Held van de Dag

Ik ben een beetje moe.

De nachten zijn momenteel niet om over naar huis te schrijven. De ochtenden ook niet trouwens. De kleine klets staat om vier uur ’s nachts al rechtop in bed ‘laar te roepen. Nanna, nanna, gilt kleine DeciBel. Nanna, geef mij Brood en Spelen.

Lizzy doet leuk mee. Ze is een tikkeltje verkouden en daardoor snel geprikkeld. Zodra ze wakker wordt zet ook zíj een keel op. ‘Wil bij jou in behehehed!’ jammert ze. ’s Ochtends is ze niet uit geslapen. Kort gezegd, ze is hard op weg om officieel tot Miss Ochtendhumeur 2006 verkozen te worden.

En dus ben ik een beetje moe. Maar dat geeft niet, dat kan ik hebben. Want sinds een maandje jog ik. Elke avond een rondje. Geen halve marathon (daarvoor moet je bij mijn onderbuurvrouw zijn) maar net genoeg om lekker te zweten. En het is echt waar. Ik voel me fitter dan ooit.

Gisteravond liep ik weer mijn rondje. Door het donker, straat in, straat uit. Heuvel op en weer af. Het regende pijpenstelen en het waaide heel hard. Maar toch was ik gegaan. Toch was ik mijn rondje gaan rennen. ‘Kom op zeg, ben geen mietje,’ had ik tegen Paul gezegd.

En toen ik daar zo liep. Drijfnat door het donker, voorploegend door de natte bladeren. Toen vond ik mezelf opeens zó geweldig. Zo waanzinnig goed bezig. Ik gloeide plots van trots. Ik kreeg het warm en koud tegelijk. Heerlijk.

En daarom vandaag een volkomen selfcentered, antialtruïstisch egostukje. Helemaal over mij alleen. Over me, mezelf and I.

Want ik ben misschien moe.

Maar ik ben vooral mijn eigen Held van de Dag.

MeDobbels

Zat ik vanmorgen toch wéér in het zwembad!

Dit keer met Annabel. Voor haar eerste echte ‘zwemles’. Dat vond die kleine trekpop wel mooi! Haar zus daarentegen was minder blij. Waarom mocht zij het water niet in? Om de gemoederen wat tot bedaren te brengen, deed ik hen een voorstel. We zouden ’s avonds naar de McDonalds gaan. Als beide dames zich overdag zouden gedragen.

Aldus reed ik tegen zessen het grote parkeerterrein op. “Is dat de MeDobbels?” vroeg Lizzy. Ze wees op de felgekleurde speeltoestellen. Ik knikte. “Maar eerst even bestellen.” Even. Niet even dus. Opstellen in rijen van vier. En zie dan AD en HD maar eens bij je in de buurt te houden.

Een goed half uur later plofte Unhappy Mom met twee Happy Meals in een stoel. Zonder Happy Kids; die hadden zich inmiddels in de één of andere pvc-buis verschanst. Ik at een frietje. En nog een. Ik nam een slokje fristi. Af en toe wapperde Liz voorbij, gevolgd door een hobbelend Belletje. Ik nam een stukje van de hamburger.

Drie kwartier later zaten we weer in de auto. “Vonden jullie het leuk?” riep ik richting de achterbank. “Ja,” luidde het antwoord. “Heel leuk! Maar nu heb ik wel honger!”

Honger?

Hoe kon dat nou?

Burp.