Boorvrouw C.


Paul zit in de tuin. Hij heeft zijn nieuwe boormachine op schoot, zijn ogen stralen en hij kijkt buitengewoon verliefd. Ik heb hem de afgelopen tijd één keer eerder zo gelukkig gezien en dat was toen hij zijn nieuwe auto kreeg.

Pauls ogen schitteren als hij naar zijn nieuwe speeltje kijkt. Liefkozend streelt hij de lithiumbatterij en strijkt met zijn vinger langs de verschillende soorten boortjes.

“Hmmm,” snuffelt Paul. “Hij ruikt zo nieuw.”
“Zit jij nou aan die boormachine te ruiken?”
“Ja, en?”
“Niets. Maarreh, moet je niet gewoon even een gaatje boren?”
“Nee, ik wil er eerst een tijdje naar kijken.”

Arme Paul. Zo blij met zijn boor. En een vrouw die hem niet begrijpt. Ik heb niets met mannenspeelgoed. Boor, bijl, kettingzaag. Het is mij allemaal veel te gevaarlijk. Geef mij maar een paar nieuwe laarzen, die zijn tenminste ongevaarlijk. En die ruiken ook lekker.

Gelukkig voor Paul is er buurvrouw C. Waar ik naar vriendin F., M. of I. ren om mijn nieuwe laarzen te showen, snelt Paul met zijn speelgoed naar buurvrouw C. Buurvrouw C. is, net als Paul, dol op elektrische apparaten. En op gadgets, op auto’s en andere luidruchtige en/of gevaarlijke rommel. Paul en C. zijn een leuk stel, ze kloven samen bomen, nemen een biertje, en ze bouwen houthokken.

“Mooie boor hè?” zegt C., als we met z’n allen in de tuin staan.
“Prachtig,” zeg ik, een beetje cynisch.
“Jij bent ook niet enthousiast.”
“Ach, Paul gaat ook niet uit zijn dak als ik een paar nieuwe laarzen heb. Daar ga ik ook mee naar mijn vriendinnen.”
“Ja,” zegt Paul en hij stoot buurvrouw C. aan. “En ik ga met mijn boor ook naar mijn vriendinnen!”

Of ik me geen zorgen maak om hun vriendschap?
Welnee.
Buurvrouw C. is dol op gereedschap. Maar niet op dát soort ‘mannelijk’ gereedschap.

Verdrietig


Ik wilde er eerst niet over schrijven.

Ze zien me aankomen, dacht ik. Ze vinden me vast heel stom dat ik zoiets een tweede keer laat gebeuren. Ze zullen me een sukkel vinden. Een onverantwoordelijke chaoot.

Maar eerlijk is eerlijk, ik ben te verdrietig om erover te zwijgen. Wij allemaal. En het zou raar zijn als ik er niets over zou zeggen, want vandaag of morgen vraagt er een keer iemand naar hem en dan?

Tuffy is weg. Tuffy II inderdaad, want Tuffy I waren we al kwijt. Tuffy II is twee jaar bij ons geweest en nu is hij verdwenen. Het verdriet is groot. De kindjes wilden eigenlijk niet naar school en dat snapte ik maar al te goed. Annabel liet gisteravond zelfs haar avondeten staan. Voor iemand die niets met vogels heeft is het misschien moeilijk te begrijpen, maar dat kleine verenpak was ons zo lief. Zelfs Paul is van slag.

Nog niet zo lang geleden hebben we zijn vleugels laten knippen, juist om dit te voorkomen. En omdat ze bij de dierenwinkel zeiden dat hij dan lekker mee naar buiten kon, had Paul had een klimrek voor hem getimmerd waarop menig peuter jaloers zou zijn.

Tuffy had nog maar heel kleine vleugeltjes en ik knipte ze af en toe bij (of af). Als we in de tuin zaten, aan de koffie of bij den barbecueën, dan zat hij er gezellig hij. Hij ging nooit van zijn klimrek af, behalve als hij wel eens met de meiden in de hangmat ging. Ik had hem natuurlijk allang binnen ‘getest’, hij haalde de bovenkant van de deur niet eens. Hij vloog als een kip; beetje fladderen, zijn val breken, maar ver kwam hij niet. Dachten we.

Gistermiddag ging het mis. Waarschijnlijk is hij geschrokken omdat ik met de tuinslang op de kinderen richtte, ze natspoot. Ineens was hij weg. Ik begreep er niets van, hij kon helemaal niet vliegen, hij moest in de tuin zijn. We doorzochten alle planten en struiken. Niets. En ineens hoorden we hem. Hij bleek in een boom te zitten in een aangrenzende tuin. “Gelukkig, dacht ik, we hebben hem!”
Maar zo eenvoudig was het niet. Lokken met fluitjes en lekkers hielp niet. Hij bleef zitten waar hij zat (en had het daar erg naar zijn zin). Uiteindelijk haalde de buurman een ladder en klom in de boom. Daar schrok de vogel weer van en weg was hij. Met zijn gekortwiekte vleugels vloog het beest bovenop het dak van een huis. Tot zover ‘nee, hij kan nu niet meer vliegen’.
Dat dak vond hij waarschijnlijk eng; hij keek een paar keer naar beneden en besloot dat hij daar maar bleef zitten. Kuif omhoog, vleugels breed om de hitte te bestrijden. Vervolgens heb ik anderhalf uur in de brandende zon staan fluiten en roepen en helaas blijft zoiets niet onopgemerkt. De hele straat liep uit en begon zich ermee te bemoeien. Toen een van de ramptoeristen een videocamera haalde en mij en Tuffy begon te filmen was de maat vol en heb ik de ladder maar weer gehaald. Hier had ik lang genoeg gestaan.
Ik klom tot de dakkapel en keek maar even niet naar beneden. Ik was nu op twee meter afstand van de vogel. Hij keek nog steeds angstig om hem heen en ik zag hem twijfelen: zal ik? Maar hij deed niets. Verroerde geen veer. Bleef zitten waar hij zat.

Uiteindelijk klom de buurman het dak op waarop Tuffy weer wegvloog. Dit keer vloog hij over het huis heen en verdween in een van de tuinen. O ja, we hebben gezocht. We hebben overal aangebeld om te vragen of we in de tuin mochten kijken. We hebben gefloten, we hebben briefjes door de deur gedaan. Maar het leverde niets op.

Vanochtend was zijn kooi, die we voor de zekerheid op het dak van de schuur gezet hadden, nog steeds leeg. Geen Tuffy. Geen gefluit bij het ontbijt. Niet lekker even kroelen voordat we weggaan. Geen blije meisjes. Wel tranen.

Snik.

Druk druk druk


Zo.

En hier (klik) ben ik dus de hele ochtend druk mee geweest.

Nu alleen nog even dat manuscript afschrijven, versturen, en klaar is Klara. O nee, ik moet eerst nog naar het ziekenhuis voor de controle van mijn Mirena. En dan nog boodschappen doen. En koken.

Zucht. Eigenlijk is ‘t veel te warm voor dit soort activiteiten.

Birthday girl

Oke, het was geen superweer.
Maar toen we er eenmaal waren was het droog.
Iedereen heeft heerlijk gespeeld.
Ook mijn pappa en mamma!

En als je dan, tenslotte,
Ook nog een ijsje krijgt, met een kroontje
En je mag het ijsje opeten in de hooiberg
Nou,
Dan heb je toch een superfeestje?!

En voor wie interesse heeft, wij waren hier.

Grapje


“Goedemorgen,” zei de optometrist vrolijk.

Hij gaf me een zelfverzekerde, stevige handdruk.
Precies een maand geleden hè?
Ik knikte.
“Nou,” zei de optometrist. “Dan gaan we nu eens kijken. Gaat u daar maar zitten.”
Ik ging zitten, legde mijn kin in de steun en plaatste mijn ogen voor de grote lenzen. De optometrist knipte een lampje aan, waarschijnlijk om de letters op het bord te toveren.

“Zo,” zei de optometrist. “Wat kunt u hiervan lezen.” In zijn stem klonk een lach door, alsof hij het zelf belachelijk vond dat hij de vraag moest stellen. Waarschijnlijk waren de letters erg groot. Dat waren ze altijd, in het begin.
Ik liet een pauze vallen. “Niets,” zei ik toen.
“Euh..” hakkelde de optometrist. “Hoe bedoelt u niets?”
“Ik kan er niets van lezen.”
“Ook de bovenste regel niet?” Hij klonk nu niet meer zo zelfverzekerd.
“Nee,” zei ik. “Ook de bovenste regel niet.”
“Echt niet?”
“Echt niet. Maar misschien gaat het beter als u de schuifjes voor de lenzen weghaalt.”

De optometrist zuchtte opgelucht, maar kon er verder niet om lachen.
En zo dreigde een enorme leuke grap zomaar verloren te gaan.

Gelukkig maar, dat ik een weblog heb.

U2 maakt debuut op Glastonbury

U2 brak begin jaren 80 door naar een groot publiek, maar speelde nooit op het beroemde festival. Vorig jaar zou het moment eindelijk daar zijn, maar vanwege een spoedoperatie aan de rug van frontman Bono werd het optreden doorgeschoven naar Glastonbury 2011.

Na het eerste nummer van de band, Until The End Of The World, probeerde een actiegroep een ruim zes meter hoge ballon met de tekst ‘U pay your tax 2’ over het publiek te laten zweven. Ze wilden daarmee protesteren tegen het feit dat U2 haar operaties nu vanuit Nederland, en niet vanuit Ierland, leidt om minder belasting te betalen. Bewakers grepen hardhandig in. Er werd niemand gearresteerd. De band werd nauwelijks gestoord door het opstootje, zodat de fans konden genieten van hits als Sunday Bloody Sunday en Where The Streets Have No Name.

U2 sloot het vrijdagprogramma van het festival af. Eerder op de dag speelden B.B. King (85) en Radiohead al op het hoofdpodium. De zaterdag wordt afgesloten door de band Coldplay en zondag zal zangeres Beyoncé deze editie van het festival afsluiten. In totaal spelen ruim honderd bands en muzikanten op het festival, dat bezocht wordt door ongeveer 175.000 mensen.

In 2012 zal het festival niet doorgaan vanwege de Olympische Spelen in Londen.

PILTON (ANP)

Empty box syndrome


Drie weken geleden, op 1 juni 2011, zegde ik het contract met mijn literair agent op. Nog diezelfde dag plaatste ik het eerste hoofdstuk van mijn boek “Je kan er maar beter om lachen” op TenPages.com. Doel: 2000 aandelen verkopen binnen vier maanden waarbij de aandelen verdeeld moesten zijn over minstens 100 aandeelhouders.

Vanaf dat moment kreeg ik elke dag mail van TenPages.com. Die mails begonnen steevast met de zin “Gefeliciteerd: je manuscript is ontdekt!” gevolgd door het aantal aandelen dat was aangekocht en de naam van de koper. Checken van mijn mail werd hierdoor behoorlijk verslavend en al gauw checkte ik vaker mijn mail dan dat ik knipperde met mijn ogen (en ik knipper vaak, zeker sinds ik mijn ogen heb laten laseren).

Wanneer ik ’s ochtends wakker werd dacht ik eerst: aandelen! En daarna dacht ik pas: koffie. Dat zegt een boel! Vervolgens snelde ik naar beneden, startte de computer op en gaf de stand door op Twitter en op mijn weblog. Vervolgens haalde ik diep adem, knipperde met mijn ogen en ging koffiezetten.

Op mijn werk kon ik mijn mail niet checken dus bekeek ik de aandelen via de site van TenPages.com. Wanneer ik langsging bij mijn ouders zat ik regelmatig achter hun PC. Waar ik ook was, het eerste wat ik deed was: kijken of er een computer stond. Als was ik een verstokte roker op zoek naar een rookplek. Misschien is het maar goed dat mijn boek zo snel uitverkocht is, ik vrees dat mijn gezinsleven eronder zou zijn gaan lijden.

Dat ging zo een tijdje door. De mailtjes kwam steeds vaker en ik kon mijn ogen niet meer van het scherm afhouden. En ineens, na een rete spannende dinsdag, was het over. Om ongeveer half elf ‘s avonds bereikten we de 2000 aandelen-grens. Mijn boek kreeg een banner: ‘wordt uitgegeven!’ en inmiddels heb ik een afspraak met TenPages staan.

En toen?

Ineens realiseerde ik me dat ik me, sinds die dinsdagavond, eigenlijk behoorlijk unheimisch voelde. Leeg. Verloren, alleen. Alsof er iets miste, alsof er iets vervelends was. En ik kon maar niet bedenken waar dat vage gevoel van onbehagen toch vandaan kwam.

Had ik ruzie met iemand gemaakt?
Moest ik een spannende presentatie houden?
Had ik lichamelijk ergens last van?
Was ik meer dan twee kilo aangekomen?
Zat een van de meiden niet lekker in haar vel?

Nee, besloot ik. Nee, dat was het niet. Ik had helemaal geen reden om me zo in mineur te voelen. Ik moest hartstikke blij zijn. Oké, het was geen lekker weer en mijn streefgewicht was nog ver weg, maar hallo, mijn boek werd uitgegeven!
En toch mist ik wat.

Gisteren sprak ik erover met mijn vader.
“Het lijkt wel of ik gewoon baal dat al die aandelen zijn verkocht,” zei ik. “Maar dat slaat toch nergens op? Dat wílde ik toch? Dan heb ik het toch goed gedaan? Maar het is zo kaal ineens, zo zonder die mailtjes van TenPages.”
Mijn vader roerde bedachtzaam in zijn koffie.
“Tja,” zei hij. “Ik herken dat wel. Zo voelde ik me een beetje toen jullie het huis uit waren. Toen vond ik ook dat ik het goed had gedaan. En toch was het kaal.”
Ik lachte om mijn vaders serieuze blik.
“Je hebt het zeker goed gedaan hoor,” grinnikte ik.

“Ik weet het!” riep hij ineens. “Ik weet waarom je je zo voelt! Je krijgt geen mail meer en daardoor heb last van een syndroom! Niet het empty nest syndrome, maar het empty box syndroom!

Het empty box syndroom. Heb ik weer.

Een mooi compliment


Wandelvriendin B. kon gisterenavond geen oppas krijgen en dus werd wandelvriendin B. voor de gelegenheid drinkvriendin B. Ook mooi, want ik was, na het succes van dinsdag, nog steeds in feeststemming.

“Komt goed uit,” riep B. want ik wil proosten op je boek.
Werkelijk, als ik moet borrelen met iedereen die met me wil drinken op mijn boek, dan ben ik de komende maanden stomdronken!

“Ik heb je blog van gisteren gelezen,” zei B. “Over dat jij over de hele avond achter de computer zat en op het moment suprême in de tuin stond. En over hoe ik jou belde om je te feliciteren met je 2000 verkochte aandelen maar dat je zelf nog van niets wist.”
Ik grinnikte. “Goeie hè?”
“En weet je wat me toen opviel?”
“Nee?”
“Nou kijk, ik was er zelf bij. Ik was tenslotte degene die jou belde en toch, toen ik het teruglas, toen zag ik eigenlijk pas hoe grappig het was. Gewoon, door hoe jij het had opgeschreven! Het is alsof de werkelijkheid leuker wordt als jij hem beschrijft.”

Ik bedankte B. voor het mooie compliment en vulde onze glazen. Ik maak de werkelijkheid leuker, dat was best mooi gezegd.

“Daar drinken we op.”
“Proost.”

We did it!


Aantal aandelen verkocht: 2002 van 2000, zijnde 100% van het geheel.
Stemming: euforisch
Quote van de dag: op naar de uitgever

Klik hier voor een link naar mijn introductiestukje op Vrouwonline.
Klik hier voor mijn boek TenPages.
Klik hier voor het interview op TenPages.

“Mamma, waarom loop je toch steeds naar de computer?”
“Mamma moet even kijken of er nog aandelen verkocht zijn.”
“Wat zijn ‘aandelen’?”
“Dat zijn, eh, laat maar schat. Zullen we een potje kwartetten?”

Op het moment dat ik die ochtend mijn huis had verlaten stond de teller nog op 1612, zijnde eenentachtig procent van het geheel. Het was eenentwintig juni, de langste dag van het jaar, de zonnewende, en ik schreef op mijn blog een wedstrijd uit: raad wanneer het tweeduizendste aandeel wordt verkocht en win een gesigneerd exemplaar van mijn boek “Je kan er maar beter om lachen”.

De teller op TenPages bleef maar oplopen en al snel werd duidelijk dat de golf van mijn voorspellingswedstrijd zichzelf wel eens kon gaan overspoelen. De uiterste raaddatum was immers die nacht om 00.00 uur, maar wie weet waren de aandelen voor die tijd al uitverkocht. Hanneke van “Aan de zijlijn” riep op Twitter al eerder dat het boek er sneller zou zijn dan ik dacht. Háár laatste driehonderd aandelen waren binnen anderhalf uur uitverkocht!

Om half vier ging ik even boodschappen doen en toen ik terugkwam stond de teller tot mijn eigen verbazing ineens op 1800. (Dit was voornamelijk te danken aan een lezeres die het op haar heupen had gekregen en zomaar vijftig aandelen gekocht had!) Ik probeerde de Kletsen uit te leggen waarom mamma zo opgewonden was maar ze waren niet bepaald ontvankelijk voor mijn enthousiaste verhalen.

“Word jij dan beroemd?” vroeg Lizzy.
“Welnee,” zei ik. “Hooguit een beetje bekend, als mijn boek in de winkel ligt.”
“Kom je op TV?” vroeg Annabel hoopvol.
“Voorlopig nog niet.”
“De vader van B. is copiloot,” zei Lizzy. “Dat is pas vet cool.”
“Ik ga buitenspelen,” zei Annabel.

We aten bloemkool met worstjes. Heel verantwoord. Paul was zeilen en na het eten keken we een stukje van Harry Potter.
“Is dat allemaal echt gebeurd?” vroeg Lizzy.
“Nee,” zei ik. “In die film spelen ze het boek na. En dat boek is verzonnen.”
“O ja,” zei Lizzy. “Harry Potter is ook een boek. Waar gaat jouw boek eigenlijk over? Komen er ook tovenaars en heksen in voor?”
“In mijn boek komen twee kleine heksjes voor. Eentje van zes en eentje van acht.”

Om acht uur lagen de kinderen op bed. Lizzy had moeite om in slaat te komen en dus ging ik, met kopje thee en minilaptop, boven op het grote bed zitten. Om de vijf minuten surfte ik naar de site van TenPages. Nog honderd te gaan en het kon nog alle kanten op. Iemand kocht één aandeel (onder de naam ‘Vegakip’, woehaa!), een ander kocht er tien. Er hoefde zich maar één investeerder te melden die ze ‘opkocht’ en ik was er.
Ik vond het ongelooflijk spannend.
“Hoe voel je je nu?” Twitterde iemand.
“Na drie valium en twee Whiskey best aardig,” antwoordde ik.

Lizzy sliep om kwart over negen en ik stuurde een sms’je naar de buurvrouw dat ik vast aan de drank ging. Ik had nog geen slok genomen of ze stond voor de deur.
1911, 1913, 1923, 1940.
Op 1941 bleef de teller hangen en na een tijdje vertelde buurvrouw dat hun boom (net zo’n joekel als wij hadden) vandaag weggezaagd was.
“Moet je zien hoe licht jullie tuin nu is!” riep ze. We gingen de tuin in om te kijken.

Het was lekker weer en we stonden even te kletsen. Het was inderdaad lichter in onze tuin en we vroegen ons af of er nu ook meer zon in onze tuinen zou komen. Moest hij wel eerst gaan schijnen, die zon, zeiden we.
Op dat moment ging de telefoon.
“Gefeliciteerd!” riep wandelvriendin B.
“Ho ho,” zei ik, “we zijn er nog niet!”
“Wel!” riep B. “Je ben er al overheen!”
“Echt?” Snel liep ik naar de computer en drukte op refresh. Ja hoor, 2002. Suf zeg, zat ik de hele avond achter de laptop, miste ik ‘het moment’ omdat ik met de buurvrouw in de tuin over bomen stond te bomen. Echt wat voor mij.
“Zeg, waar zit jij eigenlijk,” vroeg ik B. Op de achtergrond klonk allerhande geroezemoes.
“Op school. Vergadering van de OV. Maar we zitten al de hele avond je site te checken. Iemand wilde net aandelen kopen maar het kon al niet meer. Te laat.”

Op TenPages zag ik dat één van de investeerders aldaar de resterende aandelen had opgekocht. “Ik heb je even uitverkocht,” was het bericht dat hij voor me achterliet.

Daarna gebeurde er van alles door elkaar. Omdat we geen champagne hadden riep de buurvrouw heel hard ‘plop’ en schonk witte wijn bij. Paul kwam thuis, dacht dat we op de omgezaagde boom dronken, en begreep helemaal niet waar we het over hadden. Ik ontving, naast heel veel felicitaties, ook een boel brulmail en brultweets van mensen die verontwaardigd waren dat het zo snel gegaan was en dat ze nu geen aandelen meer konden kopen.

“Jeetje,” zei Paul, “binnen drie weken uitverkocht. Dat moet een record zijn!”
“Volgens mij niet, maar het aantal aandeelhouders heeft alle records gebroken!”

En ja, zo kom ik dus weer bij jullie uit! “Je kan er maar beter om lachen” heeft een recordaantal aandeelhouders, het boek wordt breed gedragen en is dus blijkbaar erg welkom!
Dat niet iedereen even enthousiast is over TenPages, en over het feit dat de ‘eindklant’ hier beslist, heb ik inmiddels wel begrepen. Maar wat is er dan mis mee, vraag je je af.
Het gaat ten koste van de kwaliteit?
De boekenmarkt heeft eerder minder dan meer boeken nodig?
De lezer is niet geschikt als literair agent?

Wat een onzin. Wij zullen bewijzen dat een boek dat tot stand komt door social media, crowdfunding en hypen prima van de grond kan komen. Want nu we zover zijn gekomen gaan we er een bestseller van maken ook. (Zeg het maar als ik doorsla hoor, ik luister nu toch niet.)

Weet je wat het is met dat soort reacties, je kan er maar beter om lachen.
En daar wilde ik het voor vandaag bij laten.

… mailde Peetje van Peetje’s blog

O ja, en we hebben natuurlijk een winnaar! Ik heb alle posts (173!) van gisteren bekeken en volgens mij zat Sanneke er, met haar dinsdag om 22.22 het meest dichtbij. Zij zat er slechts negen minuten naast en was daarmee de meest accurate voorspel-ster!
NB Over de boekenlegger binnenkort meer!