Vandaag vier ik …


… dat ik blij ben met mijn haar, mijn ogen, mijn gezondheid, mijn tanden, mijn nagels, mijn gestel, mijn mond, mijn enkels, mijn benen, mijn huid (behalve onder mijn ogen) en mijn oren.

Wat alle andere (aftakelende) onderdelen betreft ben ik gewoon weer officieel een jaartje ouder vandaag.

Gastblog


Liz en ik zitten samen op de bank.

“Weet je wat ik voor mijn verjaardag wil?”
“Je bent pas in januari jarig.”
“Nou en. Ik ga een minilaptop vragen.”
“Wat moet je daar nou mee?”
“Op internet.
Internet zit niet standaard op een laptop hoor.”
“O. Nou, dan vraag ik wel internet wel aan oma.”
“En dan?”
“Dan ga ik een weblog schrijven. Net als jij.”
“Zo zo.”
“Ik heb mijn eerste blog al geschreven.”
“Mag ik hem lezen?”
“Ja. En zet je hem dan ook even online?

Everybody likes…..


Ik ben een beetje humeurig
.

Dat begon gisteravond al. Eenmaal thuis was het alsof ik mijn glimlachjes die middag allemaal op de verjaardag van omi had opgebruikt. Ineens ergerde ik me aan alle troep om me heen, vond ik dat iedereen lawaai maakte en baalde ik van onze oude meukkeuken. Paul vluchtte de kelder in om een potje te gaan flipperen en ik flipperde mopperig naar bed.

Vanochtend werd ik voor de verandering eens niet gewekt door de radio maar door een gierende keelpijn hetgeen mijn humeur geen goed deed. Koffie hielp even maar aan het einde van de ochtend had ik zo’n ruzie met mijn computer dat ik mezelf bijna wurgde met één van mijn eigen deadlines.

Tijdens de lunch met de Kletsen kalmeerde ik wat. Ik ben Zen, hield ik mezelf voor. We slurpen van een restje pompoensoep en we praatten over van alles en nog wat. Liz vroeg of pompoensoep ‘heel gezond’ was, wat ik beaamde want veel groente en weinig vet.
“Wat is eigenlijk het gezondst van de hele wereld,” vroeg Liz.
“Gevarieerd eten.”
“Wat betekent dat,” vroeg Annabel.
“Dat betekent,” legde ik uit, “dat je veel verschillende dingen eet en vooral niet teveel.”
“Is snoep ook gezond?” wilde Annabel weten.
“Niet echt,” zei ik, “maar soms is het wel goed voor je. Bijvoorbeeld omdat het lekker, of omdat je er vrolijk van wordt.”
“Vrolijk worden?” Twee paar ogen keken me verbaasd aan.
“Ja. Ze zeggen dat er in chocolade een stofje zit waar je vrolijk van wordt.”

Op dat moment kreeg Annabel het voor elkaar om een flinke lepel pompoensoep over haar witte T-shirt uit te storten. Er vormde zich een oranje vlek waarop in koeienletters stond geschreven: “Ik. Ben. Niet. Uit. Te. Wassen.” Binnen drie seconden had Zen de benen genomen en stond ik Annabel uit te foeteren.
“Ik heb het helemaal gehad,” besloot ik mijn monoloog.

“Mamma,” zei Liz voorzichtig, “zal ik misschien een stukje chocolade voor je halen?”

Dameskwartet


Twee jaar geleden overleed mijn laatste oma, de moeder van mijn moeder.
De vader van mijn moeder was enkele jaren daarvoor al overleden, in 2002. De ouders van mijn vader stierven toen ik nog op de middelbare school zat.

De oudste in onze familie is nu de oma van Paul. Achtennegentig wordt ‘omi’ vandaag en ze weet nog precies hoe de wereld in elkaar steekt. Van de kredietcrisis kijkt ze niet op en de ontwikkelingen in Libië vindt ze ‘zorgelijk’. Ze heeft zelfs aandelen in mijn boek gekocht! Het enige probleem is dat haar lichaam steeds minder meewerkt. Ogen, oren, benen, alles begint de strijd tegen de tijd te verliezen.

In januari is Lizzy 8 geworden. Vandaag wordt oma 98. Over een paar dagen word ik 38 en in december wordt mijn schoonmoeder 68. Heel bijzonder vind ik dat, een dertigjarige interval tussen vier vrouwen. 8, 38, 68, 98. Een dameskwartet, een generatiereeks. Oma maakte de introductie van de televisie mee, Lizzy gaat naar 3Dfilms in de bioscoop. Ergens daartussen bungelen mijn schoonmoeder (kleurentelevisie) en ik (video). Verschillen en herkenning binnen de familie. Zo mooi.

Over twee jaar word ik veertig. Dat betekent dat Lizzy dan tien wordt, mijn schoonmoeder zeventig en oma honderd. 2013 zal een bijzonder jaar worden, hoe dan ook. De vraag is alleen of oma het nog gaat meemaken. Ze ziet er nog prachtig uit met haar zilverwitte haren, echt een dame en ze heeft voor iedereen een vriendelijk woord, maar zoals mijn schoonmoeder het zo mooi zegt: “Ze wordt nu wel erg broos.”

En daarom gaan we vandaag met een grote bos bloemen naar Haarlem. Mijn schoonzus is er speciaal voor ‘overgewaaid’ uit de Domincaanse Republiek. We feliciteren oma met haar verjaardag, vieren samen een feestje en proberen niet vooruit te kijken. Dat deden we vorig jaar ook niet – en dat werkte – en dat doen we hopelijk volgend jaar ook niet. We genieten van het moment en zijn dankbaar voor het leven.

Amen.

Think pink!


Het gaat goed met mijn kijkers. Heel goed zelfs.

“Hoe is het zicht?” vroeg de optometrist vanochtend, terwijl hij wat aan een van zijn psychedelische apparaten prutste.
“Geweldig,” zei ik. “Ik zie zelfs dingen die er niet zijn!”
(De optometrist reageerde niet,waardoor een enorme leuke grap wederom verloren ging.)

Nadat alle metingen gedaan waren constateerde de optometrist dat ik 125% zicht had. Hondervijfentwintig procent! Even vroeg ik me af of dat betekende dat ik écht dingen zag die er niet waren, maar de optometrist legde uit dat 125% zicht ‘slechts’ betekent dat je bovengemiddeld goed ziet. Ik heb dus écht een scherpe blik! Wetenschappelijk getest.

Gelukkig maar, want ik moet scherp blijven. Op mijn werk, thuis met de kindjes en achter de computer. Mijn manuscript is weliswaar af – en het is afgelopen week naar een indrukwekkende lijst uitgevers gestuurd – maar ik werk nog aan het laatste hoofdstuk. Dat zou ik eigenlijk pas schrijven als mijn handtekening onder een contract stond, maar ik ben alvast begonnen met het uitwerken van een aantal flashbacks.

Een van de flashbacks behelst de ‘beursgang’ van mijn boek: het moment dat ik het manuscript op TenPages.com plaatste. Wat lijkt dat alweer lang geleden. Vóór de zomervakantie, ná de laseringreep. Met mijn ogen is het daarna steeds beter gegaan, met de zomer ging het steeds slechter. En iInmiddels zijn de kindjes alweer twee weken naar school. Time flies when you’re having fun!

Zodirect moet ik een nieuwe column schrijven AssurantieMagazine, (er staat er inmiddels weer een online) maar niet voordat ik dit stukje op mijn weblog heb geplaatst. Tussendoor check ik elke vijf minuten mijn mailbox, er zou zomaar bericht kunnen komen van een uitgever. Zoals ik al zei, ik moet scherp blijven. Maar ik doe het graag, ik zit prima in mijn – nog steeds iets te ruime – vel. De koffie is lekker en ‘t is bijna weekend.

Je zou bijna denken dat ze een kleurtje meegelaserd hebben, zo rooskleurig zie ik de toekomst.

Verjaardagen 25 augustus

1954 – Elvis Costello (Declan McManus), Britse muzikant van Ierse afkomst. Experimenteerde in zijn beginjaren met punkrock en new wave, maar vond in de jaren tachtig zijn eigen stijl.

1958 – Tim Burton, Amerikaanse regisseur. Laat zich inspireren door horror en cartoons. Maakte onder meer Edward Scissorhands (1990), Batman Returns (1992) en Ed Wood (1994).

1961 – Billy Ray Cyrus, Amerikaanse countryzanger en acteur. Scoorde in 1992 een wereldhit met Achy Breaky Heart.

1970 – Claudia Schiffer, Duits topmodel. Beleefde haar hoogtepunt in de jaren negentig. Had lange tijd een relatie met illusionist David Copperfield.

1981 – Rachel Bilson, Amerikaanse actrice. Speelde onder meer in The Last Kiss (2006) en Jumper (2008).

1987 – Amy Macdonald, Schotse zangeres. Van haar debuutalbum This is the Life met daarop de gelijknamige single werden wereldwijd miljoenen exemplaren verkocht.

RIJSWIJK (ANP)

Slapende honden….


Om half acht stop ik de kinderen in bed.

Ik heb een half uur voorgelezen, ik heb gezongen en gezoend. Nu is het tijd voor mijn wekelijkse uurtje aquarobics. Ik wil net mijn zwemtas en een handdoek pakken als Paul naar boven komt. Hij sloft de slaapkamer in, pakt de afstandsbediening en ploft neer op ons bed.
“Tot straks,” zeg ik. “Laat je Liz niet te lang lezen?”
“Natúúrlijk niet schat.”

“Welterusten Annabel,” roep ik vanaf de overloop.
*gaap* “Truste.”
“Welterusten Liz.”
“Truste. Komt pappa het zeggen als het licht uit moet?”
“Ja. Dag lieverd.”
“Dag mamma.”

Als ik tegen negenen, moe gesport en schoon gedoucht, weer thuiskom is beneden alles donker. Ik knip het licht in de keuken aan en maak een kop thee. Met in mijn ene hand de kop thee en in mijn andere hand mijn zwemtas loop ik naar boven.

Twee dingen vallen op: er brandt nog licht bij Liz en uit onze slaapkamer klinkt een raar geluid.

Het zal toch niet?

En jawel, in echtelijke sponde tref ik een bewusteloze Paul. Met de afstandsbediening in zijn hand en de TV op Discovery ligt hij heerlijk te snurken. Zijn gezicht is volkomen ontspannen en hij slaapt als een roos.

In tegenstelling tot zijn dochter. Die is klaarwakker en haar boek is inmiddels bijna uit. Als ze mijn boze gezicht ziet legt ze het snel weg en zeg – met een onschuldig gezicht – : “Pappa heeft nog niet gezegd dat het licht uit moest.”

(Heb jij jezelf al gemeld bij de volkstelling? Ja? Super! Nee? Klik dan hier.
)

De bloemetjes, de bijtjes en… Annabel!


(Heb jij jezelf al gemeld bij de volkstelling? Ja? Super! Nee? Klik dan hier.
)

Het tempo zit er alweerflink in!.

Annabel zit op haar plek in groepje drie en Liz gedijt goed in groep vijf. En waar Annabel juist extra klein lijkt op het schoolplein tussen al die grote kinderen, is Lizzy – die in de klas nu officieel Liz heet – opeens het stoere meisje. Zij kan de ‘dodenval’, zij heeft ‘rekentijgers’ en zij heeft oorbellen. De mooie zilveren Lelli Kellyschoenen staan thuis in de kast – want die kunnen nu echt niet meer – en als ik haar wegbreng moet ik vooral niet ‘stom’ doen in het bijzijn van haar vriendinnen.

Vrijdag begint Liz met schoolzwemmen. We hebben speciaal voor de gelegenheid een nieuwe bikini gekocht want Madame Klets moest natuurlijk wel een beetje goed beslagen ten ijs komen. Die dingen luisteren vrij nauw op het moment want ‘de jongens gaan ook zwemmen’ en een bepaalde jongen ‘is heel erg leuk’. Begrijpelijk dat je dan indruk wil maken. Met je nieuwe bikini.

Ik merk dat dingen veranderen. Liz heeft het opeens over borsten en over hoe het nou precies werkt met verliefd zijn. Ik geef overal zo eerlijk mogelijk antwoord op, ook op de vraag waar nou precies de baby’s vandaan komen. Beter nu alles duidelijk uitleggen dan straks als ik een ouwe zeur ben waar per definitie niet naar geluisterd wordt. Heel gedoseerd probeer ik haar te informeren.

Gisterenmiddag stond ik te wachten bij het schoolplein en overdacht mijn functioneren als moeder. Ik deed het best goed, vond ik zelf. Ik had oog voor mijn kinderen, mijn oudste was al heel wijs en ik ging mee met mijn tijd. Bovendien was niet te beroerd om ook moeilijke onderwerpen aan te snijden waar het de opgroeiende jeugd betrof. Nee, zo slecht deed ik het niet.

Mijn gedachten werden onderbroken door een schare kinderen die via de smalle deuren naar buiten gestormd kwam. Liz liep voorop, haar gezicht stond op onweer.
“Mámma,” zei ze met een vies gezicht.
“Hallo schat!”
“Weet je wat Annabel vanmiddag op het schoolplein deed?”
“Nou?”
“Ze zat op het bankje te zoenen met haar Geloofde. En iedereen zag het!”

Op dat moment huppelde Annabel naar buiten. Hand in hand met haar Geloofde. Ik keek naar het ontstemde gezicht van Liz en naar de dromerige ogen van Annabel.

Misschien, dacht ik, voerde ik de gesprekken met de verkeerde dochter.

Fruit dan maar weer!


(Heb jij jezelf al gemeld bij de volkstelling? Ja? Super! Nee? Klik dan hier.
)

Wij zijn hier allemaal dol op fruit.

En met stip op een: de watermeloen. Elke week rollen er wel twee of drie van die groene bowlingballen langs de kassa. Heerlijk. ’s Ochtends in stukken snijden en dan uit de koelkast, koud, zoet, sappig de perfecte versnapering voor elk moment van de dag.

Het enige nadeel van een watermeloen is dat je aan de buitenkant niet kan zien hoe ‘rood’ hij van binnen is. En zo kan het gebeuren dat de watermeloen vooral naar water smaakt. En dus koop ik er vaak een paar mango’s bij. Als die rijp zijn, smaken ze altijd goed.

Een mango heeft echter weer een ander nadeel: hij hecht nogal aan zijn pit. Ik snij altijd de zijkanten keurig in blokjes (voor de kinderen) en dan kluif ik zelf de pit af. Maar een mango zit vol draadjes en als dan flink mijn tanden erin gezet heb lijkt ik wel een soort walvis: de baleinen hangen aan mijn boventanden. Niet bepaald chique.

Appels hebben geen van bovenstaande nadelen en vormen de ideale snack. Ze worden hooguit een beetje bruin maar daar is wel een oplossing voor: gewoon met schil eten, is ook beter want meer vitamines. Ik kan verder geen nadeel bedenken behalve dat ik na het eten van appel altijd enorm moet boeren, ja echt waar. (Sorry, misschien wil je dit helemaal niet weten.)

Maar altijd ‘an apple a day’ is natuurlijk wél saai. Paul, de toffe peer, zorgt voor variatie: hij heeft wat met bananen. Hij vermaalt ze tot zalige smoothies. Pauls smoothies zijn erg lekker en erg gewild: een tros bananen is hier altijd zo op. (En dat is dan toch wel weer een nadeel).

Voor de afwisseling koop ik vaak grapefruits en sinaasappels. Voor het eten doe ik dan altijd een schietgebedje: Here laat u dit fruit niet in mijn oog spuiten! Kiwi’s spuiten niet maar daarvan gaan de pitjes tussen mijn tanden zitten ik ze steevast pas na een paar uur opmerk. Aardbeien verrotten snel en ananassen zijn best een toestand om te slachten. (Maar ze zijn wel heel erg lekker.) Kersen vlekken en rode besjes zijn soms zuur. Beide zijn heerlijk in de yoghurt!

Goed, waar gaat dit stukje naar toe. Geen idee. Ik wil alleen maar zeggen dat het juiste fruit kiezen soms best lastig is. En dat fruit superlekker is. Zoals Annabel het vanochtend zo mooi zei: “Mamma, ik denk dat het leven echt minder leuk zou zijn zonder fruit!”

En zo ben ik weer terug bij mijn begin: wij zijn allemaal dol op fruit. En de appel valt niet ver van de boom.