar hij groeide als snel uit tot een zogeheten monstergaap. Ik maakte er zelfs een geluid bij. “Oewwwaaaah.” Maakte niet uit. Ik was alleen.

“Zo zo,” klonk het opeens. “Moeite met de vroege ochtend?” Verschrikt draaide ik me om. Ik wist dat ik een grote fantasie had, maar hoorde ik nou ook al stemmen? Er was niemand. De gang was leeg. Postbus 501, 502, 503, wie had er gesproken?

Het geluid kwam uit de buurt van postbus 515. Ik zag nog steeds niemand. Vlug stak het sleuteltje in het slot. Wegwezen hier, dit postkantoor was behekst.

Ik zag hem pas toen ik mijn hand in de postbus stak; een rechthoekig stuk gezicht met blauwe ogen. Hij legde net een brief in postbus 515 en keek me geamuseerd aan.

“Kiekeboe!”

Slaap(t) lekker!

Wat een heerlijke dagen!

Ik dacht dat ik uit elkaar zou spatten van geluk!
Niet alleen vanwege het fantastische weer maar vooral vanwege Lizzy: ze heeft twee nachten bij haar vriendinnetje gelogeerd én ze heeft daarna een hele nacht in haar eigen bed geslapen!

Ik heb er een tijdje niet over geschreven.
Ik durfde gewoon niet. Elke stap vooruit leek breekbaar als glas.

Als ik het zou noemen zou ik de goden verzoeken.

Het hoge bed (met tent) heeft goed geholpen. Evenals het boek ‘nachtlichtjes. (Van oa David Fontana)
Steeds een stukje beter ging het. We bleven echter steken tussen 03.00 uur en 04.00 uur. Dan werd ze wakker en kroop bij ons in bed.

De wil om bij het vriendinnetje (haar ‘hartsvriendin’ van twee straten verderop) te logeren won het van de angst. Een beetje twijfelend pakte ze haar tas (“ik heb heel veel zin maar mijn buik voelt dat het eng is”). “Als het niet gaat kom ik je halen,” zei ik. (Twee straten in pyjama overleef ik nog wel.)

Ik ging slapen met mijn mobiel op het nachtkastje. Niet nodig. Ze sliep goed. Ze werd even wakker (aldus de overlevering) en sliep verder. Trots als een pauw kwam ze ’s ochtends terug. Om meteen weer te vertrekken voor nóg een nachtje.

Wij staken ondertussen voor de tweede dag de barbecue aan. Deze en gene pikten een spiesje mee en ook de ‘geloofde’ van Annabel kwam mee-eten. Ze speelden samen in de voortuin terwijl wij een rosétje dronken in de achtertuin.

Kortom, ouders van Nederland (en daarbuiten), non desperado. Worden deze zonnige dagen gekenmerkt door slaapgebrek (huilende baby) of loopt u uren achter een dreumes/peuter aan (Denise?)? Wanhoopt niet! Er is hoop. Echt!

Nog even en dan zit je er net zo bij als ik op de bovenstaande foto. Lekker in de zon, biertje & boekje erbij. Me-time in overvloed!