Polskie ludzie są zabawne

We spraken Engels.

Dat was wel handig want ik spreek geen Pools, geen Roemeens en geen Arabisch. En behalve mijn (jarige) Poolse vriendin S. (en haar Hollandse man) sprak niemand Nederlands. Tenminste, totdat er drie Nederlanders binnenkwamen. (Wat erg verwarrend was.) Toen ontstond de spreekwoordelijke Toren van Babel.

Een paar vrienden van S. waren helemaal voor haar verjaardag met de auto uit Polen gekomen. Als dát geen vriendschap is. En ik heb vreselijk met ze gelachen. Echt, die Polen hebben humor zeg! (Het land laaft zich kennelijk aan tradities, die eigenlijk iedereen vreselijk vindt. Daar kunnen ze leuk over vertellen!) Kortom, Paul en ik hadden het erg naar ons zin.

En S. (jullie kennen haar als Kikker) blijkt een goede blogpromotor. Al dan niet vertaald stuurt ze hele stukken van mijn weblog de wereld over. “Laatst toen ik in Tanzania zat heb ik zo’n grappig stukje van je gelezen!” zei één van de Nederlandse meisjes. “Please tell the story again about the Polish women and the chocolat,” vroeg een ander.

Bij het afscheid vroeg één van de Poolse meisjes of ik nooit moeite had onderwerpen te verzinnen. “Soms,” zei ik. “Maar zolang er nog teksten van mij naar Afrika reizen en ik op een verjaardag met een paar leuke Poolse meiden mijn stukjes kan bespreken is er nog genoeg te schrijven.”

Ik kreeg spontaan een kus van haar.

Advertisements

Bizarre schoonheidsbehandelingen

Om onszelf mooi te maken gebruiken we:

Poep van nachtegalen in dagcrème.
Sperma van stieren voor diverse haarbehandelingen.
Slijm van slakken en slangen voor een gave huid.
Uitwerpselen van vleermuizen in make-up removers.
Slangengif als anti-aging.
Halfvergane algen als lichaamspakking.
Parels opgelost in azijn als schoonheidselixer.

Oooooo.

Dan was dat lavendel*-kotsbad** van mij gisteravond (* uit flesje ** van ziek Belletje) eigenlijk zo gek nog niet.

Daar zat werkelijk van álles in dat goed is voor de huid.

Waterballet

“Paul, kijk eens!”

Over de schutting verschijnt het hoofd van de buurman. “Ik heb iets nieuws!” In zijn hand houdt hij een soort pistooltje, het lijkt vast te zitten aan de tuinslang. “Deze kan vér joh!” Paul, altijd in voor leuke technische snufjes, komt geïnteresseerd aanlopen. Op dat moment verschuift de buurman een hendeltje. Binnen één seconde is Paul doorweekt.

“Hé,” roep ik verontwaardigd. “Je maakt mijn boek nat!” Ook de buurvrouw begint zich ermee te bemoeien. Ze zegt dat haar man niet zo’n lawaai moet maken. Dat hun kind slaapt. Maar dáár trekt Bolderbast zich niets van aan. Met een demonische grijns blijft hij spuiten. Donald vlucht naar de kelder. Gewapend met zijn supersoaker komt hij weer naar buiten.

Bolderbast spiedt over de schutting. Hij ziet Donald niet; die heeft zich achter de klimop verschanst. Donald gluurt door een gaatje in de terreinafscheiding. Voorzichtig schuifelt hij langs de plantjes om plots bovenop een balk te springen. De supersoaker richt hij op Bolderbast; hij schiet. “Help!” hoor ik verschrikt roepen. De harde straal heeft doel getroffen. Snel grijpt de buurman zijn eigen wapen. Ze schieten nu over en weer. Buurvrouw en ik vluchten naar binnen.

Als de munitie op is (lees: de supersoaker is leeg en buurvrouw heeft de kraan dichtgedraaid) komen de heren enigszins op adem. Ze lachen om elkaar en om de drijfnatte tuinen. Net als ze een stap naar voren willen doen om een gezellig praatje te beginnen (biertje?) komt er vanuit de poort opeens een nieuw straal. Hij treft direct doel en de mannen slaken een verontwaardigde kreet.

Even later gaat de poort open en daar komt buurman II binnen. Met een waterkanon. Even ‘geleend’ van zijn zestienjarige zoon. Hij kijkt verwilderd om zich heen. “Ten aanval!” roept hij strijdlustig. Donald vlucht de keuken in en vult zijn wapen. Bolderbast rent naar zijn terras en draait de kraan weer open En dan begint het gevecht opnieuw.

En zo is maar weer eens bewezen dat mannen nóóit, maar dan ook nóóit volwassen worden.