Rust

De grote Klets is ziek.

Woensdag kwam ze uit school en begon direct te huilen. Sindsdien heeft ze alleen nog maar geslapen. Ze eet niet, heeft hoge koorts en ligt voor pampus op de bank. We wisten dat ze echt ziek was, toen ze niet reageerde op Annabel die zei: “Ik mag lekker een snoepjuh…” Woensdagmiddag zat mijn schoonmoeder naast haar, gisteren mijn moeder en vandaag is het mijn beurt.

Samen op de bank. Lizzy onder haar dekbed, half slapend, half wakker. Ik ernaast, met koffie en mijn noteboekje. Ik heb al twee columns geschreven en ik ga zo verder met mijn boek. Af en toe kriebel ik op haar been. Of ik geef haar een slokje water. Tuffy zingt een extra mooi liedje.

Zieke kinderen zijn sneu. Maar ook heerlijk rustig. Ze vragen weinig aandacht, willen alleen dat je naast ze zit. Vooral dat laatste is fijn. Het is een uitstekend middel tegen schuldgevoel omdat je eigenlijk van alles in huis moet doen. Zitten. Rusten. Vooral niet gaan lopen rennen en vliegen.

We lezen een boekje en praten wat. “Ik ga even een blogje over je schrijven,” zeg ik. Zojuist heb ik haar een aspirientje gegeven. Ze leeft wat op, eet een koekje. Ik beloof haar dat we vanavond samen naar X-factor gaan kijken, dat ze dan lekker bij mij op de bank mag blijven. Met haar koortsige ogen kijkt ze me dankbaar aan. We knuffelen.

Zieke kinderen zijn sneu. Maar is het heel erg als ik zeg dat ik ze stiekem ook wel erg gezellig vind?

Klittenbandrollers

Een tip voor wat je hiertegen kunt doen is het gebruiken van klittenbandrollers, die ervoor zorgen dat je langer plezier hebt van je gekapte haar.

Je gebruikt ze na het föhnen en ze zijn erg makkelijk. Ze geven een heel los effect. Je föhnt je haar zoals normaal, maar in plaats van dat je de geföhnde pluk los laat hangen, draai je daar een roller in. De hitte van de föhn zit nog in je haar en omdat je de roller er direct in krult, koelt het af in de vorm van de roller. Laat dit zo lang mogelijk zitten.

Draai eventueel een sjaal om je gehele haar als je nog je make-up wilt aanbrengen of andere bezigheden hebt. Je zult zien dat als je net voor je weggaat de rollers eruit haalt je meer volume hebt, die voor een langere periode blijft zitten. Zelfs de dag daarna heb je er nog plezier van!

Tutti Frutti XIII

Laten we de week met een lach beginnen!

“Ik weet niet zo slap die ouders in de was zitten.”

“Ging het niet door, moesten ze alle mensen weer afblazen.”

“Het is een feest met alle toeters en bellen d’r op en d’r aan.”

“Hij strooit iedereen zout in de ogen.”

“Dat is tegen de kraan inzwemmen.”

“Vrijheid van meningsuiting staat hier in een heel hoog vaandel.”

“Je moet het ijzer plukken als het heet is.”

“Hij was een beetje het zesde wiel aan de wagen.”

“Schijten als een reiger.”

“Het water stond haar boven de pet.”

“Echt, de druppel valt niet ver van de boom!”

Bij de benzinepomp

Er hing een groot wit bord buiten.

Kortingsdag autowassen stond erop. “Dat is mooi,” dacht ik. “Mijn auto moet nodig gewassen geworden!” Was vandaag uw auto voor slechts twee euro vijftig. Twee euro vijftig! Ook niet duur. En toevallig moest ik ook de olie bijvullen, de banden controleren én tanken. Als ik dat vanmiddag, tijdens mijn pauze, nou eens allemaal in één deed, dan kwam ik daar goed en goedkoop mee weg.

Helemaal gelukkig met mijn plannetje reed ik verder. Ik sprak mezelf lovend toe.

Tot ik me realiseerde dat ik op de fiets was.

Verdrietig

Niet leuk. Echt níet leuk.

Er is zoveel om over te schrijven. Het prachtige herfstweer, het circus van gistermiddag, mijn vaders verjaardag. Genoeg leuks om ettelijke logjes mee te vullen. Maar daar gaat het vandaag niet over. Vandaag zijn er andere dingen.

Tuffy is weg. Gistermiddag, de buitendeur stond op een kier, renden de kinderen naar buiten terwijl ik de keuken was. Tuffy was los en vloog ze achterna. Ik rende naar buiten en zag hem gaan. Hoopte dat hij gewoon in een boom zou gaan zitten. Maar hij vloog hoger en hoger. Tot hij nog maar een stipje was aan de blauwe lucht.

Daar stond ik dan op straat. Met twee hysterische huilende kinderen. Hoog boven ons hoorde ik Tuffy paniekerig fluiten (dat beest snapte er niets van natuurlijk) we riepen “TUFFY” “TUFFY” om het hardst. Maar het hielp niet. Al snel was hij uit ons gezicht verdwenen.

Wat volgde was chaos. Wat moest ik nu doen? Mijn eerste impuls was in de auto springen en hem gaan zoeken. Maar hoe vind je een speld in een hooiberg? Logischer leek me de vogelopvang te bellen. De verwezen me door naar stichting Amivedie waar alle vermiste en gevonden huisdieren geregistreerd worden.

Mijn broer maakte briefjes voor de supermarkt en om door deuren te doen. ’s Avonds toen Annabel sliep ging ik met Lizzy de straat op. Tuffy verdween in alle brievenbussen en hangt nu op heel veel bomen. Je moet wát proberen. “Ik wou dat het maar een droom was,” zei Lizzy steeds. “Dat ik wakker werd en dat Tuffy er dan nog was.”

Lizzy kon uiteindelijk niet slapen. Ze schrok steeds wakker, had nachtmerries en moest dan hard om haar parkietje huilen. Uiteindelijk sliepen we met z’n allen in het grote bed. Vanochtend toen ik beneden kwam was het eerste wat ik zag de lege kooi.

Niet leuk. Echt níet leuk.

Auw!

Ik ben gisteren door mijn rug gegaan.

En dat is helemaal niet handig. Sowieso niet, maar met twee kinderen al helemáál niet. Ik heb de hele dag als een kreupele bejaarde door het huis geschuifeld. Bij het naar school brengen van Liz hield mijn houding het midden tussen die van Quasimodo en een hoogzwangere vrouw. En ze vóelen het, die etters. Liz kon zich opeens niet meer zelf aankleden en Annabel weigerde om stil te blijven liggen. Ik werd er gewoon chagrijnig van. Voor vandaag heb ik mezelf maar volgestopt met ibuprofen. Ik moet gelukkig werken, dus hopelijk kan ik een beetje ‘uitrusten’. Echt balen dit!

PS
Grapjes over mijn leeftijd in combinatie met het ‘kinderloze weekend’, alsmede lollige opmerkingen over ‘standjes’ en andere sexgerelateerde onderwerpen zijn laf en kinderachtig.

Ik zeg het maar even. 😉

Een nieuwe lente, een nieuw geluid

Lizzy gaat inmiddels een maand naar school.

Ze voelt zich er thuis. ’s Morgens als ik wegga wil ze nog wel eens een prutlipje trekken, maar zodra ik de deur uit ben is die alweer verdwenen. Ze heeft grote verhalen over de kindjes in haar klas. Over wat voor gekke dingen juf heeft gezegd. Over de gymles.

Kortom, ze heeft het naar haar zin. Ze vindt het fijn om nieuwe dingen te leren. Ze wil graag leren schrijven en ze kan al een paar letters ‘lezen’. Annabel mag nog niet naar school, zegt ze. “Annabel is nog te klein.” De peuterspeelzaal is opeens ‘kinderachtig’ en voor kabouter Plop is ze te groot.

Een positieve ontwikkeling op vele fronten. Ik zie opeens geen peuter meer, maar een flinke kleuter. “De kindjes zeiden dat ik niet mooi kleurde mamma!” “Als jíj het maar mooi vindt schat, zeg dat de volgende keer ook maar tegen de kindjes.” Weerbaar worden. Het gaat niet altijd even voorzichtig.

En er is méér wat niet voorzichtig gaat. Sommige kinderen kunnen met recht echte ‘kamikazekleuters’ genoemd worden. Niets voor Lizzy, dacht ik, die vindt het al snel ‘te druk’. Maar tot mijn verbazing doet ze gewoon mee. Ze pakt het goed op. Iets té goed naar mijn mening, zo merkt ik gisteravond in bad.

“Weet je wat we vandaag gingen zeggen?” vroeg ze met glimmende oogjes. “Nou?” boog ik voorover, benieuwd naar het ondeugends wat zou komen.

“Godsamme kut!”

Volgens mij

Ben ik hier best goed in.

Ik ben dan wel niet zo muzikaal, maar schudden met mijn heupen, dát kan ik wel. Met mijn bovenlijf idem dito. Shakira is er niets bij. Buikdansjuf H. tovert een paar rinkelende omslagdoeken uit een plastic tas. “De roze is voor jou,” zegt vriendin C.

We oefenen de heupswing. Heup omhoog, door de knie, rampeneren met die billen. “Armen sierlijk omhoog houden nu,” zingt juf H. Pffff. “Niet te lang,” denk ik. Ze verzuren nú al. “Tegelijkertijd schud je met je heupen.” Tegelijkertijd? Als in: op hetzelfde moment? Gaat niet lukken. Ben stamppot. Geen baklava.

Thuis geef ik Paul een demonstratie. Ik voel een zorgwekkende spierpijn in mijn lendenen. “Morgen heb ik die cursus bedrijfshulpverlener. Wat nou als ik me dan helemaal niet meer kan bewegen?!” klaag ik heupwiegend. “Dan speel je toch het slachtoffer,” grinnikt Paul.

De spierpijn valt gelukkig mee. De Rautekgreep, de stabiele zijligging én de Heimlichmethode gaan me de volgende dag goed af. Het buikdansen ben ik al snel vergeten. “Ik moet wel even oefenen,” zeg ik ‘s avonds tegen Paul. “Wil jij even op je rug gaan liggen?.” “Is goed hoor,” grinnikt hij.

“Doe je dan tijdens het reanimeren wél dat leuke buikdansrokje aan?”