Gesprek

“Zeg,” begint Paul.

“Moet jij me soms wat vertellen?” Ik laat mijn Sherlock Holmes-boek zakken en kijk hem verbaasd aan. “Hoezo?”

Paul wijst op het beeldscherm van de computer. Ik strek mijn nek. De site van de abortuskliniek. Subje: “De overtijdbehandeling en de zuigcurettage.” “O, dat. Ja, dat was ik aan het lezen.”

Paul kijkt me nog steeds vragend aan.
“Da’s research,” zeg ik. “Voor mijn boek. Daar komt een abortus in voor.” Opgelucht klikt Paul de site weg.

Ik lees verder in Sherlock Holmes.

Advertisements

Knutselsmurf

Lizzy slaapgedrag laat nog immer te wensen over.

En aangezien Annabel onder haar Ikeatent slaapt als doornroosje herself, had Paul bedacht dat Lizzy misschien ook wel gebaat zou zijn bij een tent boven haar bed. Aldus toog hij gisteren naar de Gamma. Met een tas vol buisjes, koppelstukjes en touwen kwam hij weer thuis.

Wanneer Paul aan het klussen gaat maak ik me altijd uit de voeten. Ik snap nooit wat hij doet en denk altijd dat hij ervoor zorgt dat het huis zal instorten. Bovendien ziet het er meestal niet uit of zijn plan gaat lukken waardoor ik helemaal zenuwachtig word. De kletsen hebben echter een rotsvast vertrouwen in hun vader en dus ging Paul aan de klus boven met de meiden erbij.

Een uurtje later, ik had net het eten op staan, was de tent een feit. Of ik even kwam kijken want het was zo mooi geworden. Tja. Mooi. Een subjectief begrip. Een ingewikkelde constructie van touwen, buizen en lappen had Lizzy’s bed omgetoverd in een soort bedoeïenenten. De gemiddelde woestijnbewoner zou er stinkend jaloers op zijn geweest. Binnenin de tent deed het ook aardig woestijnachtig aan trouwens, zo heet was het daar.

Terwijl Paul in de verbanddoos rommelde naar jodium, pleisters en zwaluwstaartjes (hij had soort winkelhaak in zijn eigen hand geknipt) bekeken Lizzy, Annabel en ik de tent. “Nou,”zei ik. “Het is wel een euh… bijzondere tent hè?” Lizzy knikte trots. “Mijn eigen tent,” zuchtte ze. “Helemaal van mij.” “Dat heeft pappa toch maar weer handig gedaan hè?” Lizzy en Annabel knikten. “Maar het was wel een gedoe hoor, mamma. Pappa heeft wel een heleboel lelijke woorden gezegd.” Annabel knikt instemmend. “Maar dat mochten we niet tegen jou zeggen.” “Weet je wat,” zeg ik begripvol. “Ik heb gewoon niets gehoord.”

Gerustgesteld gaan Lizzy en Annabel in de bedoeïenen spelen. En ik? Ik ga maar eens kijken of mijn man de pleisters kan vinden. En dan zal ik hem een kusje op de zere plek geven.

La Mindy

Over superhelden gesproken.

Vanmiddag gaan Lizzy en ik naar de theatershow van Mega Mindy. En voor wie La Mindy niet kent; ze is een échte superheld! In een roze (!) pakje, en met wapperende krullen, vliegt ze stad en land af om ons te bevrijden van allerhande tuig en gespuis.

Mindy’s alter ego Mieke (‘girl next door’ wanneer geen superheld) is politieagente. Ze is in ‘t geheim verliefd op collega Toby, maar díe heeft het natuurlijk weer de hots voor de stoere Mega Mindy. Balen! Mieke schrijft er vaak over in haar dagboek, wanneer ze mijmert over haar eerste kus.

Girlsstuff
dus, die Mega Mindy. Hartstikke populair onder meisjes van ongeveer nul tot honderd. Iedereen wil tenslotte wel een roze superheld zijn. Niet voor niets vliegen de Mega Mindypakken als warme broodjes over de toonbank. (Let op, tegenwoordig ook in volwassenmaten te verkrijgen!)

En vanmiddag gaan we haar zien. In het echt. In het roze. Met Toby. Ze gaat haar leuke liedjes zingen (“Ik ben Mééééga Mindy, ben een echte superheld”) en waarschijnlijk vangt ze hier of daar wel een boef. Ik heb zelfs begrepen dat z gaat vliegen! Supercooldude.

Maar goed. We zullen het vanmiddag beleven. De kaartjes liggen al weken in de kast en één ding is zeker, hier in huis is een klein meisje érg opgewonden.

En Lizzy heeft ook veel zin! 😉

Jåmmer

Ik zag ze meteen.

In een witte mand, vlak bij de ingang. Ik had net de kinderen in smålland gedumpt en was onderweg naar de afdeling verlichting. En daar zag ik ze weer. Goed verlicht natuurlijk. Naast de skimra-lampenkappen. Dapper liep ik erlangs.

Ter hoogte van het restaurant leek het even mis te gaan. Een heel grote bak vol! Het rode plastik leek me toe te schreeuwen: “Pak mij, pak mij!” Gelukkig leidde mijn buurvrouw me af. We betaalden onze cappuccino en gingen zitten.

Ze bleven me achtervolgen. Doken op bij de Ljuvlig- en Anrik keukenspullen en bij de Stenstorp meubelen. “Ga weg,” siste ik. “Ik mot jullie niet. Ik walg van jullie. Ik krijg pukkels van jullie.” Als ik niet beter wist zou ik denken dat ze me uitlachten.

Uiteindelijk stond ik daar bij de kassa. Ik wiste het zweet van mijn voorhoofd. Ik had het gehaald, ik was er aan voorbij gegaan. Mijn maag knorde, maar ik was gered. Ik kon relaxen. Langzaam begonnen mijn verkrampte spieren zich ontspannen.

En toen zag ik ze. Eén meter voor de kassa, een schap vol. Ik voelde mijn maag knorren, de weerstand verslappen. Dit was teveel op één dag. Trillend strekte ik mijn hand uit.

Weerloos legde ik een zak in mijn karretje.