Popcorn!


Oké, ons hele huis stinkt naar ontplofte mais en ik zag het even somber in toen het apparaat aan alle kanten begon te roken (‘dat hoort, Es’) maar lékker, die popcorn, lékker! Ik denk dat ik vanaf nu nooit meer iets anders eet.

Liz, Annabel, Vriendinnetje M., buurvrouw C. en vriend A. hebben voorgeproefd en zij hebben het bevestigd: onze popcornmachine bakt de lekkerste popcorn ooit. U kunt ons boeken. Krijgt u die koekebakker op de bovenste foto er gratis bij!


O en waarom lopen ze er zo opgedrikt en zomers bij? Ze hebben zich speciaal omgekleed voor de introductie van de popcornmachine. Sterker nog, Paul wilde beginnen maar moest even wachten want de dames hadden zich nog niet voldoende gemake-upt.

Gezinsuitbreiding


Sinds gisteravond zijn wij in het bezit van een heuse popcornmachine.

Ik was net boven, aan het bellen met vriendin F., toen ik Paul hoorde thuiskomen. Dat ging zo: eerst hoorde ik de sleutel in het slot van de voordeur, toen hoorde ik hele zware voetstappen, gezucht, gesteun, het schrapende geluid van karton langs een gestuukte muur, een creatief geformuleerde serie vloeken en de tenslotte het krakende geluid van de kelderdeur.

Dit kon maar één ding betekenen: Operatie Popcorn was geslaagd en man was het apparaat nu in de kelder inelkaar aan het zetten. Mazzel dat de kinderen al sliepen, die zouden anders zeker tot in het oneindige gaan staan drammen over het feit dat ze alvast wilden voorproeven.

Vriendin F. bleek op mijn blog al over de popcornmachine te hebben gelezen. Ze had zich even afgevraagd of Paul het écht zou doen, zo’n kermisattractie in huis halen. “Maar”, zei ze, “het is Pául, dus de kans was vrij groot dat het verhaal zou kloppen.” Afijn, vriendin F. kent mijn man ook al wat langer dan vandaag. (Net zo lang als ik hem ken om precies te zijn, F. was al mijn BFF toen ik Paul leerde kennen.)

“Over je blog gesproken,” ging F. verder, “dat van dat aggregaat, is dat ook serieus?”
Ik zuchtte. “Ik vrees van wel,”
“En dat van de oorlog, dat is toch een grapje? Of meende hij dat?”
Ik schoot in de lach.
“Je weet toch hij is? Natuurlijk denk hij niet écht dat er oorlog komt. Maar áls het zou komen, dan zou zo’n aggregaat heel handig zijn. Voor Paul is zoiets een heel logische gedachte.”

Op dat moment riep Paul dat de popcornmachine operationeel was.
“Nou”, zei F. “Een gemarmerde schuilkelder met een aggregaat en een échte popcornmachine. Ik weet in elk geval wel waar ík heenvlucht. Mocht het ooit oorlog worden.”

PS Jullie zijn ook welkom hoor, als de pleuris uitbreekt. We hebben twintig kilo op voorraad.

Dooi treedt in, vorst treedt af


“Mamma, moet jij nou huilen?”

Ik schud mijn hoofd. Nee hoor, mamma huilt niet. Om mijn woorden kracht bij te zetten kijk ik mijn dochter recht aan. Kijk, geen tranen.

Maar stiekem huil ik wel een beetje. Van binnen. Het afscheid van onze Koningin is ‘the end of an era’. (Ik zou het niet direct willen vergelijken met het moment waarop ik officieel stopte met borstvoeding, maar er zijn overeenkomsten: tijd voor een borrel.) Kijk haar daar nou zitten, onze Koningin. Wat een prachtige, sterke vrouw!

Om mezelf af te leiden check ik mijn timeline. Twitter is op z’n best op zulke momenten. #Beatrix #Tabea en #Trixit zijn trending topic en grapjes over ‘dooi treedt in, vorst treedt af’ en: ‘Vorst komt terug met Máxima rond 37 graden’ zijn niet van de lucht.
“Ik had het leuker gevonden als Rutte zijn vertrek zou aankondigen en dat Beatrix dan iets relativerends zou zeggen”, twittert iemand. “Bij DWDD bespreken ze de afgelopen 33 jaar Beatrix met iemand van 22 en een Belg”, moppert een ander.

Al direct ná de aankondiging van de toespraak stond heel socialmedialand op z’n kop. Wat ging de Koningin aankondigen? “Vier alternatieve Beageruchten: nieuwe iphone, EPO gebruik tijdens troonrede, 11-stedentocht gaat door, wisselstoring bij Nijkerk” En: “Als Erik Dekker en Michael Boogerd slim zijn bekennen ze hun epo-gebruik over een half uurtje.” Ik blijf lezen, ik blijf grijnzen.

Het duurt even voordat de kinderen doorhebben dat er op dit moment geschiedenis wordt geschreven. Annabel is nu net zo oud als ik toen Juliana afscheid nam en mijn dochter heeft – net als ik toen – weinig zin om TV te kijken. Pas als ik uitleg dat Máxima nu Koningin wordt van Nederland (Willem-Alexander zegt ze niet zoveel) komt ze bij me zitten. “Jij lijkt een beetje op Máxima hè?” zei ze. “Dat zeggen ze altijd. Dus dan ben ik eigenlijk een soort prinsesje.”

De eerste fotograpjes verschijnen ondertussen op Twitter. Guido Weijers merkt op dat hij makkelijk de troon kan overnemen. “Merkt niemand.” (foto links) Elders duikt een foto op met het onderschrift: “Willem-Alexander reageerde ingetogen op nieuws.” (foto rechts) Ik kan mijn lachen niet inhouden.

Afijn. Het wachten is nu op lepeltjes met de nieuwe Koning erop en op oranje blikjes van De Ruijter met oranje muisjes. Ik weet niet zeker of de meisjes zich dit belangrijke moment later nog zullen herinneren dus ik schrijf dit blogje mede voor hen. Ik weet dat mijn moeder alles bewaart in een speciaal album en ik hoop dat ze zich later realiseren hoe bijzonder dit moment is.

En als ze dan de foto’s zien waarmee ik nu ga afsluiten dan zullen ze weten wat ik hiermee heb willen zeggen: afscheid en ontroering horen bij het leven. Soms is dat mooi, soms is dat naar. De lach en de traan, het begin van iets nieuws. Een periode afsluiten doet een beetje pijn maar de tijd staat niet stil en we moeten vooruit. Dank je wel Koningin en succes nieuw Koningspaar. Veel geluk de komende jaren mocht het allemaal tegen zitten, bedenk dan: Je kan er maar beter om lachen. (Mocht u belangstelling hebben: ik heb hier nog wel een exemplaar van mijn debuut voor u liggen!)

Tabéatrix!


<img src="http://media.vrouwonline.nl/m/m1nxhu4cpqbv.jpeg&quot;

Help mijn man is een Prepper!


Ik heb al veel gadgetsmoezen gehoord, maar déze…

Kijk, dat van die popcornmachine, dat kon ik nog wel begrijpen. Leuk voor de kinderfeestjes, leuk voor Koninginnedag en gezonder dan chips. Bovendien: speeltje 1 eruit = speeltje 2 erin, volkomen logisch. (Zo doe ik het bij de kinderen vaak ook.)

Maar nu, beste Ploppertjes, nu is Paul écht een beetje doorgeslagen. Gisteren betrapte ik hem erop dat hij googlede op ‘aggregaten’ – tja, de één betrapt zijn man op zoek naar porno, de ander op zoek naar aggregaten – en aangezien wij hier thuis géén afdeling Intensive Care hebben (in mijn optiek de enige reden om een aggregaat te hebben), begonnen er direct wat alarmbellen te rinkelen.
Een aggregaat?
Sorry?
We waren hier toch geen zelfvoorzienende commune of zo?

“Altijd handig,” zegt Paul.
Zo begint hij meestal. Altijd handig. Een raar stuk gereedschap? Altijd handig. Soldeerapparaatje? Altijd handig. Nieuwe keuken is ook altijd handig, roep ik dan, maar daar reageert hij nooit op.
“Voor de popcornmachine.”
“Ja, maar om voor die ene dag in het jaar nou een compleet aggregaat te kopen lijkt me wat overdreven.”
“Voor bij de boot.”
“We hebben geen boot.”
“Voor als we gaan zagen in het bos. Dan kunnen we koffie zetten.”
“Hé cool, deze heeft een roze karretje. Wat zei je nou? Koffie? Thermoskannetje mee werkt ook hoor!”

Maar Paul hoort het niet meer. Hij is alweer verdiept in de ins en outs van de nieuwe Honda eu 20i en de Kraftech 6500 watt. Hij heeft geen oog voor roze karretjes, wel voor vermogen. (Ik denk alleen maar: het kóst een vermogen!) En dan, net als ik besluit dat ik hem en zijn elektrische droom maar alleen laat, hoor ik het. Hij zegt het niet eens tegen mij, ik vraag me af of hij zichzelf eigenlijk wel hoort.

“Zoiets is ook perféct voor als er oorlog komt.”

Een kudde hysterische sneeuwvlokken


Als Paul en ik zoenen slaan de vonken letterlijk over.

Statische elektriciteit. Het is één van de nadelen van dit koude weer. Al dagen lopen de meiden met coupe stroboscoop en ik ben constant ‘geschokt’. Om over de kou nog maar te zwijgen! Van ‘ellende’ ga ik maar poetsen – als ik stilzit vries ik namelijk aan mijn laptop vast – en echt, mijn huis is nog nooit zo schoon geweest. Als je tenminste de grote wakken in het parket niet meetelt.

Begrijp me niet verkeerd, ik vind de winter super. Ik neem de ruwe handen en schrale lippen voor lief als ik lekker kan schaatsen en in de sneeuw kan ‘spelen’. Vooral de ‘wintersportcombinatie’ van sneeuw en zon is natuurlijk geweldig. Maar soms verlang ik gewoon naar de lente. Naar zachte lucht, bloesem en lammetjes. Bijvoorbeeld als ik op de fiets word aangevallen door een kudde hysterische sneeuwvlokken waarvan het peloton het op mijn oogballen gemunt heeft.

Maar laat ik niet klagen. We hebben een heerlijke ochtend gehad. We gingen al vroeg schaatsen en we wilden net de baan af gaan toen het begon te sneeuwen. Thuis aten we broodjes worst en dronken we warme chocomel. Het sneeuwt hier nog steeds en er ligt alweer een fijn laagje. Vanmiddag gaan we sleeën, heb ik de meiden beloofd. Vanavond gaat voor het laatst de open haard aan.

Zondag gaat de temperatuur omhoog en ik stel voor dat we in één rechte lijn doorgaan naar de lente.

Maandag rokjesdag?

In de auto


“Auto van rechts.”
?
“Réchts!”
!
“Ja. Díe rechts, ja.”

“Zullen we daar parkeren?”
“!?!?”
“O. Oké. Beslis jij maar. Ik zeg niets meer, goed?”
“…”

“!!!!!!!”
“Ja, nou ja… technisch gesproken had hij wél voorrang hoor.”
“?????”
“Jaja. Het ging nét goed. Klopt.”

“Rémmen!”
“?”
“Paaltje!”
“!?”
“Nee hoor, die hebben ze er niet ‘net’ neergezet. Dat paaltje stond er al. Echt”

“(…) !!!”
“Ja, maar je kunt je hormonen niet overál de schuld van geven.”

“Stoplicht.”
“!!!!”
“Ja, maar je reed zo hard!”
“&^%$#%^&^^*”
“Sorry hé. Echt sorry.”

Note to self:

Volgende keer als we boodschappen gaan doen en collega M. heeft haar dag niet, rijd ik.

De Zwerver


Ik staarde naar de zompige deegklonten. Ze dreven in een soort soepje.

“Vegetarische ravioli” had er op het bord gestaan. Vegetarisch. Ik had niet kunnen ontdekken waaruit het ‘vegetarische’ bestond. Waarschijnlijk wisten ze het bij Ikea zelf ook niet. Raviøli, dat kennen ze in Zweden ook niet natuurlijk.

De kinderen waren ‘m gesmeerd. Op hun bordjes lagen nog wat koude frietjes en een half opgegeten knakworst. Ik at een frietje en constateerde dat de patat precies hetzelfde smaakte als de raviøli. (De kinderen hadden gezegd dat de knakworst niet lekker was maar toen ik zei dat het avondeten bij Ikea sowieso eigenlijk niet zo’n goed idee was, nam Lizzy het voor de winkel op: “Dat ligt niet aan Ikea hoor, dat ligt aan het varken!”)

Twaalf euro had ik betaald. Voor drie keer avondeten, drinken en een ijsje. Drie keer niets dus. En de muntthee was verrukkelijk! Geen wonder dat studenten hier kwamen voor een snelle hap. Om nog maar te zwijgen over zwervers. Neem nou die eenzame man een paar tafeltjes verder op. Lang, vettig haar, verschoten jas, ongeschoren bakkes. Hij kauwde het ene na het andere gehaktballetje weg. Vanuit mijn ooghoeken zag ik hem met smaak eten. Toen zijn bord helemaal leeg was leunde hij tevreden achterover. Even was ik bang dat hij een bøer zou laten.
“Zo,” leek hij te denken, “ik kan er wel weer even tegen.” Mooi eigenlijk, dat zo’n dakloze hier een fatsoenlijk maal kon krijgen. Nu nog hopen dat hij vannacht ergens terecht kon. Het zou weer koud worden.

De kinderen waren uitgespeeld en vroegen om hun ijsje. “Ijsjes zijn beneden bij de kassa,” zei ik. We verzamelden onze spullen en liepen richting de uitgang. In het voorbijgaan wierp ik nog één snelle blik op de zwerver. Precies op het moment dat ik zijn tafeltje passeerde kwam er een vrouw aangestampt. Ze droeg een volle Ikeatas.
“Zo Frits,” zei ze tegen de ‘zwerver’. “Ik heb alles. Ben je klaar? Dan gaan we, anders om je te laat bij de kapper.”

Ingesneeuwd


Vannacht zijn op de één of andere manier mijn gedachten ingesneeuwd geraakt.

Ik werd vanochtend wakker uit een hele rare, vermoeiende droom en ik kon het gevoel dat er iets aan de hand was maar niet van me afschudden. Niet dat ik me nou heel rot voelde, nee, het vooruitzicht van een dagje thuiswerken trok me wel, het was meer een soort blokkade. Alsof er een sneeuwduin lag tussen mij en de rest van de wereld.

Gisteren hadden we een heerlijke dag. Samen met mijn broer, mijn nichtje en mijn ouders gingen we schaatsen op een prachtige (natuur) ijsbaan in Lelystad. Het was koud en de wind was fel, maar wat was het super om met z’n allen zo lekker op het ijs te staan, de lucht vol ongeduldige sneeuw! Alsof de tijd ter plekke bevroor. Na afloop aten we erwtensoep en brood met spek om tenslotte nog even heerlijk in de sneeuw te spelen. Misschien is het daar ergens mis gegaan. Ik ben nogal openmindend natuurlijk en tja, als je dan in de sneeuw gaat rollen…

Het is best lekker rustig, zo zonder al die gedachten. En alle omgevingsgeluiden worden natuurlijk ook gedempt. Het is wit in mijn hoofd, wit en stil. Alsof ik sneeuwblind ben, maar dan met mijn blik naar binnen gericht. Annabel moest vanochtend drie keer vragen of ik haar haar wilde kammen en toen Lizzy een onaardige opmerking maakte vond ik daar eigenlijk niets van. De sneeuw verlegt mijn grens. Sneeuwgrens.

Toch ga ik straks maar even op zoek naar een speciale hersen-sneeuwschuiver. Of ik keer het zoutvaatje om boven mijn hoofd. Want het mag dan lekker rustig zijn, het is óók best een beetje vermoeiend, zo’n hoofd vol sneeuwjacht en bevroren gedachten. Ik vergeet steeds wat ik moet ik doen vandaag, en ik ben al drie keer voor niets naar boven gelopen. En met het schrijven schiet het ook niet op zolang ik geestelijk in een iglo zit.

Vlokken als woorden.
Telkens weer die witte waas.
Sneeuwbaleffect.

Echt, jullie moesten eens weten hoeveel moeite dit blogje me heeft gekost!

Zagende man


Ik ben halverwege een bekverrekkende gaap als Paul de kamer binnenkomt. Man, wat heb ik toch weer slecht geslapen vannacht.

“Mogge schatje!”
“Mogge!”
De man die voor me staat lijkt zo te zijn weggelopen uit Texas chainsaw 3D. Beschermingspak, handschoenen, geluidsdempers. Alleen de kettingzaag ontbreekt. Evengoed ruik ik de benzine al.

“Ik ga een paar bomen verzagen. Op het kaveltje van R.,” zegt hij.
“Zin?” vraag ik.
“Ja man! Lekker zagen. Zagen is mijn hobby!”
“Dat weet ik schat,” zeg ik terwijl Paul zijn autosleutels pakt. “Dat hoorde ik vannacht nog.”
Ik gaap nogmaals.
“Wat zei je?”
“Niks.”