Lizzy legt uit…

“Je vader heeft wat?”
“Zijn arm uit de kom.”

Zondagavond. We zitten aan tafel. Paul heeft zojuist patat gehaald en in de tussentijd hebben mijn ouders gebeld. Vanuit Oostenrijk. Mijn vader is gevallen op het ijs en daarbij is zijn arm uit de kom geschoten. Inmiddels is alles weer goed maar schaatsen zit er even niet in.
Lullig.

“Wat heeft opa?” vraagt Annabel. “Heeft hij zijn been gebroken?”
“Nee,” zeg ik. “Hij heeft zijn arm uit de kom.”
Annabel kijkt van haar patat naar mij en van mij naar haar patat.
“Dus hij heeft zijn arm gebroken?”
“Nee schat, hij heeft zijn arm uit de kom, dan zit je arm even scheef bij je schouder en dan moeten de dokters het weer rechtzetten.”
Lizzy wijst op haar schouder. “Daar Annabel, daar zit de kom.”

“Pijnlijk?” vraagt Paul.
“Ging nu wel weer goed,” zeg ik.
“Dus” zegt Annabel. “Dus dat is bij zijn rug hè? Die kom?”

“Neehee,” zegt Lizzy. “Dat zit bij je schouder. Bovenaan je arm.”
Zuchtend legt ze haar vork neer.
“Je kan wel zien,” zegt ze hoofdschuddend tegen ons, “dat Annabel nog geen aardrijkskunde heeft gehad.”

Lekker onduidelijk!

Ik heb griepverschijnselen zonder griep. Lastig.

Geen koorts, alleen een beetje verhoging, dus niet echt ziek. Maar wel zo slap als een vaatdoek. Nog een beetje eetlust, dus geen echte griep. Maar wel: pijnlijke benen, hoofdpijn, zweetaanvallen en verstopte bronchiën. En sjagerijnig. Vooral naar de kinderen toe.

Het is alsof de griep ‘should I stay or should I go now’ speelt in mijn lijf. Niet ziek genoeg om mijn bed in te duiken maar zeker niet fit. Ik slaap belachelijk veel en dan nog ben ik moe. Gisteravond had ik een wijnproeverij en toen smaakte de wijn me niet eens. (Paul: “Jeetje, jij bent echt ziek!” )

Liz is weer aardig opgeknapt maar nu kwakkelt mamma. En dat is niet handig. Morgen heb ik trainingsdag BHV, dinsdag ben ik alleen op kantoor en woensdag heb ik een date in Amsterdam. Kortom, ik heb helemaal geen tijd om ziek te worden. Maar ondertussen lig ik ’s nachts zwetend te dromen dat ik BHV-training vergeet en dat ik verdwaal in Amsterdam. Bah.

Afijn, ik neem nog maar een aspirientje en hoop er het beste van. En wat die griep betreft: doorzetten of oprotten. Doorzetten is natuurlijk niet fijn, maar dan weet ik tenminste waar ik aan toe ben. En dan kan ik maatregelen nemen. Ziek zijn is shit, maar zo’n pseudo-griep is ook niets.

Rust

De grote Klets is ziek.

Woensdag kwam ze uit school en begon direct te huilen. Sindsdien heeft ze alleen nog maar geslapen. Ze eet niet, heeft hoge koorts en ligt voor pampus op de bank. We wisten dat ze echt ziek was, toen ze niet reageerde op Annabel die zei: “Ik mag lekker een snoepjuh…” Woensdagmiddag zat mijn schoonmoeder naast haar, gisteren mijn moeder en vandaag is het mijn beurt.

Samen op de bank. Lizzy onder haar dekbed, half slapend, half wakker. Ik ernaast, met koffie en mijn noteboekje. Ik heb al twee columns geschreven en ik ga zo verder met mijn boek. Af en toe kriebel ik op haar been. Of ik geef haar een slokje water. Tuffy zingt een extra mooi liedje.

Zieke kinderen zijn sneu. Maar ook heerlijk rustig. Ze vragen weinig aandacht, willen alleen dat je naast ze zit. Vooral dat laatste is fijn. Het is een uitstekend middel tegen schuldgevoel omdat je eigenlijk van alles in huis moet doen. Zitten. Rusten. Vooral niet gaan lopen rennen en vliegen.

We lezen een boekje en praten wat. “Ik ga even een blogje over je schrijven,” zeg ik. Zojuist heb ik haar een aspirientje gegeven. Ze leeft wat op, eet een koekje. Ik beloof haar dat we vanavond samen naar X-factor gaan kijken, dat ze dan lekker bij mij op de bank mag blijven. Met haar koortsige ogen kijkt ze me dankbaar aan. We knuffelen.

Zieke kinderen zijn sneu. Maar is het heel erg als ik zeg dat ik ze stiekem ook wel erg gezellig vind?

Tutti Frutti XVIII

Hier zijn er weer een paar!

Het is echt huilen met de lampen aan

Ik loop even mijn agenda door naar volgende week

Die geeft steeds gemene steekjes onder water door

Die zou je toch aan de hoogste paal nagelen?!

Hij heeft allemaal dingen aan ‘m gesmeerd.

Tegen de loep houden

Ze zit in een groeispeurt

Het zag eruit als om door een lintje te halen

Ik vrees dat ik niet alle gemailde, getwitterde en gereageerde Tutti’s heb geplaatst, ik ben een lijstje kwijt. Zie je jouw Tutti er dus niet tussenstaan, vermeld hem dan alsnog, bij de reacties!

Cox en Arquette samen op het witte doek

Beide acteurs spelen een rol in de film.

David en Courtney leerden elkaar kennen op de set van de eerste Scream-film in 1996. Sinds begin januari strijdt David tegen zijn alcoholverslaving in de Betty Ford-kliniek. Courtney en hun dochter Coco hebben hem daar bezocht.

Het publiek kan Scream 4 vanaf april in de Amerikaanse bioscopen zien.

Vier Vuysters gaan parkeren

Bij de supermarkt waar mijn broer en ik altijd onze lunchboodschappen halen, is de uitgang van het parkeerterrein niet zichtbaar vanaf de winkel. Regelmatig staat daar echter de slagboom open en hebben we voor niets een uitrijkaart gekocht.
“Ze doen het expres,” zegt mijn broer dan. “De hufters!”

Onderweg naar de ingang van het parkeerterrein komen we langs de uitgang. We proberen dan altijd te kijken of de slagboom openstaat. Alleen, dat vergeten we meestal omdat we weer te druk zijn met ouwehoeren. Vervolgens staan we weer braaf met onze uitrijkaart voor een vrije doorgang. Daar balen we dan flink van.

Met die slagboom is wel vaker wat aan de hand. Soms ligt hij eraf, soms gaat hij open met horten en stoten en onlangs is hij flink beschadigd waarbij hij een flink stuk boom heeft moeten afstaan. Ik schreef er zelfs al eens eerder een stukje over.

Doordat de slagboom nu een stukje korter is, zie je hem makkelijk over het hoofd. Hij is geel en tegenover de slagboom staat ook nog een geel gebouw waardoor het ding als het ware een soort schutkleur heeft. Het was dan ook door de schutkleur dat mijn broer gistermiddag heel hard riep: “Nee! Hij staat weer open!” waarop ik heel boos direct het kaartje doormidden scheurde.

Direct daarop zagen we dat de slagboom helemaal niet openstond. Hij was hartstikke dicht!
“Trut!” riep mijn broer. “Waarom verscheur je dat kaartje dan ook?”
“Lul!” riep ik. “Omdat jij heel hard roept dat de slagboom openstaat!”
Mijn broer en ik doen altijd heel leuk tegen elkaar.

Afijn. We stonden dus met een verscheurd kaartje voor een dichte slagboom. “Weet je,” zei mijn broer. “Volgens mij kan ik er wel gewoon langs. Dat ding is zo kort nu.”
“Durf je dat?” vroeg ik.
“Ja hoor,” zei mijn broer.

En warempel. We konden er gewoon langs. Geen krasje liepen we op.

Vanaf nu lachen we al die pestkoppen bij de supermarkt uit. Vanaf nu hopen we dat de slagboom dicht zit en kopen we nooit meer een kaartje.
Het is paybacktime!

Dit is echt zo vet-grappig!

Half vier, theetijd.

Ik heb zojuist de Kletsen uit school gehaald en we zitten gedrieën aan de grote tafel. Tussen ons in: een pot thee, een schaaltje appel en een pak Sultana’s.

We zitten altijd op dezelfde manier aan tafel. Annabel zit aan het hoofd, Lizzy zit naast de laptop en ik zit tegenover Lizzy. Dat is zo gegroeid. Bij het avondeten zitten we net zo, alleen zit Paul er dan bij.

Ik loop naar de keuken om een beetje water bij de thee van Annabel te doen. De thee is heet en we moeten zo naar zwemles. Als ik terugkom is Lizzy met de laptop bezig. Ik kan niet zien wat ze doet maar ze wriemelt wat met de muis. Ze doet een spelletje, denk ik.

Ik klets wat met Annabel en ineens valt me op dat Lizzy constant zit te grinniken. Als ze een spelletje aan het doen is, dan is het blijkbaar een heel grappig spelletje.
“Wat doe je,” vraag ik. “Wat is er zo leuk?”
“Niets,” zegt Lizzy en ze beweegt de muis weer.

Lizzy blijft grinniken en ineens begint ze keihard te lachen.
“Dit is echt zó vet-grappig,” hikt ze.
“Laat eens zien dan,” zeg ik. Ik ben nou toch onderhand echt wel benieuwd wat voor spelletje zo vet grappig is dat mijn dochter compleet in een deuk ligt achter de laptop. Ik sta op en loop om de tafel heen.

En dan zie ik het.
Ze is helemaal geen spelletje aan het doen.
Ze zit iets te lezen.
‘Je kan er maar beter om lachen’ staat er in de voettekst.

Verrek!
Dat kind zit gewoon mijn manuscript te lezen!
De Klets ligt in een deuk om haar moeders eigenste boek!

“Annabel,” zegt ze. “Ik lees even een stukje voor. Over hoe wij in Italië een ijsje gingen kopen en hoe jij helemaal onder de chocolade zat.” Als Lizzy begint te lezen moet ook Annabel lachen.

“Goh mam,” zegt Lizzy bewonderend. “Wat een leuk boek heb jij geschreven, zeg!”

De poolzee is er niets bij

Ik weet niet hoe jullie het ervaren, maar ik vind die zwemles gewoon echt zielig voor die kinderen! Pure kindermishandeling, vind ik het.

Na maanden drillen en oefenen in het weekend is Annabel eindelijk toegelaten tot fase 5 (eind fase 6 is afzwemmen). Fase 5 houdt in, dat ze in het torenbad zwemt. En dat is Koud! Koud! Echt, de poolzee is er niets bij, zo koud is dat bad. En dan staat die kleine Klets daar op de kant, te bibberen op haar dunne pootjes en te kauwen op haar nagels, echt sneu!

Gisteren gingen we samen naar ‘t oefenuurtje. Dat is in het vijftig meterbad. “Doorzwemmen,” riep ik alsmaar, “gewoon jezelf warm zwemmen!” Maar het hielp niets, elke keer dat ze weer op de kant stond begon ze harder te bibberen. En dan is dat vijftig meterbad nog een stuk warmer dan het torenbad. (Ik kan het weten want ik heb zelf in beide baden gezwommen.)

Vanmiddag moet ze weer. Als ik al denk aan het moment waarop ze met blauwe lippen door de deur komt na de les dan krijg ik al tranen in mijn ogen. Ze vindt het echt vreselijk en ze haat kou. Gelukkig doet ze het wel goed, ik denk dat ze voor de zomer haar diploma wel heeft. Ik hoop het met heel mijn hart. Ik heb al een paar keer op het punt gestaan de brui eraan te geven. Maar daar help je natuurlijk ook niemand mee.

Echt, ik zal blij zijn als ik er vanaf ben. Weg met dat zweterige zwembad. Weg met al die dringende ouders. Weg van dat zielige smoeltje met die ‘ik moet weer/wat doe je me aan’-uitdrukking in de ogen. En vooral, weg van de vraag hoe het toch in godsnaam mogelijk is dat je, half bevroren, na de zwemles als beloning om een ijsje kan gaan staan zeuren!

The day after …

Zo, ik ben weer een beetje bij de mensen.

‘k Had het zwaar vanochtend. Echt heul erg! Gisteravond weer naar de Ouwe Lulle Disco geweest, vanochtend om kwart voor acht opstaan om met ’t hele gezin naar Lizzy’s eerste turnwedstrijd te kijken. (Zoiets mag je niet missen, toch?!) En dat terwijl ik pas om half twee in bed lag!

Ik had er wel rekening mee gehouden. Natuurlijk! Ik was niet tot ’t laatst gebleven. Ik had veel water tussendoor gedronken. Ik had überhaupt niet teveel gedronken. Maar ik voelde gisteravond al dat ik lichamelijk gewoon weinig kon hebben. Qua lijf dan.

Het was supergezellig, echt, maar mijn benen zaten vol met lood. En ik was moe (normaal hoor je dat niet te merken op een feestje), ik gaapte steeds tussendoor, kortom, ik was niet verbaasd dat ik vanochtend wakker werd met een flinke kater.
En dan is acht uur best vroeg!

Ik sleepte mijn lijf onder de douche vandaan (hoe verleidelijk om mezelf de rest van de dag hier op te sluiten!) en probeerde mezelf toonbaar te maken met wat oogpotlood en mascara. Het kopje koffie van Paul sloeg ik af.
“Geen koffie?” zei hij verbaasd, “o, dan is het wel heel erg met je!!”
Yes. Thanx for reminding me.

“We moeten gaan,” zei ik, terwijl ik mijn bonkende hoofd probeerde te negeren.
“Waarom staat er O.L.D. op je hand gestempeld,” vroeg Annabel.
“Dat is de stempel van de disco van gisteravond,” zei ik. “Dat staat voor Ouwe Lulle Disco,” Ik boog voorover om mijn laarzen vast te maken en kwam bijna niet meer overeind.

“En bovendien,” ging ik verder, “Is ‘OLD’ precies hoe mamma zich nu voelt.”