Achterbankgeneratie

fiets

Mooi woord. Minder mooie betekenis.

Het blijkt namelijk dat steeds minder kinderen goed kunnen fietsen. Dat komt deels doordat er  in de grote steden minder verkeersexamens worden afgenomen en deels omdat steeds meer ouders hun kinderen overal met de auto naar toe brengen. Bijvoorbeeld naar de basisschool.

Nou ga ik hier geen betoog houden over hoe irritant dat laatste is – en hoe asociaal het is dat sommige ouders hun tanks gewoon op de stoep voor de ingang van de school parkeren – want dat weten we nou onderhand wel. Moeten die mensen zelf weten. Die zullen daar wel een goede reden voor hebben en zo niet, dan toch.

Nee, ik wilde het over mezelf hebben. Mijn kinderen kunnen namelijk óók niet fietsen. Het is nog niet zo erg dat ze geen fiets hebben (dat schijnt volgens Veilig Verkeer Nederland ook nogal eens voor te komen) maar ze zwabberen de hele weg over. Vooral Annabel, die denk dat ze dat ze de enige op de weg is. Zelfs in de spits.

Hoe dat komt? Simpel. Omdat ik niet genoeg met ze fiets. We wonen op loopafstand van school, dus wat dat betreft hebben ze al een achterstand. Daar komt dan bij dat de turnhal waar Annabel sport is nogal ver weg is (omdat ze bij Jong Talent zit) en dat de hockeyclub fietstechnisch niet te combineren is met het clubje daarná. Alle overige dingen doe ik op de fiets, maar eerlijk is eerlijk, alleen als het droog is.

Niet goed dus. Want steeds meer kinderen belanden in het ziekenhuis omdat ze te weinig praktijkervaring hebben. En wil ik dus voorkomen dat  de meiden straks niet fatsoenlijk naar hun middelbare school kunnen trappen, dan moet ik daar nu wat aan doen. Stalen rossen uit schuur en karren maar. Bon. Goed. Oké. Ga ik doen. Echt.

Iemand enig idee wanneer het droog wordt?

 

Meer Esther? Lees verder op www.esthervuijsters.nl

Advertisements

Ik slaap ongelooflijk slecht


Echt, het is afschuwelijk. Niet alleen voor mij, ook voor mijn omgeving, want echt vrolijk word ik er niet van.

Mijn slaapgebrek heeft meerdere oorzaken.
Een week of twee geleden is Annabel tijdens het slaapwandelen (wat ze normaal nooit doet) op haar bureau geklommen. Ik kwam net haar kamer binnen (ik hoorde wat) en ik schrok van haar. “Wat doe jij nou!?” riep ik.
Hierop ‘schrok’ de Kleine Klets wakker en raakte helemaal in de war. Ze wist niet waar ze was en kon alleen nog maar hysterisch gillen. Het duurde een minuut voor ze me ‘zag’. Sindsdien is ze bang in haar bed.

Liz slaapt heel licht, nog steeds. Dus van elke scheet wordt ze wakker. Bel wakker = Liz wakker. En als Liz wakker is, dan wil ze aandacht. Dus als Paul en ik – midden in de nacht – met Bel bezig zijn, dan gaat Liz zich ermee bemoeien. Het gevolg is meestal dat ze boos wordt en blijft storen, leuk, zo’n puber.

En dan is daar tenslotte mijn man. Die is herstellende van een luchtwegeninfectie en die snurkt de sterren van de hemel. Doet hij normaal ook al, maar nu nog een tandje harder. Of ik heb er meer last van omdat ik steeds wakker lig, dat kan ook. In elk geval, ik lig tegenwoordig al wakker ‘in afwachting van’ het circus. Te erg. En ook nog eens heel zielig voor Bel, ik heb dan wel een soort reintegratieplan gemaakt, het zit me natuurlijk hélemaal niet lekker.

Afijn. De make-up onder mijn ogen wordt elke dag dikker maar helpt nauwelijks. En tegen een slecht humeur valt al helemaal niet te smeren. Ik ben bezorgd, boos, moe en verdrietig, ik ben alles door elkaar.

Morele steun (tips?) is méér dan welkom.

Welke celeb-mama schuilt in jou?

Leontine Borsato is getrouwd met zanger Marco en heeft drie kids: Luca, Senna en Jada. Daphne Deckers is mama van twee kinderen: Emma en Alec en getrouwd met tennisser Richard Krajicek. Jonge mama Estelle Gullit, vrouw van Ruud heeft twee kinderen: Joëlle en Maxime en mama Maxima is moeder van de prinsesjes Amalia, Alexia en Ariane.
Op welke celeb-mama lijk jij het meest? Doe de test!

Spijbelen

Ik heb iets geks gedaan.

Iets afwijkends. Iets dat ik normaal nooit doe. Iets dat bijna, tja, rebels voelt. Ik heb zomaar een dag vrij genomen. Zomaar. Eigenlijk zonder reden. Echt gek hoor! Gek, maar heerlijk.

Annabel is alweer flink opgeknapt (bezoekje aan de huisarts doet wonderen) en ik kan met een gerust hart gaan. Zo meteen neem ik de trein naar Amsterdam, naar vriendin F. En dan gaan we lunchen en lekker winkelen.

En terwijl ik hier zo zit, met koffie achter de laptop, voel me een soort scholier. Eentje die spijbelt. Ik voel me een student, die in de kroeg zit in plaats van op school. Ik voel me in ieder geval géén werkende moeder. En dat is nou precies het gevoel waarna ik even op zoek ben.

Dus als je straks een meisje onafgebroken ziet grijnzen, in de trein, in de Bijenkorf of gewoon ergens op straat, kijk dan maar eens goed.

Grote kans dat ik het ben.

Echt, ze zijn écht!

En ook een Tuffy update:

Einde van de middag werd ik gebeld door een mevrouw dat haar kinderen Tuffy hadden gezien in het bos vlak bij ons huis. Afijn, toen ik dat hoorde ben ik meteen – uit mijn werk – op pad gegaan. In mijn eentje, met een handje zaadjes. Liep ik daar gans alleen “Tuffy!’ ‘Tuffy!’ te roepen. Maar goed, geen vogel te zien natuurlijk. Althans, een heleboel, maar geen Tuf. Dat bos is ook best groot, daar vind je hem niet zo snel. Maar hij leeft nog, dat is ook wat waard. En hij zat vrij opgewerkt te fluiten volgens de mevrouw (misschien is dat beest wel blij toe dat hij is ontsnapt!) dus ook dát lijkt me postief. Later die avond, Lizzy en Annabel waren met opa en oma mee, ben ik teruggegaan naar het bos. Dit keer was ik beter voorbereid. Ik ging op de fiets en had, behalve twee gierststengels, zijn bel meegenomen (die hing in zijn kooi en daar zat hij altijd mee te spelen (bij voorkeur tijdens NOVA tot ergernis van Paul)). Dus dit keer fietste ik al klingelend, zwaaiend met bel en gierststengels en ‘Tuffy!’ ‘Tuffy!’ -fuut–fuut-fuut roepend (en fluitend) door het bos. Vraag me af hoeveel dieren ik heb verjaagd. Hondenuitlaters keken me vreemd aan; ik moet eruit gezien heb ben als een verdwaalde (verwarde) ijscoman. Of een ontsnapte gek. Maar goed, ondertussen werd het ineens donker en toen bedacht ik dat het misschien toch niet zo handig (en veilig) was om in mijn eentje in zo’n donker bos te dwalen. Bovendien zou ik de vogel nu toch niet meer vinden. Dus ik wilde naar huis gaan, maar dat was nog niet eenvoudig want het was ineens dusdanig donker dat ik steeds doodlopende paadjes insloeg en zowaar verdwaalde. Mijn fiets bleef ook steeds hangen want ik geraakte steeds dieper het bos in. Enige troost was de gedachte dat ik in mijn fietstas een fles prosecco had zitten (die ik eerder had gekocht toen ik ff snel een boodschap ging doen) dus dat ik me dan wel zou vermaken in het bos zolang ik daar moest blijven. En wie weet kwam Tuffy dan mij wel redden. Al met al was het een waar avontuur.

Afijn, uiteindelijk vond ik een uitgang (ik bleek een flink stuk uit de buurt te zijn) en keerde ik huiswaarts. Zonder vogel. Maar met een mooi verhaal.

De kist

Onze witgeschilderde kast is een groot succes.

En succes smaakt naar meer. Zo werkt het nou eenmaal; ben je van de ene ergernis af, valt de andere opeens meer op. Nu de ene kant van de kamer helemaal naar mijn zin was, het oogt veel ruimer, moest ook het speelhoekje van de kinderen er aan geloven.

En dus stuurde ik Paul marktplaats op om een houten kist te zoeken. (Hier is zó verdeeld dat ik degene ben die het fysieke shoppen doet en Paul het digitale.) Al snel vond hij een mooie kist. Eikenhout, goed te schilderen (wit natuurlijk) en groot genoeg voor een heleboel speelgoed.

Gisteravond ging hij hem halen. De kist stond in de hal van een enorm huis. “Het is een prachtige kist,” zei de oude baas die de kist van de hand deed. Hij had een beetje melancholiek geklonken. “Groot genoeg om van alles in op te bergen.” Paul had geknikt en verteld over het kinderspeelgoed. “Ja,” bevestigde de oude man. “Je kunt er écht van alles mee.” Paul vertelde later dat de oude baas een beetje triest naar de kist had gekeken. “Je kunt er zelfs in gaan liggen als het einde nadert,” had hij gezegd.

“Er viel een stilte,” zo vertelde Paul later. “Waarna de oude man zijn keel schraapte en grinnikte. Hij gaf me een knipoogde en zei: ‘Maar ja, het is mijn smaak niet.’”