Hippe vogels


“Heb je het gehoord? Popcorn is hélémaal hot!”

Het is woensdagavond, half tien. Paul komt net terug van een hockeywedstrijd (“ik was in vorm jongen, niet normaal”) en hij staat voor me in zijn onderbroek. Althans, hij heeft wel een T-shirt en een slobbertrui trui aan, en sportsokken, maar zijn trainingsbroek heeft hij uitgedaan. Al snel zie ik waarom: zijn knieën liggen helemaal open.

“Zo, ongelukje gehad?”
Paul legt uit dat hij halverwege de wedstrijd is gestruikeld (“over mijn eigen voeten, dom hè?”) waarna hij een flinke schuiver maakte. Nu kan hij even geen broek meer aan, zegt hij, want dan plakken zijn knieën aan de pijpen vast.
“Ga je morgen in je korte broek naar je werk?”
“Lachen met jou, zeg.”

“Maar goed, de popcorn?”
Op het hockeyveld was Pauls nieuwe speeltje, de popcornmachine, ter sprake gekomen. En één van de maten wist te vertellen dat RTL er afgelopen week een item aan had gewijd. Het was zelfs op het journaal geweest!
“Popcorn wordt dé trend van 2013”, hadden de programmamakers gezegd. Vooral ‘smaakjespopcorn’, zoals pindakaaspopcorn en basalmicopopcorn zouden het helemaal gaan maken dit jaar.
“Chocoladepopcorn”, geniet ik. “Mmmmmm.”

Paul strompelt naar de bank, ploft tussen de kussens en legt voorzichtig zijn voeten op tafel.
“Ik ben een echt heel hip,” zegt hij tevreden.

Vanuit mijn plek achter de computer sla ik hem gade. Mijn man. Harige benen en een hartjesonderbroek. In één van zijn sokken zit een flink gat en zijn oude hockeytrui slobbert om zijn lijf. Met een tijdschrift wappert hij zijn bloederige knieën koelte toe
“Jij bent écht heel hip,” knik ik instemmend.

NB Ook Lizzy is heel hip! Zij schreef een écht wedstrijdverhaal voor De Boekenbakkers. Prijs: een eigen boekje! Het zou leuk zijn als jullie even de tijd willen nemen om het te lezen en eventueel te stemmen. Klik hier voor het verhaal.

Advertisements

Huilen met de pet op


Annabel was weer op dreef gisteren.

Allereerst hoorde ik haar tegen de moeder van een vriendinnentje zeggen dat ze nu twee keer in de week naar turnles moest: op maandag naar de training van ‘Jong Talent’ en op vrijdag naar crematie-turnen. Toen Annabel al radslagend wegwervelde fluisterde ik snel: “Ze bedoelt recreatie-turnen.”

’s Avonds, na het turnen (niet crematie maar ‘jong talent’), zat de kleine Klets in bad. Ik had net haar haren gewassen en haar voeten behandeld met de speciale crème die we van de dermatoloog hadden gekregen toen mevrouw iets onbekends zag.
“Mam,” vroeg ze.“Wat is ‘huilen de bami’?
“Huilende bami???!”
Huilen de bami. Dat staat op die fles daar.”
“Lieverd, er staat ‘huile de bain’ en dat ‘huile’ spreek je niet uit als ‘huilen’ maar als ‘wiel’ dat is Frans voor olie. En ‘bain’ is bad. Er staat dus ‘badolie’.”
“Mam?”
“Ja?”
“Was de Nederlandse badolie op?”

Kinderen, je blijft met ze lachen. Vooral met zo’n exemplaar als Annabel dat alles vaak iets te letterlijk opvat (“de politie op je dak? Wat moeten die op het dak dan?”) en niet altijd het geduld heeft om het goed te luisteren of te lezen.

Jullie hebben er vast ook genoeg, van jullie eigen kroost of van de buurkinderen.
Deel je de leukste met ons?

Maandagochtend


Ik wist niet of ik het wel zou halen.

Om te beginnen viel het bepaald niet mee om de Kletsen uit bed te krijgen. Ze waren, na een week vakantie, gewend aan het lekkere lange liggen en ze hadden niet veel zin om op te staan. Liz was haar poncho kwijt en Annabel de kluts.

Eenmaal beneden hadden de meiden moeite met ontbijten én met het openhouden van hun ogen. Ze zaten apatisch op de bank. Ik pakte hun tassen in, kieperde hier en daar iets een opengesperde mond (‘kom vogeltje, doe eens open’) en besefte dat de koffie er even niet in zat. Wilde ik op tijd komen dan moest ik nú weg.

Liz werd door pappa naar school gebracht terwijl ik Annabel richting auto dirigeerde. Op naar de dermatoloog. (De kleine Klets heeft al sinds haar vierde heel veel last van kalknageltjes en aangezien ze nog geen medicijnen mag gebruiken blijft ze er maar mooi mee zitten. De pedicure waar we trouw elke zes weken naar toegaan wees ons op een nieuwe methode: laseren. Vandaag is de intake.) Fijn dat we zo snel terecht konden. Alleen had ik de afspraak beter niet op maandagochtend kunnen plannen. Man, wat had ik koffie nodig.

In de auto kreeg ik ruzie met de routeplanner. Hij wilde me wel naar het gewenste adres brengen maar alleen als ik ongeveer honderd kilometer (!) om zou rijden. Flink wat gepruts aan diverse knopjes (en een bijna-aanrijding) later bleek dat Nemo (waar we gisteren waren) als tussenadres was ingevoerd dus dat verklaarde een hoop. Kijk, dat krijg je ervan als je zonder fatsoenlijke ‘latte’ op pad gaat.

Het bleek behoorlijk druk onderweg dus ik bad, smeekte en sneed iedereen van de weg af (ja, ik lijk zo lief he? schijn bedriegt) zodat ik in elk geval tijd zou hebben voor één kopje koffie. In die klinieken hebben ze altijd goed geoutilleerde wachtruimtes, daar kon ik vast wel wat scoren. Annabel gaapte naast me en ik deed gezellig mee. Precies op tijd meldde ik me bij de receptie. Ik overhandigde legitimatie, verwijsbrief en verzekeringspas terwijl mijn getrainde neus alvast probeerde de koffierichting te detecteren.

“Alles is in orde,” zei de receptioniste. “U mag plaatsnemen in de wachtruimte. We lopen iets uit.”
Mooi zo, dacht ik. Mooi zo. Tijd voor twéé kopjes koffie!
“Mag jij koffie en thee pakken,” zei ik tegen Annabel terwijl ik de jassen op hing.

“Mamma,” klonk het even later uit de wachtkamer. “Wat betekent ‘defect’?”

Mogen jullie raden wat mamma antwoordde.

Er staan weer leuke – extra nieuwe – blogs op Miss Perfect (klik).

Vroeger, toen ik …


Annabel heeft een ‘sprongetje’ gemaakt.

Ineens past de ‘kleine’ Klets haar kleren niet meer, zijn de Petshops ‘voor babies’ en heeft ze niet meer genoeg aan twee boterhammen.

Drie tanden is ze onderweg kwijtgeraakt. In twee weken tijd! Het kind kan niet eens normaal meer eten (zoals ze het zelf zo mooi zegt: “Dat kan ik niet eten, ik heb niets om op te steunen.”) en ze slist als een slang met een spraakgebrek.

Ze heeft geleerd hoe ze moet klokkijken en ook de tafels (1 t/m 5) begint ze door te krijgen. Die had ze allang moeten kennen maar bij Annabel valt het kwartje soms wat later. En de laatste tijd zijn er flink wat kwartjes bij haar gevallen. Ze blijf Creatief met Taal (“Het was best mooi weer, jammer dat het ’s middags wat afklaarde!” en “Mam, mijn voet is helemaal be-eelt”), haar uitspraken zijn niet altijd even logisch maar ze is overduidelijk ‘gegroeid’ de laatste tijd.

En als er één groeit, dan groeit het gezin natuurlijk mee. Ik ben trots op het meisje dat zo haar best doet op school (het gaat haar niet allemaal even gemakkelijk af) en het is leuk om te zien hoe ze haar eigen kledingsmaak begint te ontwikkelen (‘de zigeuner’ noemen we haar nu). Liz ziet ook dat haar zusje groter wordt. Steeds vaker zitten de meiden bij elkaar om nagels te lakken of te kletsen over dingen waar ik niets van begrijp. (Denken ze dan, he.)

Dat het echter niet altijd even makkelijk is om alles plotseling in een nieuw perspectief te zien bleek wel uit het – bijna poëtische – gesprek dat ik nog niet zo lang geleden opving. Liz wilde Annabel iets uitleggen over een televisieprogramma. Maar hoe moest ze dat nou doen?

“Vroeger”, begon Liz, “toen ik zo klein was als jij.”
“Klein?!” – Boze blik van zusje –
Eh.. toen ik zo groot was als …. Eh… toen ik zoals jíj was…”

Toen ik zoals jij was. En zo is het uiteindelijk geworden.

Hoera! De Kletsen zijn weer thuis.


Na een logeerpartij van zes dagen (ja, ik vond het zelf ook op het randje van Ontaarde Moeder) is het huis thans gevuld met kinderstemmen, Subway Surf en Britney Bitch.

Op kantoor besprak ik de vermeende thuiskomst met collega M. en broer G.
“Ben je blij dat ze er weer zijn?,” vroeg M.
“Ja hoor,” zei ik, “het voelt een beetje alsof ik op vakantie ben geweest, dan is thuiskomen ook altijd weer leuk. Je bent lekker uitgerust, er zijn verhalen te vertellen, en het is fijn dat alles weer ‘gewoon’ is.” (Alhoewel, ‘gewoon’ is het nooit met mijn meiden. En met die verhalen zal het ook wel meevallen. Ik weet alles al. Elke avond zochten ze contact, stond ik daar weer met de ipad voor de vogelkooi omdat de dames wilden facetimen met de valkparkiet.)
Mijn broer knikte. “Maar dat thuiszijn ben ik altijd na een dag wel weer zat,” zei hij. “En dan wil ik wéér op vakantie.” Hij wel. Ouwe mopperkont.

Aan het eind van de middag spoedde ik me naar huis. De meiden stonden me voor het raam op te wachten en vlogen me om me nek zodra ik binnen was. Ze hadden nieuwe mini’s (van oma gekregen) en rare uitdrukkingen (ook van oma gekregen). Ze kletsen met Tuffy en gedroegen zich uberschattig. Heerlijk, die ‘thuiskomst’.

Vanochtend kroop eerst de één en toen de ander bij me in bed. Ze wilden met me knuffelen. Ik wilde net mijn overgelukkigeleukemoedergrijns opzetten toen er één begon te mopperen over het feit dat de ander alle dekens wegtrok. Binnen twee minuten was de woordenwisseling uitgegroeid tot een conflict van wereldformaat.

“Zal mamma een lekker kopje thee maken?” vroeg ik gauw.
En terwijl ik daar met mijn koude voeten in de keuken stond (op een naar mijn idee te vroeg tijdstip) schoten de woorden van mijn broer weer door mijn hoofd.
“Dat thuiszijn ben ik na een dag wel weer zat.”

Help! Ik wil weer ‘op vakantie’.

En, heb jij je een beetje vermaakt deze vakantie? Met of zonder kinderen?

Woorden vervliegen het geschrevene blijft


Twitter is een miniblog en Facebook is een soort voorraadkast.

Trek de social media open en je vindt er zeker iets van je gading. Een mooie foto, een grappig filmpje, een leuke quote. Of – want daarvoor gebruik ik de social media óók vaak – je vindt er een linkje naar één van mijn columns of blogs.

Het freelancen bevalt me goed. Ik heb een tijdlang gezaaid en nu kan ik oogsten. Steeds vaker ‘mag’ ik mijn stempel drukken op stukjes die verschijnen op internet of in de bladen. “Jouw specialiteit is je schrijfstijl,” zoals één van mijn nieuwe opdrachtgevers het onlangs zo mooi zei. (Het is dan ook niet voor niets dat ik als logo een stempel heb gekozen). Ik neem het serieus. Ik heb een visitiekaartje, écht briefpapier en een heus motto (zie titel).

Nu kan ik niet overal linkjes blijven plaatsen naar blogs (behalve als het relevant is natuurlijk) en andere leuke plaatsen waar ik binnnenkort te zien ben. Dat is niet netjes naar Vrouwonline toe en ik kan me ook voorstellen dat niet iedereen daarop zit te wachten. Dit is Vrouwonline en hier schrijf ik over Kletsen, Paul en Popcornmachines. Hier is het bekend.

Zit je er nou wél op te wachten, wil je graag op de hoogte wil blijven van wat ik schrijf, wáár schrijf en wat er verschijnt in Estherstyle, volg me dan op Twitter (@EVuijsters) of onder mijn eigen naam op Facebook (zie ik ook nog wat van jullie), dan komen de linkjes vanzelf voorbij. Hoef je er alleen nog maar op te klikken.

En natuurlijk kan je óók altijd eens langskomen op mijn eigen site waar het immer roze en gezellig is (en waar je ook links vindt naar recente blogs en artikelen).

Tot snel.
Hier of daar.

Een zonnetje


Zo. Doe mij maar koffie.

Het viel niet mee vanochtend. En dat terwijl de Kletsen toch uit logeren zijn! Alle tijd en alle rust om superrelaxed op te staan. Zou je zeggen.

Nou, niet dus. Gistermiddag rekte ik me even lekker uit en toen schoot er iets in mijn nek. De rest van de dag moest ik, wanneer ik iemand wilde aankijken, eerst mijn romp draaien en dan pas mijn hoofd. Soort omgekeerde uil ben ik nu.

Ik ging ’s middags gewoon aan de poets – beweging helpt is mijn motto – en dat ging heel aardig. Alleen daarna kon ik me daarna helemaal niet meer bewegen. Paul heeft me nog even gemasseerd maar ik zat zo vast dat zelfs dat kansloos was (maar wel lekker).

Tenslotte besloot ik in bad te gaan alwaar ik als een soort gestrande walvis lag te puffen en te steunen. Toen ik even later mijn tanden stond te poetsen zag ik dat ik één van mijn rimpels vriendschap had gesloten met een kraaipootje waardoor er – ter hoogte van mijn rechterjukbeen – een flinke kloof was ontstaan. Ik keek mijn spiegelbeeld boos aan. Ze keek boos terug. Waar was mijn innerlijke godin wanneer ik haar nodig had?!

Vanochtend was de stijfheid uitgebreid naar mijn schouders en mijn rug. In al mijn kreupelheid bereidde ik een kommetje muesli. Ik bladerde wat door mijn agenda, wanneer begon de zomervakantie ook alweer?

En opeens zag ik het. Zaterdag 31 augustus. “Veertig” stond er.
Ik had er een zonnetje omheen getekend.
O ja. Veertig. Nou, dat verklaarde een hoop.
Laat dat zonnetje maar zitten.

NB
Lezen over mijn ervaringen in een kookwinkel? Klik hier voor mijn nieuwste blog op Miss Perfect.