Radio en tv herdenken Hella Haasse

20 uur), waarvoor zijn programma Boeken wijkt. Vrijdagavond (19.00 uur) praat Brands op Radio 1 onder andere met schrijver Daan Heerma van Voss die Haasse haar laatste interview afnam.

De NTR zendt zaterdagavond op Nederland 2 vanaf 23.10 uur de boekverfilming Oeroeg uit.

HILVERSUM (ANP)

Courtney Love doet boekje open

In haar boek beschrijft de 47-jarige zangeres haar leven met Nirvana-zanger Kurt Cobain, die in 1994 overleed, haar relatie met haar dochter, drugsproblemen en haar Hollywoodcarrière.

Het boek komt eind volgend jaar uit. Ook andere artiesten zeiden onlangs ja tegen een autobiografie. Onder meer Neil Young en Carole King pennen hun levensverhaal op.

NEW YORK (ANP)

Nick en Simon zien wel 10 Ben Saunders

‘Er komen nog zeker acht tot tien potentiële winnaars voorbij.’

In de eerste aflevering scoorde zanger Guy het beste bij de jury. Roel van Velzen ging er met hem vandoor. ‘Dat hij uiteindelijk voor Roel koos, is een grote fout. Maar daar komt hij nog wel achter’, lacht Nick. De Volendammers maken zich niet al te veel zorgen. Volgens het tweetal komen er nog een stuk of 10 Ben Saunders voorbij de komende afleveringen.

Met concurrentie van topper Marco Borsato als medecoach leek het aanvankelijk moeilijker voor het duo om de juiste talenten te verzamelen, maar Nick en Simon zijn enthousiast. ‘Gelukkig zijn er ook talenten die voor ons hebben gekozen. Ik moet zeggen dat het beter is verdeeld dan vorig jaar.’

.

AMSTERDAM (ANP)

Zomaar een gesprekje


‘s Middags aan de thee.

Liz: (wijst) “Als die plant groot genoeg is ga ik hem slachten.”
Ik: “Slachten? Een plant slacht je toch niet? Een koe, die slacht je.”
Liz: “Nou, het is heel menselijk om mensendingen over planten te zeggen.”
Ik: “Een mens slacht je toch ook niet? Ik zeg net: een koe! Een koe kan je slachten.”
Liz: “Mensen kan je ook slachten hoor.”
Annabel: “Als je een koe slacht heb je een hamburger. Als je een mens slacht noem je dat ‘vermoren’”
Ik: “Vermoorden. Maar vermoorden is iets anders dan slachten. Slachten doen we bij dieren die we willen opeten.”
Liz: “Ik vind dieren slachten eigenlijk ook vermoorden.”
Ik: “Hoe dan ook, een plant kan je niet slachten. Je kunt ze wel plukken, wieden of steken.”
Liz: “Planten hebben ook gevoel. Een plant plukken is eigenlijk ook moord.”
Ik: “Dat is balen voor die sla die wij vanavond eten.”
Liz: “Ach, die sla is toch al dood.”
Annabel: “Een hamburger is ook dood.”
Liz: “En toch is het zielig.”
Annabel: “Ja.”
Ik: “Nou, koekje dan maar?”
Alle twee: “Ja!! Koekjes zijn nooit zielig!”

De bejaarden gaan op stap


Het was er de ideale dag voor.

Studiedag, mooi weer, doordeweeks. Paul en ik namen een snipperdag (wat een heerlijk ouderwetsch woord!) en daar gingen we: een dagje met de kinderen naar PonyPark Slagharen.

Uit de tijd dat ik zelf naar Slagharen ging – eind jaren zeventig – herinner ik me vooral de Apollo (een zweefmolen rondom een grote planeet) en het Waterorgel (een show met water, muziek en gekleurde lampen).
Er is sinds die tijd veel veranderd, gelukkig drinken we nog steeds Kanis en Gunnink en… daar zat ik dan, anno 2011, in de Apollozweefmolen en in het theater bij de Watershow. Het maakte het park een beetje retro (in het meest gunstige geval) maar het was wel erg leuk om mijn jeugdherinneringen op deze manier te delen met mijn kinderen.

Nieuwer waren de achtbaan, de vrije val en tal van andere attracties. De vrije val mochten de kinderen (nog) niet in (ah… jámmer nou) maar in de meeste attracties mochten ze plaatsnemen. Dat wil zeggen: onder begeleiding. En dus zwaaide ik gisteren naar fotocamera’s terwijl ik met MAG-10 werd afgeschoten, terwijl ik veel te hoog boven het park zweefde én op het moment dat ik maximaal misselijk van links naar rechts werd gezwierd door een of andere hysterische vangarm. Dieptepunt was het moment waarop ik bovenaan een enorme waterglijbaan stond met een klein rubberbootje in mijn ene hand en het handje van Annabel in mijn andere.
“Veel te hoog,” piepte ik.
“Cool!” riep Annabel.
“Mijn kont past niet in het bootje,” zei ik, al wrikkend.
“Wees blij, dan vlieg je er niet uit,” zei Paul droog.

Het was een superleuke dag, echt. De kinderen trotseerden de wildwaterbaan (wel twintig keer) tot ze doorweekt waren en we stonden zelfs even op de schaats! Een aparte ervaring bij een temperatuur van boven de twintig graden! Ook het 4D theater viel in de smaak (Annabel: “Mamma! Die vissen kwamen allemaal op MIJ af!”) en om de lachspiegels hadden we de grootste lol.
Maar wat waren Paul en ik gáár tegen vijven. Misselijk, hoofdpijn en moe als een hond. Het ijsje dat ik halverwege de dag had genuttigd was bezig zich op antiperistaltische wijze omhoog te werken. Het was niet de vraag óf ik ging braken maar wannéér ik ging braken. Gelukkig bleek om vier uur dat de achtbaan kapot was.
“Hij blijft steeds ergens hangen,” zei de monteur. “Dus u wilt er nu vast niet in.” Ik dacht even aan het achtbaanongeluk dat ik pas in de film “Final Destination” gezien had en schudde resoluut mijn hoofd. Opgelucht stuurde ik mijn lamme benen in de richting van mijn dochter om haar het ‘slechte’ nieuws te vertellen.
“Misschien dat-ie het over een kwartiertje wel weer doet hoor,” riep de monteur me na.

Dat laatste zei ik mooi niet tegen Liz.

Wat zijn jouw leukste pretparkherinneringen?

Pretty in Pink


“Die wil ik!”

Annabel wijst enthousiast naar een paar roze balletschoentjes. Soepel leer en roze elastiek. “Die hebben ze allemaal.”
En terwijl Annabel de schoentjes past laat ik mijn blik langs de verschillende balletpakjes glijden. Automatisch loop ik naar het roze rek. Er zijn glimmende pakjes, simpele katoenen pakjes, losse rokjes van gaas en roze bolerootjes voor koude schoudertjes.

“Nou ja,” zeg ik – een beetje spijtig – tegen moeder S. “Ik zal maar niet teveel roze kopen hè? Dan worden het van die suikerspinnen.”
Moeder S. haalt een paar roze beenwarmers van één van de planken.
“Tja,” zegt ze. “deze balletschool heeft wel een dresscode hoor.”
“O?”
“Het eerste jaar maakt het niet zoveel uit, maar daarna moet eigenlijk alles roze. Zeker als er een uitvoering is.”
Mijn blik glijdt langs de roze maillots, haarnetjes en tutu’s. Een dresscode! Tja, dan is het niet anders.

Een half uur later staat Anna-Pavlova-bel in haar nieuwe roze outfit aan de barre. Eerste positie, tweede positie, handen sierlijk in de lucht. Ik zie haar gezicht weerkaatst in de spiegels en ze straalt. Net als haar moeder.

Een school waar alles roze moet!
Cool!

Ach, zo kan het ook …


“Kijk,” zegt buurvrouw C. “Dit is nou Wordfeud.”

Ze duwt haar Iphone onder mijn neus en ik zie een scherm met letters en vakjes. Het lijkt op een scrabblebord en ik lees horizontaal “zult” en “vis”. En verticaal “staven”. Er zijn vakjes die extra punten geven, die hebben een kleurtje.
“Mijn beurt,” zegt buurvrouw C. “Wil jij een woord bedenken?”

Ik neem de Iphone van haar over en bedenk een woord. Mijn ‘tegenstander’ – een vriendin van C. – reageert snel en voor ik het weet ben ik een half uur met verschillende mensen aan het wordfeuden. Hoe verslavend is dit!

Het eerste wat ik zeg als Paul even later komt kijken is: “Ik wil een Iphone.” Gevolgd door: “Een Ipod of een Tablet mag ook. Of een Android.” Ik ben ineens helemaal op de hoogte.
“Ik dacht die dingen niet ‘most’ zoals je zelf altijd zegt?!”
“Dat was vóór Wordfeud.”
Buurvrouw C. knikt instemmend. “Paul, je zult je moeten realiseren dat er een wereld is vóór Wordfeud en een wereld ná Wordfeud.”

“Wat kost zo’n apparaat eigenlijk,” vraag ik later aan Paul. We zitten samen in de tuin en ik kan mijn gedachten maar niet van Wordfeud afhouden. Zou buurvrouw C. alweer nieuwe spelletjes – zonder mij – begonnen zijn? De gedachte is ondragelijk.
“Een Ipod is minimaal tweehonderd euro,” zegt Paul. “Iphones en Tablets zijn nog veel duurder.”
“Wát? Zóveel?” Ik denk aan mijn Nokiaatje van zeventig euro. Doet het nog prima.

“Wat heb jij nou?” vraagt buurvrouw C. als ze de deur voor me opendoet. Ze werpt een blik op het bord – de helften bij elkaar gehouden door vergeeld tape – in mijn handen. In het midden een roze vlakje met een zwarte ster, links een rijtje ‘verdeling der letters’.
“Vaasje” is het eerste woord, de ‘j’ ligt op twee keer letterwaarde.
Bovenop het bord staat een houtenbalkje met daarop zeven letters. Ik heb ze blind gepakt en ik heb ook daarna niet gekeken. Voorzichtig geef ik het bord aan C.

“Jij bent.”

Kleedjesmarkt


De kinderen hebben een paar euro gekregen en geconcentreerd grasduinen ze langs de kleedjes.

Tussen de Sesamstraatdvd’s, Carsboekjes, Barbies en ingestorte keukentjes (‘voor de doe-het-zelver’) vinden ze een doos met poppenspulletjes. Kleertjes, schoentjes en allerhande poppenparafernalia. Allemaal van Baby Born. Bingo! De jackpot! De Kletsen leggen hun geld bij elkaar en kopen de gehele voorraad op.

Thuis wordt de doos omgekeerd. De opbrengst valt niet tegen: regenkleding, pyjama, een zondagse jurk, genoeg om uren zoet mee te zijn. De speelgoedcommode wordt van zolder gehaald, het bedje opgemaakt en de dames gaan op zoek naar een pop.

Terwijl ik in de keuken een peer sta te schillen hoor ik ze discussiëren over welke pop de eer van ‘kind’ op deze bijzondere dag ten deel zal vallen. De zuigeling moet – met het oog op de nieuwe Hollywoodachtige garderobe – natuurlijk wel een bepaalde allure hebben.
“We kunnen toch de Baby Born doen?” zegt Annabel.
“Nee,” zegt Liz, “die vind ik lelijk. De Baby Annabell misschien?”
“Die heeft een rare bobbel op haar hoofd.”
“We hebben ook Ivana nog.”
“Die stinkt.”

Even later komen de dames met spaarpot en al de keuken binnen.
“Mam,” zegt Liz terwijl ze me aankijkt met haar grote bruine ogen. “Mogen we nog even naar de rommelmarkt?”
“Waarom?”
“We moeten even een baby bij de kleertjes kopen.”
“Toe maar!”
“Nou, die kosten zowat niets daar.”

Een baby bij de kleertjes kopen. Hoe celeb wil je ‘t hebben?! Ik mik een stoofpeertje in de pan en vraag me af wat – opvoedkundig gezien – nu de beste reactie is.

“Weet je,” zeg ik, “jullie waren ook niet bepaald mooi toen jullie werden geboren. Toch heb ik jullie gehouden.”
“Wat bedoel je?”
“Nou, Liz had een eihoofd, Annabel was blauw en jullie krijsten alletwee als een mager speenvarken. Toch ik ben niet naar de markt gegaan om een nieuwe baby te kopen. Had ik misschien best kunnen doen eigenlijk.”
“Mám!” roept Annabel geschrokken.
“Dat zég je toch niet?!” roept Liz boos.
Verontwaardigd stampen de meiden – met spaarpot – de trap op. Hun stemmen zijn een octaaf hoger dan normaal wanneer ze mijn ongehoorde gedrag bespreken.

“Nou ja,” hoor ik Liz zuchten. “Zullen we dan toch maar de baby Annabell doen?”
Annabel twijfet. “Die is echt heel lelijk hoor.”
“Maar wel lief,” zegt Lizzy. “En daar gaat het om.”

Tevreden zet ik de stoofperen laag en ga ik de krant lezen.

Dumb dog why are you following me


Kom ik gistermiddag thuis uit mijn werk, hebben we een hond!

“Tja,” zei mijn moeder – ze was in mijn huis aan het oppassen -, “daar kwamen de kinderen mee aan. Hij was hen in de handen gedrukt door een meneer die uit het bos kwam. ‘Dat beest loopt hier los, neem hem maar mee en laat je moeder het asiel maar bellen,’ had hij gezegd.”
Lekker dan weer.
Hoe vaak had ik de kinderen nou al gezegd dat ze niets moesten aannemen van vreemden. Dat ze nou niet snapten dat onder die regeling niet alleen snoepjes en ijsjes maar óók honden vielen!

Mijn moeder bleek al de hele middag met onze nieuwe huisgenoot in de weer. Ze had de kinderen met hem uit wandelen gestuurd in de hoop dat iemand hem zou herkennen. Ze had hem losgelaten – en weggestuurd – in de hoop dat hij naar huis zou lopen.
Maar het enige dat de hond deed was hard naar de kinderen toe rennen om ze te likken en met ze te spelen.
Ik moest meteen aan Annie uit de gelijknamige film denken die van straathond Sandy probeert af te komen. Verrek, dat beest leek nog op Sandy ook! Dumb dog… why are you following me…

Het asiel was inmiddels gebeld. De mensen van het asiel zeiden dat mijn moeder de dierenambulance moest bellen. Maar de mensen van dierenambulance hadden geen tijd want ze moesten naar een terminale kat en daarna naar een dode duif.
“Als de eigenaar zich nog niet gemeld heeft, mag u over twee uur terugbellen,” zei een (dier)vriendelijke medewerker.

Inmiddels was het twee uur later, de eigenaar had zich niet gemeld en de kinderen speelden met ‘Koekkie’ (ja, de hond had al een naam gekregen) op het schoolplein. Koekkie had al eten gehad, hij had gedronken en aan zijn gelebber te zien was hij de kinderen méér dan dankbaar.
“Je belt maar mooi weer die dierenambulance,” zei ik tegen mijn moeder. “Straks zijn jullie weg en dan zit ik in het donker buiten met die hond. Ik ga hem niet binnenlaten, straks heeft-ie vlooien!”

Mijn moeder belde de dierenambulance. Ze waren inmiddels klaar met de dode duif en ze zouden zo snel mogelijk onze kant opkomen. Mijn moeder had nog niet opgehangen of er werd aangebeld.
Een man.
Met twee kindjes.
En nóg een hond.
“Hebben jullie toevallig een hond gevonden?” vroeg de man hoopvol. Plotseling begon “Koekkie” te blaffen en de kinderen van de man renden al naar het schoolplein. “Daar is-ie, daar is-ie!” gilden ze. Liz en Annabel keken een beetje sip toe hoe de kinderen er met ‘hun’ hond vandoor gingen.

De man liep naar nu ook naar het schoolplein en sprak mijn dochters aan. Hij complimenteerde de meisjes met de manier waarop ze voor de hond gezorgd hadden. Hij zei dat hij zo blij was dat de hond – ze hadden hem nog niet zo lang – bij hen terechtgekomen was. En dat hij ze later een verrassing zou brengen.

De opgeluchte man, zijn twee dolgelukkige dochters én de twee honden liepen daarop naar huis.
“Jammer van de hond,” zei Liz.
“Maar wel leuk van die verrassing,” zei Bel.

En zo ziet u maar, er gebeuren ook echt wel léuke dingen in de wereld!

Eet je mooi


Wij zijn thuis in de ban van “Eet je mooi”.

Dat komt er hierop neer: we eten gezond, letten er vooral op dat we veel verschillende soorten groente en fruit eten en baseren ons hierbij op het onlangs verschenen boek “Eet je mooi in 28 dagen” van Inge de Munnik. Het mooie aan dit boek is dat de nadruk ligt op móói en niet op slank. Mooie nagels, mooie haren, mooie huid. (En stiekem toch een beetje lijnen.)

De kinderen vinden het een leuk project – eten om mooi te worden, dat is pas vet – en vragen bij alles of het ‘onder eet je mooi valt’. De spekkies zijn de deur uit en we hebben bij de biologische winkel honinglolly’s en mueslikoekjes gekocht. Als ware zendelingen dragen de meiden ons nieuwe geloof uit.

“Wortels zijn goed voor je ogen!”
“In deze lolly zitten alleen natuurlijke suikers.”
“Water is beter dan limonade hoor.”

In de buurt worden de dames inmiddels “De Sonja Bakkertjes” genoemd en ik geef toe, misschien nemen ze het iets te serieus. Maar ach, “Eet je mooi” is gewoon een mooie manier om de neuzen weer in dezelfde (gezonde) richting te krijgen. Af en toe is het best nuttig om eens kritisch naar de inhoud van je keukenkastjes te kijken.
De recepten in het boek – dat moet gezegd worden – zijn (bijna) allemaal bijzonder smakelijk . Tenminste, dat vind ik. Paul daarentegen vindt dat er onderhand wel weer eens een lekker schnitzeltje op tafel mag komen. Hij is ook enthousiast hoor, daar niet van. Maar we moeten natuurlijk niet overdrijven.

“Zeg,” begon hij terwijl hij het bord vegetarische minestronesoep dat ik voor hem had neergezet bestudeerde. “Hoelang duurt die macrobiotische bui van jou nog?”
“Dat is niet macrobiotisch,” zei ik beledigd. “We doen “Eet je mooi”, weet je nog?”
“O ja,” zei hij. Met zijn lepel viste hij een paar volkoren elleboogjes uit de soep. “En wanneer gaan we “Eet je lekker” doen?”