Popcorn!


Oké, ons hele huis stinkt naar ontplofte mais en ik zag het even somber in toen het apparaat aan alle kanten begon te roken (‘dat hoort, Es’) maar lékker, die popcorn, lékker! Ik denk dat ik vanaf nu nooit meer iets anders eet.

Liz, Annabel, Vriendinnetje M., buurvrouw C. en vriend A. hebben voorgeproefd en zij hebben het bevestigd: onze popcornmachine bakt de lekkerste popcorn ooit. U kunt ons boeken. Krijgt u die koekebakker op de bovenste foto er gratis bij!


O en waarom lopen ze er zo opgedrikt en zomers bij? Ze hebben zich speciaal omgekleed voor de introductie van de popcornmachine. Sterker nog, Paul wilde beginnen maar moest even wachten want de dames hadden zich nog niet voldoende gemake-upt.

Dat wordt knallen!


Paul heeft een missie
.

En het is vanwege deze missie – die best wel een beetje geheim is, dus ssstt, mondjes dicht en hopen dat de AIVD mijn weblog niet leest – dat hij vandaag vrij is.

Mijn man (in de media ook wel Paul S. uit A of 00Paul genoemd.). gaat vandaag namelijk naar het buitenland, samen met Rob van der L. (ook uit A.). Ik zeg niet naar welk buitenland ze gaan, daarvoor is de missie te geheim (denk hier even een James Bondachtig muziekje bij). Maar het is een missie met gevaar voor eigen leven (zeker met al die sneeuw) dus die mogen we zeker niet onderschatten.

In tegenstelling tot 00Paul moet ik vandaag gewoon (legaal) werken. Heel degelijk op kantoor. Míjn enige missie is het tevreden houden van de klanten en dus volgt een emotioneel afscheid op het schoolplein. De kindjes zijn met een zorgvuldig uitgekozen Sinterklaascadeautje hun klas in gehuppeld, en nadat Paul S. en ik nog één keer naar ze hebben gezwaaid, kus ik mijn geheim agent gedag. Ik geef hem een extra dikke knuffel want met zo’n geheime missie in het vooruitzicht weet je het tenslotte maar nooit.

“Succes,” fluister ik, terwijl 00Paul met één hand zijn auto sneeuwvrij maakt en met de andere zijn zonnebril opzet. “Ik hoor het wel als ik je borgtocht moet komen betalen.” (O, waarom val ik toch altijd op zulke gevaarlijke mannen?)
Paul S. grinnikt en zegt dat het allemaal wel mee zal vallen. Hij volbrengt deze missie elk jaar rond deze tijd dus hij is het gewend. Hij zal (weer) héél voorzichtig zijn, géén al te opvallende transacties doen én hij zal met iets moois thuiskomen. “Nee schatje, niet alleen maar met lawaai!” Hij gaat weer naar ‘dat ene winkeltje’, zei hij. Dat winkeltje waar ze ‘lekker veel’ hebben. “Dat wordt weer knallen,” glundert hij.

Afijn. Het beeld is duidelijk. Sinterklaas is weg, samen met zijn paard en de pieten. De cadeautjes zijn uitgepakt en de pepernoten opgegeten. Het feest voor de kleine kinderen is voorbij.

Het feest voor de grote kinderen kan beginnen!

Hellraiser


Het is net twaalf uur geweest als ik gemorrel aan de deur hoor.

Paul. Hij is de hele dag op een festival geweest en hij heeft het erg naar zijn zin gehad. Tenminste, getuige zijn sms’jes. Ik verwacht dan ook een vrolijke man – ongetwijfeld ietwat beneveld – die lichtvoetig het bed in zal dansen. In plaats daarvan strompelt er een kreupele ziel binnen die zich kreunend op bed laat vallen.

“Ooo liefje,” kraakt Paul. “Ik ben me net toch op mijn bék gegaan?!”
Ik kijk opzij en zelfs in het donker zie ik dat zijn gezicht behoorlijk gehavend is. Een beetje geschrokken knip ik de lamp aan. Blauw oog, ontvelde wang, geschaafde kin. Zelfs zijn oor heeft schade. Paul laat me zijn opgezette hand zien en wijst tenslotte op een bloederige knie.

“Hallo zeg, wat heb je gedáán!?”
“Dat zeg ik toch. Op mijn bek gegaan. Met de fiets. Echt een enorme schuiver gemaakt! Ging hárd jongen, hárd!”
“Je wang is ook helemaal dik. Wil je er wat ijs op? Er staat nog genoeg in de vriezer.” (Haha!)
Paul schudt zijn hoofd. O God, hij ziet eruit alsof hij zo uit een horrorfilm is weggelopen.
“Laat me het in elk geval even schoonmaken.”

Even later ben ik in de weer met steriele doekjes en Betadine. Esther Nightingale. “Ik mis alleen het witte rokje nog,” mompelt Paul. Voor straf gooi ik een flinke scheut Betadine op zijn knie. Als mijn man naar mijn idee voldoende ontsmet is ruim ik de rommel op.

“Lekker dan,” moppert Paul als hij in de spiegel naar zijn geschonden gelaat kijkt. “Sta ik volgende week de hele week op een beurs. In mijn nette pak en met een kop alsof ik zo uit Hellraiser kom. Jezus, wat ging dat hárd zeg!”
“Wees blij dat je niets gebroken heb,” zeg ik.
Ik trek het witte dekbed recht en probeer niet te denken aan de onuitwasbare bloedvlekken die Paul nu op de schone lakens maakt.
“En als ik nou nog een stoer verhaal had,” moppert Paul verder, “maar nee, nu kan ik honderd keer gaan uitleggen dat ik gevallen ben met mijn fiets. Met de fíets!”

“Tja,” zeg ik terwijl ik de dop op het Betadine flesje draai. “Je kan ook zeggen dat je Badr Hari ben tegengekomen.”

~~~~~
Klik hier voor de wedstrijd van Je kan er maar beter om lachen.
Klik hier om Je kan er maar beter om lachen te bestellen.

Toe aan vakantie


Ik vind het een verdrietige dag vandaag.

Om te beginnen lag er vanochtend een jonge koolmees dood in de tuin. Pootjes omhoog, oogjes dicht. Het beestje woog minder dan een postzegel en was nauwelijks groter dan een hommel. En ik weet dat de dood bij het leven hoort, en dat slechts een paar van de meesjes hun ‘jeugd’ overleven, maar toch. Het was een verdrietig gezicht.

Ook van het weer word ik momenteel niet vrolijk. Elke keer als ik denk: ‘ha, nu gaat de zomer echt beginnen,’ dan kom ik er weer bedrogen uit. Noem me een pessimist maar ik heb inmiddels vijf paraplu’s in de hal staan. En ze worden allemaal gebruikt. Mijn broer zit ergens in Griekenland, waar het wel mooi weer is, dus ik zit op mijn werk ook nog eens grotendeels alleen te kniezen terwijl ik ondertussen het ene na het andere nare verhaal te horen krijg. Lekker gezellig.

En dan mijn kleine Annabelletje. Die heeft het ook zwaar. Ze heeft veel meegemaakt het afgelopen (half) jaar en dat is haar niet in haar koude kleren gaan zitten. ’s Avonds is ze angstig en ze slaapt onrustig. Er maalt van alles door haar koppie en ze is bang en verdrietig. Het is niet leuk, om een kind zo te zien worstelen met zichzelf. Helemaal niet leuk. Ergens midden in de nacht kwam ze bij mij liggen, dat had Liz natuurlijk weer door dus die moest er ook bij, en nu heb ik een soort hernia van het scheefliggen. Ook niet fijn.

Kortom, ik denk dat we aan vakantie toe zijn. Even lekker geen druk van school, beetje bijslapen en hopelijk nog wat mooie dagen. Over ruim een week is het bij ons alweer gebeurd, dan is het schooljaar 2011/2012 ten einde. Ik kijk er wel naar uit.

Maar voor het zover is heb ik nog wel wat dingen te doen. Liz heeft nog hockeytraining, Annabel heeft een paar uitvoeringen van ballet. Ik moet een cadeautje voor de juffen scoren en wat dingen op school afronden.

En ik moet een kleine koolmees begraven in mijn achtertuin. Snik.

3D o jee…


Als u ergens in de regio Utrecht een harde gil hoort, schrik dan niet.

Het is géén Klets die hier van de trap valt, er wordt niemand mishandeld, noch vermoord en het is ook niet zo dat ik Paul betrapt heb terwijl hij rondliep met één van mijn BH’s aan. Nee, het is niets van dat alles.

Het gegil, mocht u het willen weten, wordt veroorzaakt de Kletsen die samen een 3D onderwaterfilm kijken. Met donkere 3D bril en al zitten ze samen op de bank alwaar ze hun handen uitsteken om de vissen aan te raken en het koraal te pakken. Af en toe komt er een grote vis, een haai of een kwal recht op ze af en dan gaan ze tekeer als gillende keukenmeiden.

Ik sla ze vanaf mijn plek achter de computer gade en lig echt dubbel. Ik heb de salontafel inmiddels voor de bank geschoven omdat ik bang ben dat ze in hun grijpijver op de grond zullen vallen, zo ver hangen ze naar voren om iets uit het luchtledige te kunnen ‘vissen’. 3D is leuk omdat het zo écht is. Ze zijn er bij, ze zijn onderwater. Ze zwemmen met de dolfijnen mee.

Afijn, ik wil net verder gaan met het fotokwartet dat ik online aan het maken ben als het opeens doodstil wordt in de kamer. Geen gegil, geen gegiechel en de afwezigheid van geluid wordt onderstreept door een collectief ademinhouden.

“Nee…”
“Hij..”
“Nee toch?”
“Hij… hij vreet ‘m op…”
“Nou zeg!”
“Ah.. dat schattige schildpadje…”
“In één hap …”
“Vlak voor mijn neus.”
“Wat gemeen…”

De brillen gaan af. De TV gaat uit. Volgende keer toch maar weer gewoon de smurfen opzetten. 3D natuurfilms zijn leuk, maar soms is het beeld een beetje té echt.

Viswijf


“Mam, als jij lacht heb je kieuwen.”

We zitten met z’n vieren op de bank en we kijken de herhaling van The Voice of Holland. Zojuist gebeurde er iets grappigs en kennelijk heeft Liz dat moment aangegrepen om een studie te maken van de zijkant van mijn (lachende) gezicht.
“Kíeuwen?”
“Ja, als je lacht, dan krijg je drie van die boogjes in je wang en dat lijken net kieuwen.”
“Nou ja!”

Van de zenuwen schiet ik prompt weer in de lach waarop ook Annabel zich met de discussie begint te bemoeien.
“Inderdaad, jij lijkt wel een haai, haaien hebben ook van die strepen op hun wangen.”
“Dat zijn rimpels,” grom ik.
“Nee het zijn kieuwen.”
“Goed, het zijn kieuwen. Mama gaat in elk geval nooit meer lachen.”
“We bedoelen het lief hoor,” zegt Annabel.

De rest van de avond doe ik mijn best om vooral niet meer te lachen.

Met de kieuwen in mijn achterhoofd (zal dat er gek uitzien!) besluit ik de volgende dag dat het tijd is voor een nieuwe gezichtscrème. Als ik Annabel naar balletles gebracht heb loop ik samen met Liz naar Douglas.
“Wat gaan we doen?”
“Gezichtscrème kopen.”
Ik vraag de verkoopster naar een goede verzorgende gezichtscrème – graag maximaal antirimpel en doe er ook maar meteen een oogcrème bij –, trek Liz bij het schap valse wimpers en heksennagels vandaan, en probeer niet te schrikken van het bedrag dat op de kassa verschijnt.
“Waar is die crème voor,” vraagt Liz, als ik mijn pinpas pak.
“Die crème is niet voor, die crème is tegen. Tegen rimpels.”
“Nee!” roept Liz, net iets te hard. “Ik wil niet dat je kieuwen weggaan.”
En bedankt, nu weet heel 033 dat ik kieuwen heb.

“Ik overweeg een botoxbehandeling.”
“Joh,” zegt Paul, terwijl hij met een half oog naar V.I. kijkt. “Wat maak je je druk, het zijn gewoon lachrimpels.”
“Die op kieuwen lijken,” zeg ik ongelukkig. “Eigenlijk zeggen mijn kinderen gewoon dat hun moeder een viswijf is.”
Paul zegt even niets, zapt naar Discovery waar – o ironie – toevallig een haai in beeld is en bekijkt me nog eens goed. Vervolgens geeft hij me een kus op een van mijn kieuwen.
“Je bent geen viswijf,” lacht hij. “Je bent hooguit een haaibaai.”

En terwijl hij lacht zie ik ze. Drie boogvormige strepen op zijn wangen.
Hij heeft ze ook.
Ha(ai)!

Tutti Frutti XIX


Ik geef toe, ik heb het niet supergoed bijgehouden de laatste tijd. Dus staat jouw Tutti er niet tussen, vermeld hem dan vooral hieronder bij de reacties.

Afijn, de (ietwat magere) ‘oogst’ van de afgelopen weken:

“Het duurde even voor ’t balletje viel.”
“Ach, zoiets is toch koekje eitje?!”
“Die gozer is echt een losgeslagen projectiel!”
“Ze liggen daar voor het inkoppen.”
“Zo uit de blote hand.”
“We moeten hier wat dieper bij stilstaan.”
“Je kijkt alsof je vuur ziet branden!”
“Dat slaat kant nog wal.”
“Zo snel heb ik het nog nooit onder de duim gehad.”
“Voor je ’t weet heb je allemaal mensen voor de stoep.”
“Ik zag er geen steek voor ogen.”
“Laat haar maar in haar eigen soep gaarkoken.”

En de uitsmijter van de dag:

“De hulpverleners zijn de plank behoorlijk misgelopen!”