Meat de Kletsen


De Kletsen hebben weer wat nieuws.

Na een vleestechnische oprisping (een jaar of wat geleden) – toen Liz aankondigde (en ook weer afkondigde) dat ze ‘vegetarisch’ was – is het alweer maanden rustig op het vleesfront. Gehaktballen komen en gaan, het vlees suddert en de knakworst knakt er lustig op los.

Maar nu zijn er De Kippen. Oma had ze al – en die zijn toch zo schattig – en nu heeft vriendinnetje M. ze ook; van die leuke kleine krieltjes. En vriendinnetje M. woont (met kippen) om de hoek, wat er toe heeft geleid dat de Kletsen hele dagen door brengen in het kippenhok – broedend op van alles en nog wat – waar ze kennelijk hun ei goed kwijt kunnen. Als ze thuiskomen moet ik het dons uit hun haar plukken.

En zo werd het vleesverhaal ineens weer actueel. Want zo’n onherkenbare gehaktbal, dat was geen probleem (“die is toch al dood” zoals Annabel eens kakelde) maar het idee dat er zo’n schattig krielkipje door de paella gehakt is, daar kan het volk niet mee leven. ’t Was zelfs zo erg dat Annabel bijna in tranen was toen we laatst ‘krieltjes’ aten omdat ze dacht dat de aardappels bij de poelier vandaan kwamen.

En zo komt het dus dat we thuis geen kip meer eten. Althans, de Kletsen eten geen kip. Ik wel. Ik houd er wel rekening mee (we eten sowieso niet elke dag vlees) maar die ene keer dat er ergens kip doorheen zit: jammer dan. Tenminste, dat vind ik. De meiden nemen hun nieuwe levensovertuiging zeer serieus en peuren gewoon net zo lang in hun eten tot het kiploos is.

Zoals gisteravond, toen we Japanse noodles (met kip) aten. Paul kwam thuis op het moment dat we net klaar waren.
“Wat is dat?” vroeg hij verbaasd toen hij de van kipfilet gebouwde iglo’s op de borden van de meisjes zag.
“We eten geen kip,” zei Annabel. “We zijn vegetarisch.”
“Nou,” zei Liz, “we eten alleen geen kip. Of eigenlijk, we eten geen vogels. Dat vinden we zielig.”
“Ja,” knikte Annabel. “We eten ook geen duiven en Tuffy’s. We zijn…”
“Vogeltarisch.”

Vogeltarisch
. Het woord voor 2011 is inmiddels bekend (het is weigerambtenaar geworden). Maar mag ik deze vast aanmelden voor 2012?

Advertisements

Is dat gedekt??


“De hond sprong op de asbak, hierop werd de asbak weggeslingerd. Hij (de asbak) vloog door de kamer en raakte de TV. Nu is de TV kapot.”

“Mijn dochtertje heeft de nintendo DS van mijn neefje in de WC gegooid en nu doet hij het niet meer.”

“Door de storm is mijn serre eraf gewaaid en deze staat nu op het dak.”

“Ik raakte van de weg omdat ik schrok van een hert dat kwam overvliegen.”

“Mijn man ging zijn eigen overhemden strijken en nu zitten overal brandgaten in.”

“Mijn zoontje heeft het tuinzwembad van zijn opa helemaal laten leeglopen en nu zijn alle planten in de tuin verzopen.”

“Mijn poes heeft een bibliotheekboek beschadigd.”

“Ik wilde de buurvrouw helpen door de gordijnen dicht te trekken maar ik trok de gehele roede eraf. Nu heeft de buurvrouw ernstig letsel aan de gordijnen.”

Mijn werk is best leuk.
Meer lezen over mijn werk als schadebehandelaar?

Lees mijn columns op AssurantieMagazineWeb – klik hier -.

Gevloerd II


Een overzicht

De vloer is inmiddels aardig volgeschreven!

Schoentje zetten in een bijna lege kamer!

Kijk! Pakjespiet heeft op de grond geschreven!

De oude vloer eruit, ‘t wordt steeds gezelliger.

Gelukkig, de nieuwe vloer ligt erin!

Schoentje zetten op de nieuwe vloer. Briefje in de schoen gedaan voor Piet.
“Niet op de nieuwe vloer schrijven!”

Alles gaat voorbij mijn lief


“O, help! Al bijna pakjesavond!”

Ik sta in de keuken, voor de kalender, en bedenk wat ik nog allemaal moet doen. Wat is het snel dit jaar gegaan. Ik zie ons nog zo op de botter zitten tijdens de intocht. En over ruim een week is hij alweer weg! Opschieten, dat moet ik!

Wat gaat de tijd toch snel. En straks, na vijf december, willen de Kletsen natuurlijk meteen de kerst in huis. Mijter eruit, kerstboom erin, zo gaat dat elk jaar. En dan gaat is er geen houden meer aan: twee ademteugen later is het kerst, op de voet gevolgd door Oud & Nieuw. Ik neem een slokje koffie en bedenk dat ik champagne wel vast koud kan zetten.

Goedbeschouwd zitten we al in 2012. 2012, dat is toch niet normaal? Ik weet nog goed dat het jaar 2000 naderde. Long long time ago… Toch eens gaan nadenken wat we dit jaar met de zomervakantie gaan doen. En na de vakantie gaat Liz gewoon al naar groep zes! Nog even en ’t kind gaat naar de middelbare school. Dan ben ik de veertig inmiddels gepasseerd. Wat oud! Ik krijg al jicht als ik er aan denk.

Alles gaat voorbij mijn lief, niets blijft bij het oude. Hoe oud zou Liz zijn als ze ’t huis uitgaat? Die kinderen zijn zó snel volwassen dezer dagen. Misschien is ze mij wel helemaal zat tegen de tijd dat ze zestien is. Volgens mij heeft ze dat nu al af en toe. En dan dat Belletje, die groeit zo snel, dat is niet bij te houden. Ze moet alweer een nieuwe fiets!

Het leven raast voorbij, we worden oud. Ik heb last van kwaaltjes en ik maak me zorgen. Misschien moet ik vast een rollator bestellen. Of mezelf inschrijven in ’t bejaardentehuis. Ik staar naar de kalender en hoop dat de kinderen me tegen die tijd nog vaak komen opzoeken. Hoezo ‘me’ trouwens? Zou ik ouder worden dan mijn man? Nee toch?! Zit ik daar in mijn eentje, achter de geraniums.

Ik wil net mijn uitvaartpolis eens gaan nakijken als de Kletsen de keuken binnenstormen.

“Wanneer vieren we Sinterklaas?” vraagt Annabel.
“Vandaag over een week,” antwoord ik.
“Jeetje,” zucht Liz. “Wat duurt dat nog láng…..”

Kelly en ik


“Is het een cadeautje?”

De verkoopster van Intertoys wierp een zorgelijke blik op de erorme doos die ik voor de kassa geparkeerd had. Meelooppop “Kelly” (‘levensgroot!’) keek ons vanachter haar raam van doorzichtig plastic tamelijk uitdrukkingsloos aan.
“Ja,” zuchtte ik. “Het is een cadeautje. Maar ik pak het thuis wel in.”

Achteraf had ik het natuurlijk heel anders moeten aanpakken. Ik had Paul – met de auto – naar de één of andere speelgoedwinkel in de buurt moeten sturen, in plaats van zelf met een inpakte pop ter grootte van mijn eigen kind door de stad te gaan banjeren, alwaar mijn doos en ik zo ongeveer elke tegenligger omver beukten. Het was belachelijk druk in de binnenstad en een pop van ruim een meter in een nogal lompe verpakking is niet écht meegaand. En dan die ópmerkingen.

“U wilde zeker graag een kind!”
“Is het voor een opvoedcursus?”
“Een buggy is handiger hoor!”
“Wat een heerlijk rustig kind heeft u.”

En ik had “Kelly” natuurlijk gewoon moeten laten inpakken, sukkel die ik was. Maar ja, vriendin B. stond bij de Hema op me te wachten dus ik had een beetje haast. En daarbij, ik vond het zo zielig voor de verkoopster, ze had het al zo druk.
Al lopend stuurde ik Paul een smsje.
“Annabel zal blij zijn, maar ik loop zwaar voor gek met een kind van anderhalve meter onder mijn arm.”
Hij smste direct terug.
“Haha. Kan vriendin B. niet zelf lopen?”

Vriendin B. schrok zich een hoedje toen mijn doos en ik kwam aanwandelen. Of ik Kelly niet gewoon bij een oppas had kunnen brengen, vroeg ze. Ze wees me op de tekst die voorop de doos stond: ‘ik loop met je mee!’.
“Als we haar nou gewoon eens uit de doos halen, dan stiefelt ze vast wel achter ons aan,” opperde ze,
“Ze heeft geen jas aan,” gromde ik. “Ik wil niet dat ze kou vat.”

In de Dixons kocht ik batterijen. Kelly mocht dan mechanisch zijn, het danseresje dat ik voor Liz had gekocht was dat niet. Het was precies negen uur en toen we de winkel verlieten en achter me werden de deuren direct gesloten. Ik was nog geen tien passen van de winkel verwijderd toen de schrik me om het hart sloeg. Mijn kind!
Fluks rende ik terug naar de winkel en gebaarde deur open, deur open naar de man die net de sleutel wilde omdraaien.
“Bent u wat vergeten?” vroeg de man achter de toonbank verwonderd.
“Ja,” hijgde ik. “Mijn kind.”
“Uw…. kind..?” De man achter de toonbank keek geschrokken de zaak rond. Toen hij de doos met de pop zag begon hij te lachen. “Ik dacht al…” zei hij.

Een kwartier later zat ik met vriendin B. én Kelly in de kroeg. Laatstgenoemde stond naast ons op de grond.
“Twee gin-tonic’s met citroen,” bestelde wandelvriendin B. “Die hebben we wel verdiend.”
“En voor haar?” de jongen die ons bediende knikte grinnikend in de richting van de doos.
“Ze mag nog niet drinken,” zei ik. “Te jong.”
“Help me onthouden dat ik mijn kind straks niet weer vergeet,” zei ik tegen B. “Zo zielig als ze straks in d’r eentje in de kroeg staat.”
B. knikte en maakte een foto. “Voor je blog,” zei ze.

Het viel nog niet mee om – na twee gin-tonics – ons kind (met doos en al) op de fiets te krijgen. Na flink duwen en trekken lukte het me om haar in het kinderzitje te snoeren en als een soort uit de kluiten gewassen botsauto begon ik aan de terugreis. Gelukkig was het inmiddels flink donker en bleven de opmerkingen uit.

Paul kwam niet meer bij toen hij me zag thuiskomen.

Woord van het jaar 2011


Jammer, ik ben te laat.

Driehonderdvijfennegentig woorden werden er ingezonden en nu is het klaar. De oproep is van de site af en de woorden weigerambtenaar, wordfeud en plaszak maken alle drie kans op de titel ‘woord van het jaar‘.
Dat heeft de vakjury van Onze Taal vandaag bekendgemaakt. De shortlist is een feit en op 26 november wordt het winnende woord gekozen.

De afgelopen jaren vielen woorden als gedoogregering, ontvrienden, swaffelen en Bokitoproof in de prijzen en dit jaar strijden, naast de drie bovengenoemde woorden, mee: app, Arabische lente, bedrijfspoedel, casinopensioen, eurocrisis, occupy en schuldencrisis.

Echt jammer dat ik te laat ben. Ik er nog wel een paar in willen sturen.

Bijvoorbeeld:

– Regenbogen (het werkwoord)
– Schapenlampjes
– Vrouwenparkeerplaats
– Slaaphandstand
– Pepernotenkilo
– Uggsmoment
– Worstballen
– Lachkieuwen
– Twitterparkiet
– Parketbreuk
– Pintoyeren
– Tutti Frutti woord
– Hooivorkbeest
– Bikinistress
– Apollozweefmolen
– Appelboer
– Boorvrouw
– Mirenaflauwte
– Lasergate
– Kletsengeklets
– Killerkoolmees
– Vervuisting
– TenPages.compoezen

En dan ben ik nog maar teruggegaan tot juni!

Waar stemmen jullie voor? En wat is voor jullie hét woord van 2011? Heb je zelf nog een mooi woord of kies je liever voor iets dat hier genoemd is?

De een zijn dood is de ander …


“Kom op,” roep ik tegen Liz, “fiets eens door!”

De grote Klets doet haar best om naast me te blijven. De weg loopt omhoog en we moeten flink trappen. We zijn onderweg naar huis. De dag was lang, de avond koud en nattig. We zijn het zat, we willen naar binnen. Naar de warmte, naar het licht en naar ons avondeten.

We komen net lekker op stoom als er vlak voor ons een stoplicht op rood springt.
“Remmen!” roep ik en twee seconden later staan we stil. We kijken naar de overkant, auto’s razen voorbij, een oude man probeert over te steken en een paar fietsers rechts van ons mogen doorrijden.
“Hé!” roep een van de fietsers. “Hé, Es!”

Ik tuur naar rechts. Een meisje met een dikke jas, een sjaal en een flinke bos haar. Ken ik haar? En ineens zie ik het, het is L., een ex van Paul. Ik ken haar via een wederzijdse vriendin, een leuke meid!
“Hé!” roep ik, een beetje verbaasd (ze woont hier niet in de buurt). “Hé! Hoi!”
We zwaaien naar elkaar en dan is L. alweer weg. Ons stoplicht springt op groen en Liz en ik fietsen verder.

“Wie was dat?” vraagt Liz, ter hoogte van de groenteboer.
“Eh,” twijfel ik, “dat is een vriendin… van pappa… van vroeger.”
Even is het stil, een teken dat de Grote Klets de informatie wegschrijft naar de harde schijf, en dan zegt ze: “Nou, die heeft dan mooi pech gehad.”