En de tijd gaat nú in!

Ik heb slecht geslapen.

 

Echt heel beroerd. Ik lag maar te piekeren en malen. Op een gegeven moment lag ik zowat te hyperventileren! En waarom? Tja, om van alles, denk ik. Misschien wel omdat mijn collega straks op vakantie gaat en ik last heb van acute faalangst? Natuurlijk, ik ben steeds minder op kantoor vanwege mijn ‘carrière’ als freelance schrijver, maar kom op, ik ben toch góed in mijn werk?!

Of is het de tijdsdruk? Ik besteed veel uren aan mijn blogs, aan acquisitie en het bezoeken van evenementen om over te schrijven. Dat is superleuk, maar ik heb wél een boel deadlines. En straks moet ik mijn collega’s vervangen … heb ik dan nog wel tijd voor alles? En sowieso, doe ik het wel goed allemaal?

Boos!

Ik merk dat ik snel boos ben. Vaak zijn het maar kleine dingen maar het duurt vreselijk lang voordat ik die boosheid dan weer kwijt ben. Naar de kinderen toe valt het wel mee. Die zijn eigenlijk op het moment juist heel makkelijk en ze doen het fantastisch. Vooral Annabel is na ons doktersbezoek erg opgeknapt en beide meiden slapen op het moment goed.

Nu hun moeder nog.

Vriendin C., die zo lief was om me vanochtend even psychisch te komen ondersteunen (lees: ze kwam koffiedrinken) wees me op een artikel over wat vrouwen allemaal doen om zich goed te voelen. Zo schijnen ‘wij’ ons sterker te voelen als we met geharste benen rondlopen, geëpileerde wenkbrauwen hebben én nieuwe kleren dragen. “Allemaal nét dit weekend geregeld”, zei ik. “Wat moet ik dan nog meer?”

Met de complimenten

“Vrouwen voelen zich ook beter als ze een compliment krijgen van een vriendin”, zei C. “Dus hierbij: je doet het allemaal super. Je moet je niet zo druk maken om alles en iedereen. Not your fault, denk dat eens wat vaker.”

Ik las het artikel nog eens door. “Maar dan nog voelen vrouwen zich nog maar gemiddeld drie uur en drieënveertig minuten zelfverzekerd per dag hoor”, mopperde ik. “Lekker deprimerend!”

“Precies”, zei C. “Maar jij wilt toch altijd méér dan gemiddeld? En je bént toch ook niet gemiddeld? Jij wil altijd beter. Dus hou op met je druk maken, en denk: ‘fuck die drie uur en drieënveertig minuten’!

Dat kan jíj véél beter!

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Lees meer persoonlijke blogs op www.esthervuijsters.nl en ontdek elke dag elke dag een nieuwe “Tutti Frutti”

Lente Lokroep


Het is nu écht lente!

Eindelijk zijn de wolken opengescheurd en zwijnt de zon. Niet dat ik nou elke dag in bikini loopt, zó mooi is het nou ook weer niet, maar mijn handschoenen heb ik naar zolder verhuisd en op tafel ligt een nieuwe zonnebril. Het geblikker en geflonker zorgt ervoor dat het licht strepen trekt op het parket.

Ik geniet van de malsheid van onze tuin. De opkrullende varens en de bloeiende Chinese roos. Elke lente ben ik weer verbaasd over de vele groenschakeringen waarop de natuur ons trakteert. Een gele stuifmeelwaas bedekt de nieuwe tuintafel en de buitenhaard roept al dagen om een vreugdevuur.

Om de hoek staan de prunussen in bloei. Ontplofte suikerspinnen op bruine stelen. Ook de appelboom hiertegenover is sneeuwwit van de zware bloesem. Af en toe – wanneer een windvlaag hier de straat veegt – zie ik ze voorbij komen; tere witte blaadjes in grote hoeveelheden. Sneeuwjacht van bloesem. Kleurige flarden.

Het is lente.
Het is echt lente.
Ondanks de sneeuw.



Er staat ook weer een leuke column op www.esthervuijsters.nl over mijn zwembadavontuur vanochtend.
En heb jij jezelf al op de lijst laten zetten voor (informatie over) mijn tweede boek? Het kan via info@esthervuijsters.nl (Of klik hier voor meer informatie.)

Weltschmerz


Het is bijna 2012, het einde nadert en ik heb last van wat ik door de tijd heen het Fin de l’année (vrij naar het Franse Fin de siècle) ben gaan noemen.

Het Fin de l’année is een eindejaarsgevoel dat zich enerzijds kenmerkt door toegenomen welvaart en frivoliteit en anderzijds door angst voor de toekomst. De Duitsers hebben daar destijds een mooi woord voor bedacht: Weltschmerz, letterlijk ‘wereldpijn’.

Het is pas zeven december, de Sint is net weg, en ik kan nu al geen kerstliedje meer horen. Opzouten met Chris Rea en Wham. De kinderen blijven maar zeuren dat we (nu) de kerstboom moeten zetten en ik totaal geen zin in alle gezelligheid van de komende maand. Het is pokkeweer, ik ben deze week al vijf keer natgeregend en het liefst zou ik met een kop hete chocomel in bed kruipen.

Waar komt dat gevoel vandaan? Geen idee, het is er gewoon. Het is er gewoon de tijd voor, denk ik. Dingen gaan niet zoals ik wil, ik ben moe en ik krijg een rolberoerte als ik aan kersdiners denk. (Wat is eigenlijk een rolberoerte? Misschien kan ik er voor de gelegenheid beter rolladeberoerte van maken. Met cranberrysaus, dan heb ik meteen een probleem minder want dan maak ik dat als kerstdiner.)
Kijk, ik weet best dat het allemaal onzin is, dat ik gewoon mopper om het mopperen en dat ik basically Kerst hartstikke leuk vind, maar ik zie nu gewoon even sterretjes als ik aan de feestdagen denk.

En dan kan ik natuurlijk schrijven dat ik gewoon een rotdag heb en dat ik strontchagrijnig achter mijn bureau zit, maar zeg nou eerlijk, op die informatie zit natuurlijk niemand te wachten. Wanneer ik echter beweer last te hebben van het Fin de l’année en lijdt aan een ernstige vorm van Weltschmerz, dan hebben jullie vast heel erg met me te doen.

Dan ben ik namelijk niet langer een zeikerd maar gewoon een onverbeterlijke romanticus. En romantici, daar heeft de wereld behoefte aan. Vooral rond Kerst.

Kelly en ik


“Is het een cadeautje?”

De verkoopster van Intertoys wierp een zorgelijke blik op de erorme doos die ik voor de kassa geparkeerd had. Meelooppop “Kelly” (‘levensgroot!’) keek ons vanachter haar raam van doorzichtig plastic tamelijk uitdrukkingsloos aan.
“Ja,” zuchtte ik. “Het is een cadeautje. Maar ik pak het thuis wel in.”

Achteraf had ik het natuurlijk heel anders moeten aanpakken. Ik had Paul – met de auto – naar de één of andere speelgoedwinkel in de buurt moeten sturen, in plaats van zelf met een inpakte pop ter grootte van mijn eigen kind door de stad te gaan banjeren, alwaar mijn doos en ik zo ongeveer elke tegenligger omver beukten. Het was belachelijk druk in de binnenstad en een pop van ruim een meter in een nogal lompe verpakking is niet écht meegaand. En dan die ópmerkingen.

“U wilde zeker graag een kind!”
“Is het voor een opvoedcursus?”
“Een buggy is handiger hoor!”
“Wat een heerlijk rustig kind heeft u.”

En ik had “Kelly” natuurlijk gewoon moeten laten inpakken, sukkel die ik was. Maar ja, vriendin B. stond bij de Hema op me te wachten dus ik had een beetje haast. En daarbij, ik vond het zo zielig voor de verkoopster, ze had het al zo druk.
Al lopend stuurde ik Paul een smsje.
“Annabel zal blij zijn, maar ik loop zwaar voor gek met een kind van anderhalve meter onder mijn arm.”
Hij smste direct terug.
“Haha. Kan vriendin B. niet zelf lopen?”

Vriendin B. schrok zich een hoedje toen mijn doos en ik kwam aanwandelen. Of ik Kelly niet gewoon bij een oppas had kunnen brengen, vroeg ze. Ze wees me op de tekst die voorop de doos stond: ‘ik loop met je mee!’.
“Als we haar nou gewoon eens uit de doos halen, dan stiefelt ze vast wel achter ons aan,” opperde ze,
“Ze heeft geen jas aan,” gromde ik. “Ik wil niet dat ze kou vat.”

In de Dixons kocht ik batterijen. Kelly mocht dan mechanisch zijn, het danseresje dat ik voor Liz had gekocht was dat niet. Het was precies negen uur en toen we de winkel verlieten en achter me werden de deuren direct gesloten. Ik was nog geen tien passen van de winkel verwijderd toen de schrik me om het hart sloeg. Mijn kind!
Fluks rende ik terug naar de winkel en gebaarde deur open, deur open naar de man die net de sleutel wilde omdraaien.
“Bent u wat vergeten?” vroeg de man achter de toonbank verwonderd.
“Ja,” hijgde ik. “Mijn kind.”
“Uw…. kind..?” De man achter de toonbank keek geschrokken de zaak rond. Toen hij de doos met de pop zag begon hij te lachen. “Ik dacht al…” zei hij.

Een kwartier later zat ik met vriendin B. én Kelly in de kroeg. Laatstgenoemde stond naast ons op de grond.
“Twee gin-tonic’s met citroen,” bestelde wandelvriendin B. “Die hebben we wel verdiend.”
“En voor haar?” de jongen die ons bediende knikte grinnikend in de richting van de doos.
“Ze mag nog niet drinken,” zei ik. “Te jong.”
“Help me onthouden dat ik mijn kind straks niet weer vergeet,” zei ik tegen B. “Zo zielig als ze straks in d’r eentje in de kroeg staat.”
B. knikte en maakte een foto. “Voor je blog,” zei ze.

Het viel nog niet mee om – na twee gin-tonics – ons kind (met doos en al) op de fiets te krijgen. Na flink duwen en trekken lukte het me om haar in het kinderzitje te snoeren en als een soort uit de kluiten gewassen botsauto begon ik aan de terugreis. Gelukkig was het inmiddels flink donker en bleven de opmerkingen uit.

Paul kwam niet meer bij toen hij me zag thuiskomen.

Hoe is het toch met….


Omdat ik steeds dezelfde vragen in de reacties zie terugkomen volgt hieronder een hup-hup-hupdate, oftwel een overzicht van alle #trending #topics uit het leven van uw blogster.

Hoe is toch het met…

… mijn boek

Tja. Het boek is inmiddels helemaal af en bij TenPages zijn ze druk bezig met het zoeken naar een geschikte uitgever. Zulks blijkt een tijdrovend karwei heb ik begrepen en dus wacht ik geduldig (nou ja…) af. Vooralsnog ga ik er vanuit dat rond de zomer 2012 het boek in de winkel moet kunnen liggen. Zo niet, dan gaan we de barricades op (soort Occupy maar dan zinvol). Wordt vervolgd dus.

… het slapen van Liz

Gaat met ups en downs. Hollands next sleepmodel zal ze nooit worden maar op het moment is ze weer aardig rustig. Af en toe maakt ze een nocturnale wandeling – laatst nog kwam ze me om drie uur ‘s nachts vertellen dat ze pauze had op school en even ging buitenspelen – maar gelukkig brengt ze het grootste deel van de nachten lekker in haar eigen bed door.

… de verbouwing

Die gaat niet door. Wel krijgt de woonkamer een makeover. Donderdag gaat de oude vloer eruit, maandag komt de nieuwe erin. In de tussentijd – komend weekend – heb ik dus even geen vaste grond onder de voeten. Zal ik me daar lekker zweverig worden?!

… de eettafel

Ja! We zijn eruit! Gisteren gekocht: een nieuwe eettafel met een teakhouten bovenkant en een wit ‘onderstel’. Ook onze muurkast – die inmiddels op instorten staat – kan weg want uit dezelfde serie als de tafel hebben we ook een kast gekocht. Als alles staat volgt natuurlijk een foto! Een hint: het is in elk geval een ‘volroze’ tafel geworden, zoals Annabel in haar hoofd had.

…. mijn gewicht

Volgende onderwerp.

… fietsen naar mijn werk

Op die ene keer na heb ik heerlijk gefietst naar mijn werk.

… wordfeud

Ik heb inmiddels een paar vaste tegenspelers en elke avond probeer ik weer een paar mooie woorden te leggen. Er zit inmiddels wel een barst in het scherm van mijn Android (die Angry Birds toch…) maar ik speel er geen spel minder om. Mijn gebruikersnaam is es310873. Als ik teveel spelletjes speel dan kan het zijn dat ik een uitnodiging weiger. Dat is niet persoonlijk bedoeld. Tenminste, niet altíjd.

mijn schouder en andere bodyparts

Weer helemaal supercalifragilisticexpialidocious!

O ja? En je gelaserde ogen dan?

Daarmee gaat het zo goed dat ik het onderwerp bijna vergeet! Ik zie als een havik. Mijn ogen zijn nog wel erg gevoelig maar ik ben zo blij dat ik van de bril af ben dat ik gewoon een rare foto van mezelf met bril in het kadertje heb gezet. Valt er nog wat te lachen op de maandag!

Mis je nog een paar antwoorden? Laat het me weten dan geef ik hieronder meer antwoorden op eventuele ‘hoe is het toch met…’ – vragen.

Welkom in Bethlehem


Op deze stralende zaterdag heb ik even een verzoek c.q. brutale vraag.

Alweer? Ja. Alweer.
Ik ben namelijk bezig met een factsheet, een document met informatie over mijn boek. Deze zogeheten factsheet bevat onder andere een korte bio van mij en informatie over mijn ‘schrijversverleden’ (en dus ook mijn weblog). Het zou mooi zijn om hierin te kunnen vermelden hoeveel lezers ik ongeveer heb en aangezien deze cijfers bij Sanoma niet voorhanden zijn, doe ik het maar via de ‘oldscool’ methode: we gaan turven. (Stel je nu voor: ik in een oranje hesje achter de computer met een notitieblok in de hand!)

Met andere woorden: je zou mij (en mijn boek) een groot plezier doen wanneer je jezelf even komt melden. Kost hooguit tien seconden, je hoef je niet in te loggen, je hoeft niets over jezelf te vertellen (mag wel) en hoeft zelfs je eigen naam niet te gebruiken, als je jezelf maar meldt als lezer. Soort vinexvariant van de Romeinse volkstelling zeg maar. Gewoon onder deze blog. Het e-mailadres dat je dient in te vullen is alleen ter controle en wordt uiteraard verder nergens voor gebruikt.

Ook wie normaal nooit reageert, of wie dit stukje pas over een paar dagen leest, mag natuurlijk reageren. Wordt zeer gewaardeerd en behalve voor de factsheet is het natuurlijk ook gewoon een leuk experiment. We gaan voor een record natuurlijk! (Ik weet nog niet precies wat voor record maar dat bedenk ik nog wel.)

Over een week verwijder ik deze blog weer maar niet voordat ik Lizzy en Annabel een willekeurige reactie heb laten aanwijzen. De persoon achter deze reactie ‘wint’ een gesigneerd exemplaar van mijn boek!

Genoeg reden om je melden? Ik hoop het.

Wij zijn druk


De boekenleggers zijn binnen, de postzegels ook, ik heb enveloppen gekocht en nu hoef ik alleen nog maar ongeveer driehonderd enveloppen te vullen en te voorzien van adres. Ik hoop dat ik alles voor mijn vakantie nog op de bus kan doen.

Gelukkig heb ik veel hulp, zelfs Tuffy helpt mee.



Heb je nog geen mail van TenPages.com ontvangen en heb je wel aandelen gekocht? Stuur me dan een mail met je adres, dit kan via de redactie.

Empty box syndrome


Drie weken geleden, op 1 juni 2011, zegde ik het contract met mijn literair agent op. Nog diezelfde dag plaatste ik het eerste hoofdstuk van mijn boek “Je kan er maar beter om lachen” op TenPages.com. Doel: 2000 aandelen verkopen binnen vier maanden waarbij de aandelen verdeeld moesten zijn over minstens 100 aandeelhouders.

Vanaf dat moment kreeg ik elke dag mail van TenPages.com. Die mails begonnen steevast met de zin “Gefeliciteerd: je manuscript is ontdekt!” gevolgd door het aantal aandelen dat was aangekocht en de naam van de koper. Checken van mijn mail werd hierdoor behoorlijk verslavend en al gauw checkte ik vaker mijn mail dan dat ik knipperde met mijn ogen (en ik knipper vaak, zeker sinds ik mijn ogen heb laten laseren).

Wanneer ik ’s ochtends wakker werd dacht ik eerst: aandelen! En daarna dacht ik pas: koffie. Dat zegt een boel! Vervolgens snelde ik naar beneden, startte de computer op en gaf de stand door op Twitter en op mijn weblog. Vervolgens haalde ik diep adem, knipperde met mijn ogen en ging koffiezetten.

Op mijn werk kon ik mijn mail niet checken dus bekeek ik de aandelen via de site van TenPages.com. Wanneer ik langsging bij mijn ouders zat ik regelmatig achter hun PC. Waar ik ook was, het eerste wat ik deed was: kijken of er een computer stond. Als was ik een verstokte roker op zoek naar een rookplek. Misschien is het maar goed dat mijn boek zo snel uitverkocht is, ik vrees dat mijn gezinsleven eronder zou zijn gaan lijden.

Dat ging zo een tijdje door. De mailtjes kwam steeds vaker en ik kon mijn ogen niet meer van het scherm afhouden. En ineens, na een rete spannende dinsdag, was het over. Om ongeveer half elf ‘s avonds bereikten we de 2000 aandelen-grens. Mijn boek kreeg een banner: ‘wordt uitgegeven!’ en inmiddels heb ik een afspraak met TenPages staan.

En toen?

Ineens realiseerde ik me dat ik me, sinds die dinsdagavond, eigenlijk behoorlijk unheimisch voelde. Leeg. Verloren, alleen. Alsof er iets miste, alsof er iets vervelends was. En ik kon maar niet bedenken waar dat vage gevoel van onbehagen toch vandaan kwam.

Had ik ruzie met iemand gemaakt?
Moest ik een spannende presentatie houden?
Had ik lichamelijk ergens last van?
Was ik meer dan twee kilo aangekomen?
Zat een van de meiden niet lekker in haar vel?

Nee, besloot ik. Nee, dat was het niet. Ik had helemaal geen reden om me zo in mineur te voelen. Ik moest hartstikke blij zijn. Oké, het was geen lekker weer en mijn streefgewicht was nog ver weg, maar hallo, mijn boek werd uitgegeven!
En toch mist ik wat.

Gisteren sprak ik erover met mijn vader.
“Het lijkt wel of ik gewoon baal dat al die aandelen zijn verkocht,” zei ik. “Maar dat slaat toch nergens op? Dat wílde ik toch? Dan heb ik het toch goed gedaan? Maar het is zo kaal ineens, zo zonder die mailtjes van TenPages.”
Mijn vader roerde bedachtzaam in zijn koffie.
“Tja,” zei hij. “Ik herken dat wel. Zo voelde ik me een beetje toen jullie het huis uit waren. Toen vond ik ook dat ik het goed had gedaan. En toch was het kaal.”
Ik lachte om mijn vaders serieuze blik.
“Je hebt het zeker goed gedaan hoor,” grinnikte ik.

“Ik weet het!” riep hij ineens. “Ik weet waarom je je zo voelt! Je krijgt geen mail meer en daardoor heb last van een syndroom! Niet het empty nest syndrome, maar het empty box syndroom!

Het empty box syndroom. Heb ik weer.

De ‘P’ van ‘Sukkel’


Aantal aandelen verkocht: 1080 van 2000, zijnde 54% van het geheel.
Stemming: gehaast
Quote van de dag: Op naar de 1500

Klik hier voor een link naar mijn introductiestukje op Vrouwonline.
Klik hier voor mijn boek TenPages.
Klik hier voor het interview op TenPages.

Ietwat gehaast peuter ik het parkeerkaartje uit mijn portemonnee. De verjaardagstaart van Annabel staat naast me in een grote Hematas en nu moet ik nog naar de Blokker voor de feestzakjes. Opschieten, opschieten. Vanmiddag heb ik een training met betrekking tot de compensatieregeling van ASR. De tijd die ik daarmee verlies moet ik natuurlijk op de een of andere manier inhalen. Over compensatieregelingen gesproken.

Ik voer het parkeerkaartje in. Op de achterkant prijkt het rode logo van Dirk van der Broek.

“Het is ook wat,” denk ik, terwijl ik alvast een euro gereedhoud, “zelfs achterop de parkeerkaartjes staat tegenwoordig al reclame.” Veel tijd om me over de overmatige reclame te verwonderen heb ik niet want het apparaat spuugt het kaartje weer uit.

Poging twee. Weer niets. Doe ik hem verkeerd om? Ik draai het kaartje om en voer het nogmaals in.Het logo van Dirk van der Broek wijst nu naar boven. Nee hoor, niets.

“Snértapparaat,” mompel ik. “Net nu ik zo’n haast heb, pakt dat rotding mijn kaartje niet.” De mevrouw achter me kijkt me vragend aan.
“Kapot,” zeg ik, waarop ik naar de andere automaat sjok. Maar ook die spuugt mijn kaartje weer uit. Het ligt niet aan het apparaat, het ligt aan dat stomme kaartje! Nijdig grijp ik Hematas en been richting het kantoortje van de parkeerwachter.

“Dat apparaat pakt mijn parkeerkaartje niet,” zeg ik geërgerd en ik steek hem het kaartje toe.
De parkeermeneer pakt het kaartje aan en bekijkt het met gefronste wenkbrauwen.
“Nogal wiedes,” zegt hij. “Dit is geen kaartje van déze garage, maar van die van Dirk van der Broek.”

http://www.tenpages.com/component/book/je_kan_er_maar_beter_om_lachen

Hang ‘m high


En toen de boom ging, kreeg Paul het pas écht op zijn heupen!

Binnen de kortste keren had hij twee aanhangwagens zand weggeschept, nieuwe borders gemaakt, bilzen gezaagd, gras gelegd en een paar palen de grond in geslagen.

Vandaag plukten we daar de vruchten van. Vanochtend om elf uur belde de meneer van de pakketjesservice aan: onze nieuwe ‘familie’-hangmat was gearriveerd! Hadden wij even mazzel dat de kinderen hier net een week vrij waren en dat het ongeveer dertig graden was?! De hele dag hebben ze in de hangmat gespeeld, ze vonden het geweldig!

Relaxed voor mij? Welnee, ík stond de gehele dag de hangmat de duwen. (Waren we nét van de schommels af, had ik dit weer?!) Toen ik even met de buurman (over de schutting) stond te praten, en de kinderen de hangmat verlieten, had ik dat niet eens in de gaten. Stond ik gewoon een lege hangmat te duwen! (Volgens de buurman had ik last van het lege-hangmat-syndroom.)

Afijn, een succes dus, de hangmat. Of eigenlijk, de hele (nieuwe) tuin! Hieronder zie je Annabel in de hangmat. Wat wordt die meid lang he?!