Chocodip


“Hé, ben je onder de zonnebank geweest!?”

Dat riep ik tegen al die ‘gezonde’ toeten die – bruiner dan normaal – op het schoolplein stonden. Allemaal op vakantie geweest, wist ik heus wel, maar ik zou ze krijgen.
Dat gaat maar naar Griekenland, Spanje en Italië! Gisteren sprak ik er zelfs een (weliswaar niet op het schoolplein) die was gewoon twee weken naar Florida geweest! Met de kinderen. Wel ja!

Nou zaten er ook wel leuke kanten aan het feit dat iedereen op vakantie was. Het was hier heerlijk rustig, we konden onze oude tuintafel ritueel verbranden zonder de buren uit te roken en ik paste op ongeveer alle huizen hier in de buurt. Hier een paar vissen, daar de post. Bij een enkeling gaf ik een dorstige plant water, ik leek wel zo’n buurtwacht, zo met mijn bos sleutels. Afijn, ik dwaal af, ik paste op al die huisjes dus toen iedereen terugkwam kreeg ik zomaar hier en daar een presentje.

Van de directe buren kreeg ik een flinke plak chocolade. Die chocolade hadden ze op kleur uitgezocht want hij was net zo bruin als de buren zélf. Helaas werd ik door die chocolade behalve ziekelijk jaloers ook nog eens heel verdrietig want chocolade, dat mag ik voorlopig nog niet eten. Met andere woorden: ik zakte direct in een heuse chocodip! Gelukkig heb ik twee heel lieve kinderen die meteen aanboden om het leed te verzachten.

“Chocola? O. Dat mag jij niet mamma. Zullen wij het dan maar opeten?”

Stelletje aasgieren.

Heb je het al gezien? Er zijn tegenwoordig leuke acties en vaste rubrieken op www.esthervuijsters.nl

Help mijn man is een Prepper II


Paul heeft iets nieuws ontdekt.

Hier vlakbij, op een industrieterrein, staat een grote loods waar men allerhande dump verkoopt. ‘Dump’ in de betekenis van: ‘onmisbaar voor mannen boven de veertig’. We noemen een robotgrasmaaier, verschillende tweedehands boormachines, legerkleding en een seinpaal met bel voor in een vliegtuighangar. D.U.M.P. = De Ultime Mannen Plek.

Maar het mooiste van alles vindt Paul de enorme takel die ze daar hebben hangen. Een groot katrol, ijzeren kettingen, minimale inspanning, maximaal resultaat. Onmisbaar natuurlijk. Enthousiast kwam hij me vertellen wat voor leuks hij op het oog had.

“Wat moet je nou met een tákel?”
“Gewoon, altijd handig.”

Wanneer had ik dat eerder gehoord? Toen hij de slijptol kocht? Toen hij dat aggregaat wilde aanschaffen zodat de popcornmachine altijd stroom had? Of die keer dat hij over dat lasapparaat begon?

“Handig voor in de oorlog zeker?”
“Haha. Leuk ben jij. Zoiets is gewoon gaaf om te hebben. Het komt altijd van pas. Weet je wat zo’n takel kan tillen? Driedúizend kilo!”
“Heel mooi schat. Maar zulke zware boodschappen hebben we meestal niet. Of wil je ons schuurtje verplaatsen?”
“Je kan er een koe mee tillen.”

En toen viel ik stil. Want als mijn man iets wil kopen om een koe mee te tillen, tja, dan is hij volgens mij reddeloos verloren. Daarbij valt alles – zélfs de oorlogssmoes – in het niet. Tegen zoveel wijsheid kan ik niet op. Van een koe kan ik niet winnen. Toen hij wegliep hoorde ik hem nog zuchten: “Driedúizend kilo.”

Plots vroeg ik me af waarom ik überhaupt nog aan het lijnen was.

Er staat ook weer een leuke column op www.esthervuijsters.nl over (mijn ervaringen met) goedkoop en duurkoop.

Samen sterk


Ik had er echt geen zin in, maar ik kon er niet meer onderuit. Het was nú nodig.

Paul was in de tuin bezig, dus hém kon ik er niet mee opzadelen. En had ik niet zelf gezegd dat het vandaag afmoest?

Een beetje nijdig klapte de strijkplank uit. Ik nam me voor een deel (maar niet alles) te strijken. Paul had tenslotte tamelijk vreugdeloos gezegd dat hij ‘even’ de tuin inging. Kon hij daarna mooi mij helpen.

Maar toen Paul zag dat ik aan het strijken was, ging hij gauw naar de Gamma omdat hij ineens van alles moest afmaken in de tuin. Nou had hij de kinderen inderdaad bepaalde dingen beloofd, maar hij had tegen mij gezegd dat hij daar nu geen zin in had. Blijkbaar had hij nóg minder zin om door mij aan de strijk gezet te worden.

En dus kon ik weinig anders doen dan zelf de strijk afmaken. Ook flauw om het te laten liggen alleen omdat ik geen zin had. Paul wierp af en toe een steelse blik naar binnen en schepte dan noest (in de regen) verder. Uiteindelijk waren we tegelijk klaar.

Per saldo is nu dus de hele tuin klaar en alle strijk gedaan.
Helemaal niet slecht eigenlijk.

Mijn wraak


Natuurlijk, ze zijn súperlief! Echt.

Ik heb niet voor niets alles voor ze opgegeven. (Balletcarrière, mijn figuur, hakken hoger dan 10 cm, sommige vrienden, rare feesten en bijna mijn complete sociale leven.) Dat doe je niet zomaar. Toch?!

En ik vind het niet erg dat ze me uit mijn slaap houden, geld kosten, onterecht beschuldigen (van het wegmaken van de door henzelf niet opgeruimde spullen), op mijn rimpels (‘kieuwen’) wijzen, niet serieus nemen en geen enkele vorm van privacy gunnen in mijn eigen huis. Zelfs niet op de wc.

Ik accepteer mijn nieuwe baan als uithangbord, wasvrouw, poppendokter, huiswerkbegeleider, masseuse, knutselmuts, taxichauffeur, serveerster, schoonmaker, personal shopper, hoteleigenaar, wandelend pinapparaat en klimtoestel. Echt, no problem
.
Maar wat ik me dan vervolgens wél afvraag is of het nodig is, écht nodig zeg maar, dat ze, wanneer ze zich een paar dagen gelaafd hebben aan het Onvlucht Mamma Actieplan (ook wel bekend onder de codenaam O.M.A.), ik vervolgens word behandeld als Cruella De Vil als ik het addergebroed kom ophalen! “Nee mamma, nu al, we willen niet mee. Hier is het veel leuker!”

Echt hoor, soms kan ik kan niet wachten tot ik zélf oma word. Mijn wraak zal zoet zijn! Op mijn kinderen dan he? Niet op mijn moeder. Daar heb ik al wraak opgenomen. Vroeger. Toen ik tien was en haar vertelde dat ik toch écht liever bij oma wilde wonen.

Er staat ook weer een leuke column op www.esthervuijsters.nl over mannen en de kappersvraag dit keer.

Het taxatierapport


Het viel destijds allemaal samen.

Mijn eerste blog op Viva.nl, onze verhuizing én de fantastische zomer van 2003. Lizzy, toen nog écht een Kleine Klets met haar zes maanden, zat elke dag mét haar moeder in het opblaasbadje en we vierden doorlopend vakantie. De zon, onze tuin, de muziek van de omgeving, livin’ la vida loca.

Tien jaar later is het nog steeds heerlijk. Ik wil hier echt nog lang niet weg. En natuurlijk is er – in en om het huis – van alles gebeurd. Er kwam nog een Klets bij, Paul en vriend A. sloopten de badkamer en het dak ging er (letterlijk) af. Jullie hebben het hier allemaal kunnen lezen, van baby tot boek, zoiets.

Maar tien jaar is ook the end of an era, althans, dat vond de Direktbank. Onze rente liep na tien jaar af en we waren toe aan een nieuwe rentevastperiode. Uiteraard kregen we een baggeraanbieding en dus weken we uit naar een andere bank. Het geluk was aan onze kant: de rente stond laag, we konden makkelijk overstappen.

En dus kwam er vandaag aardige meneer in een net pak aan de deur (lees: een taxateur) die met mij door onze woning stiefelde. “Nieuw parket,” mompelde hij, “kunststofkozijnen.” Hij schreef van alles op en stelde zeer ter zake kundige vragen. “Leuk huis,” zei hij, “gezellige buurt.”

Als laatste bekeek hij ons souterrain. “Schitterende ruimte!” oordeelde hij. “Maar hoe zou ik dat nou toch eens in mijn rapport zetten? Woonruimte? Bergruimte?”
Ik zei dat ik ‘woonruimte’ wat overdreven vond. Je gaat tenslotte niet wonen in de kelder. Maar ‘bergruimte’ vond ik dan weer te min.
“Waar gebruikt u het voor?” vroeg de taxateur.
“Voor de hobby’s van mijn man,” zei ik. Ik wees op de popcornmachine.

Hobbyruimte.
Dát vond de meneer in het pak een mooie term. ‘Grote kelder,’ schreef hij op. En: ‘geschikt als hobbyruimte’.

Pas toen hij weg was bedacht ik dat het misschien best een beetje gek zou staan straks, in het officiele taxatierapport. ‘Huis met grote kelder, bijzonder geschikt als hobbyruimte.’

Moederdag


“Morgen is het Moederdag!”

Paul kijkt me verbaasd aan.
“Dat meen je niet!”
Maar ik meende het natuurlijk wél. Alsof ík niet zou weten wanneer het Moederdag was?! Ik had het toch zeker zelf in mijn agenda gezien?!

De kinderen vonden het prima.
O, is het morgen Moederdag? Leuk! Knutsel 1 tot en met 36 lagen toch al klaar in de kast. Maakte de Kletsen niet uit. Als het opeens vandaag Moederdag bleek te zijn, dan vonden ze dat ook goed. Paul daarentegen moest plots heel nodig ‘een boodschapje’ doen. Hihi, ik verheugde men al op mijn ontbijtje morgenochtend.

Even later stond ik, samen met vriendin C., op de markt, bij de groente- en fruitkraam.
“Ik moet zo even een cadeautje kopen,” zei ik, terwijl ik aan de aardbeien snuffelde. “Voor mijn moeder en mijn schoonmoeder. Het is tenslotte Moederdag morgen.”
“Morgen?” vroeg C. verbaasd.
Ik knikte. “Ik zag het ineens in mijn agenda. Dat komt door die gekke dagen hè?”

Dat was C. met me eens. Van die gekke dagen. Ze besloot meteen dat ze even haar man ging sms’en over het feit dat ze morgen op familiebezoek moesten. En natuurlijk moest ze ook een cadeautje kopen.

Op dat moment werd ik op mijn schouder getikt door een wat oudere vrouw.
“Het is morgen geen Moederdag hoor,” zei ze glimlachend. “Dat is pas morgen over een week.”
“Meent u dat nou?”

Ze meende het. En ze had natuurlijk gelijk. C. moest lachen toen ik vertelde dat ik al een heleboel mensen overtuigd had van het feit dat het morgen Moederdag was.
“Wat stom omdat nou zo verkeerd te onthouden.”
“Ach,” zei de oudere vrouw, terwijl ze me een kneepje in mijn arm gaf. “Dat verandert nog wel. Als je straks zélf kinderen hebt.”

Nou, daar hád ik zo mijn twijfels over.

Er staat ook weer een leuke column op www.esthervuijsters.nl
En heb jij jezelf al op de lijst laten zetten voor (informatie over) mijn tweede boek? Het kan via info@esthervuijsters.nl (Of klik hier voor meer informatie.)

Tien jaar geleden


We dronken koffie in het café van de Centrale Bibliotheek Rotterdam
.

“Weet jij,” vroeg ik Paul, “wat er vandaag precies tien jaar geleden gebeurde?”

Paul keek me verschrikt aan. Ik herkende zijn ‘o-help-wat-heb-ik-nú-weer-gemist’-blik. Verjaardag? Trouwdag? (O nee, die hebben we niet!) De eerste keer dat we samen een potje flipper speelden?

“Tien jaar geleden…” herhaalde hij zenuwachtig. “Tien jaar geleden..”
Ik trok een wenkbrauw op waarop Paul een beetje paniekerig om zich heen begon te kijken. Misschien dacht hij dat het antwoord ergens in het café te vinden was. Of in de bibliotheek? Tussen de witte koffiekopjes? Of in de trommel met kleurige koekjes? Bij de boeken?

“Tien jaar, ach ja.. natúúrlijk weet ik dat.”
“Nou?”
“Op de kop af tien jaar geleden leerden wij elkaar kennen.”
Hij zei het heel zelfverzekerd.
“Is dat het, denk je?” Ik grinnikte.
“Lieverd, ik weet het heel zeker. Aan zoiets twijfel ik toch niet?”
“Tja,” zei ik. “Als dat zo is, dan is het toch vreemd dat wij een dochter van tien-en-een-half hebben.”

En wat gebeurde er wél vandaag? Precies tien jaar geleden? Inderdaad, ik schreef mijn allereerste blogje.

Nieuw boek en tien jaar bloggen!


Aandeelhouders van ‘Je kan er maar beter om lachen’ konden het gisteren al lezen: ik werk aan een tweede boek.

In zekere zin is ‘Om te huilen’ (“Wat een belachelijke titel, mama!”) het vervolg op ‘Je kan er maar beter om lachen’, het één begint waar het ander eindigt. Maar de opzet is heel anders. Voor dit boek ben ik teruggegaan naar mijn oorspronkelijke idee: een verzameling van de leukste blogs, uitgelijnd en een aangevuld met Taalkundig Tutti Frutti. Een jaaroverzicht van boek tot boek, met uitstapjes naar verleden en toekomst.

Het idee voor ‘Om te huilen’ kwamen even spontaan als plotseling. Ik wist al een tijdje dat mijn blog as we know it zou ophouden te bestaan, we gaan over naar Het Nieuwe Bloggen als vrouwonline straks met een compleet nieuwe site komt. Tegelijk hoorde ik steeds vaker dat ‘juist de korte stukjes’ waren die de lezer van mijn boek zo konden bekoren. Ik vond dat ik daar iets mee moest doen.

Dus toch een nieuw boek, maar dan nu zonder gedoe met uitgevers. Want als ik eerlijk ben, veel beter ben ik daar niet van geworden. En mijn boek ook niet. Keer op keer moest het anders. Het moest een thriller worden van de één, ik moest er een relatiebreuk inschrijven van de ander (die kwam er, door alle stress, bijna vanzelf!). Het mocht geen dagboek worden, het moest persoonlijk, het moest niet persoonlijk, gek werd ik ervan.

En dus doe ik het dit keer gewoon lekker zelf. Ik hoef er niets mee te bewijzen, ik maak gewoon een leuk boek voor iedereen die zin heeft om het te lezen en/of te bewaren. Voor in bed, voor op vakantie of op de plee. Ik voel me echt nergens te goed voor. En dat ik dan niet direct in de boekhandel kom? Ach, laten we eerlijk zijn, daar lig ik nu toch óók niet. Een kleine uitgever heeft geen macht. En een grote heeft het teveel. Ik lig gewoon bij mij thuis en ik ben op afroep beschikbaar!

Dus vandaar. In eigen beheer. Gewoon voor de lol, betaalbaar en voor iedereen die wil meedoen. Het uitgangspunt: het jaar na publicatie van mijn eerste boek, aangevuld met alles daartussen. Stukjes tekst (ooit de titel van het manuscript) in optima forma.

Het wordt leuk, het wordt superleuk. Alleen al tijdens het samenstellen heb ik reuze lol en dat is precies wat ik jullie na precies tien jaar bloggen wil meegeven. Jawel, het is deze maand precies tien jaar geleden dat ik mijn weblog op Viva.nl begon. Alleen al om die reden ‘moet’ er iets gebeuren.

‘Om te huilen’ wordt om te lachen. Vermakelijk, herkenbaar en heel erg Esther. Wie mailt mag op de lijst: info@esthervuijsters.nl, dan krijg je alle informatie binnenkort vanzelf toegestuurd.

Nog tips en suggesties? Nu kan het nog. Hieronder is plek voor iedereen! En over boeken gesproken, hebben jullie mijn blog op esthervuijsters al gelezen?

Léve de Koningin, Máxima!


Zo, de troon is in da pocket. (Ik zág het Willem denken!)

Ik vond het mooi. Echt bijzonder. Merkte zelfs – een beetje verbaasd – dat er een traan over mijn wang liep (soort Maximale ontroering) toen Beatrix na afloop de handen van haar zoon pakte. Paul bleef maar zeggen: “Dit is een historisch moment, meiden!”

“Ja hoor,” mompelde Annabel terwijl ze ondertussen een spelletje deed op de iPad. “Ik vind het een beetje saai.”
Liz volgde het wel. Zij wil alles weten over het Koningshuis (al dagen), over hoe je nou precies Koning of Koningin wordt, of zij nog Prinses van Nederland zou kunnen worden.

“Wordt wel een beetje lastig,” zei ik, “of Amalia moet lesbisch zijn.” Ook geen handige opmerking natuurlijk, moest ik dat weer helemaal uitleggen. Ondertussen werd de akte door een heleboel Belangrijke Mensen getekend en was het Koningschap van Willem A. een feit. “Bea bedankt!”

Annabel was inmiddels weer een level verder met Candy Crush. Ze vroeg wanneer we nou oranje tompoezen gingen halen.
“Na de balkonscène,” zei ik. “En stil nou even.”
Diepe zucht.

“Ik vrees dat Annabel over een jaar of twintig op het museumplein staat met een T-shirt ‘geen mens is illegaal’ aan,” zei Paul.

De weg naar de supermarkt was uitgestorven. Op een paar fietsende oranjefans na. In rood-wit-en-blauw, met oranje kroontjes op, togen ze richting de stad. “Leve de Koningin, Máxima!” Wie zei er dat we – met deze kroning – een kóning kregen?

In de supermarkt bleken de oranje tompoezen uitverkocht.
“We hebben nog wel oranje tulpen!” zei een medewerkster opgewekt.
“Ach ja, serveer ik die wel bij de koffie,” zei ik droog.

Boos gooide Annabel thuis haar oranje boa op de grond.
“Ik doe ook mooi niet mee aan die stomme fietsjesoptocht,” mopperde ze. Ze zag eruit alsof ze elk moment kon gaan ‘waxinelichtje werpen’.

Gelukkig had ik sinaasappelcake gekocht. Dat kalmeerde de gemoederen. Echte rellen bleven uit.

Meer lezen? Ook op mijn eigen site verschijnen regelmatig nieuwe columns.

Annabel ziet ze vliegen


Annabel heeft een parachute in haar buik.

Een parachute. Zo noemt de Klets de parasiet waarvan we sinds kort weten dat hij in haar darmen woont. Ja, ik schreef het al eerder, mijn jongste dochter is creatief met taal. Gisteren nog, kocht ze in de stad vét coole Snickers. Liz verbeterde haar: “Zulke gympen heten sneakers.” Ze hóórde het niet eens.

Behalve een parasiet kwam er een ijzertekort uit de verschillende tests rollen. (Waarschijnlijk een gevolg van de ongenode darmgast.) Dus nu heeft ze vitaminepillen met ijzer én een heel vies drankje dat opvallend veel beter naar binnen gaat als er een stukje chocolade achteraan gaat. Ze is heel dapper, drie keer per dag cloqt ze de clioquinol naar binnen.

Niet zonder resultaat. Want vanochtend, dag twéé van de tiendaagse kuur, wist de patient al te melden dat ‘het hielp’. Op onze vraag wát er precies hielp, kregen we te horen dat het had geholpen tegen de parachute. Ze voelde hem niet meer in haar buik. Paul probeerde haar het verschil tussen een parasiet en een parachute met een grapje uit te leggen (hangt het in de lucht of zit het in je buik?). Vergeefs. (Hij landde niet, zeg maar.)

Annabel was alweer met de muziek mee.
Take your parachute and jump….
Op haar coole Snickers.

Meer blogs lezen? Neem eens een kijkje op mijn eigen homepage.