Een beetje hoop

Tuffy is nog niet terug.

De kinderen beginnen er een beetje aan te wennen, al is ons verdwenen huisdier nog steeds het gesprek van de dag. En niet alleen binnenshuis, ook op straat wordt hij besproken. De ‘vermissingbriefjes’ doen hun werk. De buurt is alert. “Ik kijk in alle bomen hoor!” horen we regelmatig.

Lizzy vond het rondbrengen van de ‘Tuffypost’ erg spannend. In het donker langs de huizen; vermissingbriefjes door de deuren doen, het heeft indruk op haar gemaakt. Zóveel indruk dat ze gisteravond smeekte om nog éven te gaan ‘posten’. Zinloos, leek mij. Maar goed, als zíj dat wilde, vooruit dan. Lizzy zei zó vaak dat ze brieven rondbrengen helemaal super vond dat ik grapte dat ze maar snel een krantenwijk moest nemen.

De laatste straat – onze brieven raakten op – lag wat verder van ons huis. “Dit is precies de richting die hij opvloog,” zei ik terwijl we langs een groot raam liepen. “Ik zie Fleur,” zei Lizzy. “Hier woont Fleur, mag ik even gedag zeggen?” We klopten op de deur en Lizzy deed haar verhaal. Ze gaf haar vriendinnetje één van onze laatste blaadjes.

“Dat is bizar,” zei de moeder van Fleur, die over de schouder van haar dochter meekeek. “Ik ben gek op vogels en ik weet er vermoedelijk wat meer van dan een ander. Zaterdagmiddag heb ik door het raam staan kijken en ik zag een vogel fladderen die ik niet kon thuisbrengen. Ik dacht: ‘het lijkt wel een parkiet maar dat is onmogelijk’. Hij zat ergens in de tuin. Hij was grijs, met geel.”

Lizzy en ik gingen opgewekt terug naar huis. Wat een goed nieuws! Wat onmogelijk had geleken was gebeurd! Iemand had Tuffy gezien! En hadden we vanmiddag niet een verhaal gehoord over een kanarie die – in de winter – na dríe maanden weer thuis opdook?! Nou dan!

Alles wat we nodig hadden was een klein wonder.

Advertisements

Zwemmen

Maandag is hier altijd een bijzonder drukke dag.

Poetsen, boodschappen doen, heen-en-weer naar school. Op maandag scheppen we orde in de chaos. En na school is het altijd racen naar het zwembad. Eerst voor Lizzy, vervolgens voor mezelf. Want maandag is óók nog eens ‘sportdag’ voor mamma.

Normaal vindt Lizzy zwemles altijd erg leuk. Maar gisteren stond de pet ineens verkeerd. “Ik wil niet zwemmen, zwemmen is stóm.” Op de fiets had ze al gemopperd en onder de douche mopperde ze verder. “Ik ga er niet in,” deelde mevrouw nukkig mede.

Ik keek om me heen. Alle andere kindjes lagen al in het water. De badmeester keek ons vragend aan. “Ik zal je een geheimpje verklappen,” fluisterde ik terwijl ik neerknielde voor mijn stuurs kijkende dochter. “Mámma heeft ’s avonds óók nooit zin om te gaan zwemmen. Maar mamma gaat áltijd.”

Lizzy hield haar hoofd schuin en kneep haar ogen tot spleetjes. Ik zag dat ze mijn bekentenis tot zich door liet dringen. Toen gaf ze me een kus en sprong het water in.

Zonder er verder nog één woord aan vuil te maken.

Moederdag

Paul is ziek.

De oorzaak is niet helemaal duidelijk maar het zal geen toeval zijn dat hij gisteravond met een paar vrienden de stad in geweest is. Jazz, bier en shoarma. Geen idee hoe laat hij thuis was, maar het rook laat en ranzig.

Toch stond hij vanochtend vroeg op. Hij nam de kinderen mee naar beneden en fabriceerde een ontbijtje. Om 08.15 uur kreeg ik tekeningen, bloemen, een roze opschrijfboekje en dito rekenmachientje (door Lizzy uitgezocht) en een geschifte ananas-kiwismoothie.

Ik sudderde nog wat door in bed terwijl ik hoorde hoe hij beneden zijn stinkende (letterlijk) best deed om op de been de blijven. Om 09.15 uur ging ik douchen waarna ik hem naar bed stuurde.

En nu zit ik alleen beneden. Op moederdag. Aan de ene kant ben ik opgetogen. Het moet wel echte liefde zijn wanneer iemand zichzelf zó wegcijfert. Maar aan de andere kant, waarom moet hij nou weer nét vandaag brak zijn? De spontaniteit is op deze manier ver te zoeken.

De liefde als verplichting. Ik weet niet zo goed wat ik er nou van vind. Zelf weet hij het trouwens wel. Het was de ananas-kiwismoothie.

Natuurlijk schat.

NB Er kan niet op de logjes gereageerd worden. Jammer. Een beetje bijval was leuk geweest.

Time flies when you’re having no kids!

Zo, zeg alweer zondag!

Het lijkt nog maar een paar uur geleden dat ik de kletsen naar mijn ouders bracht. Ik ben de dagen een beetje kwijt, (mijn moeder zou zeggen: “Het zijn een beetje gékke dagen.”) maar we zijn toch écht inmiddels twee dagen verder!

Op de terugweg vrijdag heb ik voornamelijk in de file gestaan. Mooi weer, meivakantie, lang weekend, een moderne exodus met sleurhutten in plaats van kamelen. Eenmaal thuis was ik nét op tijd om weer te vertrekken.

Op naar de verwondering. We bezochten de cabaretachtige goochelshow van Emiel Lensen en Rob Mollien. Vele (inter)nationale prijzen sleepten zij met hun ‘Magic Bar’ al in de wacht. En het is míj wel duidelijk waarom. Wat zijn die gasten ongelooflijk goed!

Zaterdag was uitslaapdag. En tuincentrumdag. Groothandeldag, koffie-in-de-tuin-met-de-ochtendkrant-dag. In de loop van de middag maakte Paul de voortuin af.

Ter illustratie dit is vóór:

En dit ná:

En aangezien het na gedane arbeid goed drinken is, of rusten, of wat dan ook, gingen we de stad in om lekker ergens te gaan eten. En nu is het alweer zondag. Ik heb nog niet de helft van de dingen gedaan, die ik had wíllen doen. Nieuwe B.H.’s kopen enzo.

Gelukkig is het vandaag koopzondag.