Calliope


Nog tien dagen tot Kerst.

De boodschappenlijstjes liggen klaar en het einde van het jaar nadert. We zijn een stapje dichter bij het (ontdekken van) het Higgs-deeltje en we hebben officieel een recessie. Geen idee of dat met elkaar verband houdt maar in het kader van micro naar macro vond ik het wel leuk.

Gisteravond was het Groot Dictee op TV. Hebben jullie meegedaan? Ik wel, voor het eerst in een heel lange tijd. Het schrijven ging goed, het fouten tellen wat minder. Maar ja, het was dan ook taal. Geen rekenles. Ik begin het langzaam te ontdekken: ik ben eigenlijk technisch helemaal niet zo goed met taal, ik ben meer creatief met letters. Of zoiets.

Annabel is ook creatief met taal. Gisteren kwam ze vertellen dat de juf vandaag zo’n mooi kapsel ‘op’ had en daarbij vroeg ze zich af of het ‘haar’ van mannen niet beter ‘hem’ had kunnen heten. Een interessante vraag, deed me denken aan het gedicht “Calliope” (de muze van het epos) dat ik ooit schreef. “Als van was was zij, haar haar was als zij”, . ik zal de tekst weer eens opzoeken

Paul is een beetje ziekig en kucht zich door de dagen heen. Hij heeft weer een briljant plan met betrekking tot de kelder (hij wil kasten gaan bouwen) maar vooralsnog komt er niets van terecht. Lekker op de bank hangen voor de nieuwe televisie is ook erg aantrekkelijk. En gezellig natuurlijk, want ik zit ernaast wordfeud te spelen. Ik verlies ongeveer alle spelletjes. Had ik al gezegd dat ik technisch niet zo goed was met taal?

Het einde van het jaar nadert en ik lees de Kletsen het Kerstverhaal voor. Elke dag een deeltje. Een Higgs-deeltje, een Esther-deeltje, een kerstdeeltje. De lichtjes in de kerstboom branden en verzachten het onheil dat het mogelijk afschaffen van de hypotheekrente-afrek (met of zonder streepje?) met zich zal meebrengen. Er hingen eerst toch echt meer kerstkransjes in de boom trouwens, heeft er iemand stiekem gesnoept? Of heeft de boom ook last van een recessie?

Liz zwemt morgen af voor C. Annabel heeft een feestje en ik? Ik heb een afspraak met een uitgever. Zo zijn we allemaal druk, allemaal op onze eigen manier. We dansen het jaar uit en we maken ons op voor een nieuw begin.

Wat ik met deze blog wil zeggen? Echt geen idee. Hou het maar op een soort taalcreativiteit.


Foto door mij, bewerking door mijn broer

CALLIOPE

Uit het niets kwam zij
Als van was was zij
Haar haar was als zij

Zacht zweefde zij
Op een zee van zaligheid
Zacht zweefde zij
Op vleugels van tijd

Zo zweefde zij mijn leven in
Mijn hoofd in, mijn hart in
Van mijn ledige leven
Werd zij de muze, werd zij de zin

Zij brak de kou
Zij brak de stilte
Zij brak de koude stilte

Ze reeg de woorden
Lange koorden
Koorde in de kilte

Ik leefde haar dromen
Zij droomde mijn leven
Zij leefde om woorden
Aan mij door te geven

Zij sprak tot mij zinnen
Van woorden beminnen
Beginnen, verzinnen
Zo sprak zij tot mij

Hoe meer ik haar hoorde
Hoe meer zij met woorden
Met zinnen als koorden
Mijn ziel zacht doorboorde

Zij voedde mij met woorden

Zij deed de toekomst voor mij open
Calliope

Een, twee, drie…


Nul
procent zin om op te staan
Eén douchedeur die klemt
Twee mopperende Kletsen
Drie melkplassen op de nieuwe vloer
Vier waarschuwingen dat we te laat komen
Vijf minuten zoeken naar mijn sleutels
Zes vertrekken afgezocht naar paraplu
Zeven moeders die voor mijn poten lopen onderweg naar school
Acht keer waarschuwen voor naderende fietsers
Negen plassen waarin ik per ongeluk stap
Tien kusjes voordat ik eindelijk weg ‘mag’
Elf keer vloeken onderweg naar mijn werk
Twaalf autobussen die voorrang nemen
Dertien mensen vóór me op het postkantoor
Veertien poststukken die dreigen op de grond te vallen
Vijftien pogingen om mijn sleutel uit de deur te krijgen
Zestien druppels in mijn nek
Zeventien seconden wachten op de lift
Achttien treden met de trap
Negentien schietgebedjes dat er nog koffie is.
Twintig keer heel diep zuchten als ik mijn jas uittrek.

Ik ben binnen. Godzijdank.
En dan kan nu het terugtellen beginnen.

Negentien kopjes koffie
Achttien grapjes van mijn broer
Zeventien …

Hopelijk ben ik vanavond weer bij nul.

Tuffy’s Kerstfeest


Ik weet niet hoe het bij jullie is maar hier zijn we inmiddels helemaal in de (kerst)stemming.

Elke dag kijken we (bij het ontbijt) Kerst met Linus op Nederland 3 (“Janken met Linus” zoals collega M. het programma zo treffend noemt sinds we hebben ontdekt dat we alletwee tranen in ons ogen krijgen van het eindliedje), we hebben de ramen beplakt met kerststickers, klokjes opgehangen en ik het mezelf dit jaar weer overtroffen wat betreft het sturen van volstrekt belachelijke kerstkaarten. Kortom, we zijn er klaar voor, zelfs Tuffy is inmiddels helemaal in de stemming.

Zoek de echte!



Een van de drie wijze parkieten uit ‘t Oosten is gearriveerd.

Nieuwe Trend gesignaleerd: levende kerstversiering

En dan ben ik nog vergeten een foto te maken van het minikerstboompje dat de meiden in Tuffy’s kooi hebben gezet. Reuze gezellig hoor, bij ons thuis. Een paar dagen geleden was ik nog totaal niet in de stemming maar sinds de kerstboom staat ben ik helemaal om. Doe mij nog maar een kerstkransje. En een gluhweintje. Hips.

En jij, ben jij al in de stemming? Wat maakt jouw Kerst dit jaar bijzonder?

Lijntjes


Ik had een druk weekend dat van feestjes aan elkaar hing
.

Schoonmoeder jarig, vriendin jarig, dochtertje van andere vriendin jarig. Allemaal jarig.
Ik volgde een salsaworkshop in Amsterdam, dronk een mojito met vriendinnen, at biologische pizza, schoof aan bij een familiebrunch en proostte met een heleboel ouders tijdens de uitgelopen kinderverjaardag. Tussendoor zetten we de kerstboom, bezochten we een kerstmarkt (binnenkort een foto van mijn nieuwe kerstlaarzen!) en keken we de film The nightmare before Christmas (jeugdsentiment!). Druk druk druk, maar wel erg leuk allemaal.

De workshop Salsa (inclusief Merengue) hoorde bij het verrassingsfeest van jarige vriendin I. (Had ook verjaardag van schoonmoeder kunnen zijn hoor, schoonmoeder heel hip, maar zij hoorde bij de familiebrunch) Zaterdagmiddag om drie uur verzamelden we ons bij de dansschool waar vriendin I. geblinddoekt en al naar binnen werd geschoven. De verbazing op haar gezicht toen we allemaal voor haar begonnen te zingen!
Van de aanwezige meiden kende ik er eigenlijk maar ééntje – tenminste, dat dácht ik – en die had ik maar één keer gesproken. In de praktijk bleek ik echter ‘lijntjes’ te hebben met ongeveer alle aanwezigen. Een vriendin had een kind op dezelfde school als ik, een ander gaf les op mijn oude basisschool en één van de dames bleek ik zelfs nog te kennen van de Ouwe Lulle Disco. Zij bleek – sinds het stukje dat ik daarover schreef – mijn weblog nog steeds te volgen.

Toen we uitgedanst waren en (met spierpijn in onze heupen) aan onze mojito nipten, raakte de Ouwe Lulle Disco-vriendin in gesprek met een andere vriendin die óók mijn weblog bleek te lezen. Dat was natuurlijk op zich al grappig want dat ‘lijntje’ hadden ze nog niet eerder ontdekt. Ikzelf was ondertussen aan het roddelen – over de juffen – met de vriendin die de kinderen op dezelfde school had. Ouwe Lulle Disco-vriendin ving daar iets van op, onderbrak haar gesprek, en vroeg opeens: “Es, hoe heten De Kletsen ook alweer écht?”

Es, hoe heten de Kletsen ook alweer écht.
Ik weet niet of het nou kwam door de gezellige sfeer, de mojito of gewoon omdat het zo’n briljante vraag was, maar ik moest érg lachen.

Spuitelf


De kletsen worden zich langzaam bewust van de wereld om hen heen.

We voeren gesprekken over mensenrechten, ‘zielige kindjes’ (die volgens Annabel allemaal in Abrika wonen) en nog niet zo lang geleden hebben de meiden zich tot vogeltariër verklaard. En de sociale zwerftocht gaat alsmaar verder.

Zo vroeg Liz zich gisteravond opeens af of ik wel eens make-up kocht die op dieren getest is. En terwijl ik me koortsachtig afvroeg hoe ik dat eigenlijk kon controleren – ik gebruik eigenlijk altijd l’Oreal, misschien eens op hun website kijken – stelde ik de grote Klets maar vast gerust.
“Nee hoor,” zei ik. “Mamma koopt nooit make-up die op dieren getest is.”

Liz keek gerustgesteld verder naar The Voice maar Annabel was kennelijk nog niet zover.

“Nee,” snoof ze, “dat lijkt me ook niet écht fris.”

Sukkeltje


Oeps.

Ik heb zojuist de deur achter me dichtgetrokken terwijl mijn tas nog op tafel staat. Mijn tas met mijn auto-, kantoor- én huissleutels erin. Hoe moet ik nu nou naar mijn werk? Nou nou nou? Afijn, eerst de kinderen maar eens naar school brengen.

Gelukkig kan ik de schuur nog in. En ik heb mijn telefoon in mijn zak. Ik ga gewoon op de fiets naar mijn werk. Ik heb mijn tas niet bij me – en er liggen eigenlijk spullen in mijn auto die ik nodig heb – maar dat is allemaal jammer dan. Dat komt maandag wel weer.

Nog geen kwartier later sta ik bij het postkantoor. Zonder postbussleutel. Dat ik niet de enige ben met problemen blijkt als ik even later bij de balie sta. De meneer voor me is zijn postbussleutel verloren en vraagt de beambte of hij zijn postbus wil openmaken.
De beambte vraagt de man om zijn legitimatie.
“Niet bij me,” zegt de man geïrriteerd.
“Een pasje van uw bedrijf?”
“Nee.”
“Dan hebben we een probleem,” zucht de beambte.
“Wat een gedoe,” moppert de man.
“Tja.”
“En nu dan hè?” Het woordje ‘hè’ lijkt te suggereren dat de de man de beambte persoonlijk verantwoordelijk houdt voor het verlies van zijn sleutel.
“Geen idee,” zegt de beambte.
De man kijkt steunzoekend achterom, alsof hij in mij een bondgenoot zoekt.

“U kunt een koevoet proberen,” opper ik.

Goed. Ik ben ook de handigste niet. Maar ik heb wel de post in mijn fietstas (gelukkig maar dat ik altijd mijn portemonnee in mijn zak heb), ik heb geen ruzie gemaakt en ik kan er eigenlijk ook nog wel om lachen.

Een koevoet.
Grinnik.

Weltschmerz


Het is bijna 2012, het einde nadert en ik heb last van wat ik door de tijd heen het Fin de l’année (vrij naar het Franse Fin de siècle) ben gaan noemen.

Het Fin de l’année is een eindejaarsgevoel dat zich enerzijds kenmerkt door toegenomen welvaart en frivoliteit en anderzijds door angst voor de toekomst. De Duitsers hebben daar destijds een mooi woord voor bedacht: Weltschmerz, letterlijk ‘wereldpijn’.

Het is pas zeven december, de Sint is net weg, en ik kan nu al geen kerstliedje meer horen. Opzouten met Chris Rea en Wham. De kinderen blijven maar zeuren dat we (nu) de kerstboom moeten zetten en ik totaal geen zin in alle gezelligheid van de komende maand. Het is pokkeweer, ik ben deze week al vijf keer natgeregend en het liefst zou ik met een kop hete chocomel in bed kruipen.

Waar komt dat gevoel vandaan? Geen idee, het is er gewoon. Het is er gewoon de tijd voor, denk ik. Dingen gaan niet zoals ik wil, ik ben moe en ik krijg een rolberoerte als ik aan kersdiners denk. (Wat is eigenlijk een rolberoerte? Misschien kan ik er voor de gelegenheid beter rolladeberoerte van maken. Met cranberrysaus, dan heb ik meteen een probleem minder want dan maak ik dat als kerstdiner.)
Kijk, ik weet best dat het allemaal onzin is, dat ik gewoon mopper om het mopperen en dat ik basically Kerst hartstikke leuk vind, maar ik zie nu gewoon even sterretjes als ik aan de feestdagen denk.

En dan kan ik natuurlijk schrijven dat ik gewoon een rotdag heb en dat ik strontchagrijnig achter mijn bureau zit, maar zeg nou eerlijk, op die informatie zit natuurlijk niemand te wachten. Wanneer ik echter beweer last te hebben van het Fin de l’année en lijdt aan een ernstige vorm van Weltschmerz, dan hebben jullie vast heel erg met me te doen.

Dan ben ik namelijk niet langer een zeikerd maar gewoon een onverbeterlijke romanticus. En romantici, daar heeft de wereld behoefte aan. Vooral rond Kerst.

Een muts!


Heb jij ook meegedaan aan de leuke lootjesactie van mijn blogbuuf Margje?

En heb jij je verrassing al gekregen? Zo nee, dan krijg je vandaag of morgen misschien wel mijn pakketje in de bus (of het wordt overhandigd door de posbode, want het kan niet echt door de brievenbus). Het cadeautjes is af en ligt klaar om verzonden te worden. Nog even geduld dus, Anonieme Ontvanger, het komt eraan.

Wat mijn verrassing betreft, ik heb het gisteren mogen ontvangen: een handgebreide, ambachtelijk vervaardigde wollen muts waar, als ik het (leuke!) gedicht moet geloven, géén patroon van bestaat. Dat betekent dus dat een creatieve lezer zomaar uit het blote hoofd een coole muts voor mij heeft zitten breien. Dat vind ik echt super!

En het toeval wilde: ik moest nog altijd een goeie muts. Een die leuk is en vooral één die over je oren gaan. Wat denk je? Mijn nieuwe muts voldoet aan beide criteria. Ik heb hem meteen opgezet toen ik gisteravond naar het zwembad ging. En hij zat zo lekker dat ik hem tijdens aquarobics wel had willen ophouden! Toen ik thuiskwam – muts over mijn natte haren – riep Paul verrast: “He! Leuke muts!”

Het enige nadeel van de muts, maar dat is ook het enige is dat het tuutje bovenop tegen het autodak schuurt als ik al rijdend mijn hoofd beweeg. Maar ja, waarom zou ik eigenlijk nog met de auto gaan, mijn nieuwe muts en ik gaan van de winter lekker samen fietsen. We zijn er helemaal klaar voor.

Een succes dus, mijn lootjecadeautje. Dank je wel Gulle Gever en ik hoop dat hetgeen ik opstuur net zó in de smaak valt.

Fotocommentaar: dat valt nog niet mee, een foto maken van je eigen muts!

Dat was ‘m weer!


Hé hé, het heerlijk avondje is (voor ons) voorbij.

En heerlijk wás het. Kindjes blij met hun cadeautjes, Tuffy en Paul samen een mooi gedicht gekregen (Paul, jij hebt een zacht karakter en bent erg lief/ maar van veren, lijkt het wel, word jij heel agressief/ Ook al doe jij je best en houd jij je groot/ Tuffy is duidelijk niet jouw favoriete huisgenoot.) en ik blij was met hok vol familie.

Sint leest trouwens overduidelijk mijn weblog want er werden flink wat zaken aangehaald (letterlijk) waarover ik had geschreven. (Een hoogtepunt van 2011 was toch wel je boek/ helaas nog geen uitgeverij, nog geen verzoek/ Je kan er maar beter om lachen en zoeken naar een alternatief/ Om jezelf bezig te houden en creatief.)
Ja ja, Sint is overal van op de hoogte! Zelfs van mijn Wordfeudverslaving.

Het feest dreigde overigens nog wel éven in de soep te lopen omdat Paul geen zwarte handschoenen konden vinden en Annabel iets te dicht bij de deur zat waardoor ze opeens een witte hand met blauwe mouw een paar pepernoten zag strooien.
“Het was pappa!” riep ze hard door de kamer.
Gelukkig geloofde ze het verhaal van de witte piet (toch wel handig dat geneuzel over of Pieten wel of niet zwart mogen zijn) en bovendien namen de cadeautjes die voor de deur stonden elke twijfel weg. Dit móest wel van de Sint komen.

De Kletsen kregen hun ‘lievelingscadeaus’; een balletpop, een heksenset, het spel ‘giebelen’ en natuurlijk meelooppop Kelly (die nu Sara heet). Het avondritueel duurde al met al behoorlijk lang want behalve de meiden moesten ook alle poppen en popjes gepoetst en omgekleed worden (Kelly/Sara slaapt nu in een groene pyjama van Annabel). Onduidelijk wat er nou eigenlijk allemaal in bed lag, zo tegen half negen, maar gezellig was ’t wel, zo met z’n allen bij elkaar logeren.

Dag Sinterklaas, tot volgend jaar maar weer. Ook al ‘geloven’ ze dan misschien beiden niet meer, u blijft hier altijd welkom hoor.


Pop ook slokje water?


Met z’n allen in bed.