Off-white


Elk jaar rond deze tijd ga ik een paar keer onder de zonnebank.

Niet om poepiebruin te worden, maar gewoon om off-white te geraken. Sinds ik ooit een vriendje had dat vroeg waarom ik een witte panty droeg op rokjesdag (wat toen nog niet eens echt bestond) ,let ik daar extra op. En daarbij, als je bruin bent lijk je ook dunner. Straks wordt het weer mooi weer (ik beschouw deze dip als tijdelijk) en zit ik daar, wit en lillend.
Kortom, ik moest maar snel weer gaan!

Nou vertelde ik laatst aan vriendin C. dat ik onder de zonnebank ging en zij vond dat maar onzin. Je haar blonderen in de zomer was tot daar aan toe (“grijs is lelijk en net-niet-bruin ook”) maar die zonnebank daar moest ze niets van hebben.
“Dan heb je over tien jaar een gezicht als een oude leren tas!”
“Nee hoor, ik zet de gezichtsbruiner altijd uit.”
“Maar toch.”

C. zei dat ik me niet moest laten opjutten door het beeld dat iedereen bruin ‘moet’ zijn. Wit is veel gezonder, in zekere zin, wit is adellijk en bruin veroorzaakt huidkanker.
“Als we nou allemaal gewoon normaal doen en niet gaan liggen bakken dan vallen witte benen ook niet meer op.”
“Denk je?”
“Ja. En je gaat al snel te lang onder de zonnbank en dan heb je roze borsten, dat ziet er ook nog eens niet uit.”
“Ik hou van roze.”

In elk geval, C. wist het heel overtuigend te brengen waardoor ik ging twijfelen aan mijn zonnebankplan. Misschien had ze wel gelijk. De zonnebank is niet gezond, het kost geld en tijd, en waarom zou ik me laten meeslepen door een ‘ideaalbeeld’. Misschien moest ik mijn benen (en armen) dit jaar maar gewoon wit laten.

Die avond stond ik extra lang voor de spiegel. Als ik lang keek viel het best mee met dat witzijn, ik bedoel, ik was toch geen albino of zo. En ik heb mooie benen, wit of niet. Dus. Net op het moment dat ik mijn kleren weer wilde aantrekken kwam Liz binnenlopen.

“Goh,” zei ze. “Mam, je bent zo wit als een ei.”

Zou C. het merken als ik stiekem toch een paar keertjes zou gaan?

Die moet nog heel wat leren…


De (aankomende) huispuber ging gistermiddag voor ‘t eerst alleen (met vriendin) naar de film. Ze werden weggebracht en opgehaald maar voor de rest waren ze ‘on their own’

Ik had ze geld meegegeven voor popcorn maar ze kochten een zak snoep. Dat vond ik niet leuk (en er volgde represailles) maar verder gingen het heel goed en ook achteraf heb ik geen klachten van de bioscoop gekregen. (Voor de zekerheid net nog even op nu.nl gekeken maar geen berichten a la: “Tieners zonder toezicht slopen alle stoelen in zaal acht en slaan suppost neer”.) Missie geslaagd dus. Ze worden echt groot, die meiden. En ze gaan buiten mijn blikveld opereren.

Eenmaal thuis gingen de sms’jes op en neer. Vriendinnetje M. heeft sinds kort ook een mobiel en ineens heeft Liz de lol van het elkaar onzinberichten sturen ontdekt. Een beetje stiekem, dat wel. Loopt ze naar haar kamer, of gaat in de gang staan. Denkt ze zeker dat ik het niet door heb.

Gisteravond, toen ik expliciet had gezegd dat ze moest gaan slapen, zag ik onder een grote dekbedbobbel, een klein ledlampje branden.
“Lekker gaan slapen, hè, Liz?” zei ik zoet.
“Ja mammie.”
Ondertussen hoorde ik almaar ‘pling pling’ (weliswaar gedempt door dekbed maar toch, duidelijk hoorbaar).
Ik wilde er niet iets van gaan zeggen toen het ophield.

“Zo Liz,” zei ik de volgende ochtend. “Lekker geslapen?”
Het blonde hoofd knikte onschuldig.
“Maar even over het stiekem sms’en vanonder het dekbed,” zei ik, terwijl ik probeerde heel streng te kijken.
Geschrokken blik. Benepen “Ja?”
“Als je niet wil dat ik dat doorheb moet je wel even het geluid van je telefoon afzetten.”

Eet je mooi


Wij zijn thuis in de ban van “Eet je mooi”.

Dat komt er hierop neer: we eten gezond, letten er vooral op dat we veel verschillende soorten groente en fruit eten en baseren ons hierbij op het onlangs verschenen boek “Eet je mooi in 28 dagen” van Inge de Munnik. Het mooie aan dit boek is dat de nadruk ligt op móói en niet op slank. Mooie nagels, mooie haren, mooie huid. (En stiekem toch een beetje lijnen.)

De kinderen vinden het een leuk project – eten om mooi te worden, dat is pas vet – en vragen bij alles of het ‘onder eet je mooi valt’. De spekkies zijn de deur uit en we hebben bij de biologische winkel honinglolly’s en mueslikoekjes gekocht. Als ware zendelingen dragen de meiden ons nieuwe geloof uit.

“Wortels zijn goed voor je ogen!”
“In deze lolly zitten alleen natuurlijke suikers.”
“Water is beter dan limonade hoor.”

In de buurt worden de dames inmiddels “De Sonja Bakkertjes” genoemd en ik geef toe, misschien nemen ze het iets te serieus. Maar ach, “Eet je mooi” is gewoon een mooie manier om de neuzen weer in dezelfde (gezonde) richting te krijgen. Af en toe is het best nuttig om eens kritisch naar de inhoud van je keukenkastjes te kijken.
De recepten in het boek – dat moet gezegd worden – zijn (bijna) allemaal bijzonder smakelijk . Tenminste, dat vind ik. Paul daarentegen vindt dat er onderhand wel weer eens een lekker schnitzeltje op tafel mag komen. Hij is ook enthousiast hoor, daar niet van. Maar we moeten natuurlijk niet overdrijven.

“Zeg,” begon hij terwijl hij het bord vegetarische minestronesoep dat ik voor hem had neergezet bestudeerde. “Hoelang duurt die macrobiotische bui van jou nog?”
“Dat is niet macrobiotisch,” zei ik beledigd. “We doen “Eet je mooi”, weet je nog?”
“O ja,” zei hij. Met zijn lepel viste hij een paar volkoren elleboogjes uit de soep. “En wanneer gaan we “Eet je lekker” doen?”

Rugpijn


Met mijn hand op mijn rug strompel ik het kantoor binnen.

“Zo,” zegt mijn broer, “gaat ‘t?”
Ik schud mijn hoofd en ga met een van pijn vertrokken gezicht achter mijn bureau zitten.
“Ik heb ongelooflijk pijn in mijn rug,” zeg ik.
“Heb je een verkeerde beweging gemaakt?” Mijn broer kijkt me bezorgd aan terwijl hij een kop koffie voor me inschenkt.
Ik schud wederom mijn hoofd en leg uit dat ik een nieuwe hobby heb. Eentje waarbij ik te lang krom heb gestaan heb. Vooróver gebogen krom wel te verstaan.
“Nou ja, hóbby,” zeg ik. “Het is meer een soort verslaving.”

Mijn broer is reuze benieuwd wat die nieuwe hobby/verslaving is, waardoor ik nu niet meer rechtop kan staan.

Jullie ook? Raad maar. En nee, het heeft niets met seks te maken (ik zal jullie even voor zijn) en ik was niet naakt tijdens het uitoefenen van mijn nieuwe hobby (dit naar aanleiding van de foto).

Bij tijd en wijle

De (werk)dag begon met een leuk telefoongesprek.

“Aha!” zei de beller, “U moest ik net hebben!”
“Komt dat even goed uit,” reageerde ik.
“Ja, uw collega zei al dat u er vandaag weer zou zijn!”
“Mooi is dat hè, dat ik er dan ook echt ben!”
“Nou zeker! Dan is mijn dag weer goed!”

Het was een erg leuk gesprek waarin de beller aangaf dat hij vrolijk van mij werd.
Dat had ik wel even nodig, want gisteren ontving ik een e-mail van iemand wiens dag ik had verpest. Dat zat zo, die iemand van die mail, die wilde iets wat bij ons niet kon. En daar was hij boos over. En hij was vooral boos op mij want ik had gezegd dat het niet kon.
Tja, je kunt het niet iedereen naar de zin maken.

Vlak voor dat mailtje had ik iemand gesproken die juist heel blij was met mij. Die vond me ‘een engel’. En zo ben ik ook wel eens ‘schat’, ‘lieverd’, en ‘topwijf’ genoemd. Maar, daar staat tegenover dat ik ook een ‘bitch’, ‘trut’, en ‘querulant’ ben. Dat laatste moest ik even opzoeken in het woordenboek voor de precieze betekenis. Echt positief is het niet. Maar goed, dat soort dingen gebeurt.

Een klant stuurde me eens een bos bloemen, de dag daarna kreeg ik een brief van een advocaat die met een rechtszaak dreigde. Ik kreeg chocolaatjes, complimenten en zelfs eens een huwelijksaanzoek (oké, dat was een grapje, maar toch). Daar staat tegenover dat ik ook wel eens boze brieven ontvang en lelijke mailtjes. Gelukkig niet zo vaak, maar lelijke dingen blijven vaak langer hangen dan leuke.

En bij tijd en wijle denk ik daar dan over na.

Een engel of een querulant.
De waarheid zal wel in het midden liggen.
(Maar stiekem hoop ik toch dat de waarheid meer richting engel ligt!)

En jij? Wat is het gekste, leukste of vervelendste dat jij hebt meegemaakt op je werk?

Alles zal weer gaan groeien.

Rapportgesprekjes op school zijn leuk, vooral wanneer een kind het goed doet. En goed dóen de Kletsen het. “Wat is het toch een heerlijk gevoel om zo trots op je kinderen te zijn,” twitterde ik gisteravond nog.

Maar vanmorgen – in de auto, onderweg naar mijn werk – schoot me opeens iets te binnen. “Annabel is zo’n vrolijk meisje,” had de kleuterjuf gezegd, “we zullen haar echt missen als ze volgend jaar naar groep drie gaat.”
En ineens realiseerde ik me, dat ik volgend (school) jaar geen kleuters meer zou hebben. Dat er een einde kwam aan mijn lustrum met juf Anna. En dat Annabel niet langer de baby zou zijn, die ik nog altijd in haar zie.

Ik reed langs het postkantoor en het was alsof er plotseling een dvd op ‘on’ sprong in mijn hoofd.

Lizzy met twee kleine staartjes voor het eerst naar school.
Annabel, twee jaar, mee in de wandelwagen.
Zwaaiende kindjes in de bus tijdens de eerste schoolreisjes.
De golf die zichzelf overspoelt.
Annabel in haar paarse ‘verjaardagsjurk’ zoetjes naast de juf.
Een klein stoeltje met haar naam erop en een plaatje van Sesemstraat.
Vier jaar, vijf jaar, bijna zes.
“Kijk mamma, ik kan mijn eigen naam schrijven!”
Het schoolkampje van Lizzy met alle gevolgen van dien.
Annabel die in de bouwhoek speelt met haar geloofde.
Lizzy die de juf en de kleuters zo mist.
Annabel die Mega Mindy speelt. En nog niet weet wat ze gaat missen.

De radio speelde een vergeten liedje en ik zie dat de bomen alweer roze knoppen krijgen. Alles begint weer opnieuw, alles zal weer gaan groeien. Net als mijn kinderen, die, als de roze bloesem allang weer gevallen is, samen ‘schoolkind’ zijn en nooit meer kleuter. We zullen Annabel echt missen, had de juf gezegd.

Verdorie zeg, zit ik nou gewoon serieus te snikken om half negen in mijn auto?!

Goed voornemen

“He Es,” dacht ik vanochtend. “doe dat nou niet!

Het is echt niet nodig om op maandagochtend, om zeven uur ‘s ochtends, de hele week te plannen. Eigenlijk is een dag al teveel! Wat je vrijdagavond eet, zie je dán wel. En dat turnwedstrijdje van zaterdag, dat komt wel goed. Vrijdag zoek je de route even op en zaterdag zet je de wekker wat vroeger.

En wat betreft je kleding; je hebt gisteren al een spijkerbroek klaargelegd. ’t Pas heus wel bij je aura, echt. Morgen gooi je ‘m in de was en dan zoek je weer wat anders uit. Er hangt genoeg in je kast. En anders heb je nog altijd de jurkjes, die kunnen altijd. Niet zo onzeker, dat past niet bij je karakter.

En dat je zo naar kantoor moet, nou en? Even heen en weer en daarna aan de koffie. Of je dan nog tijd heb om aan je boek te schrijven? Zie je dan wel weer. En de hulp komt vanzelf, maakt het nou uit dat je haar niet meer gesproken heb. Ze komt altijd. Ze komt nu ook. Leg de sleutel maar gewoon onder de mat en stuur haar een smsje.

Inderdaad, Lizzy heeft niet zo goed geslapen. Maar ook niet heel slecht. Vanavond gewoon een beetje vroeg naar bed en dan is ze weer de oude. Of jij ook vroeg naar bed moet? Mens, dat zie je vanavond toch wel? Misschien wil je wel lekker nog even televisie kijken na het zwemmen, weet jij veel?! Je moet niet zoveel denken.

Is het te laat voor een goed voornemen?

Ik draai de douche dicht en neem me voor om vanaf nu ’s ochtends niet verder te denken dan mijn eerste kop koffie. (En die ga ik nu nemen!)

Rapunzel

Ik was zesentwintig toen ik (een groot deel van) mijn wilde haren verloor. Letterlijk.

Een periode van samenwonen was voorbij, ik ging mijn huis verbouwen en, nou ja, mijn lange haar afknippen leek me wel passend. Dat stond ook in de tijdschriften. “Je lange haar afknippen is een daad van verzet; je bent niet langer ‘iemands kleine meisje’.” Heerlijk, die Cosmo-wijsheid!

Afijn. Tien jaar lang (inderdaad, ik ben (nog elf dagen) zesendertig) droeg ik mijn haar net boven mijn schouders. Met een uitschieter naar iets langer (na de bevallingen) en flink korter (in de zomer). De kleur varieerde van rossig (geen succes; ‘Hé Es, zijn je luizen ongesteld?’) tot hoogblond. Lekker ordi.

En toen was er het moment waarop ik tegen de kapper zei: “Graag in model knippen maar niet teveel van de lengte af.” Ik had ’s ochtends meer tijd, dus ik kon af en toe wat föhnen. En warempel ik vond dat langere haar eigenlijk best wel leuk! Een tijdje zag niemand iets. Tot een maand of wat geleden. Toen begon het op te vallen.

En nu ben ik aan het ‘sparen’. Voor lange lokken. Net als Lizzy. (Af en toe maken we er een wedstrijdje van. Dan pakken we het meetlint.) En hoe langer het wordt, hoe mooier ik het vind. Maar ik word ook onzeker. Ben ik niet ‘te oud’ voor zo’n barbiekapsel? Staat het me wel? Keer op keer vraag ik de mening van vriendinnen. En natuurlijk van Paul. Die laatste is nou niet bepaald een ‘harenman’. Hij houdt nogal van ‘stoer’ en dat is dit natuurlijk niet.

Vanmorgen vroeg ik het weer. “Schat, wat vind je nou eigenlijk van mijn haar? Is het niet niet te lang?” “Nee hoor,” zei hij, terwijl hij zijn blik strak op de krant gericht hield. “Je kijkt niet eens,” mopperde ik. “En je zegt maar wat.” Voor straf besloot ik geen koffie voor hem te pakken. “Je haar is hartstikke mooi,” grinnikte hij.

“Het enige dat te lang is, zijn je tenen.”

Merel Roze

Gisteren heb ik Merel Roze in ’t wild gezien.

Een vreemde openingszin?
Dat is een bewuste keuze. Een openingszin moet namelijk prikkelend zijn. Dat heb ik gisteren, tijdens de workshop Columns & Blogs schrijven, geleerd. En (het beeld van) Merel Roze in het wild, dat leek me best prikkelend.

U bent er nog? U lees nog mee? Goed. Dan was mijn openingszin geslaagd. De workshop Columns & Blogs is onderdeel van de Summerschool van De Redactie (bureau voor tijdelijke en blijvende redactiekracht in Monnickendam). Het zat er al een tijdje aan te komen. Dat Merel en ik elkaar ergens zouden ontmoeten. Onze wegen kruisten elkaar voortdurend. (Ze zat bijvoorbeeld in de jury van de Dutch Bloggies.) Echter tot nu toe uitsluitend digitaal. De workshop (of eigenlijk: een complete feestdag inclusief appeltaart) was een goede (en voor mij leerzame) aanleiding voor een live-confrontatie.

De workshop duurde een dag. Lunch was geregeld en na afloop volgde een borrel. We analyseerden columns (wie vinden we leuk? Wie lezen we?), bespraken populaire blogs en stoeiden met begin- en eindzinnen. Leuk. Leuk. Leuk. Die drie woorden vormen mijn samenvatting van de dag. En van Merel. Online vond ik haar al geslaagd. In het wild is ze minstens even leuk.

De Paasnacht

Dit zou echt werken, we wisten het zeker.

Na zo ongeveer alles geprobeerd te hebben (van slaapschema’s tot rustgevende muziek, van dromenvangers tot geluksboekjes) zou een hoogslaper wél werken. Zusje had er al een, Lizzy wilde er graag een en wij vonden onderhand álles een goed idee.

Bij Ikea kochten we een hoogslaper “Kura”. (Dat bleek Zweeds voor ‘kuren’, Paul deed er vier uur over om het geval in elkaar te krijgen. Op een gegeven moment dacht ik echt dat hij het meubel in stukken zou hakken, ritueel zou verbranden om zich vervolgens met de as te laten tatoeren: ‘I hate Ikea’) Maar het lukte.
Helemaal gelukkig brachten de meiden de gehele zaterdag boven door.

Toen de avond viel werd het spannend. Ik zag het. Ik zag aan Lizzy’s gespannen gezichtje. Nu ‘moest’ ze.

“Ga jij bij mij slapen?” vroeg ze aan Annabel.
“Goed hoor.”
“Dan slaap je onder mijn bed.”
“Prima.”
“En als ik niet kan slapen, kom je dan in mijn bed?”
“Ja.”

Die avond gingen ze samen naar boven. Binnen vijf minuten lag Annabel bij Lizzy in bed. Binnen tien minuten sliep Annabel en binnen vijftien minuten stond Lizzy weer beneden.

“Ik kan niet slapen, Annabel ligt overdwars in mijn bed en ze snurkt heel hard.”

Afijn. We legden Annabel weer terug op haar eigen matras, onder de hoogslaper, en Liz ging weer ‘proberen’ om te slapen. Zonder succes. Te heet, te koud. Te donker, te licht. Om half elf sliep ze. In óns bed. “Ach,” zei Paul. “Zo’n eerste avond is altijd spannend.”
Zuchtend schonk ik nog een glas wijn in.

Zo slecht als de nacht ging, zo soepel ging het opstaan. Voor dag en dauw en uitzonderlijk vroeg.
‘Raar hè,” zei Paul. “Na zo’n nacht.”
Ik knikte. Tegelijkertijd wist ik het wel.

Het was iets van Pasen.
Dat opstaan.