Onderweg naar mijn schoonouders


Paul en ik hebben een feestje en de kindjes gaan logeren. Heerlijk, ik heb er zin in. In het feestje en in uitslapen als bonus. Ik heb een leuke nieuwe sjaal gekocht en hippe oorbellen. Gaat helemaal goed komen dit weekend.

De kinderen zitten achterin en spelen met Liz’ ipod. Ze maken filmpjes uit het raam op de muziek van ‘Britney Bitch’. Ik weet eigenlijk niet hoe dat nummer heet maar de meiden noemen het zo. ‘Britney Bitch’ roepen ze. Heel vaak.

Ik zet de radio harder. Tomtidomtidom. Lekker tijdloos nummer is dit toch!
“Meiden,” zeg ik, “dit is goeie muziek! Moet je horen.”
Ik zet de radio nog harder en ik zing mee.
“Nee hè,” zegt Annabel. “Mammamuziek.”

Ik luister niet naar het gemopper.
Ik waar rond in de centrifuge van mijn herinnering.
Als het nummer is afgelopen zet ik de radio weer zacht.

“Echt weer zo’n nummer uit de VOC-tijd,” moppert Liz.
De muziek op de ipod gaat harder.
Britney Bitch is terug.

NB Voor wie het wil weten, het was een nummer van Bon Jovi.

Advertisements

Een nachtmerrie


Of het nou kwam door alle verdrietige verhalen van de laatste tijd, of omdat ik gewoon teveel dekens over mee heen had getrokken, ik weet het niet, maar vannacht had ik kanker.

En niet zo’n beetje ook. Ik kwam zojuist bij de dokter vandaan en ik had te horen gekregen dat ik nog maar drie weken te leven had. En wat doe je dan?

Raar was het. Heel raar. Ik liep rond in mijn droom als een kip zonder kop. Ik ging naar huis, naar Paul en de kinderen. We moesten allemaal huilen en ik herinner me dat ik steeds aan mijn ouders moest denken. Was ik toch de hele tijd bang dat er met hén wat zou gebeuren, moesten ze straks van míj afscheid nemen?! Ik geloof dat ik het voor hen nog hen allervervelendst vond (achteraf best raar, denk ik nu).

Ik was druk met van alles en nog wat. Steeds weer moest ik aan mensen uitleggen dat ik er straks niet meer zou zijn. Dat ik het zelf ook niet had zien aankomen. En steeds als ik er zelf weer aan moest denken, dan was het net of alles blanco werd in mijn hoofd. De gedachte was gewoon te erg om bij stil te staan. De droom ging behoorlijk ver. Ik bedacht zelfs dat moest gaan bloggen. Ik moest tenslotte ook afscheid nemen van mijn lezers.

Toen ik uiteindelijk wakker werd was ik helemaal bezweet. Paul lag aan de ene kant naast me en Lizzy aan de andere kant. Het duurde werkelijk een minuut of twee voordat ik me realiseerde dat ik helemaal niet dood zou gaan. (Tenzij ik opeens voorspellend was gaan dromen, daar dacht ik maar niet al te lang over na!) Ik was opgelucht, natuurlijk, maar het duurde behoorlijk lang voor ik dat nare gevoel uit de droom kwijt was.

En eigenlijk voel ik het nog steeds. Dat zware, dat fatalistische. Want ík werd wakker, voor mij was het ‘slechts’ een nachtmerrie. Maar voor een heleboel mensen gaat de nachtmerrie overdag gewoon verder.

Zij worden er nooit meer uit wakker.

Ik ben toch geen mietje?!


“Ik sta voor de HEMA.”

Duidelijk. Vriendin E. is reeds gearriveerd. Ik daarentegen ben nog maar halverwege mijn poolexpeditie. Vanwege de gladheid heb ik de fiets laten staan. Ik loop, maar niet bepaald snel. Wat een wind. Wat een sneeuw. Kleine ijspuntjes, scherp als mesjes, dringen door mijn sjaal heen en af en toe glibber ik zomaar de verkeerde kant op.

Paul had aangeboden me weg te brengen. “Je gaat met dit weer toch niet helemaal naar de stad lópen?” had hij gezegd. “Straks breek je een been.” (Fíjn, dat vertouwen!) Maar ik had er niets van willen weten. Lopen is gezond, zó ver was het niet en bovendien, ik was toch geen mietje? Hup, sneeuwlaarzen aan en gáán. Sneeuw is heerlijk!

Vriendin E. moet een beetje lachen om mijn outfit. “We zullen maar geen kleding gaan passen,” zegt ze, “want voordat jíj je hebt uitgekleed is het waarschijnlijk sluitingstijd.” In plaats daarvan gaan we naar een kookwinkel waar ik me vergaap aan al het paasleuks. Ik krijg warme visioenen van pasgeboren lammetjes, poezelige kuikentjes en verse graskaas.

Buiten slaat de werkelijkheid me hard om de oren, het sneeuwt nog steeds. Het is glad. “Ik breng je straks wel even naar huis hoor,” zegt E. “Ik ben toch met de auto. En ik wil niet dat je in het donker naar huis gaat lopen.” Ik snuif. Nogmaals, ik ben toch geen mietje?! Me & my moonboots. Wij tegen de elementen.

Vlak daarna ga ik keihard onderuit. Ter hoogte van Hans Anders. Iedereen kijkt. Mensen lachen besmuikt. Ik heb ze wel door. Mijn hele jas zit onder de sneeuw en mijn heup doet pijn.

Aan het einde van de avond later stap ik stijfjes bij E. in de auto. Ik laat me voor de deur afzetten.
Kutsneeuw.

Meer lezen? Er staat weer een column op Miss Perfect. Klik hier.

Voor alle mannen van Nederland


Ja.

Valentijnsdag is een commercieel gebeuren.
En het is walgelijk Amerikaans.
Het is stom, onpraktisch en beladen.
En het is volomen belachelijk om één dag in het jaar ‘verplicht’ je liefde voor elkaar te moeten uiten.

Maar.
Als vrouwen zeggen: ‘zoiets commercieels, daar doen wij niet aan mee’ (mogelijk gevolgd door het overbekende zinnetje: ‘het hoeft van mij écht niet hoor!’ in combinatie met grote hertenogen) dan is dat ongeveer hetzelfde als dat een meisje al giebelend zegt: ‘nee, nee, niet doen’. Daar wist u vroeger toch ook altijd al wel raad mee, toch? En echt, er verandert een stuk minder dan u denkt. Zeker in het hoofd van een vrouw.

Mannen van Nederland.
Ga dus niet opeens naar uw vrouw luisteren, zo rond veertien februari, maar kijk gewoon door de commerciële rotzooi heen en kóóp in godsnaam dat stuk chocolade! Het liefst in de vorm van een hart, daar scoort u extra punten mee. (En met extra punten bedoel ik seks, heb ik nu uw aandacht?)

Dus. Niet ’s ochtends in de keuken heel verbaasd naar dat roze pakje gaan staan kijken dat daar naast uw ontbijtbord ligt en niet tegen uw vrouw zeggen: “Maar je zei dat we er niets aan zouden doen!” Die opmerking is voor een vrouw ongeveer even onbegrijpelijk als wanneer men tegen u zou zeggen dat leidingwater véél lekkerder is dan bier. Niet zo moeilijk kijken, gewoon blij zijn met die hartjesonderbroek.

En gaat u zich dan vervolgens al helemaal niet hardop staan afvragen of de benzinepomp ’s ochtends om zeven uur al open is, daar maakt u het alleen maar erger mee. Neem gewoon uw verlies, geef uw vrouw een knuffel en bedank haar voor het cadeautje.

En neem dan in hemelsnaam uit uw werk een bosje bloemen mee! (En dan níet van de pomp!) Zéker als u vrouw zegt: “Het maakt niet uit schat, ik houd toch wel van je!” gevolgd door: “Echt waar!”

Onderweg


Ik heb het druk!

Gesprekken met nieuwe opdrachtgevers – gisteren met deworkshopsite.nl bij seats2meet, wat een grappig concept – een bijeenkomst van de Kamer van Koophandel en de Belastingdienst (leuker kunnen we het niet maken, wél later, ik was pas tegen elf uur ’s avonds thuis) echt, ik vlieg van hot naar her.

In de trein naar Utrecht kan ik even op adem komen. Ik zit naast twee jongens – áárdige jongens – van een jaar of zeventien, achttien. Een met blond en een met donker haar. De mannen zijn zo te horen net (?) klaar met de middelbare school en ze zoeken nu naar de juiste studierichting.
“Weet jij nou al wat je wil gaan doen?” vraagt donkere aan de blonde.
“Journalistiek,” antwoordt de blonde. “Of diergeneeskunde.”
“Dat is nogal een verschil,” merkt de donkere jongen droog op. “Moet je niet onderhand eens gaan kiezen?”
“Neuh,” meent de blonde. “Ik heb nog ruim vier maanden.”

Ik wou dat ík vier maanden had. Voor wat dan ook. Mijn agenda staat übervol! Weliswaar met superleuke dingen (een workshop ‘koe knuffelen’ is toch de bom, of niet dan?!) maar het huishouden schiet er soms bij in. Ik heb natuurlijk wel een hulp maar ik weet niet hoelang ik die nog kan betalen. Ondernemer worden – en vanaf maart ben ik het officieel – betekent doen wat je het liefste wil, maar het betekent ook: risico’s nemen. De (financiële) onzekerheid blijft, zeker in deze tijd.

Het gesprek naast me gaat verder.
“Ik wil het huis uit,” zegt de jongen met het donkere haar, “ik ben het zat.”
Terwijl hij het zegt vist hij een zakje brood uit zijn rugtas. “Nee he,” zegt hij, “wéér worst.”
“Ik wil ook weg,” zegt de blonde, “ik wil gewoon lekker alles zelf doen.”
“Niet meer dat gezeur van mijn moeder.”
“Ruim je kamer op en zo.”

Zuchtend denk ik aan de stapel was die thuis op me wacht. En aan de boodschappen waarvoor ik vandaag weer geen tijd heb. Het broodbeleg is op. Geen worst voor ons.

De jongens naast me zakken onderuit en spelen met hun smartphones.
“Mijn ouders checken me,” moppert er een.
“Lastig,” knikt de ander.

Ik luister naar het gesprek terwijl ik ondertussen mijn agenda bijwerk.
“Gelukkig,” denk ik. “Bijna donderdag.”

“Dan komt mijn moeder weer helpen.”

Voor wie het leuk vindt: de eerste blogs staan online op Miss Perfect! Klik hier.

De harde schijf aanvegen


“Even uw computer stofzuigen.”

Vorig jaar rond deze tijd kocht ik een nieuwe laptop. En voor het eerst kocht ik daar een Meneer bij. Die Meneer installeerde de computer, beveiligde hem en beloofde elk jaar terug te komen voor onderhoud. Hij nam ook mijn oude computer onder handen, haalde een soort Barbie- stofzuigertje (Cool!) uit zijn toolkit en zóóg het toetsenbord.

Vandaag komt hij weer, de Meneer van de Barbie-stofzuiger. Hij komt mijn harde schijf aanvegen en mijn toetsenbord dweilen. Ook kijkt hij het hang- en sluitwerk na en checkt hij of er zich geen Spaanse griep tussen de chips schuilhoudt. Dat is heel fijn want ik merk dat mijn computer alweer trager wordt. Hij kreunt tegenwoordig als een toptennisser tijdens het opstarten!

En dus schrijf ik nog maar snel even een blogje. Je weet het tenslotte maar nooit wat de Meneer allemaal opzuigt met zijn Barbie-stofzuiger. Misschien dweilt hij wel te nat en mag ik er een tijdje niet op lopen of hij wast de Windows met het verkeerde sopje. En wat te denken van de mogelijkheid dat de beveiliging straks dusdanig Houdiniproof is dat ik er zélf niet meer bij kan?!

Nee, het nakijken van je computer brengt zeer zeker risico’s met zich mee. Mochten jullie een tijdje niets meer van me horen, dan weten jullie waar het aan ligt. Dan is het die Meneer zijn schuld. (Of ik heb even geen zin om te blogen, dát kan natuurlijk ook!)

Later!

Gelukkig Nieuwjaar!


Wat een prachtige dag om het Chineese Nieuwjaar in te luiden!

Het jaar van de slang komt eraan en volgens de Chinese astrologie kun je onwijs lachen met slangen (kan ik me eigenlijk niet voorstellen, ik bedoel, ik heb niets tegen slangen, maar ik zou het niet bepaald grappig vinden als ik plots oog in oog zou komen te staan met bijvoorbeeld een cobra) maar je moet ook met ze oppassen (ah, dat lijkt er meer op) want ze zijn volkomen onbetrouwbaar. Alle baby’s die dit jaar geboren worden zijn slangen, dus mocht je de komende tijd moeten bevallen: pas op, je baby kan bijten! O en verwacht niet teveel van de afspraken die je met de zuigeling maakt want de slang is volgens de dierenriem niet bepaald punctueel. Weet je dat ook maar vast.

Traditioneel vieren de Chinezen hun nieuwjaar – dat volgens de annalen het begin van iets nieuws waarin geluk en voorspoed de hoofdrol spelen – met een drakenoptocht dus ik heb voor de gelegenheid de Kletsen even een rondje door de kamer laten lopen. Ze zijn weliswaar ter wereld gekomen als ‘paard’ (Lizzy) en ‘haan’ (Annabel) maar het moet gezegd: als draak doen ze het ook helemaal niet slecht. Ook heb ik begrepen dat er doorgaans veel vuurwerk bij de viering komt kijken maar dat laten we maar even achterwege. Paul heeft de blaren van 1 januari nog op zijn handen staan. Hij is trouwens een hond en honden moet je nou eenmaal een beetje in de gaten houden.

Uiteraard hoort ook bij dit feest een gezellig feestmaal dus vanavond gaan wij – hoe toepasselijk – naar de afhaal op de hoek. Lekker makkelijk en helemaal in stijl. Hopelijk krijgen we er ook dit jaar weer zo’n leuke gratis kalender bij.

En voor wat betreft de bestelling? Die is natuurlijk al lang bekend: één keer nummertje acht met witte rijst, een keer nummertje veertien met mihoen. Satésaus, sambal bij en als u dan toch bezig bent doet er u dan ook maar even extra portie geluk en voorspoed bij!

Op een mooi (Chinees) jaar!