Wie wat bewaart …


Vijftien jaar geleden was ik verloofd.

“1996” stond er in de ring gegraveerd, naast de naam van mijn toenmalige verloofde. Met trouwen hadden we geen haast. Gelukkig maar want twee jaar later waren we elkaar flink zat. De ex-verloofde nam het tweepersoons bed mee en ik hield de vogels. De ring belandde onderin een sieradenkistje.

Vanochtend zat ik bij de goudinkoper. De goudprijs staat hoog, een mooi moment om mijn ring te ‘verbeuren’, zoals dat zo mooi heet. Gek genoeg vond ik het nog best lastig om die ring van de hand te doen. Zo’n persoonlijk ding ‘verkopen’… het voelt alsof je je herinneringen verpatst. “U krijgt er vijfenzestig euro voor,” zei de goudinkoper droog.

Gewapend met mijn vijfenzestig euro toog ik naar de ‘jubelier’ ((r) by Annabel) alwaar ik twee mooie pareloorbelletjes uitzocht. Een sieraad voor een sieraad, zo bedacht ik. Niet dat ik nou zo nodig mijn ex in mijn oren wilde hangen maar herinneringen moet je koesteren. Net als parels.

De oorbelletjes kleurden prachtig bij mijn jurk en iedereen zag ze direct. Ik kreeg een heleboel complimenten en ik bedacht hoe fijn het was dat ik die stoffige verlovingsring had omgeruild voor een paar mooie oorbellen. Zo zie je maar, dacht ik, verleden en heden bijten elkaar niet, sterker nog, ze vaak hand in hand!

Wel merkte ik dat deze oorbellen al vrij snel begonnen te irriteren.
Eigenlijk net als mijn ex destijds.

Advertisements

Uitslapen

Paul en ik keken elkaar verlekkerd aan.

We hadden zojuist de kinderen bij mijn ouders gedropt. Een goede deal; het kroost mocht logeren en wij konden met een gerust hart naar onze eetafspraak. Geen vaste tijd naar huis en de volgende dag uitslapen.

Nou ja, uitslapen. Daar waren we nog niet zeker van. “Ik kán helemaal niet meer uitslapen,” zei Paul toen we na het etentje naar huis fietsten. “Zal je zien dat ik gewoon om zeven uur wakker ben.” Ik knikte. “Nou ja, dan kunnen we ’s ochtends nog iets doen”

We dronken een baco in de tuin en gingen daarna naar bed. “Heerlijk,” zei Paul. “Acht uur, negen uur, het maakt lekker niet uit hoe laat we wakker worden.” Ik knipte het bedlampje uit en hoopte er het beste van.
Ik kwam als eerste weer bij mijn positieven. Het was in ieder geval licht buiten. “Hoe laat is het,” mompelde Paul. Ik wierp een blik op de wekker. “Vroeg,” zei ik. “Bijna twaalf uur.”

Een bijzondere botsing

Het is tegen half negen als de telefoon gaat.

“Met vriendin C.” “Hé C.!” “Hé! Moet je nóu eens raden!” “Wat?” “Ik heb een aanrijding gehad.” “O, balen! Veel schade?” “Ja. Auto moest worden weggesleept. Maar weet je wat het bijzondere is?” “Nou?” “Ik heb F. aangereden!” “F.? Zoals in vriendín F.?” “Ja, die! Ik had het eerst niet door, ze stoof zomaar de weg op. Ze was een proefrit aan het maken en probeerde de rem uit. Nou, die deed het wel. Ze stond meteen stil. En ik knalde er bovenop!” “Nee!” “Ja! Mijn hele voorkant zat in elkaar. Ik snap nu waar het woord ‘kreukelzone‘ vandaan komt!” “En toen?” “Toen stapten we beiden boos uit. En op dat moment zagen we het!” “’Hé F!’ riep ik. En zij riep: ‘Hé C.!” “Dat is bizar!” “Ja, maar ook wel grappig. Toen hebben we samen het schadeformulier ingevuld.” “Gezellig.” “Dat nou ook weer niet, we hadden natuurlijk flinke schade. Maar F. zei wel dat jij hier vast en zeker wel een stukkie over zou schrijven.” “Zo, zei F. dat?” “Ja. En ik dacht het ook, ’t is een mooi verhaal toch?” “Tsssk. C. toch! Jullie knallen op elkaar en dan zou ík er meteen een stukje over schrijven?” “Ja!” “Welnee!” “Welja!” “Nou ja, misschien.” “Zie je wel!” “Ik zei ‘misschien’.” “‘Misschien’ betekent bij jou altijd ‘ja’.” “Hm. Jullie kennen me te goed.”

Krulhond

Vanmorgen om acht uur.

“Kijk mam, een krulhond.”
“Ja, ik zie het.”
“Dat heet toch een ‘krulhond’?”
“Nou, eigenlijk heet het een poedel.”
“Nietes! Het heet een krúlhond!”
“Echt niet schat.”
“Echt wél!”
“Oké. Een krulhond. Heeft mamma gewoon víerendertig jaar lang ten onrechte gedacht dat het een poedel heette, goed?”
“Mamma?”
“Ja?”
“Dat geeft niet hoor.”

Onuitstaanbaar

Vanochtend stroomstoring.

Alles van slag. Hele dag geen internet. Rauter overstuur. Geen verbinding, geen sjoege. Wat ik ook probeerde, knopjes aan, knopjes uit, resetten, opnieuw opstarten, niets hielp.

Vijf minuten geleden is Paul thuis gekomen. Alles draait weer.

Grom.