Wat weet jij van Wellness?

Dat wellness (zowel buitenshuis als in je eigen badkamer) helemaal hot en goed voor je huid is weten we inmiddels. Steeds meer mensen (ook mannen!) besteden immers steeds meer tijd aan hun huid en uiterlijke vertoning. In een spa kom je helemaal tot rust en daarna lijkt de wereld ineens 10 keer mooier. En wist je dat wellness behandelingen juist ook heel goed zijn voor je innerlijk? Want ook je geest komt eindelijk eens helemaal tot rust.

Laat je meenemen in de wereld die me-time heet en doe de test.

Diepgevroren geluk

Wel eens bloemen gegeten?

Ik wel. Gisteravond in De Saffraan, een restaurantboot in het centrum van mijn woonplaats.

Na de komkommeramuse (met eetbare bloemen) werden we verrast door een (ik ben even oneerbiedig, ik ben tenslotte geen culinair recensent) erwtensoepje uit een reageerbuisje (lekker, maar onhandig), een uitgeholde radijs met hangop en een hapje van opgerold eetpapier gevuld met een toef gepureerde paprika dat nog het meest weg had van een kabouterijsje. En toen moest het ‘normale’ diner nog beginnen.

We genoten van schelvis (in het Engels ‘haddock’ waarna we tot de ontdekking kwamen dat kapitein Haddock van Kuifjes dus eigenlijk kapitein Schelvis heet), rogvleugel (met vleesjus, een interessante combinatie) en tartaar van ‘lamb rack’ (waarbij Paul ‘lamb neck’ verstond en dacht dat hij lammetjesnek at) en tenslotte werden we ‘geprikkeld’ door kabeljauw met brandnetelsaus.

Het toetje (we dachten dat we volzaten maar dat bleek niet zo te zijn) was superbe! Zoet, chocoladerig en gekristalliseerde karamel. Het bolletje ijs dat op een ‘voetje’ van witte chocoladegelei stond, was wat mij betreft de absolute winnaar. Diepgevroren geluk, anders kan ik het niet omschrijven.

Kortom, een zalige avond in een verrukkelijk omgeving. Ik kan er weer even tegen.


De eetbare komkommerbloem

Gaat U zitten II

De schade viel mee.

Nadat Paul de stoel had gerepareerd, de tafel had opgeschuurd en de stoelen had schoongespoten hadden we opeens een prachtige tuinset. De kussens die we erbij hadden gekregen waren nagenoeg nieuw.

Vriendin F. kwam barbecuen en we zetten de parasol op tegen eventuele spetters. De stoelen zaten heerlijk, de tafel bleek uitermate praktisch. “Wat fijn dat we nu echt buiten kunnen eten!” zei Lizzy.

Het werd een superbarbecue!

Ik kijk in de spiegel en zie

Een bruin gezicht.

Ja. Een bruin gezicht. Met een paar sproeten. Ongelooflijk hoe snel ik verkleurd ben gisteren in de lentezon. Annabel was zo lief aan het spelen met haar buurmeisje, ik heb zeker anderhalf uur met een kopje thee op het bankje gezeten.

En ’s middags zat ik er weer. Met een glas rosé. Dat had ik wel verdiend want ik had in de tuin gewerkt. Beetje onkruid wieden en vegen terwijl Paul het grotere aanpakte. Hij haalde een boom om. “Zo komt de Chinese roos beter uit.” De romanticus.

Het badwater was zwarter dan ooit. De kinderen hadden de hele dag voor het huis in het zand gespeeld. Lizzy had ergens een rups gevonden en die de hele dag (in een jampotje) met zich meegesleept. Ik kon nog maar net voorkomen dat hij bij haar in bed moest slapen.

Ik kijk in de spiegel en zie een bruin gezicht. Ja. Een gelukkig bruin gezicht. Niet meer en niet minder. Meer zelfreflectie lijkt me niet nodig. Ik zet gewoon een zonnebril op.

Leuk of niet

Hé bah,

Wat kunnen die kinderen toch vervelend zijn. Vanaf het moment dat we opstonden hebben ze elkaar alléén maar in de haren gezeten. De één sarren, de ander piepen.

Ik zweer je, als mijn broertje en ik vroeger ook zo vervelend waren, heb ik met terugwerkende kracht medelijden met mijn ouders. Wat een ellende.

Maar dat zal wel niet. Dat ík zo vervelend was. Ik ben namelijk altijd heel leuk. En de rust zelve. Behalve dan als mijn kinderen zo zitten te klieren. Ze kunnen gewoon af en toe erg irritant zijn.

Hebben ze niet van mij hoor. 😉

Koele Kikker

De jongen liep door de sneeuw.

Zijn voeten kwamen telkens met een zachte plof neer. Een beetje het geluid dat een pak toiletpapier maakt, wanneer je het op de grond gooit. Plof. Een zware P en een vermoeide F. Plof.

Hij liep moeizaam. Dat kwam door die grote doos. Onder zijn arm sleepte hij een kartonnen gevaarte mee. Te oordelen aan het tasje in zijn andere hand was hij net bij de BCC geweest. Blijkbaar was hij nu op weg naar huis. Met zijn nieuwe aankoop.

Het ging harder sneeuwen. De jongen trok zijn muts over zijn oren. Hij moest zijn ogen vast tot spleetjes knijpen om te voorkomen dat de sneeuw van zijn wimpers afgleed. Hij had het koud, dat zag ik aan zijn houding. Brrr straalde hij uit. Plof Plof. Brrr.

Ik was benieuwd naar zijn aankoop. Wat was zó noodzakelijk geweest dat deze jongen helemaal lopend naar de stad was gegaan, dóór de sneeuw, in de kou. En met het gevaar de tilnorm te overschrijden.

Voorzichtig kwam ik dichterbij. Het werd inmiddels donker dus ik moest goed kijken. De sneeuw vertroebelde mijn blik. Toen ik naast hem liep wierp ik snel een blik op de doos. Tot mijn verbazing zag ik dat hij een draadloze elektrische koelkast met zich meezeulde.

De jongen leek mijn verwarring te merken. Hij knikte vriendelijk.

Maar keek daarbij ietwat gegeneerd.

Paashaas

Brunchen bij vriendin M. in Leiden.

Het eten was heerlijk, de champagne goddelijk. De dag kreeg spontaan een gouden randje. Optimistisch reden we naar het strand. “Naar dat ene stukje duin met die blauwe lucht erboven,” had Paul gezegd.

Maar het was koud. En vies en nat. Sneeuw met Pasen, wie had dát nou weer bedacht. Ergens in Leiden hadden we een kermis gezien. Dat leek ons beter dan het strand. We stapten weer in en reden terug.

Bij de schiettent besloot Paul ons zijn kunsten te tonen. “Genoeg geoefend in de kelder,” zei hij. En tegen de kinderen: “Zoek maar een cadeautje uit, pappa gaat ’t voor jullie schieten.” Lizzy en Annabel kozen een grote lolly.

“Hier is uw buks,” zei de jongen die de tent scheen te beheren. “Voor de lolly’s moet u twintig hazen schieten.” Hij wees op een rail waarop de donzige beestjes stonden opgesteld. Paul richtte de kermisbuks. “’k Zag twee hazen, vlak voor Pasen…” zong vriendin M. Het eerste schot was raak. Moeiteloos schoot Paul twintig hazen.

Afijn, als de eieren volgend jaar niet rondgebracht worden, dan weet u hoe dat komt.

Drakenijstaart

Wat een goeie grap.

Maitre Paul had een nieuwe ijstaart op de markt had gebracht. Stond in het krantje van Super de Boer. Een groene ijstaart in de vorm van een drakenstaart. Boel koel.

“Leuk,” dacht ik. “vinden de kletsen vást geweldig!” Dus kocht ik een drakenijstaart. Na een tijdje in de vriezer was het moment daar. De ijstaart zou als dessert gegeten worden.

Tijdens het snijden merkte ik dat de groene ‘buitenkant’ niet van ijs was. Hij voelde koud, maar zacht. De binnenkant – roze ijs – smaakte naar frambozen. Het was erg luchtig. Voor ijsbegrippen dan.

“Het lijkt wel of de buitenkant van cake is,” zei ik. “Wel raar in een ijstaart.” Paul knikte. “En dat ijs lijkt wel een soort mousse.” Hij pakte de doos waarin de draak tot voor kort gewoond had.

“Ontdooitijd, tien uur. Es, we zitten bevroren taart te vreten.”