Hollandse Nieuwe komen op de fiets dit jaar

haring-groot

De eerste nieuwe haringen zijn inmiddels geland: in de decadente buikjes van een stel in Marbella woonachtige ‘Holandeses’.

Maar Nederland ‘vist’ heus niet ‘achter het net’ zoals De Telegraaf ons deze ochtend wil doen geloven. Nee hoor, vanavond zijn de échte Hollandse Nieuwe bij mij thuis, in de woonkamer. (Serieus, hoe kan je nou spreken van een Hollandse Nieuwe als je in Spanje zit, adiós, vaya toch weg!) Paul krijgt namelijk vandaag op zijn werk vijftien haringen, Hollandse Nieuwe.

Waar die haringen ineens vandaan komen weet ik eigenlijk niet. Paul werkt dan wel in een visgebied, maar die Hollandse Nieuwe komen natuurlijk niet zomaar overal aanzwemmen. Evengoed maakt het mij eigenlijk niet uit, al komen ze uit de lucht vallen. Ik kijk naar buiten, naar het zonnetje, en lik alvast mijn lippen. Jummie, haring vanavond, daar had ik al zin in toen ik wakker werd.

Paul daarentegen was de Hollandse Nieuwe vanochtend eigenlijk een beetje vergeten. Had hij nét besloten om op de fiets naar zijn werk te gaan, best een eind, mailde hij zojuist dat dat nu niet zo handig was, vanwege die vijftien haringen. Tja, die beesten kunnen natuurlijk niet fietsen en om ze nou met de taxi vooruit te sturen…

Dus nu heb ik hem gezegd dat hij de haringen maar onder zijn snelbinders moest doen. Niet te strak want anders zouden we vanavond haringmousse hebben, en dat hij dan niet te veel moest hobbelen. En als het te broeierig werd (het wordt 26 graden vandaag!) dan moest hij ze maar in een netje hangen. Dat zijn ze wel gewend.

Wat hij in elk geval níet, ik herhaalde NIET, moest doen, was de Hollandse Nieuwe meenemen in zijn buik, dat zou pas écht een heel slecht idee zijn.

Dus nu maar hopen dat de haringen de oversteek overleven. En als u straks iemand ziet fietsen met een sliert jubelende haringen achter zich aan, zwaai dan even naar hem. Vlaggetjesdag is een feit: de Hollandse nieuwe komt ons niet aanwaaien dit jaar, neen, ze komt op de fiets!

En ook op www.esthervuijsters.nl is het weer feest. Na VerrassingsVrijdag en een fotoblogweekend nu weer een verse blog op maandag.

Advertisements

Let op! Deze blog bevat humor!

 

“The pianokeys are black and white
but they sound like a million colors in your mind

– Uit: “Spiders web” van Maria Cristina Mena

Ik bak mijn blogs meestal volgens een vast recept.

Een stevige – persoonlijke! – basisroux, gekruid met snufjes herinneringen en smaakversterkende observaties. Wat vette overdrijvingen (om de blog lekker kneedbaar te maken), een paar sappige details en voilà, de blog kan de zó de oven in. Even afbakken en klaar.

Meestal breng ik het lekkers op smaak met een paar pittige opmerkingen en flinke dosis humor. Humor vind ik heerlijk! Ik smul ervan en meestal smullen mijn lezers mee. Neem bijvoorbeeld de bakseltjes van een tijdje geleden “Help, mijn man is een Prepper I” en “Prepper II” (Conclusie: Bij een dumpzaak staat DUMP voor De Ultieme Mannen Plek), daar lieten deze en gene zich behoorlijk lovend over uit. “Dat smaak naar meer”, zei zelfs iemand op facebook.

Maar ik geef toe, het kruiden van een blog met pittige opmerkingen en humor is een bést een delicate kwestie. Voeg je weinig toe, dan wordt de tekst flauw, bij te veel loop je het risico dat de zinnen klef worden. Dan is zo’n blog – in feit niets meer dan een natte keek – niet te vreten.

Wat ik ook wel eens merk, is dat mensen bepaald aangebrand kunnen reageren op de humor in mijn gerechten! Dan komt mijn overdrijving niet over, slaat de grap niet of voelt men zich aangevallen. Mijn humor kan, net als gember, anijs en peper, je smaak niet zijn. Ik ga geen namen of plaatsen noemen waar ik onlangs discussies heb moeten voeren, feit is: niet iedereen waardeert (of herkent) mijn manier van lollig zijn.

Volgens collega M. moet ik dus – om discussies te voorkomen – mijn lezers van te voren waarschuwen.
“Net zoals bij geldleningen en pakjes sigaretten,” zei ze. “Iets met ‘pas op’ en dan nog wat.”
“En Cup-a-soup,” vulde een andere collega aan, “daar staat ‘vergeet niet te blazen’ op het zakjes.”

Gedrieën dachten we na over de blogbakproblematiek. Hoe ik toch mijn lezers kon attenderen op het feit dat die sterke overdrijvingen, of die scherpe observaties, allemaal opgevoerd waren ten behoeve van de grappigheid. Dat het ‘humor’ voorstelde en dat ze daar niet van moesten schrikken.

“Ik weet het,” riep M. plotseling. “Wat jij nodig hebt is een disclaimer!”
“Een disclaimer?”
“Ja. Je zet gewoon bovenaan: ‘Let op! Deze blog bevat humor!’”

Ah. Oké. Bij deze dan. U bent (vanaf nu) gewaarschuwd.

Op http://www.esthervuijsters.nl is het vandaag VerrassingsVrijdag. Jij doet toch ook mee? Klik hier om te winnen!

De officiële zakjesupdate II


De eerste officiële zakjesupdate is alweer een maand geleden. Tijd voor een tweede: waar sta ik nu, lijntechnisch gezien? Balanceer ik nog op het koord, heb ik de overkant bereikt of ben ik gevallen?

Nou, ik balanceer nog. Met steeds minder gewicht. Inmiddels ben ik bijna zeven weken bezig en staat de teller op min negen. Een mooi gemiddelde van ruim één kilo per week. Heel netjes, al zeg ik het zelf.

Is het makkelijk? Ja en nee. Ja, want het is duidelijk en goed vol te houden. Nee, want het blijft lijnen en ik hou niet van lijnen. Vooral niet met Pasen, Koninginnedag of op elk andere moment wanneer de rest aan tafel gaat. Ik vind het niet leuk als iedereen wat lekkers heeft en ik zit weer op zo’n taaie pannenkoek te kauwen. (En ja, dat is soms aan me te merken.)

Maar: er gloort licht aan de horizon! Want inmiddels ben ik ‘over’ naar fase II. Dit betekent dat ik ’s avonds gewoon weer vlees en vis eet. Lekker roergebakken, met verse groente en/of soep. Gisteren nog: rosbief met champignons, peultjes en broccoli. Beetje kruiden, super. En handig ook want ik eet ’s avonds weer gewoon met de rest mee. (Alleen neem ik dan geen rijst of aardappelen.)

Als ik twee kilo van mijn streefgewicht af ben, dan ga ik naar fase drie. Dan eet ik weer een normale boterham en fruit ‘s ochtends. Ik verwacht dat het nog twee weken duurt voordat ik die fase bereik want ik lig precies op schema. Zoals altijd, zou ik bijna zeggen want ‘schema’ is my middle name.

Het is inmiddels goed te zien. Ook de Kletsen valt het op. Dit weekend liep ik in mijn onderbroek en bh de badkamer uit, precies toen Annabel naar de wc. ging. Ze bekeek me van top tot teen, fronste en zei toen: “Mamma! Wat ben je anders! Je bent helemaal… slank!”

Evengoed, slank of niet, overmorgen begint hier in 033 mijn favoriete evenement: Proef Amersfoort. En daar serveren ze géén zakjes. Toch heb ik mezelf ingeroosterd: komende vrijdag ga ik. Traditiegetrouw gaan Paul en ik op Proef voor de oesters met champagne. Nou passen die oesters passen prima binnen een proteïnedieet maar de champagne natuurlijk niet.

Toch weet ik nu al dat ik aanstaande vrijdag gewoon een lekker een glaasje champagne neem. Vanwege de traditie. En natuurlijk gewoon omdat ik het heel erg verdiend heb!

Proost!

Er staat ook weer een leuke column op www.esthervuijsters.nl over brillen, kranten en kinderogen dit keer.
En heb jij jezelf al op de lijst laten zetten voor (informatie over) mijn tweede boek? Het kan via info@esthervuijsters.nl (Of klik hier voor meer informatie.)

Moppermodus


Gisteren was het echt een stomme dag. In elk opzicht.

’s Avonds praat ik erover met vriendin B.
Tijdens het wandelen vertel ik haar wat er allemaal misging. Een afspraak die op het laatste moment werd afgezegd, een e-mail waarvan de honden geen brood lusten, een beker melk die door mijn tas heen lekte (hoe lagere school is dat?!). En ik wéét dat het allemaal niet dramatisch is, maar soms vóelt het wel zo. Alsof mijn leven één grote wereldramp is.

Vriendin B. probeert me op te vrolijken.
“Alles is ergens goed voor,” zegt ze.
Ik zeg dat ik dat onzin vind. Kanker is nergens goed voor. Oorlog is nergens goed voor. Je kleine teentje stoten en tot op het bot ontvellen is ook nergens goed voor. Maar B. geeft niet op.
“Denk aan iets wat wél goed ging vandaag.”
“Mopperen gaat wel goed.”
“Es….”
“Oké, oké. We hebben de mini’s compleet.”

We wandelen een tijdje zwijgend verder. Vriendin B. heeft natuurlijk gelijk. Ik moet positief denken. Het feit dat ik vandaag een paar tegenslagen had op het gebied van mijn zelfstandig ondernemerschap wil natuurlijk niet zeggen dat ik een complete mislukking ben. Paul zei ook al zoiets, dat ik niet zo negatief moet denken. Maar het is ook soms allemaal ook vervélend.

“En toen pakte ik een pak rol vuilniszakken uit de kelderkast, daardoor viel er een thermosfles en die viel bovenop mijn lievelingsvaas. Kapot natuurlijk. Die vaas.”
“En díe scherven,” roept B. triomfantelijk, “die gaan jou natuurlijk geluk brengen! Zie je wel, alles is ergens goed voor.”

Ik zucht diep en kijk B. aan. Ze is een lieverd, echt, maar aan mij valt vandaag geen eer te behalen. Ik probeer echt te denken in termen als ‘scherven brengen geluk’ en ‘morgen schijnt de zon weer’, maar ik zit nogal vast in de moppermodus. Ik doe mijn mond open om iets leuks te zeggen, haar te bedanken voor haar wijze woorden, ik doe mijn best, maar in plaats van ‘je hebt helemaal gelijk, kom we gaan een borrel drinken’, zeg ik:

“En ernáást stond een hele stómme, lelijke vaas. Waarom viel die thermoskan dáár niet op?”

Suiker is ook behoorlijk uncool


“Ik moest mijn darmen helemaal stilleggen.”

Vriendin E. is net terug van haar weekje detoxen in Portugal. Heerlijk was het, zegt ze. Volgend jaar gaat ze weer. “Heerlijk?” reageer ik verbaasd. “Betalen voor een vakantie waar je niets te vreten krijgt?! Niet mijn idee van heerlijk.”

Vriendin E. biedt me een van haar zelfgemaakte bonbons aan. Er zit geen suiker in, zegt ze, ze zijn gezoet met dadels en ze zijn vetarm. Ze heeft kokosolie gebruikt. En noten. Ik moet een beetje wennen aan de smaak maar eerlijk is eerlijk, de bonbons smaken niet slecht. Integendeel! Wanneer E. sereen in haar thee roert, pak nog gauw even een chocolaatje.
“Het is wél heerlijk,” zegt E. “Echt, je wordt van A tot Z vertroeteld en je komt er helemaal Zen vandaan.”

Ik schrik er altijd een beetje van als mensen zo gezond doen. Ik ben daar zelf niet zo goed in. In gezond doen. Ik vind het al heel Zen van mezelf dat ik tegenwoordig ’s avonds vaak een kopje kruidenthee neem, in plaats van een glas wijn. Of dat ik op de fiets ga in plaats van met de auto. Maar aan de andere kant, die massages waar E. het over heeft, en die yogalessen, die klinken wel goed. En ik moet toegeven, ze ziet er fantastisch uit. Slank, strak en stralend. Zelfs haar haar glimt. Misschien is dat detoxen toch zo gek nog niet.

“Ik bouw nu heel langzaam de koolhydraten weer op,” zegt E. Ach, denk ik (mijn gedachten reeds halverwege Portugal), koolhydraten, who needs them?! Koolhydraten zijn zó tweeduizend nog wat. En suiker eet ze nog steeds niet. Nou ja, suiker is ook behoorlijk uncool natuurlijk. Dat kan ik wel missen. En alcohol ook, sinds ik aan het lijnen ben drink ik sowieso een stuk minder. “En natuurlijk drink ik al maanden geen koffie meer.”

Wat?! Hoorde ik dat nou goed? Geen kóffie meer? Géén ‘aromatische, donkerbruine drank gebrouwen van de geroosterde en gemalen of gestampte boon van bijvoorbeeld de Arabicaplant?’ E. knikt. Geen koffie. Dus ook geen bakkie troost op moeilijke momenten? En geen lekkere latte met romige opgeklopte schuimkraag, krachtige cacao-cappuccino of een pittige espresso? Detoxen = yoga = massage = geen koffie??!

Aju.

Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig!


Oké, ik ben nu officieel geïrriteerd.

Nadat ik woensdag een kattenspeeltuin in plaats van de bestelde vogelkooi ontving, belde ik direct met de klantenservice. Een aardige mevrouw erkende de fout en ze zou direct een nieuwe bestelling plaatsen. Voorts maakten we een afspraak voor het ophalen van de kattenmeuk.

Afgelopen vrijdag zouden ze komen. Ik had met de mevrouw van de klantenservice (of was het nou kattenservice?) afgesproken dat ik het pakket buiten zou zetten wanneer ik van huis ging. De firma had me zelfs een ‘collection confirmation’ per mail gestuurd, ik had kopieen van hun mail in de doos gedaan en het nieuwe adres – conform instuctie – op de doos geschreven. Prima geregeld.

De hele dag hield ik de straat in de gaten. Kwam er al iemand aan? Het pakket sleepte ik van buiten naar binnen want het regende steeds. Gelukkig bracht ik het grootste deel van de dag thuis door, achter de computer. Wanneer het pakket buiten stond dekte ik het af met een vuilniszak. Zag ik daar nou iemand van de pakketdienst aankomen? Wat onhandig dat ze nog niet geweest waren, nu moest ik die zooi wéér buiten zetten.

Om half vier ging ik van huis voor de diverse sportrainingen en uiteindelijk was ik pas weer om half acht weer thuis (inderdaad, op vrijdagmiddag hebben wij een druk programma!). Tot mijn grote ergernis stond het pakket nog steeds voor de deur. Aardig nat inmiddels, ondanks mijn voorzorgsmaatregelen.

Ik zette de lekkende troep weer in de gang en belde wederom de klantenservice. Daar kreeg ik een bandje. “Wij zijn uitsluitend bereikbaar op maandag tot en met vrijdag, tot zes uur.” Boe. Stelletje ambtenaren. (O nee, die gaan om vijf uur naar huis!) Ik stuurde een boze mail en vroeg de kattenservice om zo snel mogelijk contact met me op te nemen. “Heb ik weer, ‘catgate’!” zei ik tegen Paul.

Vanochtend ontving ik een mail van het bedrijf. Helaas was het geen reactie op mijn bericht, maar een nieuwsbrief. Ik was gepromoveerd tot ‘vriend’ van het bedrijf, een titel die was voorbehouden uitsluitend aan trouwe klanten.

Vriend! Natuurlijk! Met een druipende kattenspeeltuin in de gang en zonder vogelkooi. Nog even zo doorgaan. Dan zou ik binnenkort écht vrienden met ze worden. Ging ik gezellig bij ze langs. En als blijk van mijn vriendschap zou ik dan wel even om hun oren komen slaan met één van hun eigen krabpalen.

Mijn ‘vrienden’.

Nostradam-ES


Ik had vannacht een hele malle droom.

Ik droomde dat ik een staatslot had verloot onder mijn lezers en dat op dat staatslot een flinke prijs was gevallen. Een miljoen om precies te zijn. De droom was redelijk gedetailleerd: het was een lot met het eindcijfer drie en de trekking was in ergens in juni, dat weet ik omdat ik – in mijn droom – dacht: “O, dat is rond de tijd dat mijn boek uitkomt.”

Afijn. Ik heb mezelf nog nooit eerder betrapt op het hebben van een voorspellende gave (anders had deze pagina wel ‘Jomanda’s Blog’ geheten ) alhoewel ik moet zeggen dat een behoorlijk sterk voorgevoel had over het feit dat we het Songfestival niet zouden gaan winnen. En laatst zat ik ook al aardig goed toen ik zei het – met dertig graden – best wel eens warm kon worden tijdens de avondvierdaagse. Dat zegt wat, dunkt me.

Afijn, dus ik vanmorgen naar de lokale sigarenboer om een staatslot te halen voor de trekking van tien juni. Eindcijfer drie. Eerst dacht ik nog: “Ik hou ‘m lekker zelf!” Maar ja, dan zou die droom waarschijnlijk zijn voorspellende waarde verliezen, het was tenslotte duidelijk een lezeres die de prijs won. Dus nu heb ik slims bedacht: ik verloot een lot onder mijn lezers en als er een prijs valt dan delen we. Of we geven er een leuk feestje van, de details bespreken we nog wel (droom was hier niet duidelijk over, dus ik beschouw de actie verder als ‘vormvrij’)

Kortom er valt wat te winnen! En daarvoor heb ik een leuke actie bedacht!

Ik blog inmiddels bijna tien jaar (in 2013 officieel). Misschien lees je nog geen tien jaar mee, misschien ook wel. Misschien lees je ook al langer mee, al sinds de papieren Viva (dan gaan we al richting de vijftien jaar). Ik merk vaak dat jullie een goed geheugen hebben en daarom deze actievraag: beschrijf welk blogje/ welke column op de een of andere manier het sterkst is blijven hangen en waarom. Misschien best veel gevraagd om met deze temperaturen zo in je geheugen te gaan graven maar hè, we hebben het hier wél over een miljoen he!

Uit de reacties laat ik de Kletsen willekeurig een naam ‘trekken’ en die persoon wint mijn staatslot. Ik ben benieuwd. Naar jullie reacties, naar wie wint en natuurlijk naar de trekking op tien juni.

’t Zou toch wat zijn zeg?!