Het ultieme lentegevoel

Filmpje! Klik op het plaatje.

2007 by Francien (mijn crea bea moeder)

Advertisements

De Helden

“Ik moet nog een stukje schrijven voor mijn site.”

De drie mannen in de tuin keken me geïnteresseerd aan. Paul porde in de tuinhaard. A. nam een slok bier. “Waarover wil je dan schrijven?” vroeg hij. “Over het weekend,” antwoordde ik. O. staarde in de vlammen. “Schrijf dan over PSV. Dat ze gelijk gespeeld hebben.” Ik grinnikte. “Het is voor Vrouwonline. Niet voor Manonline.”

“Waar heb je gister over geschreven?” vroeg A. “Over haar blaar,” zei Paul. “Moet je zien, bizar ding man!” Met gepaste trotst toonde ik mijn blaar die inmiddels kootjesgroot was. “Gétver, mijn maag draait ervan om!” zei A. Waarop O. vertelde dat hij pas was flauwgevallen bij de tandarts.

Wat volgde waren verhalen. O. had een keer een hechting geweigerd omdat hij bang was voor de spuit. “Plak het met maar gewoon aan elkaar,” had hij gezegd. A. durfde niet meer naar de huisarts. En mijn eigen held deed een duit in het zakje door toe te geven dat hij ternauwernood overeind was gebleven tijdens mijn bevallingen. “Maar goed,” zei A. uiteindelijk. “Jij moest nog een onderwerp voor je stukje.”

“Laat maar,” gniffelde ik. “Ik heb al een idee.”

Gelezen en goedgekeurd …

… door de boekenbimbo’s.

Orgineel en ontroerend. Bijzonder om te zien hoe de gebeurtenissen van elf september tot leven komen door de ogen van een kind. De humor maakt het verhaal licht en laat tegelijkertijd zien hoe fragiel alles is. Hoe alles in één ogenblik kan veranderen.

Een beetje zoals in de reclame van campari: “Life is bitter, life is sweet”.

En zelf ben ik nu een beetje boekloos. Tips dus (meer dan) welkom!

De fietser

Ik heb een fietser aangereden.

Zomaar. Omdat ik niet goed keek. Ik kwam terug van schildercursus en had net vriendin C. thuis afgezet. Ik moest stoppen voor een rotonde. De bestuurder van de auto vóór me had zijn verrekijker op. Hij wachtte op een auto waar hij wel zés keer voor langs had gekund. Ik ergerde me.

Toen hij eindelijk doorreed, trok ik meteen op. Ik keek naar links en links was vrij. Ik vergat naar rechts te kijken. En dat was dom. Sowieso, want fietsers kunnen altijd van alle kanten komen, maar dít was ook nog eens een tweerichtingsrotonde. Niemand reed hard. De fietser was óók gestopt. Niettemin was de aanrijding goed hoorbaar.

Terwijl ik uitstapte zag ik twee motoragenten aankomen. Als ik niet zo was geschrokken had ik erom kunnen lachen. Gelukkig had ik alles bij me. Autopapieren, rijbewijs, schadeformulier. Dat laatste was niet nodig. Er was geen schade.

“Het kan iedereen overkomen,” zei één van de agenten vergoelijkend toen de fietser was weggereden. Over die zin dacht ik nog lang na. Het kan iedereen overkomen. Klein hoekje enzo.

Maar wat nou als … of als … Ook dát kan dus iedereen overkomen.

Mini-Esther

Het was ‘kijkdag’ in het zwembad.

Een uur lang mocht ik de zwemvorderingen van mijn dochter volgen. Ze deed het geweldig. “Super, je zwemt al bijna hélemaal zelf!” “Wat kan jíj goed rugzwemmen!” De badjuf moedigde haar aan. De badmeester gaf complimentjes. Opgetogen was ik. Glunderend zat ik erbij. Wat was ze goed! Ik zwééfde bijna boven mijn plastic stoeltje.

Tot ik opeens weer met beide benen op de (natte) vloer werd gezet. Ergens achter in het zwembad had mijn meisje het aan de stok met de juf. Waarover was me niet helemaal duidelijk. Totdat ik opeens luid en duidelijk hoorde;

“Liz, houd je kwébbel nou eens dicht!”

Oeps. Hoe herkenbaar.

Stieren-wáát?!

Knikkeren is jeugdsentiment.

Eéntellers, chineesjes, allestellers, wie herinnert ze zich niet. Die grote glazen stuiters, die je zo’n rijk gevoel konden geven. En die je soms zo ongelukkig maakten. Wanneer je er één was verloren.

Ik was opgetogen toen Liz over knikkers begon. Ondanks de ‘verliezen’ had ikzelf met name góede herinneringen aan de ‘knikkertijd’. Altijd mooi weer, de lentebloesems in bloei. Buiten ‘potje wagen’ of op een bikkel ‘mikken’. Superspannend!

En ik zag er niet veel kwaad in. Mijn meisje mocht heus wel een paar stuiters mee naar school. Is toch hartstikke schattig, van die knikkerende kleuters?! Bij Blokker kocht ik een zakje groene ‘jungles’. Had ze zelf uitgezocht. Bij de kleintjes zat een heel grote bonk.

“Zeg, hoe heten die grote dingen nou?” vroeg ik aan het jochie naast me. Hij wierp een blik op mijn hand. “O die,” zei hij, terwijl hij zijn schouders ophaalde.

“Dat zijn stierenkloten.”