Drie keer is scheepsrecht


Al twee keer werden de afspraken afgezegd maar vandaag zou het dan toch gebeuren: we zouden nieuwe ramen en nieuw glas in de tuindeuren krijgen.

Om negen uur zat ik samen met de glaszetter aan de koffie, om kwart over negen ging hij aan de slag. De meisjes zaten op de bank kralen te rijgen en af en toe gingen ze een kijkje nemen. Na een uurtje zat er geen glas meer in de voordeur. Na anderhalf uur was de helft van de pui verdwenen.

Annabel stond erbij en keek erna. Ik las de krant en probeerde me af te sluiten voor het gerinkel van het glas. Sinds Lizzy’s avontuur ben ik een beetje allergisch voor glasscherven. Ik sloeg de bladzijde om en las het uitgebreide weerbericht.

“Mamma,” zei Annabel, “gaat die meneer er wel weer nieuw glas inzetten?”
“Natuurlijk.”
“Gaat hij dat metéén doen?”
De kleine klets keek me bezorgd aan.
“Hoezo?”
Annabel keek naar de gaten in ons huis en wreef met haar hand over een arm.
“Nou,” rilde ze, “Alls we geen nieuwe ramen krijgen ben bang dat we het héél koud gaan krijgen.”

“Nederland zet zich schrap voor hittegolf” kopte het artikel in de krant voor me.
“Lieverd,” zei ik “ik denk dat dat wel meevalt de komende dagen.”

Zoveel hou ik van mijn man!


Ik vond het zielig voor Paul.

De meiden hadden een luchtbed gekregen, een teenring (nadat ik Annabel had verzekerd dat ze géén navelpiercing mocht kopen van haar vakantiegeld) en in Grasse hadden ze, bij het parfummuseum, een lekker luchtje gekocht. Ik had ook een luchtje. En een mooie ketting. En nieuwe slippers.

Paul had een nieuwe zwembroek. Maar daar was geen lol aan, want die had hij alleen maar gekocht omdat hij met zijn short het zwembad niet in mocht. (Hij had op zijn kop gekregen van een heel strenge badjuf.) Dus op een ochtend, toen ik du pain ging halen met de meisjes, kocht ik een pistool voor hem. Ik had hem er al naar zien kijken – ze werden in de winkel verkocht als speelgoed maar in Nederland zijn ze verboden – maar ja, geen zoontje hè? Arme ziel.

Paul was er blij mee. En ik ook, want nu konden we – als de buren wegwaren – lekker op hun openstaande ramen schieten. Heel volwassen ja, ik weet het. En in Nederland ging de lol gewoon door, in de tuin van buurvrouw C. schieten, op de boom van de andere buren, proberen door het gaatje van het vogelhuisje te schieten, we waren er maar druk mee. De kinderen mochten ook af en toe schieten. Heel voorzichtig want de kleine plastik kogeltjes kwamen hard aan.

“Schiet eens op mijn hand,” zei Paul gisteravond terwijl hij mij het pistool gaf en vervolgens zijn hand uitstak.
Verbaasd keek ik op van de krant. “Waarom?”
“Ik wil even weten hoe dat voelt.”
“Dat doet hartstikke zeer hoor, dat ding is niet voor niets illegaal.”
“Doe het toch maar, ik wil het weten.”
“O. Oké.”

Ik richtte het pistool op de hand van mijn man en haalde de trekker over.

“Auw! Gótver! Shit.”
“Doet het pijn?”
(drifitig gewapper met de gekwetste hand) “Ja man!”
“Nou ja, dan weet je dat.”

’s Avonds liet Paul me een kleine blauwe plek zijn, in het midden van zijn handpalm. Ik gaf er een klein kusje op.

Zoveel hou ik van mijn man.
Ik koop een pistool voor hem.
En ik schiet op hem als hij me dat vraagt.

Turnen op de Trampoline


Geïnspireerd door Epke, in afwachting van onze nieuwe turnlessen (we missen ze!), hebben wij – helemaal zelf – deze show in elkaar gedraaid. Deels gefilmd door mamma met de iPad, deels door onszelf.

We hebben ons best gedaan en op een klein ongelukje na (Lizzy viel van de trampoline) is het helemaal goed gegaan. Veel kijkplezier, wij gaan snel verder trainen voor de Olympische Spelen.
Lizzy en Annabel.

PS, “Don’t try this at home” zegt mama. We weten niet wat dat betekent.

Vakantiegevoel


Ik zit onder de parasol met mijn benen in de zon. Kopje koffie erbij, cryptogram uit de Volkskrant. Als ik niet uitkijk zou ik hier zo maar eens de uitdrukking ‘niets meer aan doen’ kunnen gebruiken.

Een week geleden zaten we nog in de auto. Reden we van Lyon naar Thionville, op weg naar huis na een zijdezachte vakantie van twee weken in de Provence. En ergens lijkt het alsof ik nog steeds vakantie heb. Ik heb weliswaar twee dagen gewerkt (woensdag en donderdag) maar dat voelde meer als een tijdelijke (niet onaangename) onderbreking van de vakantie, dan als het verplichte ‘weer aan ’t werk’. Vrijdags ging ik met de Kletsen bloemen plukken in een Pluktuin en ging mijn vakantie gewoon door.

En in die modus sta ik nog steeds. Ik heb zin in alles. Vooral in gewone dingen. Ik ben voorbereidingen aan het treffen voor het nieuwe school jaar (mijn taakje als lid van de versiercommissie) en ik ben druk met het opruimen van de zolder. (Wat je daar allemaal tegenkomt! Tekeningen van de kinderen, verhaaltjes. Lizzy die een schilderij van de kerststal heeft gemaakt met een ‘eesol’, ‘kiendje Jesus’, ‘Josus’ en een ‘schap’. Geweldig toch?!) Het is een beetje alsof Paul en ik tijdens de vakantie dusdanig tot rust komen dat we daarna in staat zijn om ons huis én ons leven weer eens lekker op te ruimen.

De kindjes gaan laat naar bed en we slapen lang uit. Gisteravond keek ik hockey bij buurvrouw C. en daarna keken we de film van The Hunger Games (schimmige herkomst, niet verder naar gevraagd) en nu heb ik veel zin om deel II en III te lezen, ze liggen al naar me te lonken op de plank naast mijn bed. Maar eerst moet “De hemel bestaat niet” van Jannetje Koelewijn nog uit!

Ik kijk uit naar de rest van de ‘vakantie’, en daarna het begin van de herfst, hopelijk nog een tijdje met dit weer. Gisteren heb ik alweer de eerste pompoen geslacht (pompoen met aardappeltjes, tijm en geitenkaas uit de oven) en ja, dat smaakte naar meer. Binnenkort kunnen we weer lekker bramen plukken, ik weet daar een speciaal plekje voor. En daarna hazelnoten en kastanjes. Ik kan het vuur waarboven we ze poffen al bijna ruiken!

U lees het, er gebeurt weinig hier de laatste tijd (alhoewel, gisteren nog kreeg ik een watermeloen op mijn hoofd, noem dat maar weinig) maar hé, soms is het gewoon goed zoals het is.

Een lekkere latte onder de parasol, een verse crypto, een glas wijn met de buren, een opgeruimde zolder en een kindertekening met een ‘eesol’ erop. Over niet al te lange tijd begint The Voice of Holland weer, kan ik lekker met de meiden (en chips) op de bank. Ik leg de krant op tafel en kijk naar de blauwe lucht. Ik mijmer wat terwijl ik nadenk over het mooie woord ‘mijmeren’. De bloemen uit de pluktuin glimlachen naar me en Tuffy zingt een liedje.

Zou het me dit jaar lukken om het vakantiegevoel vast te houden tot, zeg juli 2013? Want dan ga ik wéér.

De wedstrijd!


Tja…

Ik had eigenlijk verwacht dat mijn mailbox na de vakantie VOL zou zitten met ‘Je kan er maar beter om lachen’-verhalen en/of foto’s (zie hier voor de wedstrijdoproep), maar niets is minder waar.

Het is digitaal doodstil, om het zo maar te zeggen.

Ik heb wel wat inzendingen gehad, vóór mijn vakantie, een grappig verhaal, een foto van mijn boek op een bijzonder plek, een auto met panne, maar het is nauwelijks genoeg voor een wedstrijd met één categorie, laat staan voor drie categorieën.

Daarom heb ik besloten dat ik de drie categorieën samenvoeg. Er zit weinig anders op. Wat er niet is kan je ook niet verdelen. Vanaf nu is er nog maar één ’Je kan er maar beter om lachen’-wedstrijd en daarbinnen zijn twee prijzen te verdienen, een eerste en een tweede. De inzenddatum is ongewijzigd, 30 augustus, zodat ik op mijn verjaardag, 31 augustus, de winnaars bekend kan maken.

Dus grijp je kans nu het nog kan, wees creatief, graaf in je geheugen. Maak een leuke foto’, een leuk verhaal, stuur een vakantiefoto in, iets van vroeger, in woord, in beeld, het maakt niet uit, als je er maar “Je kan er maar beter om lachen” boven kan zetten.

Inzendingen naar leap@ziggo.nl ovv je naam. Ik ben benieuwd!

‘Je kan er maar beter om lachen’ op vakantie.
“De lekke boot”

Hoe overleef ik zonder mobieltje


Het buur(t)meisje vertelt over het kampvuur op de camping. En hoe laat ze thuis mocht komen.

Half twee. En ze is pas veertien! Jeetje.
“Nou”, zeg ik later tegen Paul, “dat vind ik best pittig. Ik mocht echt niet om half twee thuiskomen toen ik veertien was.” (Niet dat ik dat wilde want toen ik veertien was speelde ik nog met barbies maar dat terzijde.)

“Tja,” zegt Paul “maar op vakantie, op zo’n camping, is dat toch anders. En ze had haar mobiel bij zich, zei ze. Ze had ge-sms’t en om één uur had ze haar ouders gebeld of ze een half uurtje later mocht. Dat maakt het toch wat anders vind ik.”
Ik knik. Mobieltje mee. Ge-sms’t. Om één uur nog gebeld. Dat was natuurlijk wel handig. Dan wist je als ouder tenminste dat je kind niet ergens in de sloot lag.

“Tja,” zeg ik, “dat kon bij ons natuurlijk niet. Even bellen.”
Mijn oudste -kleine potjes hebben grote oren- dochter kijkt op vanaf haar ‘Hoe overleef ik’– tijdschrift. (Stond daar nou: “Hoe overleef ik mijn ouders?!”)

“Hoe moest dat dan vroeger? Hoe wisten jullie dan of je al naar huis moest?”
Ik antwoord terwijl ik naar het tijdschrift gluur. (Tien dingen die je moet weten over je moeder.) “Je ouders zeiden hoe laat je thuis moest zijn. Dan was je óf op tijd – en dan was het goed – óf je kwam te laat en dan kreeg je op je kop. Mamma deed altijd het eerste. Pappa altijd het tweede.” Paul grinnikt om mijn grapje. Of is het de herinnering aan vroeger?

“Nou,” zucht Lizzy terwijl ze een bladzijde van ‘Hoe overleef ik’ omslaat, “ik ben blij dat ik in elk geval in een modérne tijd leef.”

Vakantieverslag 2 van 2


Klik hier voor deel 1 van 2.

Calamiteiten deden zich nauwelijks voor. De tijd stond een beetje stil, daar in de Franse bergen. Op een avond keken we loom toe hoe een naburige caravan werd klaargemaakt voor nieuwe gasten. “Joh”, zei ik verbaasd, “ze wassen hier zelfs áf nadat je bent vertrokken!”
“Zijn ze bij jullie snel klaar,” zei één van onze Nieuwe Vrienden (doelend op de vier door mij gebroken glazen). Haha.

Het bleef twee weken mooi weer. Ik las drie boeken uit (“Dinsdag is voorbij” van Nicci French, “Het gebroken raam” van Jeffery Deaver en “De Hongerspelen” van Suzanne Collins waarbij ik vooral van die laatste echt baalde dat ik ‘m uit had!) En ik vlocht bosjes van illegaal geplukte lavendel. Annabel vond het wel spannend dat we stiekem gingen plukken. Ze ging op de wacht staan en riep bij elke schaduw: “Pas op! Er komt een Frans aan!” (Wij: “Een lange? Of een vrolijke?”)

Natuurlijk bezochten we ook Grasse, de Parfumfabriek Fragonard en alles ademde lavendel. We kochten lavendelparfum, dronken lavendellimonade en aten lavendelijs. Een half uur later gaf Annabel over en toen hadden we zelfs lavendelkóts.
Vanuit Grasse reden we door naar Cannes alwaar Annabel bedacht dat pa wel eens een nieuwe auto kon kopen, – zo’n mooie rode bijvoorbeeld, of zo-een met zonder dak -. We zaten op het strand (op het pietepeuterige stukje dat niet in beslag werd genomen door de grote hotels die aan de boulevard zaten) en Paul zei dat ik maar gauw mijn zonnebril op moest zetten. “Ze zijn hier dól op beroemde schrijvers,” zei hij. Braaf liet ik me fotograferen voor het bekende Carltonhotel terwijl Lizzy en Annabel vroegen of ze van hun vakantiegeld ‘zo’n leuk tasje’ konden kopen (Gucci).

Jammer genoeg kwam ik niemand tegen die ik op een drankje kon trakteren, zoals ik vorig jaar beloofde (klik). Niemand las mijn boek ter plaatse en de paar keer dat ik op het Wifipunt mijn mail checkte moest ik vaststellen dat er sowieso weinig gebeurde op het boekenfront. Alhoewel, eind juli was ik wel ‘de week-aanbieding’ op bol.com, dat was natuurlijk wel weer stoer!

Na een uurtje waterfietsen (man, wat krijg je daar een verzuurde benen van!) een dagje winkelen en een pizza op een romantisch pleintje was ik zo gaar (en verbrand) dat ik om tien uur aankondigde ‘dat we maar eens vroeg naar bed gingen’. Annabel keek me meewarig aan en Lizzy zei: “Doe je best” waarna ze zich samen weer over hun spelletje yahtzee bogen. Tot zover mijn ideeen over vakantie met ‘kleine kinderen’.

Heerlijk loom en uitgerust gingen we de laatste dag in. We wandelden over de markt van Castellane om souveniers te kopen en we zagen dat het kwik inmiddels was gestegen tot achtendertig graden.
“Pas op,” zei Paul toen ik net wilde oversteken. “Een fiets.”
“Wat?” zei ik dommig, “een pizza?”

Tja, tijdens de vakantie daalt je IQ met minimaal tien punten heb ik gelezen. Daar zat ik nu vást al wel aan. Het was duidelijk tijd om naar huis te gaan!


Vakantieverslag 1 van 2


De camping was erg groen, het zwembad was stom, onze caravan stond op een leuke plek en het entertainment was heel aardig (al moest je wel minstens drie ‘ricards’ – lokale anijsdrank – achterover slaan om het te waarderen). Maar het leukste was toch wel de rivier de Verdon.

“Kom”, zei Paul toen we kennis hadden gemaakt met het groene kolkende water, “we gaan shoppen.” Binnen een uur waren we een boot, een stoel, een peddel , een parasol en een luchtbed rijker. En een boel Franse euri armer. “Morgenochtend gaan we raften,” sprak Paul plechtig.

De volgende ochtend togen we met onze nieuwe aankopen naar de rivier alwaar we onze bivak opsloegen. Parasolletje voor de nodige schaduw, stoeltje tegen de harde stenen, stokbroodjes brie, helemaal goed, helemaal Frans. Maar met een kwartier sloeg de boot lek waardoor de peddel onbruikbaar werd. Daarna liep het luchtbed langzaam leeg en tenslotte zakte Paul door het stoeltje.
“Zo,” zei Lizzy terwijl ze torentjes van de keien bouwde. “En toen hadden we alleen de parasol nog.”

Gelukkig bleek het luchtbed te plakken en de dagen die volgden brachten we door met raften, zwemmen in het meer van Castellane en ‘op avontuur’ gaan in de bergen. Avontuur was er trouwens genoeg – we zaten nogal op een risicocamping – want overal stonden bordjes met tsunami’waarschuwings’pictogrammen. Bij de receptie was zelfs een folder verkrijgbaar ‘Wat te doen wanneer de dam van het stuwmeer doorbreekt en de rivier overstroomt’. In het Frans. De gouden tip: Ga dan vooral niet zwemmen!

Maar het klopte wel: de stroming was verraderlijk sterk, ook zónder doorgebroken dam. Tijdens een wandeling op zoek naar fossielen (het gebied was ooit zee, al even geleden heb ik me laten vertellen) ging ik wat afkoelen en ik stond nog niet in de rivier of ik werd al omver geslagen. Daar zat ik dan, in mijn jurkje, op mijn kont in het water. Een voordeel: ik was afgekoeld. En mijn directoirtje was meteen gewassen.

Behalve fossielen, een oude ruïne en een paar heel bijzondere stenen (‘kijk mamma, deze steen lijkt sprekend op Barbapapa!’) vonden we ook nieuwe vrienden. Die vroegen zich vrijwel direct af hoe ik toch aan al die blauwe plekken op mijn benen kwam. Ik wees op de rivier, de rotsen en vervolgens op de titel van een nog niet zo lang geleden verschenen roman.
Toen ik het vervolgens voor elkaar kreeg om binnen één dag vier glazen uit de inventaris van onze caravan te breken (waarom zit er dan ook geen afwasmachine in zo’n hut?!) konden we er in elk geval met z’n allen om lachen.

Ik ben weer thuis!


Ongelooflijk!

Dat was mijn eerste reactie. Ruim dertienhonderd kilometer naar ‘t Zuiden gereden, drie bergpassen getrotseerd en twee kots sessies overleefd en nou régende het?! Ongelooflijk.

Die nacht baalde ik. De regen roffelde op het dak van de caravan, het onweerde, en ik ging op zoek naar een extra deken. Annabel kwam bij me liggen en ze leek wel een ijsklompje. “Ik heb het zo k-koud,” klappertandde ze. Waren we misschien – per ongeluk – de verkeerde kant uitgereden en zaten we ergens in de kop van Denemarken of zo? “Ssst maar,” suste ik mijn koude meisje. “Sneeuwpoppen maken is óók leuk!”

’s Ochtends kropen we voorzichtig naar buiten. Een waterig zonnetje stond hoog aan een strakblauwe hemel. Met mijn spijkerbroek en een dikke trui aan dook ik (met koffie) in de zon. Een half uur later ging de trui uit. Daarna verwisselde ik mijn spijkerbroek voor een rokje en tenslotte verving ik mijn T-shirt door een hemdje. De spijkerbroek en de trui zou ik de rest van de vakantie niet meer terugzien.

’s Middags lag ik, in bikini, aan het zwembad. Het uitzicht op de bergen was fenomenaal en overal rook je lavendel. In de verte zag ik pijnboombossen en gele zonnebloemvelden. “Het gebied rond de Verdon staat bekend om zijn geuren en kleuren,” had er in de reisgids gestaan en ik snapte direct waarom.

“Ik ruik ergens een barbecue,” sniffelde Paul.
“Wat is het hier bloemmig,” zei Annabel.
“Wat is het hier héét,” pufte Lizzy.
“Wat is het hier héérlijk,” zuchtte ik.

Zuid-Frankrijk, Provance, Castellane, nous y sommes!


NB Wat een onzettend leuke recensie heeft blogbuuf Maaike op recensieburger gezet! Klik hier voor de link.