Rode gloed

Beste John,

Mijn haarkleur is donkerblond, ik heb het een paar keer donker bruin gekleurd. Nu zit er dus een roodachtoge tint in, tevens straalt het een rode gloed uit. Ik ben nu een tijdje bezig om deze kleur te laten uitgroeien. Mijn haar is nu een stuk lichter geworden, een soort donker-midden blond met een klein beetje een rode gloed. Nu wil ik graag highlights in mijn haar laten zetten. Moet ik bang zijn dat de highlight een rode gloed uitstralen? Want dat wil ik niet! Ik wil het graag mooi blond, op een grijs/zilverachtige manier. Hoe doe ik dit?

Alvast heel erg bedankt!

Groetjes Mijke

Halo Mijke,

Het is inderdaad een risico om je haar wat warmte in de kleur heeft te ontkleuren. Bij ontkleuren komt altijd warmte vrij, laat staan als er al warmte in je kleur zit. Wij werken met een speciale kleuring van Sunglitz waarbij je wel naar het haar kan kijken en de kleuring kan aanpassen. Om toch zo’n mooi mogelijke highlights te krijgen. Dat is de enige manier om de warmte in je highlights te voorkomen. Daarnaast kun je als ze in het haar zitten het haar wassen met een speciale shampoo van Sunglitz, die ervoor zorgt dat het gelige en oranje uit je haar worden gehaald. Daarna de tone & Shine als conditioner met de kleur platinum blonde om ook de kleur zo koel mogelijk te maken.
Het is lastig om te zeggen of het bij jou haar kan omdat ik je haar nu niet kan zien. Maar er zijn verschillende opties.
Graag tot ziens in de salon. De producten die er omschreven staan kun je bekijken en aanschaffen via http://www.johnbeerens.com

Advertisements

Spannende krullen

Beste John,

Ik heb lange blonde pijpenkrullen en ik wil is iets anders. Er zijn wel veel Afrokappers maar ik heb gewoon Westers haar. Mijn haar wordt altijd keurig geknipt maar ze maken er nooit echt iets leuks van. Ik ben opzoek naar een kapper die wel iets leuks kan doen met krullen in de regio Rotterdam. Tips? Of weet u een speciale kapper waar ze alleen krullen knippen?

Met vriendelijke groeten,
Roseleen

Hallo Roseleen,

Een kapper in Rotterdam is voor ons lastig, we hebben alleen een filiaal in Tilburg en zijn dus niet bekend in die omgeving. Het is inderdaad wel van belang dat je iemand hebt die bekend is met het knippen van krullen.
Daarnaast is de verzorging en de styling heel belangrijk, als jij je haar goed verzorgt en daarna met speciale producten in model brengt zul je merken dat je haar heel anders valt. De krullen zullen dan elastischer en dus soepeler zijn. Kijk eens op www.johnbeerens.com voor allerlei producten in verschillende prijscategorieën.

Heb jij ook een brandende kappersvraag? STEL HEM HIER!

Voornemens

En inderdaad.

Één van die voornemens is lijnen. Of diëten. Gewicht verminderen, afslanken, vetverbranden, noem het hoe je het wilt. Als er maar kilo’s afgaan. De feestdagen hebben hun sporen nagelaten.

Een flinke hoeveelheid drank lijkt zich te hebben verzameld in een reservoir ter hoogte van mijn heupen. Wanneer ik loop voel ik deinen. En wie goed luistert kan het horen klotsen. De oliebollen hebben zich gevestigd op mijn billen en bovenbenen. Over cellulites gesproken! Als ik het warm heb, ruik ik zoetig. Alsof er gesmolten chocolade door mijn aderen stroomt. Niet dat ik er slecht uitzie, helemaal niet. ‘Lekker gezond’ hoor ik oma zeggen. Alleen een beetje ‘te’ gezond, naar mijn bescheiden mening.

Ik merkte steeds vaker dat ik liefdevol over mijn buik streek. Belachelijk. Er was niets in mijn binnenste dat die aandacht verdiende. Wat stond ik daar nou mijn eigen vet te aaien. Ik trok er zelfs een holle rug bij! Het was echt wachten op de eerste die vroeg wanneer ik was uitgerekend. Gelukkig bleef die schande me tot nu toe bespaard.

Afijn, voordat ik mezelf een dezer dagen in positiekleding terugvond, heb ik besloten maar weer eens pas op de plaats te maken. De wegschaal (de onaardigste van de twee) heb ik uit de kast gehaald en afgestoft. Ik had ondertussen al heel wat leuke tips gekregen. (“Goed eten hoor, lijnen kost energie!” “Gewoon tussen de maaltijden door lijnen.”) En zo stond ik vanmorgen, naakt in lichaam en ziel, voor de weegschaal. Klaar om mijn lot te aanvaarden.

Wat denk je? Doet-ie ‘t niet! Zijn de batterijen op!

Het mysterie van de bril in de badkamer

Vorige week trof ik een vreemde bril aan in de badkamer.

Het exemplaar kwam me niet direct bekend voor. En één ding was
zeker; hij was niet van mij. En dus nam ik aan dat de bril van mijn schoonmoeder was; die had tenslotte de dag ervoor opgepast. Bovendien laat ze hier wel vaker wat liggen.

Ik vergat mijn schoonmoeder te bellen. En ze belde mij ook niet. “Ach, ze heeft wel een reserve,” dacht ik. Maar toen ze gisteren weer kwam, wist ze helemaal niets van een bril in de badkamer. “Nee hoor,” zei ze. “Die is niet van mij.”

Dus nu is de grote vraag; als de bril niet van mijn schoonmoeder is; van wie is hij dan wel? Ik bedoel, ik neem aan dat er nu iemand is die een bril mist. En dat die iemand een bekende van mij is. Tenslotte laat ik niet Jan en Alleman toe in mijn badkamer. Al met al vind ik het een vreemde kwestie.

Wie heeft een idee?

De leenauto

De leenauto moest ‘afgetankt’ weer terug.

Ik bekeek het benzineklepje. Hm. Geen contactslot. (Bij mijn eigen auto opent hij met de autosleutel.) Een beetje besluiteloos drukte ik wat op het zwarte vierkant. Misschien klikte hij spontaan open. Maar nee.

Opeens herinnerde ik me een blauwe map. Lag op de bijrijderstoel. Met informatie over de leenauto. Ik bladerde wat door het boekwerk. Informatie over schade, kopieën van de autopapieren maar niets over tanken.

Wat nu. Het klepje openwerken met mijn sleutel? Nee, dat zou de bedoeling niet zijn. Er was vast een knopje waarop ik moest drukken. Maar ik had geen idee waar. Feitelijk was ik al blij dat ik gister de ruitenwissers had weten te vinden.

Ik doorzocht het dashboard. Ik vond niets dat naar het benzineklepje verwees. Balen. Ik keek in het handschoenenkastje. Bingo. Een instructieboekje. Nu nog even kijken welke van de driehonderdenvijftien pagina’s ik moest hebben. “Rijden met uw auto.” Dat zou ‘m zijn.

Wanneer u gaat tanken, dan trekt u aan het handeltje linksonder de bestuurderstoel. Het benzineklepje opent dan.” En warempel, het opende. Ik gooide de slang in de auto en liet de brandstof stromen. Even had ik nog getwijfeld wát ik moest tanken, maar er stond ergens unleaded fuel en ik nam aan dat dat benzine was.

“Ik heb het níet gedaan, ik heb het níet gedaan!” zong mijn binnenste toen ik wegreed. “Ik heb het níet gedaan. Ook al wilde ik het wél doen, ik heb het níet gedaan!”

Ik heb níet direct een man geroepen!

Mimi

Mijn kinderen houden van alles wat kruipt.

Dat hebben ze van hun oma. Ik herinner me een situatie – ik woonde nog thuis – waarin mijn moeder zich had ontfermd over een paar wandelende takken. De beestjes kregen jonkies (een stuk of honderd) en vervolgens slootte de hulp het terrarium om. Nog weken later vonden we door het hele huis – tot in mijn bed aan toe – wandelende babytakjes.
Persoonlijk heb ik het er niet op. Ik mot die kruipers niet. Vieze pissebedden, enge spinnen, rare kriebelbeestjes, ik heb er niets mee. Maar goed, mijn kinderen gaan natuurlijk vóór mijn antipathieën. En ik wil een ontluikend biologietalent zeker niet ontmoedigen. Dus als er weer eens iets in een potje wordt gestopt, vooruit. Dan ga ik akkoord.

Zo hadden we een rups. Die moest en zou een vlinder worden. Het ging een hele tijd goed. Lizzy verzorgde hem uitstekend en hij groeide als kool. Tot hij opeens niet meer bewoog, althans, nauwelijks. Ik vermoedde een naderende dood zei dat het beter was hem in de tuin terug te zetten. Het gesprek verliep moeizaam, maar uiteindelijk kreeg Nooitgenoeg zijn vrijheid terug.

Met Mimi was het anders. Mimi was een schattig lieveheersbeestje. Gevonden op de rozenstruik en mooier dan alle andere lieveheersbeestjes. Mimi zat in een glazen potje met een gaatjesdeksel en een roze strikje erom. Waar Lizzy ging, ging Mimi. Ze sliep zelfs naast Lizzy’s bed en kreeg elke dag een vers blad.

Groot was dan ook het verdriet toen Mimi vandaag opeens was verdwenen. (Blijkbaar had ik een van de gaatjes ietwat te groot gemaakt.) Lizzy huilde tranen met tuiten. “Ze was mijn vriendin,” snikte ze. “Ik hield zoveel van haar.” Wie de scène had aanschouwd zou niet hebben geloofd dat het hier ‘slechts’ om een lieveheersbeestje ging.

Ik nam Lizzy op schoot. Ik troostte haar. Mimi was nu weer bij haar familie, ze had het vast heel fijn gehad bij ons. En als Lizzy goed oplette dan zou ze Mimi vast nog wel eens tegenkomen. Onderweg naar school, of gewoon in de tuin. Lizzy snufte nog wat na. “Zou Mimi me niet vergeten?” vroeg ze. Ik schudde mijn hoofd. “Mimi vergeet jou niet.”

Kinderverdiet. Zes milimeter groot maar enorm van omvang. Misschien kan oma een nieuw kriebelbeestje voor Lizzy zoeken.

Het potje staat al klaar.