Let op! Deze blog bevat humor!

 

“The pianokeys are black and white
but they sound like a million colors in your mind

– Uit: “Spiders web” van Maria Cristina Mena

Ik bak mijn blogs meestal volgens een vast recept.

Een stevige – persoonlijke! – basisroux, gekruid met snufjes herinneringen en smaakversterkende observaties. Wat vette overdrijvingen (om de blog lekker kneedbaar te maken), een paar sappige details en voilà, de blog kan de zó de oven in. Even afbakken en klaar.

Meestal breng ik het lekkers op smaak met een paar pittige opmerkingen en flinke dosis humor. Humor vind ik heerlijk! Ik smul ervan en meestal smullen mijn lezers mee. Neem bijvoorbeeld de bakseltjes van een tijdje geleden “Help, mijn man is een Prepper I” en “Prepper II” (Conclusie: Bij een dumpzaak staat DUMP voor De Ultieme Mannen Plek), daar lieten deze en gene zich behoorlijk lovend over uit. “Dat smaak naar meer”, zei zelfs iemand op facebook.

Maar ik geef toe, het kruiden van een blog met pittige opmerkingen en humor is een bést een delicate kwestie. Voeg je weinig toe, dan wordt de tekst flauw, bij te veel loop je het risico dat de zinnen klef worden. Dan is zo’n blog – in feit niets meer dan een natte keek – niet te vreten.

Wat ik ook wel eens merk, is dat mensen bepaald aangebrand kunnen reageren op de humor in mijn gerechten! Dan komt mijn overdrijving niet over, slaat de grap niet of voelt men zich aangevallen. Mijn humor kan, net als gember, anijs en peper, je smaak niet zijn. Ik ga geen namen of plaatsen noemen waar ik onlangs discussies heb moeten voeren, feit is: niet iedereen waardeert (of herkent) mijn manier van lollig zijn.

Volgens collega M. moet ik dus – om discussies te voorkomen – mijn lezers van te voren waarschuwen.
“Net zoals bij geldleningen en pakjes sigaretten,” zei ze. “Iets met ‘pas op’ en dan nog wat.”
“En Cup-a-soup,” vulde een andere collega aan, “daar staat ‘vergeet niet te blazen’ op het zakjes.”

Gedrieën dachten we na over de blogbakproblematiek. Hoe ik toch mijn lezers kon attenderen op het feit dat die sterke overdrijvingen, of die scherpe observaties, allemaal opgevoerd waren ten behoeve van de grappigheid. Dat het ‘humor’ voorstelde en dat ze daar niet van moesten schrikken.

“Ik weet het,” riep M. plotseling. “Wat jij nodig hebt is een disclaimer!”
“Een disclaimer?”
“Ja. Je zet gewoon bovenaan: ‘Let op! Deze blog bevat humor!’”

Ah. Oké. Bij deze dan. U bent (vanaf nu) gewaarschuwd.

Op http://www.esthervuijsters.nl is het vandaag VerrassingsVrijdag. Jij doet toch ook mee? Klik hier om te winnen!

Historisch moment


Nee, die titel slaat niet op het songfesitval. Het slaat op mijn gewicht. Ik ben vandaag officieel tien kilo minder gezellig dan twee maanden geleden.

Tien kilo!
Wel alle songfestivalkandidaten nog eens aan toe! Die twintig pond speklapjes heb ik er toch maar mooi even af geshaket, geslenderd en gesport!

En het grappig is, het valt niet eens echt veel mensen op. En daar ben ik eigenlijk heel blij om. Ik was namelijk voor die tijd ook gewoon leuk. Alleen iets euh… leukér, zeg maar. En ik blog er wel over, maar in de gesprékken over mijn figuur zit vaak niet al teveel lijn.

“Hé, ben je afgevallen?”
“Ja, ik was wat aan het lijnen.”
“Goed zeg, hoeveel ben je nou kwijt?” *
“Paar kilootjes. Koffie?”

Afijn. Moeten ze dus mijn blog maar lezen. Net als jullie. En net als mijn gezin, want Annabel had zo-even alweer door dat ik een stukje aan het tikken was. Ze las over mijn schouder mee.

“Ben je tien kilo afgevallen mamma?”
“Ja.”
“En hoeveel wil je nog?”
“Drie.”
“Tien en drie is… dertien. Dat zou ik niet doen. Dertien is een ongeluksgetal. Dat haal je natuurlijk nooit.”

Misschien toch mijn doel even bijstellen?

*‘Hoeveel ben je nou kwijt’, vréselijk dat eufemisme! Net als ‘geholpen worden’ in een ziekenhuis. En: ‘van je man/vrouw afzijn’ over een echtscheiding. ‘Mondje teruggeven’ over babyvoeding, brrrr. Wie kent er meer?

Chocodip


“Hé, ben je onder de zonnebank geweest!?”

Dat riep ik tegen al die ‘gezonde’ toeten die – bruiner dan normaal – op het schoolplein stonden. Allemaal op vakantie geweest, wist ik heus wel, maar ik zou ze krijgen.
Dat gaat maar naar Griekenland, Spanje en Italië! Gisteren sprak ik er zelfs een (weliswaar niet op het schoolplein) die was gewoon twee weken naar Florida geweest! Met de kinderen. Wel ja!

Nou zaten er ook wel leuke kanten aan het feit dat iedereen op vakantie was. Het was hier heerlijk rustig, we konden onze oude tuintafel ritueel verbranden zonder de buren uit te roken en ik paste op ongeveer alle huizen hier in de buurt. Hier een paar vissen, daar de post. Bij een enkeling gaf ik een dorstige plant water, ik leek wel zo’n buurtwacht, zo met mijn bos sleutels. Afijn, ik dwaal af, ik paste op al die huisjes dus toen iedereen terugkwam kreeg ik zomaar hier en daar een presentje.

Van de directe buren kreeg ik een flinke plak chocolade. Die chocolade hadden ze op kleur uitgezocht want hij was net zo bruin als de buren zélf. Helaas werd ik door die chocolade behalve ziekelijk jaloers ook nog eens heel verdrietig want chocolade, dat mag ik voorlopig nog niet eten. Met andere woorden: ik zakte direct in een heuse chocodip! Gelukkig heb ik twee heel lieve kinderen die meteen aanboden om het leed te verzachten.

“Chocola? O. Dat mag jij niet mamma. Zullen wij het dan maar opeten?”

Stelletje aasgieren.

Heb je het al gezien? Er zijn tegenwoordig leuke acties en vaste rubrieken op www.esthervuijsters.nl

Help mijn man is een Prepper II


Paul heeft iets nieuws ontdekt.

Hier vlakbij, op een industrieterrein, staat een grote loods waar men allerhande dump verkoopt. ‘Dump’ in de betekenis van: ‘onmisbaar voor mannen boven de veertig’. We noemen een robotgrasmaaier, verschillende tweedehands boormachines, legerkleding en een seinpaal met bel voor in een vliegtuighangar. D.U.M.P. = De Ultime Mannen Plek.

Maar het mooiste van alles vindt Paul de enorme takel die ze daar hebben hangen. Een groot katrol, ijzeren kettingen, minimale inspanning, maximaal resultaat. Onmisbaar natuurlijk. Enthousiast kwam hij me vertellen wat voor leuks hij op het oog had.

“Wat moet je nou met een tákel?”
“Gewoon, altijd handig.”

Wanneer had ik dat eerder gehoord? Toen hij de slijptol kocht? Toen hij dat aggregaat wilde aanschaffen zodat de popcornmachine altijd stroom had? Of die keer dat hij over dat lasapparaat begon?

“Handig voor in de oorlog zeker?”
“Haha. Leuk ben jij. Zoiets is gewoon gaaf om te hebben. Het komt altijd van pas. Weet je wat zo’n takel kan tillen? Driedúizend kilo!”
“Heel mooi schat. Maar zulke zware boodschappen hebben we meestal niet. Of wil je ons schuurtje verplaatsen?”
“Je kan er een koe mee tillen.”

En toen viel ik stil. Want als mijn man iets wil kopen om een koe mee te tillen, tja, dan is hij volgens mij reddeloos verloren. Daarbij valt alles – zélfs de oorlogssmoes – in het niet. Tegen zoveel wijsheid kan ik niet op. Van een koe kan ik niet winnen. Toen hij wegliep hoorde ik hem nog zuchten: “Driedúizend kilo.”

Plots vroeg ik me af waarom ik überhaupt nog aan het lijnen was.

Er staat ook weer een leuke column op www.esthervuijsters.nl over (mijn ervaringen met) goedkoop en duurkoop.

Samen sterk


Ik had er echt geen zin in, maar ik kon er niet meer onderuit. Het was nú nodig.

Paul was in de tuin bezig, dus hém kon ik er niet mee opzadelen. En had ik niet zelf gezegd dat het vandaag afmoest?

Een beetje nijdig klapte de strijkplank uit. Ik nam me voor een deel (maar niet alles) te strijken. Paul had tenslotte tamelijk vreugdeloos gezegd dat hij ‘even’ de tuin inging. Kon hij daarna mooi mij helpen.

Maar toen Paul zag dat ik aan het strijken was, ging hij gauw naar de Gamma omdat hij ineens van alles moest afmaken in de tuin. Nou had hij de kinderen inderdaad bepaalde dingen beloofd, maar hij had tegen mij gezegd dat hij daar nu geen zin in had. Blijkbaar had hij nóg minder zin om door mij aan de strijk gezet te worden.

En dus kon ik weinig anders doen dan zelf de strijk afmaken. Ook flauw om het te laten liggen alleen omdat ik geen zin had. Paul wierp af en toe een steelse blik naar binnen en schepte dan noest (in de regen) verder. Uiteindelijk waren we tegelijk klaar.

Per saldo is nu dus de hele tuin klaar en alle strijk gedaan.
Helemaal niet slecht eigenlijk.

Lente Lokroep


Het is nu écht lente!

Eindelijk zijn de wolken opengescheurd en zwijnt de zon. Niet dat ik nou elke dag in bikini loopt, zó mooi is het nou ook weer niet, maar mijn handschoenen heb ik naar zolder verhuisd en op tafel ligt een nieuwe zonnebril. Het geblikker en geflonker zorgt ervoor dat het licht strepen trekt op het parket.

Ik geniet van de malsheid van onze tuin. De opkrullende varens en de bloeiende Chinese roos. Elke lente ben ik weer verbaasd over de vele groenschakeringen waarop de natuur ons trakteert. Een gele stuifmeelwaas bedekt de nieuwe tuintafel en de buitenhaard roept al dagen om een vreugdevuur.

Om de hoek staan de prunussen in bloei. Ontplofte suikerspinnen op bruine stelen. Ook de appelboom hiertegenover is sneeuwwit van de zware bloesem. Af en toe – wanneer een windvlaag hier de straat veegt – zie ik ze voorbij komen; tere witte blaadjes in grote hoeveelheden. Sneeuwjacht van bloesem. Kleurige flarden.

Het is lente.
Het is echt lente.
Ondanks de sneeuw.



Er staat ook weer een leuke column op www.esthervuijsters.nl over mijn zwembadavontuur vanochtend.
En heb jij jezelf al op de lijst laten zetten voor (informatie over) mijn tweede boek? Het kan via info@esthervuijsters.nl (Of klik hier voor meer informatie.)

Mijn wraak


Natuurlijk, ze zijn súperlief! Echt.

Ik heb niet voor niets alles voor ze opgegeven. (Balletcarrière, mijn figuur, hakken hoger dan 10 cm, sommige vrienden, rare feesten en bijna mijn complete sociale leven.) Dat doe je niet zomaar. Toch?!

En ik vind het niet erg dat ze me uit mijn slaap houden, geld kosten, onterecht beschuldigen (van het wegmaken van de door henzelf niet opgeruimde spullen), op mijn rimpels (‘kieuwen’) wijzen, niet serieus nemen en geen enkele vorm van privacy gunnen in mijn eigen huis. Zelfs niet op de wc.

Ik accepteer mijn nieuwe baan als uithangbord, wasvrouw, poppendokter, huiswerkbegeleider, masseuse, knutselmuts, taxichauffeur, serveerster, schoonmaker, personal shopper, hoteleigenaar, wandelend pinapparaat en klimtoestel. Echt, no problem
.
Maar wat ik me dan vervolgens wél afvraag is of het nodig is, écht nodig zeg maar, dat ze, wanneer ze zich een paar dagen gelaafd hebben aan het Onvlucht Mamma Actieplan (ook wel bekend onder de codenaam O.M.A.), ik vervolgens word behandeld als Cruella De Vil als ik het addergebroed kom ophalen! “Nee mamma, nu al, we willen niet mee. Hier is het veel leuker!”

Echt hoor, soms kan ik kan niet wachten tot ik zélf oma word. Mijn wraak zal zoet zijn! Op mijn kinderen dan he? Niet op mijn moeder. Daar heb ik al wraak opgenomen. Vroeger. Toen ik tien was en haar vertelde dat ik toch écht liever bij oma wilde wonen.

Er staat ook weer een leuke column op www.esthervuijsters.nl over mannen en de kappersvraag dit keer.

De officiële zakjesupdate II


De eerste officiële zakjesupdate is alweer een maand geleden. Tijd voor een tweede: waar sta ik nu, lijntechnisch gezien? Balanceer ik nog op het koord, heb ik de overkant bereikt of ben ik gevallen?

Nou, ik balanceer nog. Met steeds minder gewicht. Inmiddels ben ik bijna zeven weken bezig en staat de teller op min negen. Een mooi gemiddelde van ruim één kilo per week. Heel netjes, al zeg ik het zelf.

Is het makkelijk? Ja en nee. Ja, want het is duidelijk en goed vol te houden. Nee, want het blijft lijnen en ik hou niet van lijnen. Vooral niet met Pasen, Koninginnedag of op elk andere moment wanneer de rest aan tafel gaat. Ik vind het niet leuk als iedereen wat lekkers heeft en ik zit weer op zo’n taaie pannenkoek te kauwen. (En ja, dat is soms aan me te merken.)

Maar: er gloort licht aan de horizon! Want inmiddels ben ik ‘over’ naar fase II. Dit betekent dat ik ’s avonds gewoon weer vlees en vis eet. Lekker roergebakken, met verse groente en/of soep. Gisteren nog: rosbief met champignons, peultjes en broccoli. Beetje kruiden, super. En handig ook want ik eet ’s avonds weer gewoon met de rest mee. (Alleen neem ik dan geen rijst of aardappelen.)

Als ik twee kilo van mijn streefgewicht af ben, dan ga ik naar fase drie. Dan eet ik weer een normale boterham en fruit ‘s ochtends. Ik verwacht dat het nog twee weken duurt voordat ik die fase bereik want ik lig precies op schema. Zoals altijd, zou ik bijna zeggen want ‘schema’ is my middle name.

Het is inmiddels goed te zien. Ook de Kletsen valt het op. Dit weekend liep ik in mijn onderbroek en bh de badkamer uit, precies toen Annabel naar de wc. ging. Ze bekeek me van top tot teen, fronste en zei toen: “Mamma! Wat ben je anders! Je bent helemaal… slank!”

Evengoed, slank of niet, overmorgen begint hier in 033 mijn favoriete evenement: Proef Amersfoort. En daar serveren ze géén zakjes. Toch heb ik mezelf ingeroosterd: komende vrijdag ga ik. Traditiegetrouw gaan Paul en ik op Proef voor de oesters met champagne. Nou passen die oesters passen prima binnen een proteïnedieet maar de champagne natuurlijk niet.

Toch weet ik nu al dat ik aanstaande vrijdag gewoon een lekker een glaasje champagne neem. Vanwege de traditie. En natuurlijk gewoon omdat ik het heel erg verdiend heb!

Proost!

Er staat ook weer een leuke column op www.esthervuijsters.nl over brillen, kranten en kinderogen dit keer.
En heb jij jezelf al op de lijst laten zetten voor (informatie over) mijn tweede boek? Het kan via info@esthervuijsters.nl (Of klik hier voor meer informatie.)

Het taxatierapport


Het viel destijds allemaal samen.

Mijn eerste blog op Viva.nl, onze verhuizing én de fantastische zomer van 2003. Lizzy, toen nog écht een Kleine Klets met haar zes maanden, zat elke dag mét haar moeder in het opblaasbadje en we vierden doorlopend vakantie. De zon, onze tuin, de muziek van de omgeving, livin’ la vida loca.

Tien jaar later is het nog steeds heerlijk. Ik wil hier echt nog lang niet weg. En natuurlijk is er – in en om het huis – van alles gebeurd. Er kwam nog een Klets bij, Paul en vriend A. sloopten de badkamer en het dak ging er (letterlijk) af. Jullie hebben het hier allemaal kunnen lezen, van baby tot boek, zoiets.

Maar tien jaar is ook the end of an era, althans, dat vond de Direktbank. Onze rente liep na tien jaar af en we waren toe aan een nieuwe rentevastperiode. Uiteraard kregen we een baggeraanbieding en dus weken we uit naar een andere bank. Het geluk was aan onze kant: de rente stond laag, we konden makkelijk overstappen.

En dus kwam er vandaag aardige meneer in een net pak aan de deur (lees: een taxateur) die met mij door onze woning stiefelde. “Nieuw parket,” mompelde hij, “kunststofkozijnen.” Hij schreef van alles op en stelde zeer ter zake kundige vragen. “Leuk huis,” zei hij, “gezellige buurt.”

Als laatste bekeek hij ons souterrain. “Schitterende ruimte!” oordeelde hij. “Maar hoe zou ik dat nou toch eens in mijn rapport zetten? Woonruimte? Bergruimte?”
Ik zei dat ik ‘woonruimte’ wat overdreven vond. Je gaat tenslotte niet wonen in de kelder. Maar ‘bergruimte’ vond ik dan weer te min.
“Waar gebruikt u het voor?” vroeg de taxateur.
“Voor de hobby’s van mijn man,” zei ik. Ik wees op de popcornmachine.

Hobbyruimte.
Dát vond de meneer in het pak een mooie term. ‘Grote kelder,’ schreef hij op. En: ‘geschikt als hobbyruimte’.

Pas toen hij weg was bedacht ik dat het misschien best een beetje gek zou staan straks, in het officiele taxatierapport. ‘Huis met grote kelder, bijzonder geschikt als hobbyruimte.’

Moederdag


“Morgen is het Moederdag!”

Paul kijkt me verbaasd aan.
“Dat meen je niet!”
Maar ik meende het natuurlijk wél. Alsof ík niet zou weten wanneer het Moederdag was?! Ik had het toch zeker zelf in mijn agenda gezien?!

De kinderen vonden het prima.
O, is het morgen Moederdag? Leuk! Knutsel 1 tot en met 36 lagen toch al klaar in de kast. Maakte de Kletsen niet uit. Als het opeens vandaag Moederdag bleek te zijn, dan vonden ze dat ook goed. Paul daarentegen moest plots heel nodig ‘een boodschapje’ doen. Hihi, ik verheugde men al op mijn ontbijtje morgenochtend.

Even later stond ik, samen met vriendin C., op de markt, bij de groente- en fruitkraam.
“Ik moet zo even een cadeautje kopen,” zei ik, terwijl ik aan de aardbeien snuffelde. “Voor mijn moeder en mijn schoonmoeder. Het is tenslotte Moederdag morgen.”
“Morgen?” vroeg C. verbaasd.
Ik knikte. “Ik zag het ineens in mijn agenda. Dat komt door die gekke dagen hè?”

Dat was C. met me eens. Van die gekke dagen. Ze besloot meteen dat ze even haar man ging sms’en over het feit dat ze morgen op familiebezoek moesten. En natuurlijk moest ze ook een cadeautje kopen.

Op dat moment werd ik op mijn schouder getikt door een wat oudere vrouw.
“Het is morgen geen Moederdag hoor,” zei ze glimlachend. “Dat is pas morgen over een week.”
“Meent u dat nou?”

Ze meende het. En ze had natuurlijk gelijk. C. moest lachen toen ik vertelde dat ik al een heleboel mensen overtuigd had van het feit dat het morgen Moederdag was.
“Wat stom omdat nou zo verkeerd te onthouden.”
“Ach,” zei de oudere vrouw, terwijl ze me een kneepje in mijn arm gaf. “Dat verandert nog wel. Als je straks zélf kinderen hebt.”

Nou, daar hád ik zo mijn twijfels over.

Er staat ook weer een leuke column op www.esthervuijsters.nl
En heb jij jezelf al op de lijst laten zetten voor (informatie over) mijn tweede boek? Het kan via info@esthervuijsters.nl (Of klik hier voor meer informatie.)