Nederland wint van Sloffarije!

Voetbal kijken is leuk. Voetbal kijken met kinderen is leuker.*

De kletsen kijken uit naar elke wedstrijd (al was het alleen maar om de chips!). Feest! Gezellig! Met z’n allen op de bank!

Het tweejarige dochtertje van mijn broer snapt geen bal van het spel maar is bij elk treffen in de gloria omdat ze haar oranje jurk weer aan mag. Annabel bodypaint zichzelf met roodwitblauwe krijtjes en een vriendje van Lizzy verraste zijn juf door op school te komen met een door beessies opgekalefaterde bril. Helaas moest hij van de juf de beessies verwijderen nadat hij voor de derde keer tegen zijn tafel was opgelopen.

Kinderen vinden voetbal leuk.

Voetbal is feest en de pappa’s en mamma’s doen dan zo lekker gek. Ze gaan heel hard schreeuwen als er een doelpunt wordt gemaakt en schreeuwen is leuk! Annabel begrijpt het verschijnsel ‘herhaling’ nog niet helemaal en juicht de hele wedstrijd door. Ze heeft zelf een rode en een gele kaart gemaakt en deelt die samen met haar zus naar hartenlust uit. Gelukkig maar dat Lizzy de spelregels al kent. Een bal over de lijn is ‘buitenspel’, als de scheidsrechter iets zegt is het ‘gelul’ en een corner is iets héél anders dan een hoekschop. Laatst deelden de kletsen een rode kaart uit aan de doelman van de tegenpartij. Hij had de bal uit zijn doel weten te houden en daarbijj ‘hands’ gemaakt.

Ook de deelnemende landen blijven fascineren. Hoe kunnen de Aussies nou wakker zijn als het in hun land nu nacht is? De Japansen zijn inmiddels verslagen en Nederland won afgelopen maandag van Sloffarije. Agretinie wordt wereldkampioen en anders wordt het Duitseland.

De mooiste opmerking kwam van de dochter van een vriendin. Tijdens de wedstrijd Mexico-Argentinie vroeg het meisje zich af ‘voor wie haar vader was’. “Maakt me niet veel uit,” had de vader geantwoord. “Maar ik weet wel voor wie Maxima is!” Hierop had zijn dochter even nagedacht en gezegd: “Die is natuurlijk voor Maxico!”

Wil je ook een leuke ‘voetbalopmerking’ kwijt? Bij de reacties is plaats genoeg!

* Dat vindt blijkbaar niet iedereen. Bizar bericht.

Advertisements

Meet the Flintstones II

Ik kwam er pas vrijdag achter.

Dat die monteur maandagochtend zou komen. Ik had de afspraak even over het hoofd gezien. (#zomertijd) Dat was niet echt handig want ik nou net díe ochtend een vertelsessie gepland: zowel de klas van Lizzy als in die van Annabel zou ik een bijna-vakantieverhaal vertellen. (Bij Liz een heel speciale, een spannend verhaal waarin haar eigen klas de hoofdrol speelde. Het verhaal was een groot succes maar dit terzijde.)

Er zat weinig anders op dan dat Paul zou thuisblijven. (Onder protest, hetgeen door mij genoteerd werd.)

Om elf uur was ik weer thuis. Geen Ziggomeneer. Geen nieuwe aansluiting. Nog wel TV, internet en telefoon. Paul ging naar zijn werk en ik wachtte af. Ik schreef nog snel een logje voor Vrouwonline. Ik printte een pastarecept. Afijn, ik verval in herhaling.

Om kwart voor twaalf belde de monteur. “Ik wil graag de afspraak verzetten. Is het goed als ik vanmiddag kom?” Tja. Om kwart voor twaalf heb je niet echt meer een keus meer, lijkt mij. “Ik wil wel voetbal zien,” zei ik. Echt niet dat hij mijn TV ging afsluiten als Nederland moest spelen. De monteur verzekerde me dat, wanneer hij om half twee zou komen, hij vóór de wedstrijd klaar zou zijn.

Om half twee ging de bel. De monteur, een jonge jongen, begon direct allemaal enge dingen te roepen. Het modem was niet goed (maar dat bleek later nog wel mee te vallen). De kabels lagen op de verkeerde plek (hoezo?) en hij wilde een brief met codes van me hebben (zei me niets). Het zweet brak me uit en dat had niets met de locale temperatuur te maken.

De brief bleek een afspraakbevestiging van Ziggo te zijn. Ha, die had ik gezien. Snel ging de monteur aan de slag. “Heeft u een stekkerdoos?” “Hoeveel meter kabel loopt er vanaf de aansluiting naar de slaapkamer?” Het werd half drie, drie uur. “Wilt u deze aansluiting splitten?” Half vier. De kinderen waren inmiddels uit school en ik had nog steeds geen beeld. Ik begon ‘m te knijpen.

Plotseling, een paar minuten voor vier, hadden we beeld. De spelers liepen het veld al op. “Gelukt,” zei de monteur opgetogen. “En als u nou snel even een handtekening zit, dan kunnen we allemaal voetbal kijken.” “En jij dan?” vroeg ik. “De wedstrijd begint al bijna.” “Geen probleem,” zei de monteur. “Ik woon in Vlakbij.”

Ik hield de deur voor de monteur open. Op de achtergrond klonk het Wilhelmus. “Ik heb het goed gedaan,” zei de monteur, duidelijk in de ban van het voetbal. “Ik heb mijn afspraken allemaal zó verzet dat ik lekker thuis voetbal kan kijken.”

Aha. Opeens werd me een boel duidelijk. Nou ja, de aftrap naderde en Oranje moest spelen. Alles leek hier verder prima te functioneren (ik had internet, e-mail en de telefoon werkte). Ik kon de jonge monteur ook wel een beetje begrijpen.

Voetbal doet rare dingen met ons.

Meet the Flintstones

Nog even snel een logje.

De kans bestaat dat jullie me de komende dagen zullen moeten missen. Tussen acht en twaalf (lees: om vijf voor twaalf) vandaag, komt hier een installateur (van Ziggo) om ons internet, onze vaste telefoon én ons televisie ‘om te sluiten’.

Uit ervaring weet ik dat zo’n omsluiting er in de praktijk op neer komt dat je minstens een maand geen verbinding met de buitenwereld meer hebt. Ik vrees dat we het WK voetbal op de radio zullen moeten volgen en dat er een flinke rekening van mijn mobieltje boven mijn hoofd hangt. Voor de zekerheid heb ik alvast een velletje postzegels gekocht en gekeken waar de dichtsbijzijndste brievenbus zich bevindt (blijkt hier op de hoek te zijn).

Ik heb net nog even snel mijn mail gecheckt, mijn mobiele nummer uit mijn hoofd geleerd en een fijn pastarecept op internet opgezocht. Ik ga er vanuit dat het de komende tijd een beetje behelpen is. “Alles werkt direct,” zeggen ze bij Ziggo. Natuurlijk. Bij mijn broer was ‘direct’: na drie weken. Hij had in die tijd al zijn foto’s ingeplakt en zes boeken gelezen. Dat dan weer wel. Maar goed, ik denk, ik waarschuw jullie even; de komende tijd ben ik holbewoner en schrijf ik mijn brieven op kleitabletten. In hiëroglyfen.

Geen mail. Geen internet. Geen telefoon. En geen TV. Man, wat zal ik een tijd overhouden! Als er over negen maanden een kindje wordt geboren, en het is een jongetje, dan noemen we hem Ziggo.

Alle eendjes…

In alle vroegte op pad.

Annabel zit achterop de fiets, de fietstassen zijn gevuld met brood. Gisteren ontdekten we het: een nest eendenkuikens bij de vijver, vandaag gaan we ze voeren.

“Ik heb een idee,” zeg ik, wanneer we geinstalleerd zijn. “De kleintjes zitten bij de bosjes. Als jij nou aan de zijkant van de vijver gaat staan, dan zorg ik dat de grote eenden hier blijven. Dan kan jij de kleintjes voeren.” Annabel vindt het goed. Huppelend verdwijnt ze achter de struiken. De zak brood knispert in haar hand en haar jurkje wappert in de wind.

Ik neem mijn taak serieus.
Ik verdeel het brood in kleine porties en lok fanatiek de grote eenden naar me toe. Achter me passeren fietsers en voetgangers. Allemaal zeggen ze gedag en wanneer ik omkijk, zie ik keer op keer een geamuseerde blik. Ook wordt er van alles geroepen: “Het blijft een feest hè?” “Je bent er nooit te oud voor.” “Je hebt groot gelijk, ‘t ziet er evengoed schattig uit.!” Ik snap de lolligheid niet zo goed. Ik zit gewoon met mijn dochter de eendjes te voeren, dat is toch vrij normaal?

Ik check of Annabel het nog droog houdt. En dan valt het kwartje; Annabel zit achter de struiken. De pulletjes ook. Ze zijn helemaal niet zichtbaar vanaf het fietspad en de weg. het enige dat een willeurige passant ziet, is een zesendertig jarige vrouw die heel fanatiek de eenden aan het voeren is.

Plots begrijp ik de geamuseerdheid een stuk beter.

Bij de psycholoog

Het statige pand begroet me als een oude vriend.

“Hé,” lijkt het te zeggen. “Ben je er weer? Hoe gaat het met je dochter?” Ik glimlach. De traptreden kraken onder mijn voeten. “Heel goed,” antwoord ik. “Lief dat je het vraagt. Ik ben hier voor een afrondend gesprek over het slapen.”

Boven is er er nog niemand. Stilte. Leegte.
Ik neem plaats in de wachtkamer. Een halve sudoku later stormt de psychologe binnen. “Sorry dat ik zo laat ben,” zegt ze. “Wat een gedoe allemaal. Wil je koffie?” Ik knik en loop achter haar aan.

Onderweg naar haar kamer valt haar tas. De inhoudt verspreidt zich over de vloer. “Ook dat nog,” moppert ze. Ik ken haar niet zo. Normaal is ze zo rustig. Terwijl ze me uitleg geeft over alles wat er misging die ochtend, drukt ze op het knopje van de Nespresso.

“Eh,” zeg ik. “Er gaat iets niet goed.” Ik wijs op het koffiezetappraat. Onder het kopje tekent zich een bruine vlek af. Een koffiestroompje meandert richting de tafelrand. “O nee!” Gauw gooit de psychologe er een stapel tissues op. (Dat is dan weer handig, dat ze die daar altijd voorradig hebben!)

Ze legt haar hoofd in haar handen en zucht. “Esther!” roep ze. “Het ís weer zo’n dag!” Ik leun over de tafel en kijk de psychologe rustig aan. Ik houd mijn hoofd een beetje schuin. Het is eruit voordat ik het weet.

“Wil je erover praten?”