Het Teken

Soms zie ik ineens ergens een Teken.

Meestal ben ik daar te druk voor. En te nuchter. Ik loop (of stamp) recht op mijn doel af en ik heb geen tijd voor onzin. Ik ben sceptisch. Genezen op afstand, spiritisme en handopleggingen zijn niet aan mij besteed. (Alhoewel Rasti Rostelli me destijds qua hypnose wel ‘om’ heeft gekregen.)

Maar vandaag stond ik er blijkbaar voor open. Voor iets ‘hogers’. Dat zit zo, ik voel me al een paar dagen niet zo lekker. Mijn nek is nog steeds stijf en ik ben erg gespannen. Het lijkt een optelsom van kleine dingen en misschien zelfs wel een beetje vakantiestress (ja, dat schijnt voor te komen). Ik slaap slecht en maak me zorgen om de meest triviale zaken.

Ik stond net een beetje te bedenken wat ik nou met stijve nek aan moest, toen de brievenbus klepperde. Het Teken kwam in de vorm van een kleurige folder. Bij mij om de hoek opende een nieuwe salon de deuren: Aromatherapie. Geurige oliën gecombineerd met massages. Alleen al bij de gedachte aan een behandeling knapte ik flink op!

Ik besloot maar meteen te bellen (als ik een Teken zie, dan moet ik het niet negeren) en legde mijn klacht voor. (“Heeft u daar iets voor?”) We spraken af voor vrijdagochtend. Om tien uur ga ik voor ’t eerst de eeuwenoude geneeswijze van de oliën proberen (en de massage natuurlijk).

Ik heb nu al zin!

Klittenbandrollers

Een tip voor wat je hiertegen kunt doen is het gebruiken van klittenbandrollers, die ervoor zorgen dat je langer plezier hebt van je gekapte haar.

Je gebruikt ze na het föhnen en ze zijn erg makkelijk. Ze geven een heel los effect. Je föhnt je haar zoals normaal, maar in plaats van dat je de geföhnde pluk los laat hangen, draai je daar een roller in. De hitte van de föhn zit nog in je haar en omdat je de roller er direct in krult, koelt het af in de vorm van de roller. Laat dit zo lang mogelijk zitten.

Draai eventueel een sjaal om je gehele haar als je nog je make-up wilt aanbrengen of andere bezigheden hebt. Je zult zien dat als je net voor je weggaat de rollers eruit haalt je meer volume hebt, die voor een langere periode blijft zitten. Zelfs de dag daarna heb je er nog plezier van!

Waar hadden we het ook alweer over?

Het gaat hier flink tekeer.

Gisterochtend zat een kikker in het zwembadje. En er lagen takken in de poort. Vanochtend dacht ik: we houden het droog. Maar onderweg van de bakker naar huis begint het alweer te rommelen. We vinden een uit de boom gewaaid vogelnest. Zonder vogeltjes gelukkig.

“Vroeger dachten de mensen dat onweer een ruzie was,” zegt ik tegen de Kletsen. “Twee Goden, Donar en Wodan, hadden het met elkaar aan de stok. Wodan gooide met flitsen en Donar sloeg met een reuzenhamer op tafel.” “Dan hebben ze nu flink ruzie,” merkt Lizzy droog op. “Ze zijn zeker chagrijnig omdat Nederland heeft verloren.” Annabel heeft wel vrede met de uitslag. Spanje heeft gewonnen en dat is leuk voor Sinterklaas.

Thuis ruimen we alle oranje parafernalia op. Weg vlaggetjes, weg WK-banjes, weg vuvuzela. Alles gaat in de doos in afwachting van het EK 2012. Behalve de vuvuzela. Die gaat de container in. ’t Is tenslotte zíjn schuld dat we verloren hebben. Robben werd gewoon teveel afgeleid.

Afijn. Tijd om te poetsen. Ons huis is weer gewoon. Ons leven is weer gewoon. Buiten valt de regen en wij kruipen op de bank met Sjakie en de Chocoladefabriek.

Over tot de orde van de vakantie.

Gevaarlijke huisdieren

Annabel heeft een hamster.

Geen echte hoor. Een nepperd. Zo’n soort e-pet met kleine wieltjes. Heel schattig.

Misschien wel iets té schattig. Annabel blijft hem maar knuffelen. En dat is niet handig als je 1) lang haar hebt en 2) de wieltjes laat draaien.

“Mámma! De hamster zit in mijn haar.”
Een blik op het hoofd mijn Klets en ik weet voldoende. Die hamster zit muurvast. Het haar van mijn dochter is, bij alle vier de wieltjes, het mechanisme ingedraaid. Zuchtend haal ik de schaar. Nu heeft Annabel een paar happen uit haar haar.
En een knuffelverbod.

Niet geschikt voor kinderen onder de drie jaar
, staat erop de doos.
Maak daar maar onder de zes jaar van.

Of nog beter: uberhaupt niet geschikt als je lang haar hebt

In de wolken…

Tijd om het weer te checken.

Volgens het KNMI krijgen we eind van de middag te maken te met castellanuswolken.

Castellanuswolken. Nooit van gehoord. Klinkt een beetje Spaans. (Klimaat bereidt zich voor op komende WK-finale? Waarom dan geen Hollandse stapelwolken?) Castellanuswolken schijnen wolken met ‘torentjes’ te zijn. Een symptoom van naderend onweer. Heftig onweer. Met hagel, dikke druppels en bliksem.

Ik heb nog geen castellanuwolk gezien vandaag. Maar dat is misschien ook omdat ik niet precies weet hoe zo’n wolk eruit moet zien. Dat probleem had ik ook met de aswolk en de sneeuwjacht. Iedereen had het er over en niemand zag het. Soort nieuwe-kleren-van-de-keizersyndroom.

Castellanuswolken. ‘t Zal wel. Moet eerlijk zeggen dat het me eigenlijk geen ruk uitmaakt hoe die wolken heten.

Als ze maar verkoeling brengen.

Trap op trap af

“Je doet het super.”

Ik trek het laken op tot haar kin en geef haar een zoen op het puntje van haar neus. “Welterusten.” Een paar warrige krullen piepen onder het laken uit. Sinds Lizzy oorbellen heeft, slaapt ze keurig in haar eigen bed. De lichten zijn ’s nachts uit, ik hoor haar niet meer.

Het enige ‘project’ is nog: zelf inslapen. Tot nu toe bleef een van ons boven tot ze was ‘ vertrokken’. Dat was niet altijd even praktisch, zeker niet als ze, zoals nu, later naar bed gaat. Laten we eerlijk zijn; op dagen als deze wil je zelf ook wel even lekker in de tuin zitten.

En dus zijn we eergisteren begonnen met de tien minuten-methode. Elke tien minuten lopen we naar boven, laten ons neus zien, en gaan weer naar beneden. Ze ligt er nog een beetje angstig bij maar ze is wel stil. De bedoeling is dat dit zoveel vertrouwen geeft dat ze uiteindelijk vanzelf in slaap valt.

En zo zat ik gisteravond voor de tweede avond op rij met een vriendin in de tuin. Op tafel: twee glazen, een fles wijn en een eierwekker. Net als een dag eerder ging ik om tien voor half tien voor de eerste keer kijken. En net als een dag eerder keek ik voor het laatst om twaalf uur (net voor ik mijn eigen bed instapte). Lizzy was nog wakker.

Ik heb het uitgerekend. De afgelopen twee avonden rende ik achtendertig keer de trap op. En af. Vierendertig keer voor Lizzy, drie keer omdat Annabel tussendoor wakker werd en één keer omdat ik mijn mobiel boven had laten liggen. Goed voor mijn figuur. Minder voor mijn humeur. Zowel voor Liz als voor ons hoop ik dat ze het snel zelf kan. En dat ze wat eerder in slaap valt.

Duimen jullie voor ons?

Overvallen

De zomervakantie heeft me dit jaar overvallen.

Dat wil echter niet zeggen dat hij niet welkom is. Integendeel. De Kletsen zijn er veel meer aan toe dan ik dacht: ze zijn al dagen druk met niets, gaan ’s avonds laat naar bed en slapen ’s ochtends heerlijk uit.

Ook ik vind het zalig.
Blijkbaar ben ik er ook aan toe. En juist omdat het zo onverwachts is, voelt het als een kadootje. Geen gehaast ’s ochtends. Geen boterhammen en tienuurtjes die aan zesendertig eisen moeten voldoen (op maandag geen zoet op brood, op woensdag fruitdag etc.) Lekker thuis koffiedrinken. Desnoods in pyjama en met ongekamde haren. Geen plannen maken en elke dag nemen zoals hij komt.

Maandag hebben we ‘gewerkt’. Opgeruimd, rommel weggebracht en samen met de hulp het huis gepoetst. Tussendoor koffie (met tompoes) in de tuin en af en toe een rondje op de nieuwe step (de kinderen). Waren ze zo maar even een half uur ‘zoek’ en kon ik de krant lezen. “Ik wou dat het nog ochtend was,” zei Lizzy ’s avonds. “Ik vond het zo’n gezellige dag!” Ik lachte. “Je hebt er nog eenenveertig tegoed.”

De volgende dag deden we boodschappen. De kinderen mochten het eten kiezen en helpen koken. We lunchten op mijn kantoor samen met mijn broer. Lizzy heeft haar eigen bureau en Annabel was ‘hulpje’. Mijn broer en ik hadden alle tijd om bij te praten. ’s Avonds keken we voetbal, met een wijntje en een chipje. Annabel viel halverwege in slaap. Lizzy bleef wakker. Ze ging pas na de wedstrijd naar bed. Laat?! Jazeker! Maar vanochtend sliepen ze weer lekker uit.

En zo is de vakantie voor ons begonnen. Heerlijk relaxed en zonder ‘moeten’. Misschien ben ik wel zo ontspannen juist omdat het me dit jaar heeft overvallen. Totaal geen plannen en dus een zalige leegte. Over twee en een halve week gaan we op vakantie naar Italië.

Tot die tijd geniet ik van het genieten.

Nieuw speeltje

O, hier kan ik me uren mee vermaken!


Hoi, ik ben Esther.

Vroeger had ik roze haar.

Ik houd erg van verkleden.

Ik heb een hele knappe dochter.

Al vraag ik me soms af of ze wel van deze planeet is.

Mijn andere dochter is ook al zo knap!

En wat vind je van onze parkiet?

Mijn man en onze jongste lijken op elkaar.

Ik lijk op de oudste.

Oeps….

Ik lijk ook op mijn broer.

Voor zijn operatie zag hij er zo uit.

Hij was toen ook dik.

Dat is hij nu niet meer.

‘k Heb ook hele leuke vriendinnen!

En ik ben heel creatief!

Fijn he, zo’n DSI!

Pisgriet

“Wanneer beginnen ze eigenlijk precies, die Hondsdagen?”
“Hm. Weet ik niet precies. Ergens in juli. Volgens mij op Sint-Margriet.”

Ik zit in de tuin bij mijn ouders. Mijn vader heeft zojuist een opmerking gemaakt over het weer en de bederfelijkheid van het voedsel. “Zet maar gauw in de koelkast, we zitten alweer bijna in de Hondsdagen.”

We zoeken het op. Tijdens de Hondsdagen komt de heldere ster Sirius (die in het sterrenbeeld van de Grote Hond staat) tegelijk met de zon op. Deze periode van vier tot zes weken, valt samen met een –meestal- warme periode in Nederland. Vandaar dat de ‘Hondsdagen’ mede refereren aan het extra snel bederven van voedsel.

De Honsdagen beginnen – inderdaad – officieel op de naamdag van Sint-Margriet (Margaretha van Antiochie). Ook wel Pisgriet genoemd. Het verhaal wil dat Margriet een goede daad had gedaan en dat zij als beloning dat waar zij mee zou beginnen, zes weken ononderbroken vol zou kunnen houden, zonder ook maar een moment moe te worden. Ze had bedacht dat ze zou gaan spinnen, dat zou veel wol opleveren. Maar voor ze begon, wilde ze nog even haar blaas legen. Vandaar de bijnaam Pisgriet. En vandaar ook ‘volkswijsheden’ als “Regent het op St. Margriet, dan zie je zes weken de zon niet.”

“Goh,” zeg ik. “Twintig juli. Toen hebben wij elkaar leren kennen.” Paul knikt. “We hebben elkaar leren kennen op Sint-Margriet.”

“Zie je wel,” zegt mijn vader. “’t gezeik begint altijd op Pisgriet.”

Weekend XXL

“Waar ben je nou? (Kijk, dat krijg je hè, als je altijd zo fanatiek blogt, dan ga ik je missen en me afvragen of er iets is als je even niet bent…)”

Aldus Denise M., mijn blogbuuf, in een reactie op mijn laatste stukje (van vrijdag).

Ik was inderdaad even afwezig. Niets ergs. Vrijdag, vlak voor het voetbal, kreeg ik opeens last van een stijve nek. Airco? Spanningen? Wie zal het zeggen. Het werd steeds erger en binnen een uur kon ik mijn hoofd niet meer bewegen. Ik kon zelfs niet meer fatsoenlijk juichen voor een doelpunt! Ik ging die dag vroeg aan de wijn.

Zaterdagochtend was de pijn iets minder. We reden naar Pauls werk want hij had zijn portemonnee op kantoor laten liggen. We gingen naar binnen via een zijdeur en dachten dat we wel weer door de hoofdingang (dubbele deuren) naar buiten konden. Dat léék ook zo want de eerste glazen schuifdeur ging gewoon open. Echter toen we voor de tweede schuifdeur stonden, bleek dat deze op slot zat. De bewegingssensor klikte maar de deur bleef dicht. Tegen de tijd dat we daar achter kwamen, was de schuifdeur achter ons alweer dicht. En die ging niet meer open. De temperatuurregelaar, die zorgt voor warme lucht , sloeg wél aan. We zaten – met z’n viertjes – opgesloten tussen de glazen deuren. Samen met een gigantische föhn. In een nagenoeg leeg kantoorgebouw. “Heb jij je mobiel bij je?” “Nee, jij?” “Nee.” (Denk hierbij de tune van Twilight Zone.)

Gelukkig kwam er na een minuut of tien een fanatieke collega van Paul naar kantoor die ons wist te bevrijden. Anders hadden jullie nu nóg op een logje zitten wachten.

Na ons avontuur tussen de glazen deuren deed Paul boodschappen en ging ik op bed liggen omdat mijn nek nog behoorlijk pijnlijk was. Geen tijd om te bloggen. Ook geen zin want achter de computer zitten was pijnlijk.

’s Middags en ’s avonds keken we voetbal (ja, nu we zover zijn ben ik fanatiek ook hè?). “Waarom ben jij voor Duitsland, mamma?” “Omdat ik wil dat ze van Nederlands verliezen.” Ja. Die was lastig, dat vonden de kletsen ook. Annabel was voor Spanje “want daar woont Sinterklaas.” Na een wijntje raakte ik in een soort coma en ik ging tegelijk naar bed met Lizzy.

Vanochtend waren we er vroeg bij. Nek was weer iets beter (werd gecompenseerd door twee opgezwollen ogen vanwege de muggenbeten) en we zetten koers naar Bosbad Putten. Om elf uur waren we ter plaatse en moesten we constateren dat het bad pas om twaalf uur open ging. We besloten tot een picknick, hadden tenslotte broodjes, koffie en appels mee. Terwijl we zochten naar een plakje tussen de bomen liepen we per ongeluk de hei op. Dat vonden de Kletsen prachtig en we picknickten tussen de konijnenholen en heideplanten. Een aangename verrassing. (Ik vond een heuse uilenbal die ik vol enthousiasme uit elkaar begon te peuteren. “Kijk, hier heb je muizentandjes!” Toen ik dat ’s avonds tijdens de barbecue vertelde, keek Visite ietwat moeilijk. Oké, mijn timing was misschien niet briljant (we zaten net aan een hamburger) maar voor mij is een uilenbal een soort suprise-ei, ’t is maar hoe je bent opgevoed. Mijn ma zat ook altijd in die dingen te peuren. De kletsen vonden het prachtig, de muizentandjes zitten nu in een doosje.”)

Na de picknick zetten we weer koers naar het bosbad. Poging II. Zon, buitenbad, glijbanen, wat wil een mens nog meer. Heerlijk, die geur van droog gras, vette patat en zwembadwater. (Doet me aan mijn jeugd denken. Net als die uilenballen.)

Om vier uur waren we weer thuis, net op tijd voor de Visite en de barbecue. Werd een gezellig avondje. De kinderen stepten door de buurt op hun nieuwe (vakantie)stepjes, wij dronken wijn/bier en roosterden maïskolven (en spareribs, stokjes en marshmallows). Het was erg gezellig en de Visite ging laat weg.

Tja, en dan is zo’n weekend alweer om. De kinderen slapen nu en ik drink nog maar een wijntje (ben zelf ook XXL na dit weekend!). Heb een heerlijk vakantiegevoel en mijn nek is inmiddels een heel stuk minder pijnlijk.

Gelukkig maar. Dinsdag moet ik weer kunnen juichen!