Bij tijd en wijle

De (werk)dag begon met een leuk telefoongesprek.

“Aha!” zei de beller, “U moest ik net hebben!”
“Komt dat even goed uit,” reageerde ik.
“Ja, uw collega zei al dat u er vandaag weer zou zijn!”
“Mooi is dat hè, dat ik er dan ook echt ben!”
“Nou zeker! Dan is mijn dag weer goed!”

Het was een erg leuk gesprek waarin de beller aangaf dat hij vrolijk van mij werd.
Dat had ik wel even nodig, want gisteren ontving ik een e-mail van iemand wiens dag ik had verpest. Dat zat zo, die iemand van die mail, die wilde iets wat bij ons niet kon. En daar was hij boos over. En hij was vooral boos op mij want ik had gezegd dat het niet kon.
Tja, je kunt het niet iedereen naar de zin maken.

Vlak voor dat mailtje had ik iemand gesproken die juist heel blij was met mij. Die vond me ‘een engel’. En zo ben ik ook wel eens ‘schat’, ‘lieverd’, en ‘topwijf’ genoemd. Maar, daar staat tegenover dat ik ook een ‘bitch’, ‘trut’, en ‘querulant’ ben. Dat laatste moest ik even opzoeken in het woordenboek voor de precieze betekenis. Echt positief is het niet. Maar goed, dat soort dingen gebeurt.

Een klant stuurde me eens een bos bloemen, de dag daarna kreeg ik een brief van een advocaat die met een rechtszaak dreigde. Ik kreeg chocolaatjes, complimenten en zelfs eens een huwelijksaanzoek (oké, dat was een grapje, maar toch). Daar staat tegenover dat ik ook wel eens boze brieven ontvang en lelijke mailtjes. Gelukkig niet zo vaak, maar lelijke dingen blijven vaak langer hangen dan leuke.

En bij tijd en wijle denk ik daar dan over na.

Een engel of een querulant.
De waarheid zal wel in het midden liggen.
(Maar stiekem hoop ik toch dat de waarheid meer richting engel ligt!)

En jij? Wat is het gekste, leukste of vervelendste dat jij hebt meegemaakt op je werk?

Rob Schneider in de Melkweg

Hij speelde samen met onder meer Jay Leno en Jerry Seinfeld. Hij brak in 1987 door toen hij optrad in de David Letterman show. Uiteindelijk trok hij met zijn comedy-act de aandacht van diverse filmregisseurs. Hij is dan ook bij het grote publiek vooral bekend van films als Deuce Bigalow, The Hot Chick en The Animal.

Afgelopen jaar, na twintig jaar acteren, kreeg Schneider weer zin om als stand-upcomedian aan de slag te gaan. Onlangs besloot hij zijn internationale comedytour te verlengen en ook Nederland een bezoek te brengen.

AMSTERDAM (ANP)

Zomertijd!

“Het voordeel van dat uur tijdsverschil,” zegt C. terwijl ze peinzend naar haar blote voeten staart, “is dat we feitelijk eerder aan de rosé kunnen.”

Het is zondagmiddag half vier. Nieuwe tijd “dus eigenlijk half drie”, en we vieren van alles. Een kinderverjaardag, rokjesdag, de zomertijd, bloesem en nog heel veel meer. C. heeft inmiddels een fles wijn gehaald en deelt de glazen rond.

Na de blote voeten komen de blote benen. Laarzen gaan uit, broeken worden opgestroopt en vestjes verdwijnen in de tas. De kinderen spelen op het plein en Paul is naar huis gevlucht. H. wil een foto van ons maken maar daartegen wordt fel geprotesteerd: ons vlees is nog véél te wit voor een foto. Eerst voorbakken.

De middag loopt als een zonnetje. We zijn ontspannen, rozig en bijkans zelfs euforisch. Dat doet een lentezon met je, die maakt je een beetje licht in het hoofd (oké, er was inmiddels een tweede fles wijn gekomen, dat zal ook wel wat uitmaken). Tegen de tijd dat we de kindjes van het schoolplein afplukken – zwart als torren – is de zon bijna onder en begint het fris te worden. Maar in ons hoofd is het nog steeds zomertijd.

Vanochtend was het vroeg. Ineens merkte ik dat uur tijdsverschil, het voelde alsof ik midden in de nacht opstond. Buiten scheen het zonnetje op de roze bloesems maar het was flink koud. Er lag een laagje ijs op de voorruit van mijn auto en snel greep ik mijn sjaal. Eenmaal op de fiets bevroren mijn handen.

Toch was het in mijn hoofd niet koud. Er dwarrelden roze blaadjes in mijn gedachten, het rook naar hars van de bomen en naar verse munt. Het voelde tintelig, knapperig en vers als pasgebakken brood.

Niet te meer te ontkennen. Zomertijd!

Paasei!


“Wat heb je gedáán?!”

De vrouw naast me kijkt geschokt naar mijn lange haren, die nu op de grond liggen, en mijn korte haren, die ze via de spiegel ziet. Ze slaat – met gevoel voor drama – haar hand voor haar mond. Opeens herinner ik me dat ze, toen ik net ging zitten, een gesprek voerde met de kapster over het zetten van extentions.

“Je mag ze wel hebben,” knik ik naar de grond. “Je kan er een aardige pruik van breien.”
“O, wat zonde!” zegt de vrouw.
Ja. Bedankt.

Maar wanneer ik mezelf bestudeer in de binnenspiegel van mijn auto vind ik het zelf ook wel errug kort. Oké, ik wilde een A-line en omdat mijn voorste plukken nogal kort waren moest de achterkant ook kort, en zo moet het weer langer groeien, maar op het plaatje van Gwyneth Paltrow zag het er toch een stuk leuker uit.
Ik kijk nog eens in de spiegel. Tja. Ik was het tijdens het langharige interbellum even vergeten, maar ik vind altijd dat ik een beetje op een paasei lijk wanneer ik kort haar heb.

“Nou ja,” zegt Lizzy als ik over mijn paaseitrauma vertel. “’t Is wel bijna Pasen.”
Tja. Dat is natuurlijk wel waar. En het principe van paaseieren is dat je ze verstopt, misschien kan ik dat de komende tijd met mijn hoofd ook doen?!
Het staat me leuk hoor, echt, dat zie ik zelf ook wel. Mijn haar is weer helemaal gezond en glazend. En het zit goed in model. Toch hoop ik dat mijn haar op de een of andere Rapunzel-achtige manier, tegen de tijd dat we eieren gaan zoeken, weer flink is aangegroeid.

Ze gebruikt haar muts als avatar!

“Wij gebruiken de buren als stamkroeg.”

Goed. Dat gaat dus over míjn huis. En míjn buurvrouw. En ik maar denken dat we een duurzame relatie met elkaar hadden. Zo kom je nog eens ergens achter, via je weblog. 🙂

Maar goed, op mijn vraag uit het blogje van eergisteren, “Heb jij thuis zaken die gebruikt worden voor iets waarvoor ze niet bedoeld zijn,” werden wel meer niet-tastbare zaken genoemd. (Al waren er geen andere mensen die het huis van hun buren als stamkroeg gebruikten, wat zegt dat over mij?!)

We zeiden:
Ik word gebruikt als pakezel.
Ik word gebruikt als pispaal.
Ik gebruik de honden als kruimeldief.

Wel zestig reacties telde het blogje. Wij zijn een creatief volkje, zo blijkt.

Natuurlijk, tandenborstels voor de voegen, een fruitschaal voor losse rommeltjes (en wat doen we dan met het fruit? O, doe maar in de oliebollenschaal!), schoudervullingen in de BH en een plakrol voor pillende kleding zijn allemaal wel bekend (alhoewel ik degene die de kat borstelt met de plakrol wel weer origineel vond!) maar de meeste lezers gaan veel verder.

Zo gebruiken we een plint als liniaal, koffiefilters als chipszakjes voor de kinderen (en als de koffiefilters dan onverhoopt op zijn, gebruiken we wc-papier als koffiefilter, wat overigens meteen weer de vraag oplevert: “Wat gebruiken we dan als het wc-papier op is?!”). We gebruiken de notenkraker om flessendoppen open te krijgen, een speciebak als buitenbadje, het strijkijzer om tosti’s mee te maken en een oude zaag om pony’s te roskammen.

Sommige dingen in ons huis blijken zelfs multifunctioneel. Zo wordt de fohn niet alleen gebruikt om ons haar in model te brengen maar ook om de diepvries te ontdooien en om het glazuur op de taart zachte te maken als het te snel is hard geworden.
Ook maandverband en inlegkruisjes doen het goed. We stoppen ze massaal in onze skischoenen tegen blauwe plekken en we plakken ze in onze shirts tegen zweetplekken. Kijk, dat zijn nog eens bruikbare tips!

Wat onze wasrekken betreft zijn we niet zo kritisch. Ledikanten, racefietsen, hometrainers en stoelen, alles wordt gebruikt om sokken, lakens of jassen op te hangen. En hebben we ergens een gaatje, een putje of een luikje waar we niet goed bijkomen, dan vinden we een oplossing in kleerhangers, buigzame potloden en stoelpoten. Je vraagt je af hoe ze dat vroeger toch allemaal deden, toen ze nog niet zoveel spullen in huis hadden.

Voor elk probleem is een oplossing, blijkt. Wanneer we willen rugkrabben gebruiken we een briefopener, een haarborstel of een schoenlepel. Ikzelf gebruik Paul daarvoor, of de kinderen. Een lezer merkt schoorvoetend op dat ze zo’n speciaal rugkrabbertje gekocht heeft, die krijgt de tip om meer ‘buiten de doos te denken’ want zulks is natuurlijk zonde van je geld.

De meest originele userswichten vond ik het wasmachineraam als slabak (Janneke) en de trouwring om bierflesjes mee open te maken (Moppiepop), dus die krijgen sowieso een eervolle vermelding.

Maar Muts gaat er natuurlijk met de hoofdoprijs (lees: de titel) vandoor, zij gebruikt ongeveer alles in haar huis voor iets anders dan waarvoor het bedoeld is. Onderscheiden vanwege gehele oeuvre, heet zoiets volgens mij. Ik bedoel, iemand die zijn muts gebruikt als avatar die verdient het om te winnen.

Rest mij verder jullie een fijne dag (en een fijn weekend) te wensen en misschien hebben jullie ‘m al door, ikzelf gebruik in dit geval mijn lezers!

Om leuke weblogstukjes over te schrijven!

Extra voorstelling Goeiesmorgens De Musical

De eerste zes avonden waren in korte tijd uitverkocht. De kaartverkoop voor de extra avond is donderdag van start gegaan.

Goeiesmorgens De Musical sluit aan op de Heb je nog geneukt-tour, waarmee de drie mannen van Jiskefet in 2010 in de HMH stonden. In de vorige voorstelling stonden de Lullo’s centraal, studentikoze typetjes waarmee Romeyn, Prins en Koch – net als met de kantoormannen van Debiteuren/Crediteuren – op televisie veel succes oogstten.

AMSTERDAM (ANP)

Bijzonder onmisbaar

We hebben allemaal zo ons gewoontes.

Denise ruimt haar slee niet op omdat hij dienst doet als schoenenrekje. Paul mag van mij (de zijkant van) het oude peuterbed, dat in de kelder tegen de muur staat, niet weggooien omdat ik dat gebruik als droogrek. De kinderen gebruiken mijn puzzelmat als voetbalveld voor de playmobiel (zie foto) en zo zijn er een heleboel dingen in ons leven die anders worden gebruikt dan je zou verwachten.

Vanochtend was Dokter Don – een radioloog uit het ziekenhuis in Hoogeveen – op de radio. Dokter Don heeft een boek geschreven over zaken die zoal in het menselijk lichaam – ingebracht via de een of andere opening – worden aangetroffen. In het gesprek met de dokter is het woord ‘colafles’ meerdermaal gevallen. Schijnbaar doen mensen heel vreemde dingen met colaflessen, en blijft er nog wel eens een dopje ergens achter.

Een slee, een zijkant van een ledikant, een puzzelmat en een colafles. Allemaal zaken die gebruikt worden voor iets anders dan je zou verwachten. Ik vind dat leuk (al kan ik me bij die colafles niet zoveel voorstellen, of eigenlijk, wil ik me niet al teveel voorstellen!) ik hou van bijzonder verhalen achter gewone dingen.

Dus je voelt hem al aankomen.
De vraag van vandaag.
Heb jij ook zoiets bijzonders thuis?
Iets wat gebruikt wordt voor iets waarvoor het niet bedoeld was maar wat toch bijzonder onmisbaar is? De leukste, grappigste of origineelste ‘userswitch’ krijgt een eervolle vermelding.

Mijn broer en ik zijn vandaag de jury.

Thea en Derk

Onlangs schreef ik een stukje over fases. En over een droevig gevoel.

Opeens waren mijn kleine Kletsen niet langer klein en baby-achtig. En volgend jaar had ik gewoon twee schoolkinderen in plaats van knuffelige kleuters. De vraag was vervolgens: wat deed ik met dat gevoel?

In eerste instantie deed ik niets. Ik trok ergens in mijn hoofd een gordijntje dicht en liet het gevoel daarachter zitten. Maar toen las ik weer eens een bericht in de krant over ‘oudere moeders’. Ergens was er weer één van tegen de vijftig bevallen van een gezonde dochter. Niet dat ik ‘een tweede leg’ ambieerde, maar toch.
Ik was zevenendertig.
Het kon. Het kan.

Het gevoel kwam achter het gordijntje vandaan en begon, verwarmd door het prille lentezonnetje, wat te sudderen daar in mijn hersenpan. Terwijl ik de haren van de meisjes schuierde, terwijl ik violen in de tuin plantte en terwijl ik knuffelde met de baby van een vriendin werd het gevoel gaar en zo zacht als boter. Ergens wist ik dat ik het niet moest doen, dat ik het waarschijnlijk ook nooit zou doen. Dat het geen goed idee was. Maar toch. Het rook zo lekker!

En alsof het zo had moeten zijn droomde ik vannacht dat ik zwanger was. Van een tweeling. De zwangerschap was een eitje (of eigenlijk twee eitjes in dit geval, desalniettemin geloof dat ik dat ik in mijn droom niet eens een buik had) en op een mooie ochtend in juni werden ze geboren. Eerst het meisje, ze heette Thea en toen de jongen, hij heette Derk. Ik weet nog dat ik in mijn droom dacht: “Goh, nu heb ik eindelijk een jongen. Mooi. Maar wat moet ik er eigenlijk mee?”
Al snel was ik druk in de weer met flessen en luiers. Slapen kon ik wel vergeten, Paul en ik kregen ruzie over de taakverdeling en Lizzy en Annabel waren boos dat ze geen aandacht kregen. Ik gaf Thea en Derk een flesje en bedacht ondertussen wat ik allemaal nog moest doen.
De zolder opruimen.
Een column schrijven.
Boodschappen.
Mijn boek afmaken.
Het duurde niet lang of het hele gezin was in tranen.

Toen ik wakker werd wist ik één ding heel zeker.
Ik wachtte wel op kleinkinderen.

Leuker kunnen we het niet maken!

Hoera, lente!

Eigenlijk begon de lente dit weekend al, vinden jullie niet? Sterker nog, ik was afgelopen donderdag al helemaal zonnig! Dat kwam zo, het regende dan wel, maar ik ging een wijntje drinken met vriendin A. die ik al heel lang niet gezien had. En vriendin A. is écht een zonnetje!

Vrijdag begon ik aan de voorjaarsschoonmaak. Ik nam de zolder onder handen, poetste, boende en gooide vooral veel weg. Heerlijk, de hele dag voor mezelf. Liz was op school en Annabel had een kinderfeestje. En het klinkt vast heel erg Libelle, maar zo’n opgeruimd huis zorgt echt voor een opgeruimd gevoel in je hoofd. ’s Avonds ging ik met Lizzy naar een tweedehands kinderkledingbeurs waar ik veel leuks voor de Kletsen kocht. Liz zocht een snoeilelijke knale gele jurk uit en heet vanaf nu dan ook: “De kanarie”.

De volgende dag, zaterdag, schoten de meiden direct in hun nieuwe kleren en gingen met pappa mee boodschappen doen. De rest van de dag werkte Paul in de tuin en ging ik met Liz nieuwe skates kopen die ze helemaal zelf bij elkaar gespaard, gerapport en geverjaard had. Kind zielsgelukkig, mamma trots op sportieve Klets!
’s Avonds aten we, zonder kinderen, bij vriendin F. en haar nieuwe man. Altijd spannend zo’n kennismaking. Gelukkig werd het een superleuke avond. Paul vond het ook fijn, zat hij opeens niet meer zo in zijn eentje tussen ‘het lawaai’, zoals hij onze vriendschap liefkozend noemt. Veel te snel was de port op en de avond voorbij.

Gisteren vertrok Lizzy voor dag en dauw op haar skates naar buiten. En nadat ik een uurtje had gezwommen met Annabel volgenden we haar voorbeeld. Niet op de skates, wel naar buiten. Praxis hield een plantjesmarkt dus binnen no-time stond mijn tuin vol met campanula’s, viooltjes en vergeet-mij-nietjes. We aten een beschuitje met aardbeien in de tuin en Annabel en haar Geloofde speelden met de waterbaan. Hoe lenteachtig wil je het hebben.

En toen was het alweer maandag. Ik zit achter mijn PC en ga zo mijn belastingaangifte doen. Saai? Welnee, helemaal niet. Ik kijk uit het raam en zie de violen. En het zonnetje. Saai is zo saai nog niet en leuker kunnen we het niet maken. Dat hoeft ook niet, het is al leuk.

Want de lente is begonnen!