Hoe vindt u mij?

Ik gluurde over mijn schouder. Was die SEO-expert nou eindelijk vrij? Ik had wat vragen over de vindbaarheid van mijn blog (hoe vindt u mij?). En zo’n search engine optiman, die kon mij daar vast alles over vertellen!

Continue reading

Advertisements

Verantwoording

Ik kom binnen met een paar tassen.

“Zo,” zegt Lizzy, terwijl ze haar wenkbrauwen optrekt. “Wat heb je nu weer allemaal gekocht?” Een beetje schuldig kijk ik naar de schoenen- doos die ik net op de grond heb gezet. “Nou,” begin ik. “Zwarte laarzen en een paar gympen. Was uitverkoop.” Dat laatste klinkt nogal zwakjes.

Lizzy loopt naar de doos en werpt er een blik in. “Alweer?” zegt ze. “En voor mij?” Ik peuter aan een knoop van mijn jas. “Niets,” geef ik toe. “Maar mijn laarzen zijn echt erg versleten en ik moest ook al tijden nieuwe gymschoenen.” Lizzy is even stil. En dan zegt ze: “Maar mijn laarzen zijn óók versleten. En jíj had pas nog nieuwe.” Ik heb mijn mond al open maar ik bedenk me nét op tijd. Ik ga hierover niet in discussie. Zeker niet met een zesjarige. Met een blik van ‘hierover is het laatste woord nog niet gezegd’ verlaat Lizzy de kamer.

Zuchtend trek ik mijn jas uit. Het is toch wat! Ben ik potverdorie zó geëmancipeerd dat ik geen verantwoording (meer) afleg aan mijn man, ligt mijn dochter na elke winkelsessie op de loer!

Voor de lieve vrede

Kling klokje klingelingeling.

Annabel houdt van klingklokjes. Ze rammelt met de kerstballen en zingt haar liedje. “Wij hadden vroeger twee zilveren kerstklokjes,” deel ik mijn herinnering met haar. Een van mijn broer en een van mij. Die konden echt klingelen. Ik glimlach bij de gedachte aan het mooie kerstsnuisterijtje.

Ik beloof Annabel een kerstklokje. Een met een klepeltje, die ze zelf elk jaar in de kerstboom kan hangen. Net zo’n mooie zilveren als mamma vroeger had. Eentje waarbij ze met recht klingkokje klingelingeling kan zingen. Ze glundert terwijl ze over het klokje fantaseert. Belletje en haar belletje. Ik ga meteen op zoek.

Eerst de Blokker. Dan de Hema. De Zeeman, de V& D en tenslotte zelfs Riviera en Villeroy & Boch. Van alles is er. Kunstiger dan kunstig. Van papier, van hout, plastic, zelfs van kristal is er genoeg. We kunnen labradors in onze boom hangen. Pinguïns. Een schoentje van Prada, bierflesjes, digitale kerstballen (met foto), Otazu kerstballen, versiering in de vorm van hartjes, fruit of met rare teksten. Van alles zie ik aan mijn geestesoog voorbijtrekken. Van alles. Maar géén gewoon kerstklokje.

Het tuincentrum dan maar. Daar zouden ze me wel kunnen helpen. Paarse kerstkevers, vogelkooitje voor in de kerstboom, een patrijs in een perenboom. Gepokte kerstballen, gemazelde kerstballen en zelfs kerstballen met houtsnippers. Elfen, trollen, heksen. Wederom, van alles. Behalve een kerstklokje.

Dus nu de vraag. De vraag der vragen. Want ik heb natuurlijk helemaal niets tegen kerst. In tegendeel, vind kerst hartstikke gezellig. Leuk. Familie enzo. Ben ik helemaal voor. Bling bling, ook leuk. Lekker eten, heerlijk. Tot zover geen probleem. Doe ik niet moeilijk over. Dat de kerstviering zo rond de zomervakantie al in de winkel ligt, vooruit, neem ik op de koop toe. Alles voor de vrede zeg ik dan.

MAAR WAAROM KAN IK WEL EEN FOKKING LABRADOR VOOR IN DE KERSTBOOM KOPEN MAAR NERGENS EEN NORMAAL KERSTKLOKJE VOOR MIJN DOCHTER?

WAAROM WAAROM WAAROM? Hijg.

Birdcare

De kinderen zijn uit logeren.

“Eindelijk,” zei Paul. “Eindelijk weer eens een rústig avondje.” Maar toen kwam één van de oudere buurtmannen langs. In zijn grote hand hield hij één van de kleine Vlaamse gaaitjes. “Deze valt steeds uit de boom,” zei hij. “Ik dacht, ik breng hem maar naar jullie.”

Het vogeltje was duidelijk uitgeput. Het kon zijn oogjes niet meer openhouden. “Die moesten we maar eens een nachtje hier houden,” zei ik tegen Paul. Ik maakte wat fruitpulp en Paul zocht insecten. We voerden het gaaitje met de hand.

Nadat het beestje genoeg had gegeten nestelde het zich op Paul zijn schoot. En zo keken we gedrieën voetbal. Wanneer het spannend werd en zeker wanneer Nederland scoorde, begon het gaaitje enthousiast te krassen. “Volgens mij is ’t gewoon een Hollandse gaai,” zei Paul nog.

Vanochtend was de vogel duidelijk uitgerust. Nadat hij nog wat fruit had gegeten fladderde hij zó door de terrasdeuren naar buiten. En nu zit hij weer in de boom (Paul moest hem er wel weer eerst inzetten.) Eigenwijs kijkt hij op ons neer.

“Zo,” zei Paul toen we naar ons werk vertrokken. “Eén de deur uit. Nog twéé te gaan.”

Schrijven, trut!

Het mooie weer werkt weblogtechnisch niet mee.

Ik was al gedemotiveerd door mijn haperende computer, een onwillige website en de hieruit voortvloeiende constante stroom aan negatieve gedachten, maar nu het dan ook nog eens tegen de dertig graden loopt, ben ik niet meer naar binnen te branden.

Maar goed. Als weblogger heb je nou eenmaal bepaalde verplichtingen. Dus heb ik mezelf zoeven uit mijn tuinstoel gesleurd en achter de PC gezet. Schrijven, trut. Ja, u leest het goed, als het op mijn lezers aankomt ben ik niet mild voor mezelf.

Wat heb ik in de tussentijd gedaan. In de tuin gezeten. Gespeeld met tuinslang en sproeier (het brengt herinneringen terug, wanneer ik de kinderen door het gras zie huppelen terwijl ze het koude water proberen te ontwijken) en wel honderd keer gekeken of de zelfgeknutselde moederdagcadeautjes nog wel onder de matrassen lagen. (“Kijk, mamma, die mag jij niet zien!”)

Gisteravond heb ik – samen met Paul – gegeten bij engelssprekende (nieuwe) vrienden waarbij ik heb moeten constateren dat mijn Engels toch behoorlijk roestig is geworden. Gelukkig ging het na twee martini’s beter. Maar toch, zoiets zou je beter moeten bijhouden. Zonde.

En vanochtend heb ik heerlijk uitgeslapen. Ik kreeg een geknutselde theepot met een gedichtje, een tekening vol hartjes, een zelfgemaakte broche en daarbij allemaal lekkere spulletjes voor in bad en onder de douche. Beneden stonden er bloemen en glaasjes vers geperste jus, dus de moederdag is helemaal zoals hij hoort.

En nu maken we ons op voor de barbecue. Heerlijk zorgeloos word je van dit weer. Hoe laat is het eigenlijk? Gut, alweer bijna borreltijd.

8)

Nog géén lente

Ik heb een hekel aan panty’s.

En ik dacht dat het wel kon. Ik had tenslotte mijn laarzen aan. En daarbij, zó kort was het rokje nou ook weer niet.

Ik ging er vanuit dat het wel mee zou vallen. Maar het viel niet mee. Het was erg koud.

Vooral toen mijn blote benen het leer van mijn autostoel raakten.

Brrr.

Waar is Esther VII

Weer thuis.

De wegverzakking bleek mee te vallen. In de loop van de ochtend konden we, weliswaar via een omweg, aan de terugtocht beginnen. Het was opgehouden met sneeuwen en ook van overstromingen hadden we gelukkig geen last. Gisteravond dook ik dan ook moe maar voldaan mijn eigen bed in. Heerlijk.

En nu ik weer thuis ben, zal ik één en ander toelichten. Mijn ´plannetje´ was simpelweg het loggen vanuit het buitenland. Eerst Salzburgerland, daarna Tirol. Aangezien ik niets over mijn plannen naar Oostenrijk had verteld, leek het me grappig om ´ineens´ de grens over te zijn. Om jullie vervolgens laten raden waar ik was.

Maar blijkbaar had ik te hoge verwachtingen gewekt. Hoewel ik nog nooit vanuit het buitenland had gelogd, realiseer ik me nu dat het natuurlijk niet zo heel erg bijzonder is. Niettemin hebben Paul en ik erg gelachen om de suggestie dat we online zouden trouwen in een Frans chateau. Dat ik bezig was aan een boek in de bergen of zelfs dat ik van het ene moment op het andere op televisie zou verschijnen.

Afijn. Deze serie is hierbij afgesloten. Ik ben gewoon weer terug achter mijn eigen PC. Waar ik jullie weer kan gaan vervelen met mijn eigen suffe dagelijkse beslommeringen.

Evengoed hoop ik dat jullie tóch met plezier gelezen hebben.

Morgen plaats ik nog wat foto´s.