Mamma! Hier zit je met een vreemde meneer in bad!

En met de dagboeken kwamen de foto’s.

Lizzy had op zolder haar babyboeken gevonden en nu moest de hele zwik mee naar beneden. Terwijl ik thee haalde (en vooruit, een schaaltje pepernoten) zat Lizzy al met het eerste boek op schoot. “Mámma!” schreeuwde ze, zo hard dat ik het schaaltje pepernoten bijna liet vallen. “Hier zit je met een vreemde meneer in bad!”

Het was op dat moment dat ik me herinnerde dat ik inderdaad een aantal van mijn eigen ‘oude’ fotoboeken in die doos had gepropt toen deze achter het schot ging. En als ik het heb over ‘mijn eigen oude’ fotoboeken, dan heb ik het over uitgelaten vakantiefoto’s, drank- annex kroegfoto’s, exenfoto’s en – inderdaad – jacuzzi-met-champagnefoto’s.

“Wie is die man?” vroeg Lizzy streng. “Eh,” mompelde ik, “dat is een ex.” Briljant. Nu wilde de Klets natuurlijk weten wat een ‘ex’ was. Voorzichtig legde ik uit dat mamma vóór ze pappa leerde kennen een ander ‘vriendje’ had, maar dat ze pappa uiteindelijk véél leuker vond. “Woonde jij met dat vriendje in één huis?” “Ja.” “En ging jij ook met hem sexen?” Párdon??!!

’s Avonds vertelde ik het verhaal aan wandelvriendin B. Toen we uitgelachen waren zei B. dat ze haar oude fotoboeken – althans degene van de exenperiodes – niet bewaard had. “Ik vond het raar om ze te bewaren,” zei ze. “Voor mezelf. Maar ook voor mijn man en mijn kinderen.” B. heeft al haar vriendjes aan de papierversnipperaar gevoerd.

Dat zette me aan het denken. Ik heb nooit overwogen mijn oude foto’s weg te doen. Is het raar om die te bewaren? Oké, exen hoeven niet op de schoorsteenmantel, maar zo’n fotoalbum, dat is toch leuk? Tja, en dan zit je een keer met een vreemde meneer aan de sangria op Gran Canaria. Of in een groot bubbelbad.

Paul heeft geen interesse in mijn oude fotoboeken. Waarom zou hij. Mijn dochter van zeven weet nu dat ik een ex heb. En dat ik daarmee in bad heb gezeten. (Op de vraag of ik ermee gesext heb, heb ik maar geen antwoord geven.) Ik denk verder niet dat ze er wakker van ligt. En daarbij, die fotoboeken vertellen toch de waarheid? De waarheid over mijn leven en over het leven in het algemeen.

Want in het sprookje over die éne prins die jou – jong en naïef – uit je ouderlijk kasteel weghaalt en waarmee je vervolgens heel lang en gelukkig leeft, gelooft natuurlijk niemand meer.

Toch?
Of hebben jullie netjes alle compromitterende foto’s uit de albums gehaald?

Advertisements

Mistig

De boom aan het einde van de straat was niet te zien.

Alles, de hele omgeving, was gehuld in een dikke melkwitte mist. De wattige lucht slokte het bos op, de toren van de kerk en zelfs de huizen aan de overkant. Er liepen mensen voor me, maar zelfs hen kon ik niet goed zien. Alsof de mist ook ín mijn hoofd was.

Bijzonder, dat nevelen je dusdanig kunnen desoriënteren. Niet alleen zag ik overal witte vlekken, ik miste ook de scherpte van de contouren. Gezichten waren wazig, ook wanneer ze dichterbij kwamen. De omgeving was rimpelig, ik kneep mijn ogen tot spleetjes om het weinige licht te kanaliseren.

Onwillekeurig moest ik denken aan The Mist van Stephen King. Bizar verhaal! Ik huiverde bij de gedachte aan wat er uit die dikke witte brei allemaal tevoorschijn kwam. Wat gek toch dat ik zo onscherp zag. Waarom keek ik zo wafelig? Wat was het, dat deze ochtendnevel zo onwerkelijk maakte?

Pas toen ik weer thuis was – en in de spiegel keek – wist ik wat er deze ochtend anders was dan anders.

Ik was vergeten mijn bril op te zetten.

Een daad van verzet

Was gisteravond pas tegen elf uur thuis.

En vervolgens kon ik niet slapen. Ik dacht aan mijn werk. Best leuk, mijn werk. Maar niet op dat moment. “Ga weg werk!” zei ik. Maar werk ging niet weg. Ik zuchtte. Draaide en draaide. Soms ben je gewoon te druk in je hoofd. Soms is het kussen te zacht en het matras te hard. Soms was nu.

Desalniettemin stond ik vanochtend vrolijk op. Een beetje moe, maar verder uitermate gelukkig. Zonnetje, blauwe lucht, ijskristallen! Zelfs de verkeersellende rond het centrum bracht me niet uit mijn humeur. Wel stoorde ik me aan het ge-eikel van mijn collega-chauffeurs. Rechts heeft vóórrang, sukkel!

Tegen de tijd dat ik de parkeerplaats opreed, was ik een beetje dwarsig. De vermoeidheid begon zich te vermengen met de latent aanwezige irritaties. Samen met mijn opgewekte gemoed leidde dit tot een vreemd gevoel van algehele opstandigheid. Ik had ineens enorm de behoefte om afwijkend gedrag te vertonen.

Op de gang kwam ik een paar Pakken tegen. “Hallo,” zeiden de pakken. “Hallo,” zei ik terug. “Krijg de schijt,” dacht ik. De recalcitrante gedachten volgende elkaar nu in snel tempo op. Weg Met de Pakken. Poep aan de Auto’s. Dood aan de Prikklok. Er móest iets gebeuren. Het borrelde en bruiste in mij. Het moest eruit.

Ik stond op de gang en keek om me heen. Wat? Wat moest ik doen? Waar zou ik vandaag – geheel tegen mijn principes – de dag mee beginnen. En plotseling wist ik het.

Ik nam de lift.

5 december 2008 – The Sequel –

Het was reuze leuk!

De boerenkool was lekker (en niet te weinig, zoals ik had gedacht, maar dat zegt waarschijnlijk iets over mijn eigen eetlust) en de Sint was mooi op tijd. (Erg lachen dat de witte hand van mijn broer duidelijk zichtbaar was toen hij de pepernoten ‘om de hoek’ gooide! Niet dat de kinderen het merkten, die waren zo opgewonden dat ze helemaal niets meer doorhadden!) Annabel ging volkomen uit haar dak van de brandweerauto (“Die wou ik! Die wou ik!!”), Elena was voornamelijk in het pakpapier geintresseerd en Liz viel op de bank in slaap met haar nieuwe sing-along discman nog op haar hoofd. Samenvattend, het was supergezellig. En iedereen gedroeg zich uitstekend.

De kinderen waren ook lief. 😉


Boven: slapende Lizzy
Onder: Annabel in nieuwe Nijntjejurk met brandweerauto

Het schetengedicht voor mijn broer:

(Hij kreeg een ‘pot’ met een soort smurrie, waarmee je natuurgetrouwe scheten kan produceren door er met je vinger in te porren.)

Beste G.,

Laatst zei Piet: “Sint, weet je wat ík heb gehoord?”
G. is op zoek, hij zoekt een specifiek woord

“Wat hij namelijk wil weten:”
“Ándere woorden voor bestaande scheten.”

“Hij heeft al Holtocht, Het Gaatje opzetten en De Mexicaan.”
“The Ring of Fire, de Helleveeg en De Voorbode van de Banaan.”

“En waar anderen nuffig hun neus op halen,”
“Schrijft hij “De Wind” in de Annalen.”

“Zo, zo,” zei Sint, “dus G. wil luchtige zaken”
“Lekkere ruikjes om zich te vermaken?”

“Ja,” zei Piet, “En nu moet u weten,”
“Ik geef hem op vijf december gráág nieuwe scheten.”

“Goed idee,” zei Sint, een cadeau om te leren”
“Iets waarmee hij kan experimenteren.”

“Bovendien, er is één scheet, die heeft hij nog niet.”
“Welke dan?” zo vroeg Zwarte Piet.

“De Bijbelse scheet, Het Heilige Windje,”
“Ook wel bekend als Het Stinkende Sintje.”

Succes met je lijst, vergeet onze wind niet
Veel groeten van de SchetenPiet.

5 december 2008

Kanonnen,

Het is pas twaalf uur en ik ben nu al kapót. Vannacht had Annabel een nachtmerrie over door het dak zakkende pieten, vanochtend om vijf uur begon Lizzy sinterklaasliedjes te zingen. Geholpen op school, verhaal vertellen… und so weiter.

Ook geen tijd om te posten trouwens, moet weer aan de bak.

Tot later, tot Sints.

Tutti Frutti XIV

Met dank aan alle inzenders!

“Dan krijg je nul op orkest.”

“Praat me de bek d’r niet van.”

“Zet je oogkleppen nou eens open!”

“Dat heb ik over het oog gezien.”

“Ik ga me niet in mijn kaarten laten lezen.”

“Je kan er je kont niet krabben.”

“Dat moet ’t paradeplaatje van het bedrijf worden.”

“Ik stel sterk mijn vraagtekens.”

“Dat moeten ze eerst gladpoetsen.”

“Dat breekt me de nek.”

“Hij was helemaal van de rooie.”

“Dan bijt ik ook mijn tanden erin.”

“Hoe je ’t ook draait of keert.”

“Hij hing recht in mijn gezicht op!”

“Alle puntjes op een rij zetten.”

“Je eigen gat graven.”

“In een schoon blaadje komen.”

“Met gescheurde banden reed ze weg.”

“Dat heb je uit je mouw gezogen!”

“Waar je die waarheid vandaan haalt is me ook een sprookje!”