Ga jij vandaag leren pijpen?


Het is alweer even geleden dat ik schreef over de charmante Meesteres Kate en haar bijzondere beroep.

Ik plaatste bij het blogje een oproep: wie heeft er (ook) een aparte baan? Rianne reageerde erop. Zij is elke dag bezig met pijpen, strippen en het vullen van gaten. Toch heeft ze een stuk minder met Meesteres Kate gemeen dan je zo op het eerste gezicht zou denken…

Gevaarlijke situaties?
“Pijpen houdt in dat je de koelwaterpijpen voormonteert, strippen is kabels bundelen, met tye-rips, om lussen -en daarmee gevaarlijke situaties- te voorkomen.”

Rianne (‘nog net geen dertig’) is vrachtwagenmonteur. Zij en haar collega’s ‘maken’ zo’n 108 vrachtauto’s per dag. Ze plaatsen onderdelen op de juiste plekken, in de zogeheten ‘gaten’ binnen het ladderframe. Klinkt technisch, maar klinkt ook alsof het over iets héél anders gaat!

“Ja he?! Laatst moest ik ergens een onderdeel monteren, was er door een fout al een ander onderdeel in terechtgekomen. Ik riep er een collega bij en we hadden het volgende gesprek.
Collega: ‘O, zit hij in het verkeerde gat?’
Ik: ‘Volgens mij wel.’
Collega: ‘Hoezo dan?’
Ik: ‘Nou, ik heb twee gaten nodig en nu heb ik er nog maar één.’”

Of ik al had leren pijpen

“Dit soort gesprekken hebben we – hoe toepasselijk – aan de lopende band. Toen ik hier net begonnen was, werd er regelmatig gevraagd of ik ‘al had leren pijpen’. En dan moet je weten dat ik de genen heb om snel te blozen. Tja. Dan merk je wel dat je echt in een mannenwereld zit.”

Ai, ik laat mijn spiraaltje vallen!
Rianne is een van de weinige vrouwen in een echt mannenberoep. We spreken van een mannenberoep als minder dan 15 % van de werknemers vrouw is. De top drie van mannenberoepen bestaat uit metaalbranders/lassers, verwarmingsinstallateurs en automonteurs.
Rianne zegt ‘mannenberoep’ niet zoveel. Het maakt haar niet uit of ze met vrouwen of mannen werkt. Al geeft ze toe dat ‘vrouwelijke charme’ soms een voordeel heeft.
“Ik heb wel eens het idee dat er minder geërgerd gereageerd wordt op mij, wanneer ik een fout maak, dan op een mannelijke collega. Bovendien,” voegt ze daaraan toe, “als ik een keer roep ‘oei, ik laat mijn spiraaltje vallen’, dan wordt daar om gelachen. Bij een man doen ze dat niet. Dat vind ik wel humor.”

Geef mij maar een fiets
Maar hoe graag ze de vrachtwagens ook in elkaar schroeft, er zelf in rijden vindt ze – in tegenstelling tot haar zus die vrachtwagenchauffeur is – helemaal niets. Ha! Hebben Rianne en ik toch nog wat gemeen!
“Ik begon met een scooter maar nadat ik in één maand tijd het asfalt vijf keer van dichtbij mocht bewonderen heb ik besloten dat een fiets mijn enige vervoermiddel is.”

Nou ja, Rianne, er zit óók nog wel iets tussen hoor.
“Nee hoor! Ik ben echt een vrachtwagenfan. Mijn kinderen nemen dat over. We kijken altijd ‘of het er een van ons is’.” Dat het gen erfelijk is, bleek al eerder: “Er wordt al mijn hele leven gekscherend geroepen dat er motorolie door onze aderen loopt. De hele familie zit vol met technische mensen. Mijn man werkt bij hetzelfde bedrijf als ik.”

En je kleding? Ik neem aan dat je niet in mantelpak naar je werk gaat?
“Onze kleding is niet spectaculair, grijs met veel zakken, maar ik krijg binnenkort wél nieuwe werkschoenen! Het lijken net ballerina’s. Schoenen met stalen neuzen zijn niet langer alleen maar lomp, hoera!!”

Als ik Rianne tenslotte vraag wat ze nou eigenlijk van haar werk vindt, zegt ze: “Ik vind het super. En nu ik zo jouw vragen beantwoord besef ik helemaal hoe goed ik hier eigenlijk op mijn plaats ben. Dank je voor dit interview!”

Nee Rianne, jij bedankt!


Heb jij ook zo’n bijzonder beroep? We horen het graag!

En dan nog even terugkomend op onze andere ‘tye-rip’ specialiste, Meesteres Kate, zij houdt op 11 april aanstaande weer een open dag in haar studio. Voor wie zin heeft, klik hier.

Advertisements

Het miljoen gaat naar….


En… we hebben een winnaar!

Erna Paars gaat er vandoor met het miljoen. Ik moest wel lachen vanochtend hoor, om de Kletsen, ze namen hun taak van ‘de winnaar kiezen’ echt heel serieus. Ze hebben alle reacties gelezen en kozen uiteindelijk Erna vanwege haar leuke verhaal (‘en’, zei Annabel eerlijk ‘een klein beetje vanwege het schattige paarse poesje dat hij haar naam stond’).

Als ikzelf had gekozen had ik het lot aan Saskia gegeven, ik zat echt met tranen in mijn ogen toen ik haar reactie las. Wat ontzettend jammer dat het jou niet is gegeven om een kind te krijgen en wat ontroerend dat je dan nog zoiets moois over de kinderen van een ander kan zeggen (‘het is fijn te realiseren dat ze jou als moeder hebben uitgekozen’). Wat een bijzondere lezers heb ik toch.

Verder heb ik wederom genoten van alle reacties, het is zo leuk om te lezen welke specifieke blogs mensen zich (soms jaren later) nog herinneren en in welke situaties mijn naam nog wel eens genoemd wordt. Lezeressen die bij het horen van weer zo’n rare (kinder)naam aan mij denken… oei. Lezeressen die al helemaal hebben bedacht waar en wanneer ze mijn boek gaan lezen (eentje stopt hem in haar kraamtas want ook om een bevalling ‘kan maar beter lachen’ (briljant!). Lezeressen die ‘fan’ zijn van mijn broer, Paul of mijn buurvrouw. Het blijft leuk om te lezen hoe verschillend mensen op een stukje tekst kunnen reageren.

Goed, Erna krijgt het lot en of ‘we’ wat winnen zal de toekomst ons moeten leren. Een ding is zeker: 15 juni komt mijn boek uit en we gaan er met z’n alleen een feestje van maken. Met of zonder miljoen!

Sorry…

Anderhalve week heeft ze hem nu.

Haar mobieltje. En ze is te gierig om er mee te bellen of om zelfs maar een sms te sturen. Welbeschouwd is de enige lol die ze van het ding dus heeft, het feit dat ze gebeld kan worden. Of dat ze een sms ontvangt.

Gelukkig gebeurt dat regelmatig. Ik stuur een sms vanaf mijn werk als ik weet dat ze thuis is, oma belt en sms’t (je weet wel, oma Tokkie), haar vader stuurt haar berichtjes en zo zijn er nog wat vrienden en bekenden die van tijd tot tijd iets later horen.

Vorige week stuurde ik een sms ’s avonds vanuit het zwembad. Ongeveer op het moment dat zij naar bed ging. Gisteren vroeg ze of ik dat weer wilde doen. En dan mocht ik het niet tegen pappa zeggen want dan ging zij de sms in haar bed lezen. Wilde ik wel doen, vond ik wel schattig.

“Niet vergeten hè?” fluisterde ze toen ik wegging.

Maar ik vergat het wel. Ik kwam het zwembad binnen en begon een gesprek met heksvriendin S. en daarna met I. en toen begon de aquarobicles. Pas toen ik om negen uur het water weer uitkwam, herinnerde ik me mijn belofte. Ik zag dat arme kind al met haar mobiel in bed liggen, wachtend op een bericht van mamma. Dat niet kwam.

“Sorry, sorry, sorry,” sms’te ik, ook al wist ik dat ze het niet meer zou lezen. “Veel te laat maar ik hou wel van je.” Ik voelde me erg schuldig.

Heksvriendin S. vroeg wat ik daar in al mijn nattigheid nou stond te sms’en. “Ik sms mijn dochtertje,” zei ik. “Sorry dat ik te laat ben.”

“Ach,” zei juf R. laconiek (die oudere kinderen heeft) “over een paar jaar gaat ze jou nog vaak genoeg hetzelfde flikken. En dan is het nog maar de vraag of ze netjes sorry zeg.”

Vakantieverslag III

Het weer viel in eerste instantie een beetje tegen.

Vooral ’s avonds zaten we buiten gewoon te vernikkelen. De eerste dagen gingen we vroeg naar bed en werden buitengewoon uitgeslapen en katerloos wakker. (Alhoewel ik toegeef dat ik steeds langer, bij het flauwe schijnsel van de zaklamp, in de tent lag te lezen. Nostalgisch!) En hoe lekker het overdag ook was, ik miste de zwoele Italiaanse avonden die ik me herinnerde van eerdere vakanties in het Land van de Laars.

Dieptepunt kwam op de vijfde dag. Terwijl Paul ergens aan de rotsen hing (“canyoning”, niet ongevaarlijk bleek toen ons het bericht bereikte dat er twee Nederlanders verdronken waren tijdens eenzelfde expeditie) regende het op de camping uren achtereen. De Kletsen en ik maakten van de nood een deugd door in de voortent een kidsclub in te richten. “Ook dát heeft zijn charme,” zeggen sommige mensen. O? Glibberende slippers door de modder? Door de plassen naar het toilet rennen? Op je kont vallen omdat je bent uitgegleden over het natte tentzeil? Nee hoor. Niets charmants aan. Laat ik eerlijk zijn; als het regent is zo’n camping gewoon bagger.

Ik had een origamiboek meegenomen maar die kunst bleken we niet te verstaan. Verder dan een lullig bootje – en een heleboel propjes – zijn we niet gekomen. Zelfs de meest simpele figuurtjes bleken voor ons te moeilijk. Gefrusteerd heb ik het boekje in de prullenbak gegooid. Uiteindelijk heb ik de Kletsen de Nintendo in hun hand gedrukt en heb ik zelf een uur naar de hysterische tentgordijntjes zitten staren. Van ellende at ik alle koekjes op die er in de tent te vinden waren. Toen de zak leeg was, werd het weer droog en kwam iedereen zijn grot uitgekropen.

We bleken een nieuwe buurman te hebben. “Je moet maar zo denken ‘de regen is gratis’,” was eerste wat hij zei. Gelukkig ging hij na twee dagen weer weg. (Miste de gratis regen in Nederland?)

Ik verwachtte mijn man half en half terug met de traumahelikopter maar hij kwam heelhuids weer thuis en had het ‘supergaaf’ gevonden. En niet alleen Paul liet zich van zijn actieve kant zien; een paar dagen later stond ‘family-rafting’ op het programma. Ik had gedacht gewoon leuk in mijn Vanilia-jurkje in een vriendelijk bootje te kunnen stappen (de activiteit was tenslotte ‘vanaf vier jaar’) maar die gedachte bleek nogal naïef. Om te beginnen werden we uitgedost als kikvorsmannen, compleet met surfpak, zwemvest en helm. Het vriendelijk bootje was een krappe zodiac en zo werden we een kolkende rivier ingeduwd. De eerste waterval waar was ruim anderhalve meter hoog. Binnen vijf minuten liepen we vast op de rotsen (“we maken land”) en sloeg Paul bijna overboord. Dat was het moment waarop Annabel besloot dat de boot stom was en raften niet leuk. Gelukkig zag de rest van het gezin er de humor wel van in (al moet ik bekennen dat ik zo mijn twijfels had toen ik, na een duik in de ijskoude rivier, aan boord gehesen moest worden als een zwangere walvis).

Het biertje smaakte die avond extra lekker!

Bijna vakantie II

Tijd voor actie.

Voor zover je een tentoonstelling in het Veluws museum tenminste ‘actie’ kan noemen. (Anderzijds, met vijfendertig graden vind ik het al snel actie.) Alice in Wonderland was het thema. Mooie platen, een levensgrote Alice en replica van het ‘piepkleine’ deurtje. Voor de kinderen was er een speurtocht. En een televisie met de Disneyfilm.

Na de tentoonstelling (klein maar leuk) togen we naar het naburige theehuisje waar, op vertoon van ons Alice-kaartje, een kopje thee (drink mij!) en een handgemaakte bonbon (eet mij!) geserveerd zouden worden. Dat bleek echter alleen voor volwassenen, dus bestelde ik voor de kinderen apart Icetea en bonbons.

Onze ober bleek een jongen met een verstandelijke beperking. En hoewel de bonbons gewoon op de kaart stonden, weigerde hij ze te serveren. “Bonbons horen bij thee of koffie. Niet bij Icetea.” Ik gaf hem mijn Alice-kaartje en herhaalde nogmaals mijn bestelling. De jongen keek wantrouwig naar mijn kaartje (Who the fuck is Alice?), maar nam het uiteindelijk aan.

Even later kwam hij terug. Met een kopje thee. En één bonbon. “Geen extra bonbons. Ook geen Icetea. Mag niet met dit kaartje.” De jongen had het nog niet gezegd of hij was alweer verdwenen. “Het lijkt het theepartijtje van Alice wel hier,” grinnikte ik. “Alleen heeft de Hatter hier geen hoed op.” We deelden de bonbon. En de thee.

De Maartse Haas
liet zich niet zien.

Bijna vakantie I

Nog vier dagen.

Onder het motto ‘doe eens wat nuttigs met uw vakantie’ besloot ik de diepvries te ontdooien. Ik zou ervoor zorgen dat hij leeg was, zodat ik hem kon schoonmaken. En zodat hij tijdens de vakantie ‘uit’ kon. Spaarde weer stroom.

Afgelopen zondag had ik diepvriestechnisch al een aardige slag gemaakt; onverwachts kwamen vrienden eten dus een groot deel van de inhoud was inmiddels via de barbecue in onze magen verdwenen. De ingevroren cassave had ik gefrituurd, oude soep weggedaan en de doperwten opgewarmd.

De Kletsen vonden het een mooi werkje; zij moesten zorgen dat voor woensdag alle waterijsjes op waren. En zo kwam het dat ik gisteravond alweer aan de laatste lade toe was. Verstopt onder ettelijke zakjes ijsklontjes vond ik tot mijn grote verbazing (en, eerlijk is eerlijk: vreugde!) een fles Limoncello. “O ja,” zei Paul. “Die heb ik een keer voor jou gekocht.”

En zo kwam het dat ik gisteravond in de tuin zat te genieten van een heerlijk glaasje ijskoude Limoncello. De diepvries is nu bijna leeg. Er liggen alleen nog zes ingevroren pakjes satehstokjes (met saus) en die eten we vanavond op.

En die fles Limoncello? Die komt wel op.
Hihi.